Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6362

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-09-2013
Datum publicatie
23-01-2014
Zaaknummer
244297
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident in vrijwaringsprocedure; forumkeuzebeding; gedaagde heeft geen woonplaats op het grondgebied van een lidstaat (art 4 EEX-Verordening);

Conflict in de verhouding tussen art 7 lid 2 Rv. en art. 8 lid 2 Rv, het forumkeuzebeding heeft voorrang boven art 7 lid 2 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/244297 / HA ZA 13-380

Vonnis in incidenten van 11 september 2013

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in de hoofdzaak (vrijwaringsprocedure),

verweerder in de incidenten,

advocaat mr. F.J. Van Eeckhoutte te Amersfoort,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

MEDTRONIC INC.,

gevestigd te Minneapolis, Minnesota 55432-5604, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in de hoofdzaak (vrijwaringsprocedure),

eiseres in de incidenten,

advocaat mr. dr. R.F.H. Mertens te Maastricht.

Partijen zullen hierna [eiser] en Medtronic worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in de vrijwaringsprocedure, tevens houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens houdende incidentele vordering tot oproeping in ondervrijwaring, tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2 De feiten en het geschil

2.1.

Vooralsnog kunnen de incidenten worden geplaatst in het volgende kader.

2.2.

De onderhavige zaak betreft de vrijwaringsprocedure die is voortgevloeid uit de hoofdzaak die bij deze rechtbank aanhangig is tussen T.H. [naam] (hierna: [naam]) en [eiser] (zaaknummer / rolnummer: 235464 / HA ZA 12-750). In laatstgenoemde procedure vordert [naam], kort gezegd, veroordeling van [eiser] tot betaling aan hem van € 31.592,67, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag ziet op een volgens [naam] tussen hem en [eiser] overeengekomen percentage van een bedrag dat [eiser] op grond van een vaststellingsovereenkomst met Medtronic van Medtronic heeft ontvangen ter beëindiging van een geschil over de reikwijdte van een octrooi met betrekking tot een medisch instrument en de daaraan gerelateerde methode (hierna: de vinding).

2.3.

[eiser] vordert in de vrijwaringsprocedure, samengevat, veroordeling van Medtronic om aan hem te betalen al hetgeen waartoe hij in voornoemde hoofdzaak jegens [naam] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van rente, proceskosten en nakosten. Daarnaast vordert [eiser] veroordeling van Medtronic tot betaling van schadevergoeding, bestaande uit de door hem gemaakte en nog te maken buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten in de hoofdzaak en de buitengerechtelijke kosten in de vrijwaringszaak, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Medtronic in de proceskosten van de vrijwaringszaak, vermeerderd met rente.

2.4.

[eiser] baseert zijn vorderingen op artikel 10 van de “Mutual Release and Settlement Agreement” die op 30 augustus 2011 tussen hem en Medtronic tot stand is gekomen. Dit is de onder 2.2 bedoelde vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst bevindt zich niet in het dossier. [eiser] citeert deze bepaling in de dagvaarding als volgt:

10 Indemnification

Medtronic agrees to indemnify, defend and hold harmless [eiser], against any claims, actions, losses, suits, judgments, awards, and expenses associated thereto of Dr.[naam] to the Settlement Funds (collectively “Idemnifiable Claims”). [eiser] agrees to notify Medtronic as soon as it becomes aware of any such Idemnifiable Claims, and to cooperate with and authorize Medtronic to carry out the sole investigation, management and defense of any such Idemnifiable Claims. Medtronic agrees, at its expense, to provide attorneys to defend any such Idemnifiable Claims brought or filed against [eiser], whether or not such Idemnifiable Claims are rightfully brought or filed. [eiser] agrees he will not compromise or settle any Indemnifiable Claims without the prior written consent of Medtronic.

2.5.

