Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ9588

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-05-2013
Datum publicatie
07-05-2013
Zaaknummer
05/901428-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie verdachten zijn veroordeeld ter zake van moord. Twee verdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar en een verdachte tot een gevangenisstraf van 8 jaar en TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/901428-11

Data zittingen : 20 maart 2012, 5 juni 2012, 28 augustus 2012, 20 november 2012,

5 februari 2013, 3 april 2013 en 23 april 2013

Datum uitspraak : 7 mei 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in [PI].

raadsman : mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 30 november 2011 tot en met 3 december

2011, althans in of omstreeks de maand(en) november/december 2011, te Velp,

gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin

bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk, na kalm

beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit,

althans opzettelijk, die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans

met een scherp voorwerp, in het hoofd, hals en/of het lichaam hebben/heeft

gestoken en/of gesneden en/of die [slachtoffer] met kracht met een (glazen)

voorwerp op het hoofd hebben/heeft geslagen en/of heftig botsend geweld op het

hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft toegepast en/of die [slachtoffer] meerdere

malen met kracht hebben/heeft geschopt, geslagen en/of gestompt en/of die [slachtoffer] hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of een snoer om de hals

van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (aan-)getrokken en/of een plastic

zak over het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (vervolgens)

hebben/heeft dichtgebonden en/of het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft

blootgesteld aan onderkoeling en/of aan (uren durende) lichamelijke en

psychische stress (tengevolge van alle letsels samen), tengevolge waarvan die

[slachtoffer] is overleden,

en welk medeplegen van verdachte en/of verdachtes mededader(s) -naast hetgeen

hiervoor is vermeld, tevens (onder meer)- hierin heeft bestaan dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) in of omstreeks de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011 en/of in of omstreeks de maanden november/december

2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland, een sfeer van

onverdraagzaamheid jegens die [slachtoffer] hebben/heeft gecreëerd en/of

doen/laten ontstaan en/of (vervolgens) hebben/heeft besloten "het probleem [slachtoffer]" op te lossen en/of -om die reden- (conform tevoren gemaakte afspraken)

naar de woning van die [slachtoffer] zijn/is gegaan en/of aldaar een samenkomst

hebben/heeft geregeld en/of aldaar zijn/is gebleven en/of die [slachtoffer]

hebben/heeft opgewacht en/of -nadat het geweld tegen die [slachtoffer] was

begonnen- zich niet hebben/heeft gedistantiëerd (van de plannen en/of het

geweld tegen die [slachtoffer]) en/of niet hebben/heeft ingegrepen en/of de

-verdere- uitvoering van het geweld niet hebben/heeft verhinderd en/of geen

afstand hiervan hebben/heeft genomen en/of (vervolgens) het lichaam van die

[slachtoffer] hebben/heeft weggevoerd en/of verborgen, en/of de woning van die

[slachtoffer] hebben/heeft opgeruimd/schoongemaakt en/of sporen hebben/heeft

gewist;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[mededader 2] en/of [mededader 1] in of omstreeks de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011, althans in of omstreeks de maand(en)

november/december 2011, te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer] van het leven

hebben/heeft beroofd, hierin bestaande dat die [mededader 2] en/of die [mededader 1]

en/of haar/zijn/hun mededader(s) opzettelijk, na kalm beraad en rustig

overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, althans opzettelijk,

die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans met een scherp

voorwerp, in het hoofd, hals en/of het lichaam hebben/heeft gestoken en/of

gesneden en/of die [slachtoffer] met kracht met een (glazen) voorwerp op het

hoofd hebben/heeft geslagen en/of heftig botsend geweld op het hoofd van die

[slachtoffer] hebben/heeft toegepast en/of die [slachtoffer] meerdere malen met

kracht hebben/heeft geschopt, geslagen en/of gestompt en/of die [slachtoffer]

hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of een snoer om de hals van die

[slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (aan-)getrokken en/of een plastic zak

over het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (vervolgens)

hebben/heeft dichtgebonden en/of het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft

blootgesteld aan onderkoeling en/of aan (uren durende) lichamelijke en

psychische stress (tengevolge van alle letsels samen), tengevolge waarvan die

[slachtoffer] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 30 november 2011 tot en met 3 december 2011 en/of in of omstreeks

maanden november/december 2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in

Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te

zijn,

welke medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een sfeer

van onverdraagzaamheid jegens die [slachtoffer] heeft gecreëerd en/of doen/laten

ontstaan en/of (vervolgens) heeft besloten "het probleem [slachtoffer]" op te

lossen en/of -om die reden- (conform tevoren gemaakte afspraken) naar de

woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of aldaar een samenkomst heeft geregeld

en/of aldaar is gebleven en/of die [slachtoffer] heeft opgewacht en/of -nadat het

geweld tegen die [slachtoffer] was begonnen- zich niet heeft gedistantiëerd (van

de plannen en/of het geweld tegen die [slachtoffer]) en/of niet heeft ingegrepen

en/of de -verdere- uitvoering van het geweld niet heeft verhinderd en/of geen

afstand hiervan heeft genomen en/of (vervolgens) het lichaam van die [slachtoffer] heeft weggevoerd en/of verborgen, en/of de woning van die [slachtoffer]

heeft opgeruimd/schoongemaakt en/of sporen heeft gewist;

meer subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 30 november 2011 tot en met 3 december

