Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6407

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
05-02-2014
Zaaknummer
235264, 240389
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:6387, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of er sprake was van vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 240
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 61
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/154
JONDR 2014/561
JIN 2014/88 met annotatie van G.C. Vergouwen
NTHR 2014, afl. 2, p. 91
OR-Updates.nl 2014-0063
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 oktober 2013

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/235264 / HA ZA 12-741 van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROMA INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Ubbergen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] VASTGOED II B.V.,

gevestigd te Ubbergen,

eiseressen,

advocaat mr. B. Martens te ’s-Hertogenbosch en mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REPARCO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. de Groot en mr. A.W. van der Veen te Amsterdam,

en,

de vennootschap naar buitenlands recht

NORSKE SKOG INDUSTRIER ASA,

gevestigd te Lysaker, Noorwegen

gedaagde (gevoegd),

advocaat mr. R.J.G. Bäcker en mr. N.E.M. Soliana te Rotterdam.

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/240389 / HA ZA 13-154 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REPARCO NEDERLAND BV,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

advocaat mr. J.W. de Groot te mr. A.W. van der Veen te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

NORSKE SKOG INDUSTRIER ASA,

gevestigd te Lysaker, Noorwegen

gedaagde,

advocaat mr. R.J.G. Bäcker en mr. N.E.M. Soliana te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Roma, [naam] (gezamenlijk Roma c.s., enkelvoud) Reparco en Norske Skog genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 29 mei 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 augustus 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 29 mei 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 augustus 2013.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

Reparco is onder meer gespecialiseerd in de inzameling, inkoop, verkoop en recycling van oud papier. Reparco levert haar producten onder andere aan haar zustervennootschap Parenco B.V., die daarvan grafisch papier en karton fabriceert. Reparco en Parenco maakten tot 1 augustus 2012 onderdeel uit van een concern onder leiding van Norske Skog. Enig statutair bestuurder van Reparco was destijds [naam]. Enig aandeelhouder van Reparco was Norske Skog Holdings B.V. met op haar beurt enig aandeelhouder Norske Skog Industrier ASA, hiervoor gedefinieerd als Norske Skog. Het bestuur (Corporate Management) van Norske Skog werd destijds gevormd door [naam], [naam] en [naam].

3.2.

De aandelen in Reparco en Parenco zijn in de zomer van 2012, in het kader van een herstructurering van het Norske Skog concern verkocht aan H2 Equity Partners, een Nederlands private equity bedrijf.

3.3.

Voorafgaand aan de overname door H2 Equity Partners heeft Norske Skog, in haar zoektocht naar de mogelijkheden voor een herstructurering, gesproken over een verkoop van het bedrijfspand van Reparco, met de gelijktijdige mogelijkheid tot het (terug)huren daarvan (sale/leaseback). Het gaat om het bedrijfspand gelegen aan [adres]. Het bedrijfspand was en is nog altijd eigendom van Reparco.

3.4.

Teneinde de mogelijkheid van een sale/leaseback zoals hiervoor beschreven, te onderzoeken heeft [naam], in dienst bij Norske Skog als Senior Advisor Strategy, [naam] van Doldersum Bedrijfsmakelaars ingeschakeld.

3.5.

Doldersum heeft vervolgens mogelijk geïnteresseerde partijen benaderd met schriftelijke beleggingsinformatie over de hiervoor vermelde sale/leasebacktransactie. In de beleggingsinfomatie is vermeld dat Reparco eigenaar is van het bedrijfspand. Verder is bij de informatie een uittreksel uit het Handelsregister betreffende Reparco gevoegd, waarin, voor zover hier van belang, [naam] als enig bestuurder is vermeld, en Norske Skog Holdings B.V. als (enig) aandeelhouder. Verder is een uittreksel uit het handelsregister overgelegd betreffende Norske Skog Holdings B.V. waarin Norske Skog als enig aandeelhouder is vermeld. In de beleggingsinformatie is een vraagprijs van € 6.900.000,00 kosten koper vermeld.

3.6.

