Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6443

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
14-03-2014
Zaaknummer
242369
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:8892, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop recreatiewoning. Gedaagde geniet bescherming van art. 7:2 BW. Vermelding van beleggingsobject in verkoopbevestiging op initiatief van verkoper geplaatst, dit maakt koper niet tot een professionele koper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/205

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/242369 / HA ZA 13-280

Vonnis van 2 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECREATIE VERKOOP B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem.

Partijen zullen hierna Recreatie Verkoop en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 juni 2013

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Recreatie Verkoop richt zich op de verkoop van recreatiewoningen (onder meer) gelegen in Hulshorst op het “DroomPark Bad Hoophuizen” (hierna: ‘het recreatiepark’).

2.2.

Op 17 oktober 2012 heeft [gedaagde], tezamen met haar partner [partner] (hierna: ‘[partner]’), een bezoek gebracht aan het recreatiepark. Zij hebben daar gesproken met [verkoper], verkoper in dienst van Recreatie Verkoop (hierna: ‘[verkoper]’). [verkoper] heeft [gedaagde] en [partner] rondgeleid op het park en hen, onder meer, de woning van het type “Cube de Luxe” getoond.

2.3.

Op 19 oktober 2012 hebben [gedaagde] en [partner] opnieuw een bezoek gebracht aan het recreatiepark. Zij hadden voor die dag een afspraak gemaakt met [verkoper]. Opnieuw zijn zij met [verkoper] over het park gelopen. Daarna zijn zij, gedrieën, naar het kantoor van [verkoper] op het park gegaan.

2.4.

Bij die gelegenheid is een document ingevuld. Zowel [verkoper] als [gedaagde] hebben gegevens op het document geschreven. Daarna is het door [gedaagde] ondertekend.

2.5.

Boven het door [gedaagde] ondertekende document is, vetgedrukt en in groot lettertype, vermeld: “Verkoopbevestiging”. Het gaat om een koopovereenkomst met betrekking tot een kavel met daarop een recreatiewoning type Cube de Luxe voor een totale koopprijs van € 229.500,00. Bij “extra voorzieningen” is vermeld:

inc tuin terras (conform showmodel 7)

inc meubelpakket t.w.v. 10.000,- €

inc overstek van 1 meter

kavel word inc aansluitingen aangelegd

bellegingsobject eigen middelen 10.000,- netto rendement 1ste jaar

Kavel wordt iets opgeschoven achter in v met positie van woning

2.6.

Onderaan de verkoopbevestiging is vermeld:

Koper verklaart hierbij kennis genomen te hebben en accoord te gaan met de geldende verkoop- en leveringsvoorwaarden van ons bedrijf zoals op de achterzijde vermeld.

2.7.

Artikel 10 lid 2 van de, op de achterkant van de verkoopbevestiging afgedrukte, door Recreatie Verkoop gehanteerde algemene voorwaarden luidt:

Indien koper toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens verkoper en de overeenkomst deswege is ontbonden, verbeurt koper ten behoeve van verkoper een zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van twintig (20) procent van de overeengekomen totale koopsom, onverminderd het recht van verkoper op volledige schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal, de kosten als vermeld in artikel 8 lid 2 daaronder begrepen. Een door koper gestorte waarborgsom/aanbetaling zal hierop in mindering worden gebracht.

2.8.

In een op 22 oktober 2012 gedateerde brief heeft [gedaagde] aan Recreatie Verkoop geschreven:

Betreft: ontbinden contract met datum 19 oktober 2012

(…)

Hierbij deel ik u mede dat ik gebruik wil maken van de drie dagen die bij wet zijn vastgesteld om bijgaande aankoop te ontbinden. Zie bijlage, kopie verkoopbevestiging.

Om er zeker van te zijn dat dit bericht u bereikt doe ik u deze zowel per mail, als per gewone post, als per aangetekend schrijven en per fax toekomen.(…)

2.9.

Recreatie Verkoop heeft [gedaagde] (eerst) gesommeerd tot betaling van de koopprijs en (vervolgens) bij brief van 20 maart 2013 van haar advocaat de koop ontbonden en [gedaagde] gesommeerd tot betaling van de in artikel 10.2 van de algemene voorwaarden bedoelde boete, door Recreatie Verkoop gesteld op € 45.900,00. [gedaagde] heeft dat bedrag niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

Recreatie Verkoop vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden op 20 maart 2013;

  2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 45.900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

  3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Recreatie Verkoop legt aan de vordering ten grondslag dat tussen haar en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand gekomen is. [gedaagde] is die overeenkomst niet nagekomen, waardoor Recreatie Verkoop zich genoodzaakt heeft gezien de overeenkomst te ontbinden. Nu de ontbinding aan haar te wijten is, dient [gedaagde] op grond van artikel 10 lid 2 van de algemene voorwaarden twintig procent van de koopprijs als boete te voldoen, aldus Recreatie Verkoop.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Zij voert primair aan dat zij geen koopovereenkomst met Recreatie Verkoop heeft gesloten. Daarop was haar wil niet gericht. Bovendien was er geen overeenstemming over de (essentialia van de) verkoop.