2011, althans in of omstreeks de maand(en) november/december 2011, te Velp,

gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met

voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel heeft

toegebracht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren

genomen besluit, althans opzettelijk, die [slachtoffer] een of meerdere malen met

een mes, althans met een scherp voorwerp, in het hoofd, hals en/of het lichaam

hebben/heeft gestoken en/of gesneden en/of die [slachtoffer] met kracht met een

(glazen) voorwerp op het hoofd hebben/heeft geslagen en/of heftig botsend

geweld op het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft toegepast en/of die [slachtoffer] meerdere malen met kracht hebben/heeft geschopt, geslagen en/of

gestompt en/of die [slachtoffer] hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

een snoer om de hals van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of

(aan-)getrokken en/of een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer]

hebben/heeft gedaan en/of (vervolgens) hebben/heeft dichtgebonden en/of het

lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft blootgesteld aan onderkoeling en/of

aan (uren durende) lichamelijke en psychische stress (tengevolge van alle

letsels samen),

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad,

en welk medeplegen van verdachte en/of verdachtes mededader(s) -naast hetgeen

hiervoor is vermeld, tevens (onder meer)- hierin heeft bestaan dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) in of omstreeks de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011 en/of in of omstreeks de maanden november/december

2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland, een sfeer van

onverdraagzaamheid jegens die [slachtoffer] hebben/heeft gecreëerd en/of

doen/laten ontstaan en/of (vervolgens) hebben/heeft besloten "het probleem [slachtoffer]" op te lossen en/of -om die reden- (conform tevoren gemaakte afspraken)

naar de woning van die [slachtoffer] zijn/is gegaan en/of aldaar een samenkomst

hebben/heeft geregeld en/of aldaar zijn/is gebleven en/of die [slachtoffer]

hebben/heeft opgewacht en/of -nadat het geweld tegen die [slachtoffer] was

begonnen- zich niet hebben/heeft gedistantiëerd (van de plannen en/of het

geweld tegen die [slachtoffer]) en/of niet hebben/heeft ingegrepen en/of de

-verdere- uitvoering van het geweld niet hebben/heeft verhinderd en/of geen

afstand hiervan hebben/heeft genomen en/of (vervolgens) het lichaam van die

[slachtoffer] hebben/heeft weggevoerd en/of verborgen, en/of de woning van die

[slachtoffer] hebben/heeft opgeruimd/schoongemaakt en/of sporen hebben/heeft

gewist;

meest subsidiair:

[mededader 2] en/of [mededader 1] in of omstreeks de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011, althans in of omstreeks de maand(en)

november/december 2011, te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar

lichamelijk letsel hebben/heeft toegebracht, hierin bestaande dat die

[mededader 2] en/of die [mededader 1] en/of haar/zijn/hun mededader(s) opzettelijk, na

kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit,

althans opzettelijk, die [slachtoffer] een of meerdere malen met een mes, althans

met een scherp voorwerp, in het hoofd, hals en/of het lichaam hebben/heeft

gestoken en/of gesneden en/of die [slachtoffer] met kracht met een (glazen)

voorwerp op het hoofd hebben/heeft geslagen en/of heftig botsend geweld op het

hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft toegepast en/of die [slachtoffer] meerdere

malen met kracht hebben/heeft geschopt, geslagen en/of gestompt en/of die [slachtoffer] hebben/heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of een snoer om de hals

van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (aan-)getrokken en/of een plastic

zak over het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft gedaan en/of (vervolgens)

hebben/heeft dichtgebonden en/of het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft

blootgesteld aan onderkoeling en/of aan (uren durende) lichamelijke en

psychische stress (tengevolge van alle letsels samen),

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 30 november 2011 tot en met 3 december 2011 en/of in of omstreeks

maanden november/december 2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in

Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te

zijn,

welke medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een sfeer

van onverdraagzaamheid jegens die [slachtoffer] heeft gecreëerd en/of doen/laten

ontstaan en/of (vervolgens) heeft besloten "het probleem [slachtoffer]" op te

lossen en/of -om die reden- (conform tevoren gemaakte afspraken) naar de

woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of aldaar een samenkomst heeft geregeld

en/of aldaar is gebleven en/of die [slachtoffer] heeft opgewacht en/of -nadat het

geweld tegen die [slachtoffer] was begonnen- zich niet heeft gedistantiëerd (van

de plannen en/of het geweld tegen die [slachtoffer]) en/of niet heeft ingegrepen

en/of de -verdere- uitvoering van het geweld niet heeft verhinderd en/of geen

afstand hiervan heeft genomen en/of (vervolgens) het lichaam van die [slachtoffer] heeft weggevoerd en/of verborgen, en/of de woning van die [slachtoffer]

heeft opgeruimd/schoongemaakt en/of sporen heeft gewist;

2.