In de beleggingsinformatie is ten aanzien van de rol van Doldersum het volgende vermeld:

Bovengenoemd project is niet bij ons in portefeuille, wij hebben geen verkoopopdracht van de eigenaar. Bij het totstandkomen van een transactie, brengen wij aan koper 1,25% courtage, exclusief BTW, over de gerealiseerde koopsom in rekening.

3.7.

Roma meldde zich als geïnteresseerde partij, nadat Doldersum haar bij e-mail van 31 mei 2011de hiervoor vermelde beleggingsinformatie had toegezonden.

3.8.

Roma drijft een onderneming die zich richt op de aan- en verkoop van vastgoed, alsmede op het beleggen in vastgoed met het oog op de verhuur aan eindgebruikers. Roma is een dochtervennootschap van [naam]. Enig bestuurder van Roma was [naam].

3.9.

Op 8 juni 2011 heeft Roma van Doldersum vernomen dat Reparco bereid was genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs dan de vraagprijs van € 6.900.000,00, mits er onvoorwaardelijk werd geboden en snel getransporteerd kon worden. Daarna heeft Roma op 10 juni 2011 een bod uitgebracht van € 4.700.000,00.

3.10.

Doldersum heeft Roma bij e-mail van 14 juni 2011 bericht dat het bod van Roma op dat moment werd besproken met de CFO van Norske Skog. Vervolgens heeft Doldersum bij e-mail van 17 juni 2011 het volgende aan [naam] van Roma bericht:

Met veel genoegen doe ik u namens Reparco Nederland B.V. het bijgevoegde koopvoorstel toekomen (incl. concepthuurovereenkomst, waarvoor afwijkingen van de op de verhuurder gerichte algemene voorwaarden van de ROZ moeten worden onderhandeld door partijen) ten aanzien van het onroerende goed gelegen te [adres].

Zoals afgesproken zal ik [naam] en [naam] van Norske Skog op maandag vergezellen naar de bijeenkomst om 13:00 uur in uw kantoor te [adres].

Ik stel voor dat we dan beide documenten doornemen en een sluitend contract overeenkomen tussen beide partijen.

In het bijgevoegde koopvoorstel – opgesteld door Doldersum – is onder meer het volgende opgenomen:

Geachte [naam],

Naar aanleiding van uw koopvoorstel d.d. 10 juni jl. en na overleg met onze opdrachtgever doen wij u bijgaand, namens Reparco Nederland B.V. bijgaand koopvoorstel toekomen. Onderstaand treft u de uitgangspunten en condities van dit voorstel aan:

(…)

Koopsom

EUR 4.900.000,- k.k.

(…)

Voorbehoud

Verkoper brengt dit voorstel uit onder voorbehoud van juridische goedkeuring van de betrokken notaris en van het moederconcern van Reparco Nederland B.V., nl. Norske Skogindustrier. Na ondertekening van dit document (of een gewijzigde versie hiervan) wordt deze, samen met de bijbehorende concept huurovereenkomst, ter goedkeuring aan hen voorgelegd. Beide overeenkomsten behoeven derhalve hun beider goedkeuring.

Tot slot

Dit voorstel is geldig tot maandag 20 juni a.s. 17:00 uur. Indien u instemt met de inhoud van deze overeenkomst, verzoeken wij u vriendelijk een kopie hiervan voor akkoord te ondertekenen en alle overige pagina’s te paraferen en het geheel aan ons terug te sturen. Wij verzoeken daarna de notaris de koop- en leveringsakte op te maken.

3.11.

Op 20 juni 2011 heeft de bespreking – de bespreking die in de hiervoor vermelde brief van 17 juni 2011 is vermeld – plaatsgevonden waarbij [naam] en [naam], de laatste als manager New Strategy & Business bij Parenco, en [naam]

en zijn zoon [naam], alsmede [naam] als adviseur van Roma, en [naam] aanwezig waren. Er is toen onderhandeld over de concepthuurovereenkomst en eventuele afwijkingen van de ROZ-bepalingen. Toen er over de prijs werd gesproken heeft [naam], staande de bespreking, telefonisch contact opgenomen met zijn leidinggevende bij Norske Skog, de heer [naam], lid van het corporate management van Norske Skog.

