Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ7454

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
05/730352-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen e.d.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/730352-12 en 05/730574-12

Data zittingen : 08 november 2012 en 04 april 2013

Datum uitspraak : 18 april 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. M. van Keulen, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12:

1.

[medeverdachte1] en/of [medeverdachte2] op of omstreeks 05 februari 2012 te Westervoort, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [getuige1] en/of [getuige2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ca. 400 tot 500 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt de Coop, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte1] (wiens gezicht (gedeeltelijk) was bedekt met (een) (bivak)muts), dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [getuige1] en/of die Velders voornoemd heeft gericht en/of een zakje op de balie heeft gegooid waarbij die [medeverdachte1] hen dreigend de woorden heeft toegevoegd "op schieten, geld geld doe erin, meer geld meer geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 5 februari 2012 te Westervoort, gelegenheid en/of middelen heeft verschaft door toen opzettelijk die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] voornoemd in het bezit te stellen van zijn, verdachtes

(opgevoerde) scooter waarmee die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] zich hebben

begeven/vervoerd naar en/of van de plaats des misdrijfs (de Coop), althans vlakbij de plaats des misdrijfs;

2.

hij in of omstreeks de periode van 05 t/m 06 februari 2012 te Westervoort, nadat er op of omstreeks 5 februari 2012 te Westervoort, het misdrijf was gepleegd van afpersing (een overval op de Coop aldaar), althans nadat er enig misdrijf was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrokken, immers heeft verdachte de scooter en/of (de) gedragen kleding en/of de gebruikte nabootsing van een vuurwapen, welke door de dader(s )van die overval waren gebruikt bij die overval, direct na het plegen van die overval, in ontvangst heeft genomen van die dader(s) en (tijdelijk) onder zich heeft gehouden;

ten aanzien van parketnummer 05/730574-12

hij op of omstreeks 05 april 2012 te Duiven, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een drietal flessen bacardi, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Jumbo Supermarkten, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 04 april 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M. van Keulen, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. R. Leuven, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Er is sprake van een deels bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever Coop] namens de Coöp., pagina’s 679-680;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige1], pagina’s 681-682;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige2], pagina’s 683-685;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige3], pagina’s 686-688,

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige4], pagina’s 689-692;

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant1] en [verbalisant2], gedateerd 16 februari 2012, pagina 698;

- het proces-verbaal omschrijving wapens en munitie, opgemaakt door [verbalisant3], gedateerd 2 maart 2012 met bijlagen, pagina’s 701-704;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte1] met bijlagen, pagina’s 764-776 en pagina’s 798-808;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte2] met bijlagen, pagina’s 813-822 en pagina’s 830-832);

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 04 april 2013.

De rechtbank overweegt voorts ten aanzien van feit 2 het volgende.

Uit zijn verklaring ter terechtzitting van 04 april 2013 blijkt dat verdachte vantevoren wist dat zijn mededaders het nepvuurwapen zouden gebruiken bij de overval. Hij heeft voorts verklaard dat hij het nepvuurwapen voor de overval ook gezien had. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte wist dat zijn mededaders dus het nepvuurwapen bij zich zouden hebben tijdens en redelijkerwijs dus ook na de overval. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte er ernstig rekening mee moest houden dat, toen hij de bij de overval gebruikte spullen in ontvangst nam, ook het wapen daarbij zou zitten. Als hij niets met het wapen van doen had willen hebben, had hij de spullen moeten controleren. Dit heeft hij niet gedaan. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte met zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het nepvuurwapen in de tas zat, die na afloop van de overval in zijn scooter is gedaan.

Ten aanzien van parketnummer 05-730574-12 :

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever Jumbo] namens Jumbo, pagina’s 679-680;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 04 april 2013.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12

1.

[medeverdachte1] en [medeverdachte2] op 05 februari 2012 te Westervoort, met het oogmerk om zich en ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [getuige1] en/of [getuige2] hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ca. 400 tot 500 euro), toebehorende aan supermarkt de Coop, welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte1] (wiens gezicht (gedeeltelijk) was bedekt met (een) (bivak)muts), dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [getuige1] en/of die Velders voornoemd heeft gericht en/of een zakje op de balie heeft gegooid waarbij die [medeverdachte1] hen dreigend de woorden heeft toegevoegd "opschieten, geld geld doe erin, meer geld meer geld", , tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 5 februari 2012 te Westervoort, gelegenheid en/of middelen heeft verschaft door toen opzettelijk die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] voornoemd in het bezit te stellen van zijn, verdachtes

(opgevoerde) scooter waarmee die [medeverdachte1] en/of die [medeverdachte2] zich hebben begeven/ naar de plaats des misdrijfs (de Coop), ;

2.