zij in of omstreeks de periode van 30 november 2011 tot en met 3 december 2011

te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een lijk, te weten: het

stoffelijk overschot van [slachtoffer], heeft verborgen, weggevoerd en/of

weggemaakt, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te

verhelen, door toen aldaar met dat oogmerk de handen/polsen en/of de enkels

van die [slachtoffer] bij elkaar/vast te binden en/of over het hoofd van die [slachtoffer] een plastic zak te doen en/of over die zak een riem te doen en/of het

lichaam van die [slachtoffer] te wikkelen/rollen in een tapijt en/of in een

dekbed en/of een touw om dat tapijt/dekbed te wikkelen en/of te knopen en/of

de woning van [slachtoffer] op te ruimen en/of schoon te maken en/of sporen te

wissen en/of het lichaam van die [slachtoffer] te dragen/vervoeren naar en/of te

deponeren/verbergen in een berging/kelderbox, behorende bij de woning van die

[slachtoffer], en/of de deur van die berging/kelderbox af te sluiten en/of het

lichaam van die [slachtoffer] aldaar achter te laten,

en welk medeplegen van verdachte -naast hetgeen hiervoor is vermeld, tevens

(onder meer)- hierin heeft bestaan dat verdachte in of omstreeks de periode

van 30 november 2011 tot en met 3 december 2011 te Velp, gemeente Rheden,

en/of (elders) in Nederland, in de woning van die [slachtoffer] is gebleven en/of

zich niet heeft gedistantiëerd, niet heeft ingegrepen en/of de -verdere-

uitvoering (van het verbergen, wegvoeren en/of wegmaken van het lichaam van

die [slachtoffer]) niet heeft verhinderd en/of geen afstand hiervan heeft

genomen;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[mededader 2] en/of [mededader 1] in of omstreeks de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een lijk, te weten: het stoffelijk overschot van [slachtoffer], hebben/heeft

verborgen, weggevoerd en/of weggemaakt, met het oogmerk om het feit of de

oorzaak van het overlijden te verhelen, door toen aldaar met dat oogmerk de

handen/polsen en/of de enkels van die [slachtoffer] bij elkaar/vast te binden

en/of over het hoofd van die [slachtoffer] een plastic zak te doen en/of over die

zak een riem te doen en/of het lichaam van die [slachtoffer] te wikkelen/rollen

in een tapijt en/of in een dekbed en/of een touw om dat tapijt/dekbed te

wikkelen en/of te knopen en/of de woning van [slachtoffer] op te ruimen en/of

schoon te maken en/of sporen te wissen en/of het lichaam van die [slachtoffer] te

dragen/vervoeren naar en/of te deponeren/verbergen in een berging/kelderbox,

behorende bij de woning van die [slachtoffer], en/of de deur van die

berging/kelderbox af te sluiten en/of het lichaam van die [slachtoffer] aldaar

achter te laten,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 30 november 2011 tot en met 3 december 2011 te Velp, gemeente

Rheden, en/of (elders) in Nederland medeplichtig is geweest door het

opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of

door opzettelijk behulpzaam te zijn,

welke medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat verdachte in de

woning van die [slachtoffer] is gebleven en/of zich niet heeft gedistantiëerd,

niet heeft ingegrepen en/of de -verdere- uitvoering (van het verbergen,

wegvoeren en/of wegmaken van het lichaam van die [slachtoffer]) niet heeft

verhinderd en/of geen afstand hiervan heeft genomen;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 23 april 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie, mr. A. Zuil, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 3 december 2011 rond 01.55 uur wordt in de kelderbox behorende bij de woning aan de [adres] te Velp, gemeente Rheden, het levenloze lichaam van [slachtoffer] aangetroffen. De deur naar deze kelderbox was afgesloten. In de betreffende woning waren aanwezig: [mededader 2], verdachte (hierna: [verdachte]), [mededader 1] en [naam 1]. [slachtoffer] lag op een stoffen tweezitbankje gewikkeld in een deken/sprei en daaromheen een stuk tapijt. Om het stuk tapijt was een wit touw gewikkeld en geknoopt. Dit touw was bevestigd aan een veter waarmee beide enkels van [slachtoffer] aan elkaar vast waren gebonden. Het hoofd was verpakt in een plastic draagtas; over deze tas en om de nek was een riem bevestigd. Om de nek was tevens een snoer, mogelijk een luidsprekersnoer, gewikkeld en vastgeknoopt. De handen waren op de rug met twee tiewraps en een veter aan elkaar vastgebonden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde op grond van het navolgende, voor zover relevant:

- De letseldateringen en het tijdsverloop zoals door de deskundigen beschreven zijn niet verklaarbaar vanuit het dossier. Dit, in samenhang met de onduidelijke doodsoorzaak, maakt dat er te veel twijfel bestaat over het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel en de daarop volgende uitgevoerde letseldatering om aan te nemen dat de verklaring van de verdachten over de gang van zaken niet naar waarheid is geweest. In het geval de rechtbank het oordeel van de deskundigen wel zou volgen, is de verdediging van oordeel dat een contra-expertise noodzakelijk is.

- er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, nu er geen sprake was van een vooropgezet plan waarvan verdachte op de hoogte was en het dossier geen aanknopingspunten biedt voor enige gezamenlijke uitvoering in de zin dat verdachte hieraan mee zou hebben geholpen.

De verdediging heeft tevens vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde, nu verdachte geen handelingen heeft verricht hierbij en zij ook geen wetenschap had van het overlijden van [slachtoffer], zodat van opzet geen sprake kan zijn.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De letsels en de datering daarvan

Bij de sectie is gebleken dat er tekenen waren van zeer heftig botsend geweld op hoofd (een halfcirkelvormige vrij scherprandige huidklieving met een middellijn van circa 4-4,5 cm achter op het hoofd, met in de wond meerdere heldere scherven, mogelijk glasscherven), mogelijk (deels) toegebracht met een (half-) rond en waarschijnlijk glazen voorwerp. Dit letsel is bij leven ontstaan en kan leiden tot vermindering of verlies van handelingsbekwaamheid.