Medtronic haalt in haar conclusie van antwoord/incidentele conclusie ook een bepaling uit de “Mutual Release and Settlement Agreement” aan, namelijk artikel 6, en wel als volgt:

The settling parties agree that any disputes regarding the breach of this Agreement shall first be the subject of good faith negotiation between the Settling Parties. If those negotiations do not resolve all disputes within 30 days, then the Settling Parties agree that the sole, exclusive forum and venue where an aggrieved Settling Party may bring any Claim related to this Agreement will be the courts of law in New York, New York.

2.6.

Naast de bovengenoemde “Mutual Release and Settlement Agreement” speelt in deze zaak een rol de “Settlement Agreement & Release” die [naam] en Medtronic op 12 juli 2006 zijn overeengekomen. Artikel 2 van deze overeenkomst, die niet in het geding is gebracht, luidt volgens de conclusie van antwoord/incidentele conclusie onder meer als volgt:

Dr. [naam] will file no claim or lawsuit related to the License Agreement, nor will serve, join or appear as a party, plaintiff or co-plaintiff in any claim or lawsuit related to or based upon the License Agreement.

De “License Agreement” die in de hier aangehaalde bepaling wordt genoemd en die zich niet in het dossier van de vrijwaringsprocedure bevindt, betreft een overeenkomst tussen [eiser], [naam] en Medtronic van 11 oktober 1999 met betrekking tot de exploitatie van de vinding.

3 De beoordeling in het bevoegdheidsincident

3.1.

Medtronic vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voert daartoe aan dat aan de Nederlandse rechter op grond van het forumkeuzebeding dat is neergelegd in artikel 6 van de “Mutual Release and Settlement Agreement” (zie onder 2.5) juncto artikel 23 lid 1 onder a van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de EEX-Verordening) geen rechtsmacht toekomt. Volgens Medtronic doet de door [eiser] geïnitieerde vrijwaringsprocedure aan deze forumkeuze niet af en strekt de forumkeuze zich ook uit over de vordering tot vrijwaring. Het gekozen forum in New York heeft volgens Medtronic voorrang boven het forum dat artikel 7 lid 2 Rv aanwijst, namelijk de Nederlandse rechter.

3.2.

[eiser] voert verweer. Hij voert aan dat de vrijwaring plaatsvindt op grond van de artikelen 210 en volgende Rv, dat zij is toegestaan door de Nederlandse rechter en dat zij ertoe strekt dat Medtronic als waarborg instaat voor de eventuele negatieve gevolgen voor [eiser] die voortvloeien uit het oorspronkelijke geschil tussen [naam] en [eiser]. Daarom is de Nederlandse rechter volgens [eiser] bevoegd in de vrijwaringsprocedure. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de bepalingen van de EEX-Verordening hier niet relevant zijn, omdat de “Mutual Release and Settlement Agreement” strekt tot bewijs van het feit dat Medtronic [eiser] moet vrijwaren en op zichzelf niet ter discussie staat.

3.3.

De rechtbank overweegt het volgende.

Artikel 23 EEX-Verordening bepaalt dat, wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht of de gerechten van die lidstaat bevoegd is/zijn. Van een forumkeuze als bedoeld in deze bepaling is in de onderhavige zaak geen sprake. Artikel 6 van de “Mutual Release and Settlement Agreement” wijst immers de rechter van New York aan als bevoegde rechter en New York is gelegen in de Verenigde Staten van Amerika, welk land geen lidstaat is van de EEX-Verordening. Artikel 23 EEX-Verordening is dus, anders dan Medtronic kennelijk betoogt, niet van toepassing en leidt niet tot onbevoegdheid van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.

3.4.

