Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6519

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-11-2013
Datum publicatie
10-09-2019
Zaaknummer
C/05/242543 / FA RK 13-11497
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek verklaring voor recht waaruit blijkt dat de moeder het eenhoofdig gezag heeft. Erkenning gezagsbeslissing Turkse rechter. Verklaring voor recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/242543 / FA RK 13-11497

Datum uitspraak: 21 november 2013

beschikking

in de zaak van

[naam] (nader te noemen: de moeder),

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. A. van den Berg te Arnhem,

tegen

[naam] (nader te noemen: de vader),

wonende te [woonplaats] (Turkije),

advocaat mr. C. Car te 's-Gravenhage.

Het verloop van de procedure

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift ingekomen ter griffie op 16 april 2013;

- de brief met bijlagen van mr. A. van den Berg, gedateerd 25 april 2013;

- de brief van mr. C. Car, gedateerd 09 september 2013;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, ingekomen ter griffie op 22 oktober 2013.

Gehoord ter zitting van 24 oktober 2013:

- de moeder, bijgestaan door mr. A. van den Berg;

- mr. C. Car namens de vader;

- de heer A. Rutgers, als zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (nader te noemen: de Raad).

Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de vader niet verschenen.

De minderjarige [kind 1] heeft haar mening omtrent het verzoek op 22 juli 2013 aan de kinderrechter kenbaar gemaakt.

De feiten

Partijen zijn op [datum] 1999 met elkaar gehuwd in Turkije. Uit het huwelijk van partijen zijn geboren de minderjarigen:

  • -

    [kind 1] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ;

  • -

    [kind 2] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] .

Bij beschikking van de Turkse rechter (de vierde rechtbank voor familiezaken te Istanbul) van 31 mei 2010 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is per 11 maart 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Nijmegen. De originele in het Nederlands vertaalde echtscheidingsbeschikking is gelegaliseerd middels apostille en overgelegd in deze procedure.

Bij voormelde echtscheidingsbeschikking van 31 mei 2010 is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen. Daarnaast is een inlichtingenplicht vastgelegd waarbij de moeder de vader dient te informeren omtrent het vermogen van de minderjarige en is een omgangsregeling bepaald, inhoudende dat de vader de minderjarige jaarlijks van 1 juli om 09:30 uur tot 31 juli om 18:00 uur bij zich neemt.

De vader bezit de Turkse nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse en Turkse nationaliteit.

Het verzoek

Door en namens de moeder is verzocht, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de beschikking van de Turkse rechtbank d.d. 25 mei 2010 te wijzigen in die zin dat de vastgestelde inlichtingenplicht alsmede de vastgestelde omgangsregeling met betrekking tot de minderjarigen stop te zetten dan wel op nihil te stellen;

  2. voor recht te verklaren dat de moeder alleen is belast met het gezag over de minderjarigen [kind 1] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] en [kind 2] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] .

Ter zitting is aanvullend voor het onder punt 1 verzochte subsidiair verzocht de moeder (alsnog) met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen te belasten.

Het verweer, tevens zelfstandig verzoek

Door en namens de vader is gemotiveerd verweer gevoerd en is verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren, althans de verzoeken van de moeder als ongegrond en/of onbewezen af te wijzen, subsidiair te bepalen dat de vader omgang zal hebben met de minderjarigen:

  • -

    de helft van de zomervakantie bij de vader in Turkije zullen zijn waarbij de moeder de minderjarigen naar Turkije brengt en haalt;

  • -

    iedere woensdag en zaterdag via skype contact met de vader zullen hebben.

Kosten rechtens.