Verder is er een steekletsel links in de hals aangetroffen met een steekkanaal van 8 cm met klieving van de schildklier en het voorste deel van de wervelkolom. Dit letsel is bij leven ontstaan en heeft geleid tot vrij substantieel bloedverlies, maar niet tot verbloeding. Dit letsel is bij leven ontstaan en kan hebben bijgedragen aan het overlijden door het daardoor opgetreden bloedverlies, hetgeen geleid kan hebben tot bewustzijnsvermindering.

Voorts waren er zeer veel letsels – waaronder steek- en prikletsels – die bij leven zijn ontstaan, hetgeen heeft geleid tot lichamelijke stress door pijn en psychische stress. De stress draagt bij aan verslechtering van de algehele toestand. Tevens waren er tekenen van onderkoeling (bloeduitstortingen in het maagslijmvlies); dergelijke onderkoeling ontstaat over een lange periode van meerdere uren en draagt bij aan verslechtering van de algehele toestand en kan leiden tot de dood. Nu er sprake was van een plastic zak die om het hoofd was gebonden, moet er rekening worden gehouden met mogelijke verstikking indien deze zak bij leven is aangebracht. Hartfalen, als oorzaak van de (voor verstikking kenmerkende en in deze zaak aangetroffen) bloedstuwingen in hersenen en rotsbeenderen, kan niet geheel worden uitgesloten, maar is iets minder waarschijnlijk.

Twee steekletsels in de schouder en links in de hals zijn waarschijnlijk circa 3 tot 6 uren doch niet meer dan 12 uren voor het overlijden ontstaan. Een letsel aan het linkeroor en een steekletsel in de linkerwang waren ongeveer een half uur tot één uur voor het overlijden ontstaan. De letsels op het behaarde hoofd en onder de ribbenboog waren minuten voor het overlijden ontstaan. Ten slotte waren er letsels aan de hals en het rechterbeen tengevolge van omsnoering die rond of misschien na het overlijden waren ontstaan.

Het toebrengen van de verschillende letsels strekte zich uit over een periode van tussen de 3 en 6 uur maar zeker niet circa 12 uur of langer. Een periode van 3 tot 6 uur wordt waarschijnlijker geacht dan 6 tot 12 uur. De verwonding op het achterhoofd is zeker veel later aangebracht dan het steekletsel in de hals.

Het overlijden van [slachtoffer] is het gevolg van zeer heftig botsend geweld op het hoofd in combinatie met bloedverlies ten gevolge van een steekletsel, onderkoeling en (waarschijnlijk uren durende) lichamelijke en psychische stress opgetreden ten gevolge van alle letsels samen. Het is niet uit te sluiten dat ook verstikking heeft bijgedragen aan het overlijden.

Beide pathologen [patholoog 1] en [patholoog 2] concluderen onafhankelijk van elkaar dat er enkele uren zijn verstreken voordat [slachtoffer] is komen te overlijden ([patholoog 2] op basis van de letseldatering en [patholoog 1] op basis van de vastgestelde onderkoeling over een lange periode van meerdere uren). Beide deskundigen zijn ter terechtzitting nader ondervraagd over hun bevindingen. [patholoog 2] heeft verklaard geen twijfel te hebben over de door hem geconstateerde letseldatering. Zijn onderzoek is gebaseerd op de werking van het immuunsysteem. Ziekten, medicijnen en bloedverlies kunnen weliswaar van invloed zijn op de meetgegevens, maar het gaat om patronen die door het onderzoek zichtbaar worden, en trajecten waarin bepaalde markers actief zijn. Van ziekten en medicijnen die van invloed zouden kunnen zijn, is overigens volgens [patholoog 1] niet gebleken. Geconfronteerd met het gegeven dat de verklaring van [mededader 2] neerkomt op een andere volgorde van het toebrengen van de letsels en een aanzienlijk beperkter tijdsbestek, heeft [patholoog 2] verklaard desondanks achter zijn bevindingen te blijven staan.

De verdediging heeft –voorwaardelijk- verzocht een andere deskundige te benoemen voor een contra-expertise inzake de letseldatering, maar dat verzoek wordt afgewezen. Van de zijde van de verdediging is de deskundigheid van [patholoog 2] en [patholoog 1] niet in twijfel getrokken, noch de door hen gehanteerde onderzoeksmethoden. Haar standpunt komt er op neer dat de bevindingen van de deskundigen onjuist moeten zijn, enkel en alleen omdat verdachten anders verklaren over de volgorde van de letsels en het tijdsbestek waarbinnen zij zijn toegebracht.

Gelet op een en ander, acht de rechtbank het verrichten van contra-expertise niet noodzakelijk.

Tijdlijn van gebeurtenissen op 30 november 2011

Op de bewuste dag, 30 november 2011, belt [mededader 2] om 13.31 uur en om 15.59 uur met [naam 1] in het Huis van Bewaring. Zij heeft verklaard dat [naam 1] tegen haar zegt dat wanneer zij het niet doet, [naam 1] het dan wel zelf zal doen.

Om 16:09:51 uur, om 16:11:12 uur en 16:11:37 uur belt [mededader 2] naar de vaste telefoonlijn van [slachtoffer] [slachtoffer] maar krijgt telkens geen gehoor.