Subsidiair voert [gedaagde] aan dat zij de koopovereenkomst binnen drie dagen, en aldus binnen de wettelijke bedenktijd, heeft ontbonden door middel van de brief van 22 oktober 2012. Zij is op grond van die overeenkomst derhalve niets aan Recreatie Verkoop verschuldigd.

Meer subsidiair beroept [gedaagde] zich op dwaling en nog meer subsidiair voert [gedaagde] aan dat de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn, althans dat toewijzing van de gevorderde boete naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De boete dient volgens [gedaagde] te worden afgewezen, althans gematigd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Koopovereenkomst

4.1.

Gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer behoeft allereerst beoordeling of tussen haar en Recreatie Verkoop een (rechtsgeldige) koopovereenkomst met betrekking tot de kavel en recreatiewoning tot stand gekomen is.

4.2.

[gedaagde] stelt op dat punt dat zij op 19 oktober 2012 niet de bedoeling, de wil, had om een koopovereenkomst aan te gaan. Zij heeft dat toen meteen tegen [verkoper] gezegd en daarna doorlopend herhaald. Zij was er dan ook niet op bedacht dat [verkoper] een koopovereenkomst opstelde om die door haar te laten ondertekenen. Zij meende, mede omdat zij zonder leesbril het door haar ondertekende document niet (goed) kon lezen, een gespreksverslag of een weergave van de mogelijkheden te hebben ondertekend. Over een aantal belangrijke zaken – de oppervlakte van het perceel, de verkoopvoorwaarden en tijdstip van levering – is volgens [gedaagde] niet gesproken.

4.3.

De rechtbank oordeelt als volgt. De verkoopbevestiging, waarvan is erkend dat deze door [gedaagde] is ondertekend, levert op grond van artikel 157 lid 2 Wetboek van Burgelijke rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) dwingend bewijs op van het bestaan van de door Recreatie Verkoop ingeroepen overeenkomst en de inhoud daarvan. [gedaagde] kan worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs op dit punt wanneer zij voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die, mits bewezen, tot afdoende tegenbewijslevering kunnen leiden.

4.4.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] onvoldoende van dergelijke feiten en omstandigheden gesteld. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [gedaagde] erkend dat op 19 oktober 2012 gesproken is over de mogelijkheden met betrekking tot de woning. Dat is (zelfs) op detailniveau gebeurd, zo is onder meer gesproken over – zoals ook in de overeenkomst is vermeld – de levering van een meubelpakket en het aanbrengen van de genoemde overstek. Zonder nadere toelichting, die door [gedaagde] niet is gegeven, valt niet in te zien waarom over dergelijke (rand-)zaken is gesproken indien [gedaagde], zoals zij stelt, meteen heeft aangegeven dat zij niets wilde kopen. Bovendien draagt voornoemde verklaring van [gedaagde] juist bij aan de bewijskracht van de verkoopbevestiging nu zij erkent dat diverse daarin vermelde onderwerpen aldus tussen haar (en [partner]) en [verkoper] zijn besproken.

4.5.

Gelet daarop moet worden aangenomen dat wel degelijk diverse aspecten van de koopovereenkomst, maar in ieder geval de essentialia, zijn besproken tussen partijen. [gedaagde] heeft daarna de verkoopbevestiging ondertekend. Dat zij zich niet realiseerde dat zij een overeenkomst aanging, is onvoldoende aannemelijk. Indien het al zo zou zijn dat de wil van [gedaagde] niet was gericht op het aangaan van een koopovereenkomst, dan geldt dat Recreatie Verkoop erop heeft mogen vertrouwen dat [gedaagde] met haar een koopovereenkomst wilde aangaan (artikel 3:35 Burgerlijk Wetboek, hierna: ‘BW’). [gedaagde] heeft immers, zo volgt uit haar stellingen, zonder meer de verkoopbevestiging ondertekend na afloop van een gesprek over de (mogelijke) aankoop van de recreatiewoning en diverse grotere en kleinere zaken in dat verband. Daarbij is ook van belang dat het ging om een tweede afspraak tussen haar en [verkoper] die op haar initiatief heeft plaatsgevonden, waarbij zij ook twee keer met [verkoper] en [partner] de betreffende kavel heeft bezichtigd.

