Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6454

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
14-03-2014
Zaaknummer
222262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weens Koopverdrag. Vergoeding van voorzienbare schade bij wanprestatie. Verdrag voorziet niet in vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Teruggevallen wordt op art. 6:96 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/222262 / HA ZA 11-1432

Vonnis van 6 november 2013

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recvht

FABBRICA ITALIANA ACCUMULATORI MOTOCARRI MONTECCHIO F.I.A.M.M. S.p.a.

gevestigd te 36075 Montecchio Maggiore, Italië,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. T.L.G.M. Heebing te Zevenaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WIJLHUIZEN B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.J.J. le Poole te Arnhem.

Partijen zullen hierna Fiamm en Wijlhuizen genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 juni 2013

  • -

    de akte uitlating zijdens Wijlhuizen

  • -

    de antwoordakte van de zijde van Fiamm.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling van het geschil

in conventie

2.1.

Bij tussenvonnis van 19 juni 2013 heeft de rechtbank overwogen dat Fiamm toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen haar en Wijlhuizen gesloten overeenkomst. Wijlhuizen heeft zich dus terecht op opschorting van haar verplichtingen mogen beroepen, voor zover deze betalingsverplichting zag op de accu’s met typenummer 43.180.10 dan wel 43.225.10. De grondslag van de vordering van Fiamm tot betaling van facturen is daarmee echter niet komen te vervallen. De vordering van Wijlhuizen in reconventie tot schadevergoeding komt, voor zover deze vordering ziet op de accu’s met typenummer 43.180.10 dan wel 43.225.10 voor verrekening met het gedeelte van de vordering in conventie dat ziet op die accu’s in aanmerking. Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van Fiamm in conventie zal worden toegewezen tot een bedrag van
(€ 47.735,90 minus € 34.322,26) € 13.413,64. De wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW zal daarover worden toegewezen met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis.

2.2.

Aangezien elk van partijen in conventie als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

in reconventie

2.3.

In haar tussenvonnis van 19 juni 2013 is de rechtbank vervolgens overgegaan tot de beoordeling van de reconventionele vordering tot schadevergoeding, waarna zij partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich bij akte over die gevorderde schade nader uit te laten.

2.4.

Bij de beoordeling van de schade geldt dat artikel 74 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat de schadevergoeding wegens een tekortkoming van een partij bestaat uit een bedrag gelijk aan de schade, met inbegrip van de gederfde winst die door de andere partij als gevolg van de tekortkoming wordt geleden. Een zodanige schadevergoeding mag evenwel niet hoger zijn dan de schade die de partij die in de nakoming is tekortgeschoten bij het sluiten van de overeenkomst voorzag of had behoren te voorzien als mogelijk gevolg van de tekortkoming, gegeven de feiten die zij kende of die zij had behoren te kennen.

2.5.

Wijlhuizen vordert een schade van in totaal € 137.188,32 minus een niet in rekening gebrachte post van € 5.837,12.

2.6.

Haar vordering tot een bedrag van € 38.710,00, zijnde 553 garantiegevallen maal
€ 70,00 is als volgt tot stand gekomen:

Oude accu’s ophalen bij klant en klant te woord staan (tijd en kilometers) € 25,00

Accu’s in en uitladen en testen € 20,00

Administratieve procedure € 25,00

Totaal per garantieaanvraag (te vermenigvuldigen met 553) € 70,00

Daarnaast vordert Wijlhuizen een bedrag van € 4.485,32 wegens schade, een bedrag ter hoogte van € 93.993,00, zijnde de inkoopprijs van de non conforme accu’s en € 4.185,00, zijnde de kosten voor een nieuwe catalogus.

2.7.