[verdachte] was op 30 november 2011 in de woning aan de [adres] te Velp aanwezig. Tussen woensdag 30 november 2011 omstreeks 15.37 uur en donderdag 1 december 2011 omstreeks 3.17 uur waren er 164 registraties van sms- of gesprekscontacten met telefoonnummer [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [mededader 2] ), waarvan bij 161 registraties het toestel zich binnen het bereik van de zendmast aan de Korte Wal 237 in Velp Gelderland bevond. De woning aan de [adres] in Velp bevindt zich eveneens binnen het bereik van voornoemde zendmast. Bij twee andere registraties op 30 november 2011 (omstreeks 19.59 uur respectievelijk 20.21 uur) bevond de telefoon zich binnen het bereik van de zendmast aan de Hoofdstraat 108 in Velp en op donderdag 1 december 2011 omstreeks 01.06 uur bevond de telefoon zich binnen het bereik van de zendmast aan de Schaarsweg 4 in Rheden.

Om 16.41 uur verstuurt [mededader 2] een chatbericht naar [naam 3] met de inhoud: “ja, maar die kankerlijer is gevlucht we blijven nu wachten ook nou ben ik echt pist”.

Om 17.47 uur stuurt [mededader 2] een sms-bericht naar [naam 2]: “doe maar om 21.00 omhoog plaatsen moet nu eerst effe belangrijks oplossen”. Daarmee wordt bedoeld, volgens de verklaring van [mededader 2], dat hij nog even moest wachten met het plaatsen van een advertentie voor haar prostitutie-activiteiten.

Om 18.20 uur smst [mededader 2] naar de escortservice waar zij werkt: “ben wat langer afwezig moet effe wat problemen oplossen xxxx laat weer weten als ik er weer ben”.

[slachtoffer] is op 30 november 2011 vanaf ongeveer 19.00 uur bij de training van FC Presikhaaf aanwezig geweest en heeft daarna nog wat gedronken in de kantine.

In de tijd dat [slachtoffer] weg was, zijn [mededader 2] en [mededader 1] naar [naam 5] geweest. Zij waren bij [naam 5] tussen 19.00 uur en 20.00 uur en zijn ongeveer tien minuten bij hem binnen geweest. Vervolgens zijn ze te voet weer naar [verdachte] gegaan. Enige tijd later kwam [slachtoffer] weer binnen.

Om 21.53 uur wordt er met het telefoonnummer van [mededader 2] gebeld naar het nummer [telefoonnummer 3] (de vaste telefoonaansluiting van de woning aan de [adres] in Velp). Omstreeks 22.19 uur wordt er met het telefoonnummer van [mededader 2] een sms-bericht gestuurd, waarna er tot ongeveer 22.40 uur geen uitgaande gesprekken plaatsvinden en geen sms-berichten worden verzonden.

[slachtoffer] heeft de kantine van de voetbalvereniging tussen 22.00 uur en 22.30 uur verlaten. De afstand van de voetbalvereniging naar de woning van [slachtoffer] kan per fiets in tussen de 6,12 en 6,33 minuten worden afgelegd.

Omstreeks 22.46 uur belt [mededader 2] met [naam 4]. [naam 4] heeft verklaard dat zij de woensdag voor Sinterklaas rond 23.00 uur een telefoontje kreeg van [mededader 2]. [mededader 2] vroeg haar of ze iets voor haar wilde doen. Of ze naar haar toe kon komen en haar ergens mee wilde helpen. Op de vraag waarmee ze [mededader 2] kon helpen, antwoordde [mededader 2] dat ze dat over de telefoon niet kon vertellen. Wel zei ze dat het iets is wat rond heeft gelopen en nooit meer rond kan lopen. [naam 4] dacht dat ze nog gevraagd had of het een dier was en dat [mededader 2] daarop met nee antwoordde. [naam 4] hoorde tijdens het gesprek op de achtergrond bij [mededader 2] iets vallen. Toen ze vroeg wat er gebeurde zei [mededader 2] dat er een vaas viel. Ze deed er lacherig over. Verder hoorde [naam 4] op de achtergrond een stem van een man die voor haar niet bekend was.

Op 1 december 2011, omstreeks 01.31 uur en omstreeks 02.18 uur, wordt via [telefoonnummer 3] (de vaste telefoonaansluiting van de woning aan de [adres] in Velp) gebeld naar [telefoonnummer 2] (in gebruik bij [naam 7]), waarbij de laatstgenoemde telefoon zich binnen het bereik van een zendmast in Arnhem bevindt. Omstreeks 02.27 uur wordt door [telefoonnummer 2] gebeld naar [telefoonnummer 3], waarbij de telefoon met nummer [telefoonnummer 2] zich bevindt binnen het bereik van een zendmast in Velp. [naam 7] verklaarde dat hij in de vroege ochtend van 1 december 2011 is gebeld door een chatvriendin (rechtbank: [verdachte]) met de vraag of hij kon komen omdat ze hulp nodig had. Hij is vervolgens naar de woning van die chatvriendin in Velp gegaan. In die woning waren behalve zijn chatvriendin ook een jongen en een meisje aanwezig. De chatvriendin vroeg aan hem of hij iemand voor haar kon wegbrengen.

De telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [mededader 2] ) bevond zich in de vroege ochtend van donderdag 1 december 2011 - met uitzondering van een registratie om 01.06 uur waarbij een mast in Rheden is aangestraald - tot omstreeks 03.17 uur binnen het bereik van de zendmast aan de Korte Wal 237 in Velp Gelderland. De woning aan de [adres] in Velp bevindt zich eveneens binnen het bereik van voornoemde zendmast.