hij in de periode van 05 t/m 06 februari 2012 te Westervoort, nadat er op 5 februari 2012 te Westervoort, het misdrijf was gepleegd van afpersing (een overval op de Coop aldaar), met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd heeft verborgen , immers heeft verdachte de scooter en/of (de) gedragen kleding en/of de gebruikte nabootsing van een vuurwapen, welke door de dader(s )van die overval waren gebruikt bij die overval, direct na het plegen van die overval, in ontvangst heeft genomen van die dader(s) en (tijdelijk) onder zich heeft gehouden.

ten aanzien van parketnummer 05/730574-12

hij op 05 april 2012 te Duiven, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een drietal flessen Bacardi, toebehorende aan Jumbo Supermarkten,

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12

Ten aanzien van feit 1:

Medeplichtigheid aan afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

Nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is wegmaken en verbergen

ten aanzien van parketnummer 05/730574-12

Diefstal

4a. De strafbaarheid van de feiten

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe is van mening dat haar cliënt, daar waar hij dient te worden aangemerkt als medeplichtige bij het delict van [medeverdachte1] en [medeverdachte2] (feit 1), ten aanzien van feit 2 moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, gelet op onder meer de uitspraak van de rechtbank ’s Hertogenbosch van 15 april 2009, LJN BI0920 en het arrest van het Hof ’s Hertogenbosch van 17 november 2010, LJN BO4266. De strafuitsluitingsgrond vermeld in artikel 189, derde lid van het Wetboek van Strafrecht is ook van toepassing op medeplichtigen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is het eens met de raadsvrouwe.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten aanzien van het tweede bewezenverklaarde feit dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Op grond van de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie moet worden aangenomen dat de wetgever de strafuitsluitingsgrond vermeld in artikel 189 derde lid van het Wetboek van Strafrecht eveneens van toepassing heeft willen doen zijn op degene die de in het eerste lid, aanhef en onder 1 en 2 vermelde handelingen verricht, mede ten einde gevaar van vervolging voor zichzelf te ontgaan. De rechtbank acht aannemelijk dat de bewezenverklaarde door verdachte verrichte handelingen onder 2 tevens zijn verricht ten einde gevaar van vervolging voor zichzelf te ontgaan. Ontslag van rechtsvervolging ten aanzien van het feit 2 dient naar het oordeel van de rechtbank daarom te volgen (HR 17 oktober 1995, NJ 1996, 337).

De overige feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van parketnummer 05/730352-12

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een beroep op psychische overmacht gedaan en gesteld dat haar cliënt dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Cliënt is gedurende een zeer lange periode intensief gepest en heeft daar ernstig onder geleden. De medeverdachte gaf cliënt het gevoel een ‘sterke’ vriend te zijn en dat gaf cliënt een veilig gevoel. Cliënt had een gegronde angst dat “nee” zeggen tegen de medeverdachte consequenties zou hebben in de vorm van pesten, bedreiging of agressie. Het idee dat cliënt weer in een dergelijke situatie terecht zou komen, verstikte hem en maakt dat hij geen andere uitweg zag dan meewerken aan hetgeen onder 1 is tenlastgelegd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat er geen sprake is van psychische overmacht bij verdachte. Er rustte geen zodanige druk op hem dat hij niet meer terug kon.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank verwerpt het beroep van de verdediging op psychische overmacht nu niet aannemelijk is geworden dat bij verdachte, ten tijde van het gepleegde delict, sprake was van een zodanig acute vorm van stress of dwang dat hij daaraan redelijkerwijs geen weerstand heeft kunnen of behoeven te bieden zodat hij het feit wel moest plegen. Ook overigens acht de rechtbank - gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting - het niet aannemelijk dat er sprake is geweest van een onmiddellijke (van buiten komende) drang waaraan verdachte geen weerstand kon bieden. Uit het enkele feit dat verdachte moeilijk “nee” kon zeggen tegen de medeverdachte volgt nog niet dat er sprake is van psychische overmacht. Ook blijkt uit het rapport van psycholoog [psycholoog], gedateerd 7 maart 2013, dat verdachte drie redenen had om deel te nemen aan de overval namelijk compensatie van zijn negatief zelfbeeld, angst voor medeverdachte en zijn vrienden en ook geldgebrek.

Derhalve is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte met toepassing van het jeugd-sanctierecht ter zake van het onder 1 van parketnummer 05/730352-13 en het onder parketnummer 05/730574-12 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen jeugdreclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij Jong Batelaar of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Tevens heeft hij geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie en tot de leerstraf Tools4U voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten, straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken en de rapportages over verdachte.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen goed, te weten de Yamaha scooter ([x]) verbeurd wordt verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe verzoekt de werkstraf gedeeltelijk voorwaardelijk op te leggen naast jeugdreclasseringstoezicht en behandeling nu zij zich afvraagt of een jeugddetentie en een werkstaf wel zinvol is. Zij is het eens met het opleggen van de leerstraf Tools4U.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 12 maart 2013;