3.12.

[naam] is volgens de bevoegdheidsverdeling van Norske Skog niet bevoegd om zelfstandig namens het bestuur van Norske Skog te beslissen over de verkoop van onroerend goed.

3.13.

In het (in het Nederlands vertaalde) verslag (minutes of meeting) van het hiervoor onder 3.11. vermelde overleg (dat Doldersum tegen het einde van de bespreking heeft opgemaakt) is onder meer het volgende opgenomen:

Partijen (Reparco/Roma) zijn akkoord gegaan met de voorgestelde koopovereenkomst en concepthuurovereenkomst, met de volgende wijzigingen:

Wijzigingen in de huurovereenkomst, op basis van Nederlandse artikelen aangehaald door L & L:

- art 8.4., 8.15, 834, 8.40, 8.45, 8.47, 8.48 en deze artikelen (8.34/8.40) dienen te worden gewijzigd zodat beide partijen zich kunnen vinden in de definitieve weergave.

(…)

Wijzigingen in de koopovereenkomst:

  • -

    overdracht en betaling onroerend goed op 1 augustus 2011;

  • -

    koopprijs EUR 4.650.000,- k.k. (excl. kosten);

  • -

    notaris zal zijn Dirkzwager in samenwerking met Loyens & Loeff;

  • -

    koper zal alle medewerking verlenen aan verkoper met betrekking tot vermindering van de 6% overdrachtsbelasting, ten voordele van verkoper, zonder dat dit nieuwe nadelen oplevert voor koper.

Partijen komen overeen dat Loyens & Loeff contact zal opnemen met Dirkzwager om beide overeenkomsten af te ronden voor maandag 27 juli (bedoeld is 27 juni, rechtbank) 15:00 uur.

3.14.

In een e-mail van 23 juni 2011 heeft Doldersum aan [naam], [naam] en [naam] het volgende bericht:

Loyens & Loeff heeft de toepasselijke overeenkomsten besproken met Dirkzwager, die kennis heeft van dit model en het goedkeurt, en zal de algemene conceptovereenkomst vandaag aan Dirkzwager doen toekomen, zodat deze kan worden doorgestuurd naar

FGH Bank (welke bank bekend is met de overeenkomsten van L & L)

L&L werkt vandaag aan de definitieve conceptovereenkomst waarin onze ‘notulen van vergadering zullen worden verwerkt, en probeert deze morgen voor het einde van de dag te doen toekomen aan Dirkzwager.

We streven ernaar de definitieve overeenkomsten te laten goedkeuren door beide partijen voor volgende week dinsdag en achten het niet nodig om volgende week bijeen te komen, aangezien L&L en Dirkzwager alleen nog maar tot overeenstemming hoeven te komen met betrekking tot de juridische beschrijving van de toepasselijke artikelen.

3.15.

[naam] heeft in een (in het Nederlands vertaalde) e-mail van 23 juni 2011 aan de raad van bestuur (Corporate Management) van Norske Skog, het volgende geschreven:

Tot nu toe heb ik opdracht gekregen om over een deal te onderhandelen met de investeerders in het industrieel onroerend goed in Nijmegen, hetgeen wij maandag hebben gedaan. Deze dagen (definitieve concept overeenkomst wordt morgenmiddag naar de kopers opgestuurd) zijn onze advocaten de koop- en huurovereenkomsten aan het opstellen.

Als de kopers de concepten accepteren, dan is de volgende stap het sluiten van de deal op 1 augustus.

Ik heb een memo gemaakt om zo goed mogelijk de overwegingen van deze transactie weer te geven. Mijn voorstel is dat jullie het memo lezen en morgen (vrijdag) een principebeslissing nemen om de transactie af te sluiten of niet. [naam], kun jij hieraan gevolg geven?

3.16.

Op 2 juli 2011 heeft Roma het bedrijfspand aan een derde (ACE Europe Real Estate) doorverkocht. In de overeenkomst is vermeld dat partijen nadrukkelijk geen voorbehouden zijn overeengekomen.