Verbalisanten hebben de camerabeelden van tankstation Esso Velperbroek in Velp bekeken en gezien dat [mededader 2] en [mededader 1] op 1 december 2011 omstreeks 03.03 uur bij het tankstation aan komen lopen en de shop binnen gaan. De reistijd te voet van de [adres] te Velp naar tankstation Esso aan de Pres. Kennedylaan 108 A te Velp bedraagt 11 tot 14 minuten.

Tussenconclusie

Op basis van de voorhanden bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het volgende scenario.

Uit de sms- c.q. chatberichten van [mededader 2] van 16.41 uur, 17.47 uur en 18.20 uur leidt de rechtbank af dat zij iets van plan waren die avond. Volgens [mededader 2] had zij eerder al aan enkele bekenden laten weten dat zij [slachtoffer] ooit een portie klappen zou geven om een einde te maken aan de voortdurende twisten tussen [slachtoffer] en [verdachte].

Er is onvoldoende bewijs voorhanden om er van uit te kunnen gaan uit dat verdachten reeds in het begin van de avond het plan hadden opgevat om [slachtoffer] van het leven te beroven. Alleen al het feit dat daarvoor geen voorbereidende maatregelen waren genomen voor het wegmaken van het lijk en het voorkomen van allerlei belastende sporen in de woning, vormen een contra-indicatie daarvoor. De rechtbank gaat er wel van uit dat het al langer bestaande voornemen van [mededader 2] om [slachtoffer] een lesje te leren en hem een portie klappen te geven, die dag/avond werd geconcretiseerd, wellicht getriggerd door de opmerking van [naam 1] eerder die dag dat als [mededader 2] het niet deed, hij het zelf wel zou doen. [naam 2] heeft verklaard dat hij op 30 november veel sms-contact heeft gehad met [mededader 2], die daarbij zou hebben aangegeven dat zij de ruzie die haar schoonmoeder [rb: waarmee wordt bedoeld: [verdachte]] had, zou gaan rechtzetten. Ook de omstandigheid dat [slachtoffer] had gezegd dat [verdachte] de woning op 1 december zou moeten verlaten, kan hebben bijgedragen aan het plan om die avond haar woorden kracht bij te zetten.

Op het moment dat [slachtoffer] op woensdag 30 november 2011 tussen 22.00 uur en 22.30 uur in zijn woning aankwam, ging er bij [mededader 2] een knop om, zo heeft zij verklaard. Vrij snel daarna heeft ze hem met een mes in de hals gestoken terwijl hij op de bank zat. Hierbij zijn de eerste letsels toegebracht en dus in ieder geval de steekletsels in de schouder en links in de hals toegebracht.

Dit vindt steun in de bevinding dat er in de woonkamer op de muur aan de achterzijde van de eenzitsbank en de daar tegenover liggende muur bloedsporen aanwezig waren.

[verdachte] heeft verklaard dat [mededader 2] en [mededader 1] in de woning waren toen [slachtoffer] binnenkwam en toen is het heel snel gegaan. [slachtoffer] ging op de bank zitten en [mededader 2] liep op hem af, pakte een glazen voorwerp van tafel en sloeg hem daarmee. Toen liep ze de keuken in en kwam terug met een mes. [mededader 1] hield intussen [slachtoffer] vast, terwijl ze daar op de bank bezig waren. Volgens [verdachte] is zij toen de slaapkamer ingevlucht en heeft zij verder niets gezien, alleen gehoord dat [mededader 2] even later zei: "nou zegt hij niks meer". Voorts heeft [verdachte] verklaard dat [slachtoffer] op de grond was gevallen en dat [mededader 2] op hem intrapte, op zijn kruis trapte, terwijl [mededader 1] hem vasthield.

Bij de steekverwonding in de hals is een ader geraakt, hetgeen tot veel bloedverlies moet hebben geleid, maar niet in die mate dat [slachtoffer] is doodgebloed. Klaarblijkelijk hebben verdachten gedacht dat het slachtoffer was overleden, getuige het hiervoor gereleveerde telefoongesprek met [naam 4] om 22.46 uur. Zij zegt immers met een cryptische formulering dat er iemand dood is. Gelet op de hiervoor besproken bevindingen van de deskundigen, was die conclusie voorbarig: volgens [patholoog 2] was het eerste letsel (de verwonding in de hals) toegebracht 3 tot 6 uur vóór het overlijden en [patholoog 1] heeft aanwijzingen gevonden voor onderkoeling die over een periode van enkele uren heeft plaatsgevonden. Zowel [verdachte] als [mededader 2] verklaren dat [mededader 2] als eerste [slachtoffer] met glazen voorwerpen achter op het hoofd sloeg en meteen daarna hem met een mes in de hals stak. Die volgorde is echter onjuist, blijkens de bevindingen van de deskundigen over de letseldatering.

[mededader 2] heeft verklaard dat ze vervolgens samen met [mededader 1] de woning heeft opgeruimd en [slachtoffer] naar de slaapkamer heeft gebracht. Daar heeft hij wel zo’n drie uur gelegen. Dit wordt ondersteund doordat verbalisanten hebben gezien dat bij het laken op het bed op de slaapkamer rechts een positieve reactie optrad met luminol, hetgeen wijst op de aanwezigheid van bloed. Volgens [verdachte] vroeg [mededader 1] haar een stoffer en blik of een stofzuiger te pakken. Uiteindelijk heeft hij de stofzuiger gebruikt.