In haar tussenvonnis overwoog de rechtbank reeds dat van het eerste gedeelte van de vordering een gedeelte toewijsbaar is:
- € 25,00 maal 553 voor het ophalen van de accu’s, derhalve € 13.825,00;

- voor het testen van de accu’s: 553 minus 90 niet geteste accu’s, derhalve (463 maal
€ 20,00) € 9.260,00 (de rechtbank ging in haar tussenvonnis van 19 juni 2013 in rechtsoverweging 2.18 ten onrechte uit van € 25,00, hetgeen is aan te merken als een kennelijke verschrijving);
- kosten administratieve procedure: € 25,00 maal 553 derhalve € 13.825,00.

2.8.

Het bedrag aan gevorderde schade ter hoogte van € 4.485,32 is door Wijlhuizen bij akte onderbouwd met een factuur van [naam] van € 1.046,97 en facturen van Lanport B.V. ter hoogte van € 3.770,00, derhalve in totaal een bedrag van € 4.816,97. Wijlhuizen heeft aangevoerd dat een transporteur, [naam], nadat één van haar vrachtwagens in het buitenland stil was komen te staan, alle accu’s heeft vervangen. De daarmee gemoeid zijnde kosten zijn bij Wijlhuizen in rekening gebracht. Over de facturen van Landport B.V. heeft Wijlhuizen verklaard dat Landport in opdracht van een klant van Wijlhuizen technisch onderzoek heeft uitgevoerd voor een bedrag van € 235,00 exclusief btw en nadat bleek dat de door Fiamm geleverde accu’s niet voldeden aan de daaraan te stellen eisen, zij 34 nieuwe accu’s bestelde van het type semi traction 180 Ah, zulks voor een bedrag van € 3.535,00 ex btw.


2.9. Fiamm heeft hier tegen aangevoerd dat deze vordering gevolgschade betreft die ingevolgde art. 74 van het Weens Koopverdrag niet voor vergoeding in aanmerking komt.

2.10.

Naar het oordeel van de rechtbank was, zoals het Weens Koopverdrag voor toewijzing van schade vereist, voor Fiamm bij het sluiten van de overeenkomst te voorzien, danwel behoorde Fiamm te voorzien dat Wijlhuizen, daar waar zij, anders dan door haar besteld, geen semi-tractie accu’s geleverd kreeg, schade zou lijden als gevolg van claims van afnemers van de betreffende accu’s. Anderzijds kan uit de overgelegde bescheiden niet worden afgeleid dat de reden van het defect een accu met typenummer 43.180.10 dan wel 43.225.10 betrof. De accu’s waar deze vordering op ziet zijn ook niet, zoals bij de andere garantieclaims, onderzocht door Wijlhuizen, zodat de stukken als besproken in rechtsoverweging 2.15 van het tussenvonnis van 19 juni 2013 ontbreken. Dat door Landport de accu’s met typenummer 43.180.10 dan wel 43.225.10 zijn onderzocht blijkt evenmin. Deze vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 4.816,97 komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.


2.11. Over de kosten van geretourneerde accu’s ter hoogte van € 93.993,00 heeft Wijlhuizen aangevoerd zij de prijzen die zij aan Fiamm betaalde ter zake van de inkoop van de later door afnemers geretourneerde (en door Wijlhuizen aan haar afnemers gecrediteerde) accu’s als schade vordert. De inkoopprijs van deze accu’s bedraagt, anders dan zij eerder vorderde, een bedrag van € 96.996,64. Fiamm heeft deze vordering als zodanig niet betwist. Zij heeft wel aangevoerd dat Wijlhuizen betaling van een factuur ter hoogte van € 47.735,90 heeft opgeschort. Van dat bedrag vorderde Fiamm in conventie (de rechtbank constateert tot een bedrag van € 47.735,80) betaling. Bij akte heeft Fiamm aangevoerd dat van dat bedrag een som ter hoogte van € 34.322,26 ziet op accu’s van het type 43.180.10 dan wel 43.2555.10. Op de inkoopwaarde dient dit onbetaalde deel in mindering te strekken, aldus Fiamm.

2.12.