3.17.

Norske Skog heeft Roma op 6 juli 2011 telefonisch medegedeeld dat de koop niet doorging omdat er een overnamekandidaat voor de onderneming van Reparco zou zijn. Bij e-mailbericht van 8 juli 2011 heeft mr Dijksra van Loyens & Loeff aan mr. Veerbeek, de notaris van Roma het volgende bericht:

Naar aanleiding van uw telefoongesprek met mijn kantoorgenoot mr. Bäcker bericht ik u mede namens hem als volgt.

Wij hebben van onze cliënte begrepen dat de directie van cliënte en van de Noorse moedervennootschap van cliënte niet akkoord gaan met de transactie waarover de afgelopen periode is gesproken.

De directie van de cliënte en van de moedervennootschap van cliënte wensen deze transactie in elk geval de komende periode niet plaats te laten vinden. In de concept intentieovereenkomst die ter becommentariëring aan uw cliënte op 17 juni jl. is toegezonden was overigens reeds het voorbehoud van goedkeuring van de moedervennootschap opgenomen.

3.18.

Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter heeft Roma op 8 juli 2011 ten laste van Reparco conservatoir beslag tot levering van de bedrijfsruimte gelegd.

3.19.

Bij brief van 14 juli 2011 heeft de advocaat van Roma Reparco gesommeerd om de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst na te komen. De advocaat van Reparco heeft hierop bij brief van 21 juli 2011 afwijzend gereageerd.

3.20.

Bij kort geding dagvaarding van 5 augustus 2011 heeft Roma jegens Reparco de nakoming van de overeenkomst, in de zin van levering van het bedrijfspand gevorderd. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem heeft bij vonnis van 1 september 2011 de vordering van Roma afgewezen en de reconventionele vordering van Reparco tot opheffing van het onder 3.18 vermelde beslag toegewezen. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de in het koopvoorstel opgenomen opschortende voorwaarde van goedkeuring van het bestuur van Norske Skog ook na de bespreking van 20 juni 2011 nog steeds van kracht was en dat die goedkeuring niet is gegeven.

3.21.

Norske Skog heeft op 1 augustus 2012 haar aandelen in Reparco overgedragen aan H2 Equity Partners.

4 Het geschil

in de hoofdzaak

4.1.

Roma c.s. vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

te verklaren voor recht dat tussen Reparco en Roma, althans [naam], een rompovereenkomst tot stand is gekomen, zoals vastgelegd in de ‘minutes of meeting’ d.d. 20 juni 2011, inhoudende de verkoop en levering door Reparco van het pand aan het adres Bijsterhuizen 1107 te Nijmegen voor een koopprijs van € 4.650.000,00 [zegge: vier miljoen zeshonderdvijftig duizend Euro] en met een terughuurverplichting jegens Reparco Nederland BV;

Te verklaren voor recht dat Reparco toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de onder sub 1 genoemde overeenkomst jegens Roma investments BV, althans [naam] en dat de onder sub 1 genoemde overeenkomst terecht is ontbonden, alsmede dat Reparco gehouden is de dientengevolge door Roma, althans [naam] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

subsidiair

te verklaren voor recht dat Reparco jegens Roma, althans [naam], onrechtmatig heeft gehandeld en dientengevolge gehouden is de door Roma, althans [naam] geleden en nog te lijden schade te vergoeden, bestaande uit het positief contractsbelang, althans het negatief contractsbelang op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

zowel primair als subsidiair

Reparco te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de 15e dag van het in deze te wijzen vonnis en Reparco te veroordelen in de nakosten, zijnde € 131,-, dan wel indien betekening van het in deze te wijzen vonnis plaatsvindt, zijnde € 199,-

4.2.