Uit deze gegevens kan niet anders worden afgeleid dan dat verdachten bij het om het leven brengen van [slachtoffer] hebben gehandeld met voorbedachte raad. Op enig moment tijdens het opruimen en/of inpakken van het lichaam en/of het overbrengen van het lichaam naar de kelderbox, moet hen duidelijk zijn geworden dat [slachtoffer] nog leefde. Immers, twee tot vijf uur nadat de eerste letsels zijn toegebracht, is het letsel aan het linkeroor en het steekletsel in de linkerwang toegebracht. De letsels op het behaarde hoofd en onder de ribbenboog zijn een half uur tot een uur daarna, te weten minuten voor het overlijden, ontstaan. Al deze letsels zijn bij leven toegebracht volgens de deskundigen. Het aldus toebrengen van nog meer letsels, de ontstane onderkoeling (versneld door het bloedverlies) en de lichamelijke en psychische stress die daardoor moet zijn ontstaan, heeft uiteindelijk de dood bewerkstelligd. Dit alles heeft zich afgespeeld in een tijdbestek van tenminste drie uren. Dit past ook in het beeld dat de telecom-gegevens opleveren.

In deze periode hadden verdachten iedere minuut opnieuw de gelegenheid zich te bezinnen en terug te keren op hun schreden. Immers, geen van de letsels heeft afzonderlijk de dood veroorzaakt, maar het samenstel daarvan, in combinatie met de onderkoeling en de stress. Dit hebben zij niet gedaan, integendeel, zij hebben het slachtoffer alleen maar meer letsel toegebracht, als laatste de verwondingen op het hoofd.

De letsels aan de hals en het rechterbeen tengevolge van omsnoering zijn rond of misschien na het overlijden ontstaan. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen of de plastic zak om het hoofd en riem en het snoer om de nek, alsmede de veter om de enkels en de tiewraps om de polsen bij leven of na het overlijden zijn aangebracht.

Het medeplegen

[verdachte] is in de woning aanwezig geweest die avond. Zij heeft verklaard gezien te hebben dat [mededader 2] op het hoofd sloeg en met een mes stak. Zij is toen naar haar slaapkamer gevlucht en toen zij weer buiten kwam, was er niets meer te zien. Zij zou pas tijdens de politie-inval vrijdag, toen zij werd aangehouden, voor het eerst gehoord hebben dat [slachtoffer] overleden was. Met het schoonmaken van de woning zou zij zich niet bemoeid hebben. Zij zou ook niet geweten hebben dat het lijk in de kelderbox lag.

Deze verklaring wordt echter op diverse punten tegengesproken. [naam 1] heeft gezegd dat hij vrijdagmiddag telefonisch van zijn moeder, [verdachte], heeft gehoord dat er iets gebeurd was. Hij is toen naar haar toegegaan en toen heeft [verdachte] hem verteld dat het in de nacht van woensdag op donderdag uit de hand was gelopen, dat [mededader 2] de eerste klap heeft gegeven, dat er gestoken, gewurgd en geslagen schijnt te zijn en dat hij niet naar de kelder mocht. Ze vertelde hem dat [mededader 2] en [mededader 1] aanwezig waren, dat het heel snel ging en uit de hand liep en dat hij naar beneden was gebracht. [mededader 2] had hem gestoken en [mededader 1] zou hem hebben gewurgd.

[mededader 2] heeft voorts verklaard dat [verdachte] aanwezig was en heeft staan kijken. Zij heeft geen enkele poging ondernomen haar tegen te houden. Na afloop heeft zij wel het bloed opgeruimd en alles in zakken gedaan. [verdachte] heeft [mededader 2] de sleutel van de kelderbox gegeven en heeft meegeholpen de bebloede bekleding van de bank los te snijden en in zakken te doen. De stelling van [verdachte] dat zij al die tijd op haar slaapkamer zat en niet bij haar telefoon kon komen, is niet alleen ongeloofwaardig, maar wordt ook gelogenstraft door het gegeven dat zij gedurende de hele avond heeft ge-sms’t met haar zoon [naam 6]. Haar verklaring dat anderen met de bewuste sms’jes zouden hebben gestuurd naar [naam 6], is onwaarachtig, nu zij tegelijkertijd toegeeft enkele van de sms’jes wel te hebben verzonden en de andere twee verdachten zelf over een telefoon beschikten. Bovendien kende [mededader 1] [naam 6] niet en had [mededader 2] [naam 6] nummer in haar eigen telefoon staan.

Volgens haar eigen verklaring heeft [mededader 2] het slachtoffer geslagen en gestoken. Volgens [verdachte] was [mededader 1] daarbij aanwezig en haar behulpzaam door [slachtoffer] vast te houden. [mededader 2] heeft verklaard dat [verdachte] de hele tijd aanwezig was, niets heeft gedaan en stond toe te kijken en vervolgens heeft mee geholpen de woning schoon te maken en belastende sporen te verwijderen en haar de sleutel van de kelderbox heeft gegeven zodat daar voorlopig het lijk kon worden opgeborgen.

In aanmerking genomen dat tussen het eerste letsel en het overlijden tenminste drie uren zijn verstreken, acht de rechtbank zowel [mededader 2], [mededader 1] als [verdachte] aansprakelijk voor het uiteindelijke overlijden. Op z’n minst vanaf het toebrengen van het eerste letsel is er een bewuste en nauwe samenwerking ontstaan en geen van de verdachten heeft de keten van gebeurtenissen gestopt.