De beoordeling

Door en namens de moeder is aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de moeder in juni 2007 met de vader en de minderjarigen naar Turkije is geremigreerd. Omdat de moeder daar niet kon aarden is zij na een kort verblijf in Turkije met de minderjarigen na enkele weken teruggekeerd naar Nederland. Daarna is in Turkije het huwelijk tussen partijen ontbonden. In de beschikking van de Turkse rechtbank is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen en is er een omgangsregeling vastgesteld. De moeder loopt in Nederland tegen problemen aan aangezien de beslissing niet wordt ingeschreven in het gezagsregister. De moeder is van mening dat de beslissing op grond van artikel 7 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 moet worden erkend. Indien de rechtbank toch een ander oordeel is toegedaan, heeft de moeder aanvullend het subsidiaire verzoek gedaan haar alsnog met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen te belasten. Tussen partijen is geen sprake van communicatie en er is sinds juli 2007 geen contact meer tussen zowel de vader en de minderjarigen als de vader en de moeder. De moeder is van mening dat er sprake is van het klem of verloren criterium. Ten aanzien van de omgangsregeling heeft de moeder aangegeven dat er nimmer uitvoering is gegeven aan de Turkse beslissing. Er is al zeer lange tijd geen sprake meer van omgang tussen de vader en de minderjarigen. De moeder is van mening dat indien de vader contact met de minderjarigen wenst, hier eerst naar gekeken moet worden. Het is niet in het belang van de minderjarigen om de door de Turkse rechtbank vastgestelde omgangsregeling na te komen, waarbij de minderjarigen iedere zomervakantie in Turkije doorbrengen. De moeder acht het van belang dat er eerst nader onderzoek door de Raad wordt verricht alvorens kan worden overgegaan tot een omgang tussen de vader en de minderjarigen. Indien er omgang moet zijn, acht de moeder het van belang dat deze onder begeleiding plaatsvindt. Volgens de moeder is het Nederlandse recht van toepassing op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961.

Namens de vader is aangevoerd dat het Turkse recht van toepassing is, aangezien het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (nog) niet in werking is getreden. Aangezien er door een Turkse rechtbank een beslissing is genomen en deze erkend moet worden, dient de moeder uitvoering te geven aan deze beslissing. De moeder dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek. De moeder heeft geen redengevende argumenten naar voren gebracht waarom er geen omgang tussen de vader en de minderjarigen kan zijn. De vader is bereid de reiskosten van de minderjarigen voor zijn rekening te nemen. Verder is de vader van mening dat partijen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uitoefenen. In het Turks recht is het ook niet gebruikelijk dat een ouder wordt belast met het gezag. Van een klem of verloren criterium is geen sprake. De vader is voor de moeder bereikbaar, waardoor overleg mogelijk is.

De zittingsvertegenwoordiger van de Raad heeft ten aanzien van de omgang naar voren gebracht dat er sprake is van een ingewikkelde zaak, waarbij de minderjarigen hun vader al meerdere jaren niet hebben gezien. Het is in het belang van de minderjarigen hun vader te leren kennen. Een eerste aanzet voor contact zou via skype kunnen zijn. Een raadsonderzoek is lastig aangezien de vader in Turkije woont. Voor een goed raadsonderzoek is het nodig dat beide partijen goed bereikbaar zijn.

De rechtbank overweegt het volgende.

Ten aanzien van de bevoegdheid en het toepasselijk recht

Namens de vader is naar voren gebracht dat de rechtbank bevoegd is op grond van artikel 8 Brussel II-bis. Nu Turkije geen verdragsstaat is bij dit verdrag, is naar het oordeel van de rechtbank Brussel II-bis niet van toepassing. Aangezien Turkije ook geen verdragsstaat is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, dient in kwesties betreffende Turkije te worden teruggevallen op het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961. In tegenstelling tot hetgeen namens de vader is aangevoerd, is Turkije wel verdragsstaat bij voormeld verdrag en is het verdrag wel in werking getreden.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1 juncto artikel 13, eerste lid van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 bevoegd is de rechter van de gewone verblijfplaats van de minderjarige. Tussen partijen is niet in geschil dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. De moeder woont in Nederland en de minderjarigen staan ook op haar adres ingeschreven. Op basis van het vorenstaande is de Nederlandse rechter bevoegd van de verzoeken kennis te nemen.

Ingevolge artikel 2 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 is het Nederlands recht van toepassing als de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland ligt. Nu hiervan sprake is, is het Nederlandse recht van toepassing.

Ten aanzien van het gezag

Voor de erkenning van gezagsbeslissingen uit Turkije geldt het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961. Artikel 7 van dat verdrag bepaalt dat maatregelen genomen door autoriteiten die krachtens dit verdrag bevoegd zijn, erkend worden in alle verdragsstaten.

Bij voormelde beslissing van de rechtbank te Istanbul (Turkije) zijn de minderjarigen aan de moeder toevertrouwd en is aan de moeder het voogdijschap over de minderjarigen toegewezen. De rechtbank gaat ervan uit dat het begrip voogdij zoals dat in deze uitspraak is genoemd, kan worden gelijkgesteld met het begrip gezag zoals dat in het Burgerlijk Wetboek wordt gehanteerd. Gelet op het bepaalde in artikel 7 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 wordt voornoemde gezagsbeslissing van rechtswege in Nederland erkend. De rechtbank zal daarom voor recht verklaren dat de moeder alleen het gezag heeft over de minderjarigen.