De rechtbank is met Fiamm van oordeel dat Wijlhuizen de inkoopprijs van de accu’s die zij nog niet aan Fiamm betaalde (Wijlhuizen schortte immers betaling van facturen op), voor zover dit ziet op de accu’s met typenummer 43.180.10 dan wel 43.2555.10, niet als schade van Fiamm kan vorderen. Dat leidt er toe dat een bedrag van
€ 34.322,26 in mindering dient te worden gebracht op het door Wijlhuizen in reconventie gevorderde bedrag.

2.13.

Wijlhuizen heeft voorts aangevoerd dat op haar vordering in mindering dient te worden gebracht het bedrag dat zij van het afvalverwerkingsbedrijf heeft ontvangen voor de ter verwerking aangeboden accu’s. In totaal betreft het (op 553 garantieclaims) een totaal van 773 accu’s, derhalve een bedrag van € 17.597,25.

2.14.

Wijlhuizen vordert tot slot een bedrag van € 4.185,00 uit hoofde van kosten die zij heeft moeten maken voor het laten drukken van een nieuwe catalogus nadat Wijlhuizen de samenwerking met Fiamm heeft moeten beëindigen. Deze vordering zal worden afgewezen, nu Wijlhuizen geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat Fiamm bij het sluiten van de overeenkomst kon voorzien of behoorde te voorzien dat Wijlhuizen, als gevolg van het feit dat verkeerde accu’s werden geleverd, eerder dan gebruikelijk, een nieuwe catalogus diende op te stellen. Dit deel van de vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

2.15.

Het voorgaande leidt er toe dat in reconventie toewijsbaar is:
De schade als gevolg van de garantieaanvragen € 36.910,00, de inkoopprijs (€ 96.996,64 minus het niet betaalde deel van € 34.322,26) derhalve € 62.674,38 minus het van het afvalverwerkingsbedrijf ontvangen bedrag ter hoogte van € 17.597,25, derhalve in totaal
€ 81.987,13.

2.16.

Over de gevorderde rente overweegt de rechtbank dat de grondslag voor de toe te wijzen vordering schadevergoeding is. Het Weens Koopverdrag bevat geen regeling over de hoogte van de te hanteren rentevoet. De wettelijke handelsrente vindt zijn grondslag in de artikelen 6:119a en 6:120 BW. Bij een handelstransactie is de wederpartij van de tot leverantie of dienstverlening verplichte onderneming niet gerechtigd tot de handelsrente over een vordering tot schadevergoeding, maar slechts tot de wettelijke rente. De wettelijke rente zal derhalve worden toegewezen vanaf 21 januari 2011.

2.17.

Wijlhuizen vordert in reconventie tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Weens Koopverdrag voorziet evenmin in een regeling ten aanzien van buitengerechtelijke kosten, zodat op dit punt moet worden teruggevallen op het bepaalde in artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder c, van het BW. Ingevolge dit artikel komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Buitengerechtelijke kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Onvoldoende is gebleken dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden moet het tegendeel worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten zal daarom worden afgewezen.

2.18.

Fiamm zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Wijlhuizen op basis van het toegewezen bedrag op € 4.023,00 voor salaris advocaat (4,5 punten × tarief € 894,00).

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

veroordeelt Wijlhuizen om aan Fiamm te betalen een bedrag van € 13.413,64 (dertienduizendvierhonderddertien euro en vierenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.2.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.5.

verklaart voor recht dat Fiamm toerekenbaar tekort is geschoten in de tussen haar en Wijlhuizen gesloten overeenkomst(en) tot verkoop en levering van (semitractie) accu’s en aansprakelijk is voor de schade van Wijlhuizen die hieruit voortvloeit,

3.6.

veroordeelt Fiamm om aan Wijlhuizen te betalen een bedrag van € 81.987,13 (éénentachtig duizendnegenhonderdzevenentachtig euro en dertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 21 januari 2011 tot de dag van volledige betaling,

3.7.

veroordeelt Fiamm in de proceskosten, aan de zijde van Wijlhuizen tot op heden begroot op € 4.023,00,

3.8.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Th. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2013.