Roma c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het voorbehoud in het koopvoorstel van goedkeuring door het bestuur van Norske Skog is komen te vervallen waardoor tijdens de bespreking van 20 juni 2011 een onvoorwaardelijke (‘perfecte’) overeenkomst tot stand is gekomen, en Reparco is tekortgeschoten in de nakoming daarvan en Roma de overeenkomst kan ontbinden. Subsidiair stelt zij dat, voor het geval het voorbehoud op 20 juni 2011 nog van toepassing was, dit enkel zag op het inhoudelijk resultaat van de onderhandeling en niet op de verkoop op zichzelf, hetgeen zou volgen uit de omstandigheid dat de juristen reeds opdracht hadden gekregen om de contracten op te stellen. Verder stelt zij dat een beroep op het voorbehoud, voor zover het van toepassing zou zijn, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Tot slot stelt zij dat voor het geval geoordeeld zou worden dat geen sprake is van een perfecte overeenkomst, het Reparco niet vrij stond de onderhandelingen af te breken zonder Roma schadeloos te stellen voor het positief, en subsidiair het negatief contractsbelang.

4.3.

Met betrekking tot de rol van [naam] als eiser in de procedure wordt toegelicht dat Roma bij de onderhandelingen als lasthebber voor [naam] is opgetreden en zij in die hoedanigheid ook in deze procedure namens [naam] kan optreden en de door [naam] geleden schade kan verhalen. Om discussies daarover in deze procedure te voorkomen, treedt [naam] zekerheidshalve in deze procedure eveneens als eiser op.

4.4.

Reparco en Norske Skog, de laatste als gevoegde partij, voeren verweer. Zij stellen dat geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat geen sprake was van een bevoegde vertegenwoordiging of een schijnvertegenwoordiging tot het aangaan van een overeenkomst, voorts dat niet is voldaan aan de opschortende voorwaarde van goedkeuring door het bestuur van Norske Skog en dat een beroep op het ontbreken van deze goedkeuring niet als onaanvaardbaar kan worden aangemerkt.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.6.

Reparco vordert, samengevat, dat Norske Skog wordt veroordeeld om aan Reparco te betalen datgene waartoe Reparco als gedaagde in de hoofdzaak dan wel een daaruit voortvloeiende schadestaatprocedure jegens Roma c.s. mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, alsmede Norske Skog te veroordelen in de kosten van het geding.

4.7.

Norske Skog voert verweer.

4.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1.

Roma c.s. stelt kort en zakelijk weergegeven dat met en door de afspraken gemaakt tijdens de bespreking van 20 juni 2011, het eerder in het koopvoorstel van 17 juni 2011 gemaakte voorbehoud van goedkeuring van de raad van commissarissen van Norske Skog niet meer geldt. Het eerste verweer van Reparco en Norske Skog daarop is dat Reparco tijdens deze bespreking niet (rechtsgeldig) was vertegenwoordigd. Reeds daarom zou van Reparco bindende afspraken geen sprake zijn.

5.2.

Meer specifiek wijzen Reparco en Norske Skog erop dat bij de bespreking niemand van Reparco aanwezig was. [naam] en [naam] waren in dienst van Norske Skog en waren niet bevoegd Reparco te vertegenwoordigen en te binden. De enige die Reparco kon binden was haar (enig) bestuurder [naam], maar deze was niet bekend met de meergenoemde bespreking van 20 juni 2011. [naam] was ermee bekend dat Norske Skog de mogelijkheden van een verkoop van het bedrijfspand onderzocht, en in dat kader heeft hij vertegenwoordigers van Roma in het bedrijfspand rondgeleid. Van concrete onderhandelingen met Roma wist hij echter niet. Reparco en Norske Skog wijzen erop dat ook de makelaar, Doldersum, Reparco niet kon vertegenwoordigen waarbij zij wijzen op het onder 3.6 vermelde citaat uit de beleggingsinformatie dat Doldersum bij deze transactie niet optreedt als een opdrachtnemer van Reparco.

5.3.