• een voorlichtingsrapportage van de Reclassering Nederland, d.d. 27 september 2012 datum, betreffende verdachte en

• een monodisciplinair rapport van drs. [psycholoog], psycholoog, gedateerd 7 maart 2013.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte is medeplichtig geweest aan een overval, waarbij zijn mededaders de supermarkt de Coöp. hebben overvallen. Bij deze overval hebben zijn mededaders onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de slachtoffers ertoe gedwongen geld aan de mededaders af te geven. Dergelijke feiten schokken de samenleving in ernstige mate en de slachtoffers in het bijzonder. Deze feiten zijn ook aan verdachte toe te rekenen. Zijn mededaders hebben gebruik gemaakt van verdachtes opgevoerde scooter om sneller weg te komen. Daarnaast heeft verdachte drie flessen Bacardi gestolen bij de Jumbo.

In het opgemaakte reclasseringsrapport staat vermeld dat het voor verdachte moeilijk was op school omdat hij veel gepest werd en hij hier zich slecht tegen kon verweren. Hij heeft weinig zelfvertrouwen, neigt naar passief gedrag en laat zich gemakkelijk beïnvloeden door leeftijdsgenoten. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Geadviseerd wordt om een reclasseringstoezicht op te leggen.

GZ-psycholoog [psycholoog] komt in zijn pro justitia rapportage tot de conclusie dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar kan worden geacht. Bij verdachte is sprake van een aandachtstekortstoornis en er is sprake van een identiteitsprobleem als gevolg van een niet gunstig verloop van zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Verdachte functioneert niet leeftijdsadequaat op de domeinen van de verschillende ontwikkelingstaken. Rekening houdend met het verloop van zijn ontwikkeling en huidig functioneren, wordt geadviseerd het jeugd-sanctierecht toe te passen. De keuze om met verkeerde vrienden om te gaan geschiedde niet uit een vrije wil maar o.a. uit angst om gepest te worden door anderen. Verdachte zocht de bescherming bij een risico-vriend waarbij hij niet de gevolgen van heeft kunnen zien. Door de invloed van de ander c.q. medeverdachte was voor verdachte met betrekking tot het tenlastegelegde geen weg meer terug. Hij was niet in staat om “nee” te zeggen uit angst voor consequenties. Bij verdachte is mede vanwege een lange geschiedenis van gepest worden een structurele angst aanwezig voor bedreiging en agressie. Kort voorafgaand aan het tenlastegelegde speelde enige gewenste spanning een rol om deel te nemen,maar de spanning werd al snel ingewisseld voor de angst tijdens de overval en de consequenties wanneer hij zou afhaken. Verdachte’s geringe copingvaardigheden en weerbaarheid, zijn emotionele kwetsbaarheid en verhoogde mate van impulsiviteit vormen de belangrijkste factoren voor de kans op herhaling. Van belang is dat verdachte zich bewust is van de keuze van zijn vrienden. Door de gevoeligheid en angst voor sociale afwijzing is hij onvoldoende kritisch in zijn vriendenkeuze. Geadviseerd wordt om onder meer de leerstraf “Tools4U-Verlengd”op te leggen en daarnaast jeugdreclasseringstoezicht. Voorts wordt geadviseerd om verdachte ambulante behandeling te laten volgen bij Jong Batelaar.

De rechtbank volgt de conclusie van de GZ-psycholoog ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Dit betekent dat de rechtbank verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar acht voor het gebeurde. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en de straf die de mededaders hebben gekregen. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zal de rechtbank conform het advies van de deskundige het jeugd-sanctierecht toepassen. Ten voordele van de verdachte neemt de rechtbank mee dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en dat hij zelfstandig een assertiviteitstraining is gaan volgen bij Pro Persona.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp de Yamaha scooter ([x]) betreft een voorwerp met behulp waarvan het feit is begaan en behoort toe aan verdachte. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 48, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 2 van parketnummer 05/730352-12 ten laste gelegde, zijnde dit feit niet strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een jeugddetentie voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerleg¬ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef¬tijd van twee (2) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

dan wel niet is nagekomen de volgende bijzondere voorwaarde:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de Jeugdreclassering van de Bureaus Jeugdzorg Gelderland zullen worden gegeven, ook als dit zal inhouden het volgen van een ambulante forensische behandeling bij Jong Batelaar of een andere, vergelijkbare instelling, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan het Bureau Jeugdzorg Gelderland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht in geval van de tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie.

een leerstraf voor de duur van 30 (dertig) uren; veroordeelde dient deel te nemen aan de cursus Tools4U-Verlengd.

Bepaalt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Bepaalt dat deze leerstraf binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de leerstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

een werkstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren.

Bepaalt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen.

Bepaalt dat deze leerstraf binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de leerstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: de Yamaha scooter (X).

Aldus gewezen door:

mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. F.M.A. 't Hart, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 april 2013