Ten aanzien van de omgangsregeling

Ingevolge artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De rechtbank overweegt allereerst het volgende. Bij beschikking van de Turkse rechter (de vierde rechtbank voor familiezaken te Istanbul) van 31 mei 2010 is onder meer een omgangsregeling bepaald, inhoudende dat de vader de minderjarige jaarlijks van 1 juli om 09:30 uur tot 31 juli om 18:00 uur bij zich neemt. Tussen partijen is niet in geschil dat er nimmer uitvoering is gegeven aan deze beschikking, waardoor de minderjarigen hun vader al zeer lange tijd niet gezien hebben. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek.

Met betrekking tot de inhoudelijke beoordeling van de verzoeken overweegt de rechtbank als volgt. Vast staat dat de vader zijn verblijfplaats in Turkije heeft, terwijl de moeder met de minderjarigen in Nederland woont. Deze omstandigheid maakt het lastig om invulling te geven aan omgang tussen de vader en de minderjarigen. Vast staat dat er op dit moment al zeer lange tijd geen omgang tussen de vader en de minderjarigen heeft plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet in het belang van de minderjarigen dat er uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde omgangsregeling waarbij zij gedurende de zomervakantie meerdere weken aaneengesloten bij de vader in Turkije verblijven. Het verzoek van de vader dienaangaande zal dan ook worden afgewezen. De rechtbank is wel met de Raad van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen is hun vader te leren kennen. Ter zitting is de mogelijkheid van skypecontacten besproken. De moeder staat daarvoor open en door de vader is verzocht iedere woensdag en zaterdag via skype contact met de minderjarigen te zullen hebben. Nu van bezwaren daartegen niet is gebleken zal de rechtbank het verzoek van de vader op dit punt toewijzen. Indien de vader voor een verblijf in Nederland aanwezig is, acht de rechtbank het raadzaam om begeleide omgangsmomenten te arrangeren. Aangezien niet duidelijk is of, wanneer en voor hoe lang de vader naar Nederland zal komen, ziet de rechtbank geen mogelijkheden hier een regeling voor vast te stellen. De moeder heeft verzocht een raadsonderzoek te verrichten naar de mogelijkheden voor een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen. De rechtbank ziet echter gelet op het verblijf van de vader in Turkije geen mogelijkheden een raadsonderzoek te gelasten.

Ten aanzien van de inlichtingenplicht

Bij beschikking van de Turkse rechter (de vierde rechtbank voor familiezaken te Istanbul) van 31 mei 2010 is onder meer een inlichtingenplicht vastgelegd waarbij de moeder de vader dient te informeren omtrent het vermogen van de minderjarige.

Ingevolge artikel 1:377b, eerste lid, BW kan op verzoek van een ouder onder meer een informatieregeling worden vastgesteld. Het tweede lid van voornoemd artikel bepaalt dat van het eerste lid kan worden afgeweken indien het belang van het kind zulks vereist. De informatieregeling omvat ingevolge het eerste lid het informeren omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind.

Naar het oordeel van de rechtbank is de informatieregeling zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek ruimer dan de door de Turkse rechtbank opgelegde inlichtingenplicht. Naar Nederlands recht heeft de met het gezag belaste ouder een wettelijke informatieplicht jegens de andere ouder. Door de moeder zijn onvoldoende redengevende argumenten naar voren gebracht waarom in het belang van de minderjarigen van de inlichtingenplicht dient te worden afgeweken. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder op dit punt afwijzen.

Ten aanzien van de proceskosten

Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De rechtbank

1. verklaart voor recht dat de moeder, gelet op de beschikking van de Turkse familiekamer te Istanbul van 31 mei 2010, eenhoofdig is belast met het gezag over de minderjarigen:

- [kind 1] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ;

- [kind 2] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ;

2. wijzigt de beschikking van de Turkse rechter (de vierde rechtbank voor familiezaken te Istanbul) van 31 mei 2010 in die zin dat als omgangsregeling komt te gelden dat tussen de vader en de minderjarigen:

- [kind 1] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ;

- [kind 2] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ;

 iedere woensdag en zaterdag via skype contact plaatsvindt;

3. verklaart de onder 1 en 2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

4. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E.H. Sutorius-Joekes, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2013.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.