Reparco wordt in haar verweer gevolgd. Uit de door Roma c.s. gestelde feiten volgt niet dat [naam] en [naam] bevoegd waren Reparco te vertegenwoordigen. Van een formele bevoegdheid van deze heren was geen sprake. Gelet op het bij de beleggingsinformatie gevoegde uittreksel uit het handelsregister betreffende Reparco, waarin alleen [naam] als bestuurder is vermeld en [naam] als gevolmachtigde, moet Roma ermee bekend zijn geweest dat [naam] en [naam] geen statutaire bevoegdheid hadden. Ook van een aan deze heren gegeven bijzondere volmacht was geen sprake, althans heeft Roma c.s. geen van belang zijnde feiten of omstandigheden gesteld die op een dergelijke volmacht wijzen.

5.4.

Ook van een toerekenbare schijn van volmachtverlening in de zin van het bepaalde in artikel 3:61 lid 2 BW is niet gebleken. Roma c.s. stelt dat [naam] een rondleiding door het bedrijfspand heeft verzorgd, maar zonder bijkomende omstandigheden, die gesteld noch gebleken zijn, heeft Roma hieruit niet mogen afleiden dat [naam] en [naam] bevoegd waren Reparco tijdens onderhandelingen over de verkoop van het pand te vertegenwoordigen, in de zin dat zij namens Reparco een tot die verkoop strekkende overeenkomst konden sluiten. Roma c.s. baseert haar stellingen onder meer op mededelingen van [naam] tijdens de meergenoemde bespreking van 20 juni 2011, maar ook deze mededelingen kunnen, als immers gedaan door een onbevoegde, Reparco op geen enkele wijze binden.

5.5.

Het voorgaande wordt niet anders door de onder 3.17 vermelde e-mail van

mr. Dijkstra van Loyens & Loeff aan mr. Veerbeek van Roma van 8 juli 2011. Uit de vermelding in die e-mail dat “de directie van cliënte en van de Noorse moedervennootschap van cliënte niet akkoord gaan met de transactie waarover de afgelopen periode is gesproken” volgt niet de erkenning van Reparco dat zij bij de onderhandelingen van 20 juni 2011 bevoegd vertegenwoordigd was.

5.6.

Voor een toerekening van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook sprake zijn indien een derde gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een bevoegdheid van een onbevoegde vertegenwoordiger, op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (zie daarvoor onder meer HR 19 februari 2010, ECLI: NL: HR: 2010: BK7671 (ING/Bera) en HR 3 februari 2012, ECLI:NL: HR: 2012: BU4909 (Fujitsu/Excel)). Het belang van de transactie – de verkoop van een bedrijfsactief voor € 4.700.000,00 – brengt met zich dat de formele bevoegdheidsstructuur niet snel kan worden doorbroken door een aanvullend risico-element als hier bedoeld. [naam] en [naam] waren niet in dienst bij Reparco, maar bij Norske Skog. De concernverhouding van Norske Skog met Reparco is er uitsluitend een op aandeelhoudersniveau, in de zin dat Norske Skog Holdings B.V. haar enig aandeelhouder is en Norske Skog op haar beurt enig aandeelhouder in Norske Skog Holdings B.V. Maar over deze transactie diende niet de aandeelhouder maar (primair) het bestuur van Reparco te beslissen terwijl Norske Skog daarin – en kenbaar voor Roma c.s. - niet was vertegenwoordigd. Het is om deze reden dat het door Roma c.s. gestelde vertrouwen van Roma c.s. in de totstandkoming van de overeenkomst niet voor risico van Reparco dient te komen.

5.7.

Mogelijk kan Reparco worden verweten dat zij zich van de onderhandelingen afzijdig heeft gehouden en over de status van mogelijke onderhandelingen geen duidelijkheid heeft gegeven, maar dit heeft Roma er niet in redelijkheid toe kunnen brengen aan te nemen dat een of meerdere medewerkers van Norske Skog beschikten over een volmacht, laat staan een ongeclausuleerde volmacht tot de verkoop van het pand, waarbij ook in dit verband wordt aangetekend dat met de verkoop een aanzienlijk belang gemoeid was. Hierbij wordt bovendien in aanmerking genomen dat [naam] niet bekend was met (het verloop van) de onderhandelingen en, zoals Reparco ongemotiveerd bestreden heeft gesteld, ook niet bekend was met de bespreking c.q. onderhandeling van 20 juni 2011.

5.8.