Hoewel partijen zich daarop niet (expliciet) beroepen, mist ook artikel 6 lid 2 EEX-Verordening toepassing. Volgens deze bepaling, gelezen in samenhang met artikel 5 EEX-Verordening, kan bij een vordering tot vrijwaring de partij die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat worden opgeroepen voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is, tenzij de vordering slechts is ingesteld om de opgeroepene af te trekken van de rechter die de Verordening hem toekent. Toepasselijkheid van deze bepaling – en dus bevoegdheid van deze rechtbank in de vrijwaringszaak op grond van het feit dat zij ook bevoegd is in de hoofdzaak – stuit al af op het feit dat Medtronic, zoals hierboven al is vermeld, geen woonplaats heeft in een lidstaat.

3.5.

Artikel 4 EEX-Verordening bepaalt dat, indien – zoals hier het geval is – de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, de bevoegdheid in elke lidstaat wordt geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd de artikelen 22 en 23 van de Verordening. De rechtbank zal dan ook aan de hand van Nederlands recht (Rv) moeten beoordelen of zij bevoegd is van het geschil in de vrijwaringszaak kennis te nemen.

3.6.

Artikel 7 lid 2 Rv bepaalt dat, indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, deze hem ook toekomt ten aanzien van – voor zover hier relevant – een vordering tot vrijwaring, tenzij tussen deze vordering en de oorspronkelijke vordering onvoldoende samenhang bestaat.

3.7.

Ingevolge artikel 8 lid 2 Rv heeft de Nederlandse rechter geen rechtsmacht indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, bij overeenkomst een rechter of de rechter van een vreemde staat bij uitsluiting hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van die rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan.

3.8.

Hier doet zich een conflict voor in de verhouding tussen artikel 7 lid 2 Rv en artikel 8 lid 2 Rv. In het forumkeuzebeding in de “Mutual Release and Settlement Agreement” is immers een andere rechter aangewezen dan de rechter bij wie de hoofdzaak aanhangig is. Aan de hand van de strekking van artikel 7 lid 2 Rv en die van een forumkeuzebeding als bedoeld in artikel 8 lid 2 Rv zal moeten worden bezien welk forum voor gaat.

3.9.

De strekking van artikel 7 lid 2 Rv is vooral gelegen in de proceseconomie en de goede rechtsbedeling. Daarnaast is een concentratie van procedures vaak in het belang van beide partijen. Verder worden tegenstrijdige uitspraken vermeden en vindt een efficiëntere rechtspleging plaats doordat het geschil is geconcentreerd bij één gerecht.

Daar tegenover staat de partijautonomie: het forumkeuzebeding leidt ertoe dat partijen – dus ook de waarborg in de vrijwaringsprocedure – op voorhand zekerheid hebben over de bevoegde rechter. De mogelijkheid dat door een vrijwaringsprocedure plotseling een andere rechter bevoegd is om het geschil te beslechten is daarmee in strijd. Het forumkeuzebeding zou daarmee inhoudsloos worden. Om dit laatste te voorkomen, moet de balans naar het oordeel van de rechtbank doorslaan naar het forumkeuzebeding, met andere woorden: het forumkeuzebeding heeft voorrang boven artikel 7 lid 2 Rv (in vergelijkbare zin: rechtbank ’s-Hertogenbosch 13 juni 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA7236). Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [eiser] niet (expliciet) heeft gesteld, en dat ook overigens niet is gebleken, dat het forumkeuzebeding zich niet uitstrekt tot de vordering in vrijwaring.

3.10.

Gezien het voorgaande moet de incidentele vordering worden toegewezen. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren kennis te nemen van het geschil in de vrijwaringsprocedure.

3.11.

Aangezien de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren, komt zij niet toe aan de beoordeling van de overige twee incidenten die Medtronic heeft opgeworpen.

3.12.

[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De kosten aan de zijde van Medtronic worden begroot op € 579,00 wegens salaris advocaat (1,0 punt × tarief € 579,00).

4 De beslissing

De rechtbank

in het bevoegdheidsincident

4.1.

wijst het gevorderde toe en verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak,

4.2.

veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van Medtronic begroot op € 579,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2013.

Coll.: JC