Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6448

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
14-03-2014
Zaaknummer
239979
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank oordeelt dat art. 31 CMR op vonnis van rechtbank Alcobaça te Portugal van toepassing is. Vonnis daarom uitvoerbaar in Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2014/81
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/239979 / HA ZA 13-123

Vonnis van 23 oktober 2013

in de zaak van

de vennootschap naar Portugees recht

TRANSPORTES EVAELAIN UNIPESSOAL LDA,

gevestigd te 2500-272 Caldas da Rainha, Portugal,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B.P. van Luyn te Almere,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BAS SELMAN TRANSPORTGROEP BV,

gevestigd te Huissen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.M.H. Poelman te Arnhem.

Partijen zullen hierna Transportes Evaelain en Bas Selman genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 juli 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Transportes Evaelain heeft transporten verzorgd voor Bas Selman op basis van een overeenkomst waarop het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (hierna: CMR) van toepassing is.

2.2.

Bij vonnis van de rechtbank te Alcobaça, Portugal, van 29 maart 2012 is Bas Selman veroordeeld tot betaling aan Transportes Evaelain van € 145.591,50 met rente ad € 6.289,08 tot aan 29 maart 2012 en rente ad 12% per jaar vanaf die datum.

2.3.

De rechtbank te Alcobaça heeft verklaard dat het onder 2.2 bedoelde vonnis in kracht van gewijsde is gegaan op 15 mei 2012.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Het vonnis van de rechter te Alcobaça is op 17 april 2012 aan Bas Selman betekend. Bij de rechtbank te ’s-Gravenhage is een verzoek tot het afgeven van een Europees betalingsbevel ingediend, waartegen Bas Selman verweer heeft gevoerd. De zaak is daarop verwezen naar deze dagvaardingsprocedure.

3.2.

Transportes Evaelain vordert nu het vonnis van de rechtbank van Alcobaça d.d. 29 maart 2012 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en een Europees betalingsbevel te geven, een en ander in dier voege dat Bas Selman zal betalen € 145.591,50, vermeerderd met rente en kosten, waaronder buitengerechtelijke kosten en kosten voor vertaling. Transportes Evaelain beroept zich op art. 31 lid 3 CMR.

3.3.

Bas Selman voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Bas Selman vordert – samengevat – veroordeling van Transportes Evaelain tot betaling aan haar van € 508.571,10, vermeerderd met rente en kosten, waaronder buitengerechtelijke kosten. De gevorderde hoofdsom betreft voor € 333.234,00 huurpenningen; voorts vordert Bas Selman € 175.337,00 aan onbetaalde facturen.

3.5.

Transportes Evaelain heeft niet geantwoord in reconventie.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Artikel 31 CMR luidt onder meer als volgt.

3. When a judgement entered by a court or tribunal of a contracting country in any such action as is referred to in paragraph 1 of this article (legal proceedings arising out of carriage under this Convention, de rechtbank) has become enforceable in that country, it shall also become enforceable in each of the other contracting States, as soon as the formalities required in the country concerned have been complied with. These formalities shall not permit the merits of the case to be re-opened.

4. The provisions of paragraph 3 of this article shall apply to judgements after trial, judgements by default and settlements confirmed by an order of the court, but shall not apply to interim judgements or to awards of damages, in addition to costs against a plaintiff who wholly or partly fails in his action.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil, althans is door Bas Selman niet gemotiveerd betwist, dat art. 31 CMR op het vonnis van de rechtbank te Alcobaça van toepassing is en de rechtbank is van oordeel dat dit juist is. Het geschil waarin de rechtbank te Alcobaça oordeelde is een geschil als bedoeld in art. 31 lid 1 CMR. Op het vonnis is dan ook art. 31 lid 3 CMR van toepassing terwijl geen van de uitzonderingen bedoeld in lid 4 zich voordoet. Dit betekent niet alleen dat het vonnis van de rechtbank te Alcobaça uitvoerbaar is in Nederland, zodra de hier terzake voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld, maar ook dat deze formaliteiten geen hernieuwde behandeling van de in Portugal behandelde zaak kunnen meebrengen.