Met het voorgaande kan in het midden blijven of met de afspraken van 20 juni 2011 het voorbehoud van goedkeuring van de raad van bestuur van Norske Skog als opgenomen in het koopvoorstel van 17 juni 2011 niet van toepassing is en of de goedkeuring door de raad van bestuur van Norske Skog reeds was verleend. Voorts kan in het midden blijven of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om op dit voorbehoud een beroep te doen. Ook hoeft niet te worden beoordeeld of Roma gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het tot stand komen van een overeenkomst of dat, ingeval er geen sprake was van een perfecte overeenkomst, het Reparco vrijstond de onderhandelingen af te breken zonder over te gaan tot het vergoeden van het positief of negatief contractsbelang. Voor dat laatste is immers van belang dat namens Reparco onderhandelingen zijn gevoerd hetgeen, zoals hiervoor vermeld, niet wordt aangenomen.

5.9.

De slotsom is dat de vorderingen die strekken tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat een perfecte overeenkomst tussen Roma en Reparco tot stand is gekomen en Roma c.s. de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, moeten worden afgewezen. Ook van een onrechtmatig handelen van Reparco is niet gebleken waardoor ook de daarop gerichte verklaring voor recht moet worden afgewezen.

5.10.

Roma c.s wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Reparco begroot op € 575,00 voor griffiegeld en € 904,00 (2 punten x tarief) voor salaris advocaat.

5.11.

Het verweer van Norske Skog in deze procedure is vrijwel identiek aan dat van Reparco waardoor dit verweer voor de beoordeling niet van een duidelijke toegevoegde waarde is gebleken. De kosten die Norske Skog heeft gemaakt worden daarom voor haar eigen rekening gelaten. Van kosten van Roma c.s. in verband met het optreden van Norske Skog als gevoegde partij is niet gebleken, reden waarom ten laste van Norske Skog geen proceskostenveroordeling wordt gegeven.

5.12.

De kosten van Reparco c.s. en de kostenveroordeling in de vrijwaringszaak komen niet voor rekening van Roma c.s., waarvoor verwezen wordt naar HR 28 oktober 2011, LJN BQ6079. De Hoge Raad heeft daarin overwogen dat het aanhangig maken van een vrijwaringsgeding niet nodig is omdat de vrijwaringsvordering ook geheel los van de hoofdzaak kan worden ingesteld en dat de gewaarborgde (eiser in vrijwaring) daarmee kan wachten totdat in de hoofdzaak een veroordelend vonnis tegen hem is verkregen. Verder heeft de Hoge Raad daarin onder meer overwogen dat de eiser in de hoofdzaak door het doorschuiven van kosten geconfronteerd wordt met kosten waarop hij niet hoefde te rekenen en waarop hij geen invloed uit kan oefenen en dat de kosten van een aanzienlijke omvang waren.

5.13.

In de voorgaande overwegingen van de Hoge Raad ziet de rechtbank geen aanleiding om wat betreft de kosten van het incident zelf af te wijken van de in artikel 237 lid 1 Rv vervatte hoofdregel dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure wordt veroordeeld, terwijl de kosten van dit incident beperkt zijn tot een overzichtelijk en gelet op de vordering gebruikelijk bedrag. De kosten van het vrijwaringsincident worden aan de zijde van Reparco begroot op € 453,00 in verband met het salaris van de gemachtigde.

in de vrijwaringszaak

5.14.

Nu de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen, zal de vordering in vrijwaring worden afgewezen. Reparco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Norske Skog begroot op € 575,00 voor griffiegeld en € 453,00 in verband met salaris advocaat.

6 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak:

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt Roma en [naam] hoofdelijk, des dat de een zal hebben betaald de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure aan de zijde van Reparco, deze begroot op € 1.932,00

6.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling onder 6.2. uitvoerbaar bij voorraad,

in de vrijwaringszaak:

6.4.

wijst de vorderingen af,

6.5.

veroordeelt Reparco in de kosten van de procedure aan de zijde van Norske Skog begroot op € 1.028,00,

6.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling onder 6.5. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2013.