Ten aanzien van feit 2

De tenlastelegging ziet op het ‘inpakken’ van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] en het verbergen daarvan in de kelderbox, niet op het voornemen van verdachten om het lijk op een later tijdstip ergens anders heen te brengen.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld of [slachtoffer] ten tijde van het vastbinden, inwikkelen in een dekbed en een tapijt en het dragen van zijn lichaam naar de berging/kelderbox al daadwerkelijk was overleden, zodat niet kan worden bewezen dat verdachten een lijk hebben verborgen, weggevoerd of weggemaakt.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

zij in de periode van 30 november 2011 tot en met 3 december

2011, te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin

bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk, na kalm

beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, die [slachtoffer] meerdere malen met een mes, in het hoofd, hals en het lichaam hebben/heeft

gestoken en/of gesneden en die [slachtoffer] met kracht met een glazen

voorwerp op het hoofd hebben/heeft geslagen en die [slachtoffer] meerdere

malen met kracht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft blootgesteld aan onderkoeling en/of aan uren durende lichamelijke en

psychische stress (tengevolge van alle letsels samen), tengevolge waarvan die

[slachtoffer] is overleden,

en welk medeplegen van verdachte en/of verdachtes mededader(s) -naast hetgeen

hiervoor is vermeld, tevens (onder meer)- hierin heeft bestaan dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) in de periode van 30 november 2011

tot en met 3 december 2011 te Velp, gemeente Rheden,-nadat het geweld tegen die [slachtoffer] was begonnen- zich niet hebben/heeft gedistantiëerd van het geweld tegen die [slachtoffer] en niet hebben/heeft ingegrepen en de

-verdere- uitvoering van het geweld niet hebben/heeft verhinderd en/of geen

afstand hiervan hebben/heeft genomen en (vervolgens) het lichaam van die

[slachtoffer] hebben/heeft weggevoerd en/of verborgen;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van moord

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie is tot deze eis gekomen gelet op de ernst van de feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om – indien de rechtbank onverhoopt tot een veroordeling komt – verdachte te veroordelen tot een straf gelijk aan het voorarrest, gelet op het feit dat verdachte nauwelijks een strafblad heeft, licht verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht, een zeer slechte gezondheid heeft en het delict rommelig en impulsief lijkt te zijn gepleegd.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 15 januari 2013;

• een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 27 augustus 2012, betreffende verdachte; en

• een triplerapportage van dr. [psychiater], psychiater, drs. [GZ-psycholoog], GZ-psycholoog en [forensisch milieuonderzoeker] forensisch milieuonderzoeker, gedateerd 16 augustus 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met [mededader 2] en [mededader 1] het slachtoffer, [slachtoffer], op een gruwelijke wijze om het leven gebracht. Er zijn diverse letsels toegebracht aan [slachtoffer] variërend van steekletsels, toegebracht 3 tot 6 uur voor zijn dood, tot hoofdletsel, ontstaan na heftig botsend geweld op het hoofd, enkele minuten voor zijn dood. De doodsoorzaak is uiteindelijk een combinatie geweest van dit hoofdletsel, bloedverlies ten gevolge van het steekletsel, onderkoeling en (waarschijnlijk uren durende) lichamelijke en psychische stress opgetreden ten gevolge van alle letsels samen. Met name dit tijdsverloop maakt de daad des te gruwelijker, het slachtoffer heeft langere tijd geleden alvorens hij is komen te overlijden. Na de eerste heftige geweldshandeling - een moment waarop alles nog gekeerd kon worden - zijn verdachte en zijn mededaders doorgegaan met het uitoefenen van geweld op [slachtoffer] en hebben ze hem vervolgens aan zijn lot overgelaten in een kelderbox, de handen en enkels vastgebonden en verpakt in tapijt en dekbed en een zak over zijn hoofd.

Verdachte en zijn mededaders hebben [slachtoffer] zijn leven ontnomen en hem vermoord in zijn eigen woning, een plek waar hij zich veilig had moeten kunnen voelen. De nabestaanden van [slachtoffer] zullen hun dierbare moeten missen en moeten leren omgaan met dit volstrekt zinloze verlies.

Moord is het ernstigste delict dat het Wetboek van Strafrecht kent. Deze moord heeft de dochter van [slachtoffer], zoals is gebleken uit de door de rechtbank ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring, diep geschokt en veel verdriet gedaan. Daarnaast heeft deze moord bij anderen in de directe omgeving van het slachtoffer en in de samenleving als geheel gevoelens van afschuw, angst en onveiligheid teweeggebracht.

Dit alles in overweging genomen is de rechtbank van oordeel dat het feit zo ernstig is, dat alleen een forse gevangenisstraf in aanmerking komt. Gelet op de gruwelijkheid van de moord, die de rechtbank verdachte zeer zwaar aanrekent, legt de rechtbank, in afwijking van de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf op ter hoogte van 18 jaar. Zowel het feit dat de rechtbank verdachte vrijspreekt van het onder 2 ten laste gelegde feit, alsmede de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte, hebben naar het oordeel van de rechtbank geen matigende invloed op de strafmaat.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47 en 289 van het Wetboek van Straf¬recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C. van Linschoten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2013.

mr. Hovens is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.