4.3.

Met andere woorden: deze rechtbank is gebonden aan het Portugese vonnis en dient op de voorgeschreven wijze voor uitvoerbaarheid ervan in Nederland zorg te dragen.

4.4.

De voorgeschreven wijze is het wijzen van een vonnis, nu het verweerschrift van Bas Selman een dagvaardingsprocedure heeft geopend en daarmee een vonnis en niet een betalingsbevel executoriale titel dient te zijn.

4.5.

Wat de hoogte van de toegewezen rente betreft is het onder 2.2 hierboven vermelde niet betwist.

4.6.

Wat betreft de in Portugal gemaakte proceskosten is de rechtbank van oordeel dat deze voldaan moeten worden door Bas Selman, zoals de rechter te Alcobaça heeft bepaald. De rechtbank zal terzake een verklaring voor recht geven; bij gebreke van informatie over het beloop van de kosten kan geen concrete kostenveroordeling worden uitgesproken.

4.7.

De rechtbank beschouwt de kosten van vertaling van de processtukken – € 822,80 inclusief btw – als buitengerechtelijke kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

4.8.

De gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad kan worden uitgesproken, nu het vonnis van de rechtbank te Alcobaça inhoudelijk voor de Nederlandse rechter onaantastbaar is en dat blijkens de onder 2.3 bedoelde verklaring ook in Portugal is.

4.9.

De rechtbank zal, hoewel de vordering in reconventie nog niet tot een eindvonnis kan leiden, in conventie eindvonnis wijzen. De reden daarvan is dat naar het oordeel van de rechtbank de strekking van art. 31 CMR zich niet verdraagt met het oponthoud door de hierna te behandelen verwijzing in reconventie. Er is gezien het bijzondere karakter van de vordering in conventie, waarbij geen inhoudelijke beoordeling van het geschil plaatsvindt, geen sprake van samenhang tussen vorderingen die zich hiertegen verzet.

4.10.

Bas Selman zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Transportes Evaelain worden begroot op:

- griffierecht € 3.621,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal € 6.463,00

in reconventie

4.11.

De vorderingen in reconventie betreffen onder meer huur, een onderwerp dat op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. De rechtbank heeft dit ter comparitie naar voren gebracht en partijen hebben zich ter zake gerefereerd aan haar oordeel. Er bestaat samenhang met de overige vorderingen die zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (art. 94 lid 2 Rv).

4.12.

Nu Bas Selman haar vorderingen niet heeft ingediend bij de kamer voor kantonzaken, zal de rechtbank de zaak ambtshalve verwijzen naar die kamer, locatie Arnhem.

4.13.

Hoewel Transportes Evaelain niet tijdig voor de comparitie na antwoord een conclusie van antwoord heeft genomen, zal zij om proceseconomische redenen hiertoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Bas Selman om aan Transportes Evaelain te betalen een bedrag van € 145.591,50 (éénhonderdvijfenveertig duizendvijfhonderdéénennegentig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met rente ad 12% per jaar vanaf 29 maart 2012 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Bas Selman om aan Transportes Evaelain te betalen € 6.289,08,

5.3.

verklaart voor recht dat Bas Selman de gerechtelijke kosten dient te voldoen als bedoeld in het vonnis van de rechtbank te Alcobaça d.d. 29 maart 2012 (pagina 5),

5.4.

veroordeelt Bas Selman om aan Transportes Evaelain te betalen een bedrag van € 822,80 aan buitengerechtelijke incassokosten,

5.5.

veroordeelt Bas Selman in de proceskosten, aan de zijde van Transportes Evaelain tot op heden begroot op € 6.463,00,

5.6.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.8.

verwijst de zaak in de staat waarin deze zich bevindt, naar de kamer voor kantonzaken bij deze rechtbank, locatie Arnhem,

5.9.

bepaalt dat de zaak daar op de rol zal komen van 6 november 2013 om 11.30 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord door Transportes Evaelain.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2013.