4.6.

Onder die omstandigheden zal de rechtbank [gedaagde] niet belasten met het leveren van tegenbewijs. Zij heeft onvoldoende gesteld om te onderbouwen dat, in weerwil van de inhoud van de door haar ondertekende schriftelijke verkoopbevestiging, geen koopovereenkomst met Recreatie Verkoop tot stand gekomen is. Het primaire verweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.

Ontbinding door [gedaagde]

4.7.

Nu op grond van het vorenstaande wordt uitgegaan van het bestaan van een koopovereenkomst tussen Recreatie Verkoop en [gedaagde], ligt de vraag voor of [gedaagde] deze koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. [gedaagde] beroept zich op artikel 7:2 lid 2 BW waarin is bepaald dat binnen drie dagen na overhandiging van de koopovereenkomst met betrekking tot een roerende zaak deze overeenkomst kan worden ontbonden. De bepaling kan slechts worden ingeroepen door een persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

4.8.

Aan [gedaagde] is, zo staat tussen partijen vast, op 19 oktober 2012 een afschrift van de verkoopbevestiging meegegeven. Onweersproken is voorts dat de brief van [gedaagde] van (althans gedateerd op) 22 oktober 2012 Recreatie Verkoop uiterlijk op die datum heeft bereikt, naar Recreatie Verkoop stelt zelfs reeds op 20 oktober 2012 (dagvaarding sub 3). Op zichzelf heeft [gedaagde] derhalve tijdig, binnen drie dagen na ondertekening en overhandiging van de verkoopbevestiging, de koopovereenkomst ontbonden met een beroep op artikel 7:2 BW.

4.9.

De brief van 22 oktober 2012 heeft echter slechts het door [gedaagde] gewenste effect (ontbinding van de overeenkomst zonder nadere verplichtingen) indien wordt aangenomen dat zij, kort gezegd, kan worden aangemerkt als consument en haar dus een beroep toekwam op genoemd wetsartikel. [gedaagde] voert aan te hebben gehandeld als consument. Zij zag de recreatiewoning niet als belegging en had niet de intentie de recreatiewoning te verhuren. Zij wilde deze – in geval van aankoop – louter gebruiken om daar, samen met kinderen en kleinkinderen, de vakantie door te brengen. Recreatie Verkoop stelt echter dat de recreatiewoning is gekocht als beleggingsobject. Zij stelt dat dit aldus met [gedaagde] is besproken en dat [gedaagde] de recreatiewoning ook zag als investering om rendement te behalen. Recreatie Verkoop wijst voorts op de vermelding ter zake (“bellegingsobject eigen middelen 10.000,- netto rendement 1ste jaar”) in de verkoopbevestiging.

4.10.

De rechtbank oordeelt op dit punt als volgt. Uitgangspunt is dat [gedaagde], een particulier, als consument geldt. De enkele – door Recreatie Verkoop in de koopovereenkomst opgenomen – vermelding dat [gedaagde] de recreatiewoning heeft gekocht (mede) omdat haar voor het eerste jaar een bepaald rendement (uit verhuur) werd gegarandeerd, maakt niet dat zij de bescherming van artikel 7:2 BW heeft verloren. Onweersproken is dat Recreatie Verkoop de mogelijkheid van verhuur heeft geopperd en daarbij het bedrag van € 10.000,00 als gegarandeerde uitkering voor het eerste jaar in het vooruitzicht heeft gesteld. Het initiatief daarbij lag niet bij [gedaagde]. Zo [gedaagde] met de verhuur in het eerste jaar (vanwege bedoeld rendement) heeft ingestemd, zij heeft dat gemotiveerd betwist, maakt dit enkele feit haar nog niet tot, kort gezegd, een professionele koper.

4.11.

Voor het overige zijn door Recreatie Verkoop geen feiten of omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat [gedaagde] in het kader van deze koop niet heeft te gelden als een consument, doch als een koper die handelt in de uitvoering van een beroep of bedrijf.

4.12.

Gelet op het voorgaande kwam [gedaagde] een beroep toe op artikel 7:2 BW. Nu zij, zoals hiervoor onder 4.8. overwogen, tijdig de koopovereenkomst op grond van dit artikel heeft ontbonden, is zij niet gehouden enig bedrag aan Recreatie Verkoop te voldoen.

Slotsom

4.13.

De vordering wordt afgewezen. Recreatie Verkoop zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht 842,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten× tarief € 894,00)

Totaal € 2.630,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Recreatie Verkoop in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 2.630,00,

5.3.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2013.

Coll.: MvL