Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6352

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
22-01-2014
Zaaknummer
248866
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

vordering ex art. 843 Rv. in kortgeding;

art.5:2 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/248866 / KG ZA 13-461

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] ,

gevestigd te Blaricum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser]

gevestigd te Blaricum,

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

advocaten mrs. J.W. de Groot en M.V.A. Heuten te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde]

wonende te Ede,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te Ede,

3. [gedaagde]

wonende te Renkum,

gedaagden in conventie,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. W.A.J. Hagen te Arnhem.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiser]en [eiser] en anderzijds [gedaagde] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de brief van 13 september 2013 van mr. Heuten met producties

  • -

    de akte overlegging producties, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie

  • -

    de faxbrief van 16 september 2013 van mr. Hagen met producties

  • -

    de faxbrief van 17 september 2013 van mr. De Groot met een productie

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser]en [eiser]

  • -

    de pleitnota van [gedaagde] en [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is indirect bestuurder van [gedaagde]. Vanaf 2004 is [gedaagde] opgetreden als accountant van [eiser]. [naam] (hierna: [naam]) is enig bestuurder van [eiser]en daarmee indirect bestuurder van [eiser]. [gedaagde], werkzaam als registeraccountant bij [gedaagde], is bewaarder van de boeken en bescheiden van de op 31 december 2010 ontbonden Stichting Beheer Derdengelden [gedaagde] (hierna: de Stichting).

2.2.

[eiser]heeft eind 2008 begin 2009 in totaal € 175.000,- geïnvesteerd in de op 25 januari 2010 ontbonden vennootschap [betrokkene](hierna: [betrokkene]). [naam](hierna: [naam]) is enig bestuurder van [betrokkene].

2.3.

Bij op 1 oktober 2010 gedateerde brief heeft [naam] namens [betrokkene] [eiser]verzocht haar vordering op [betrokkene] van in hoofdsom € 175.000,- volledig kwijt te schelden.

2.4.

In de periode 2008-2010 hebben er aan het aan [eiser] (destijds genaamd [naam]) toebehorende en door haar aan [gedaagde] verhuurde kantoorpand aan de [adres] (hierna: het kantoorpand) en de aan [gedaagde] toebehorende woning aan de [adres](hierna: de privéwoning) renovatiewerkzaamheden en verbouwingen plaatsgevonden.

2.5.

Bij notariële akten van 11 februari 2010 en 31 december 2010 heeft een vennootschap van [gedaagde] [naam] (thans [naam]), eerst 33% en vervolgens de resterende 67% van de aandelen in [eiser] verkocht en geleverd aan [eiser]tegen een koopprijs van in totaal € 580.000,-.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser]en [eiser] vorderen

1. de veroordeling van [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis

A. afschrift of inzage te verstrekken aan [eiser]van

- alle documenten – waaronder financiële gegevens, jaarrekeningen en jaarverslagen,

begrotingen en ondernemingsplannen betreffende [betrokkene], alsmede (interne) notities, risicoanalyses en memoranda – die [gedaagde] en/of [gedaagde] ten grondslag hebben gelegd aan en/of die verband houden met het advies om aan [betrokkene] een geldlening van € 175.000,- te verstrekken en/of het advies om het kwijtscheldingsverzoek van [betrokkene] te ondertekenen,

- alle schriftelijke en/of elektronische stukken betreffende het overleg tussen [gedaagde] dan

wel [gedaagde] enerzijds en de Belastingdienst anderzijds terzake de fiscale verwerking van (de afboeking van) de geldlening,

- alle documenten – waaronder bankafschriften en schriftelijke en/of elektronische

communicatie tussen [betrokkene], dan wel [naam], dan wel [naam] namens enige andere entiteit enerzijds en [gedaagde] dan wel [gedaagde] anderzijds – betreffende de geldlening, de wijze waarop de geldlening is aangewend en/of het kwijtscheldingsverzoek, en

- alle documenten – waaronder bankafschriften en schriftelijke en/of elektronische

communicatie tussen [betrokkene], dan wel [naam], dan wel [naam] namens enige andere entiteit enerzijds en [gedaagde] dan wel [gedaagde] anderzijds – betreffende de investering van [gedaagde] in [betrokkene] en de wijze waarop die investering is aangewend,

voor zover hij over die bescheiden de beschikking heeft of daarover de beschikking kan verkrijgen,

1. (een uitdraai van) alle stukken behorende tot de fysieke dan wel geautomatiseerde administratie van [eiser] over de boekjaren 2008-2010, met uitzondering van de stukken die worden genoemd in productie 15 bij de dagvaarding, af te geven aan [eiser],

2. afschrift of inzage te verstrekken aan [eiser]van

- alle begrotingen, offertes, facturen en bijbehorende specificaties die zien op

verbouwingen aan het kantoorpand in de periode 2008-2010,

- alle begrotingen, offertes, facturen en bijbehorende specificaties die zien op

verbouwingen aan de privéwoning in de periode 2008-2010, voor zover de daarmee verband houdende kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2009 van [eiser],

- ( (elektronische) bankafschriften van alle betalingen die betrekking hebben op de

onderwerpelijke verbouwingen aan het kantoorpand en/of – voor zover de daarmee verband houdende kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2009 van [eiser] – aan de privéwoning in de periode 2008-2010, alsmede de grootboekrekeningen en kolommenbalansen van [eiser] over deze periode,

- alle schriftelijke en/of elektronische communicatie tussen [gedaagde] dan wel [naam]

dan wel [eiser] en derden die – al dan niet als aannemer of uitvoerende partij – betrokken zijn geweest bij de verbouwingen aan het kantoorpand en/of aan de privéwoning in de periode 2008-2010,

voor zover hij over die bescheiden de beschikking heeft of daarover op eenvoudige wijze de beschikking kan verkrijgen en voor zover deze stukken geen deel uitmaken van de aan [eiser] toebehorende administratie als hiervoor bedoeld onder B.1.,

2. de veroordeling van [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis

A. afschrift of inzage te verstrekken aan [eiser]van

- alle documenten – waaronder financiële gegevens, jaarrekeningen en jaarverslagen,

begrotingen en ondernemingsplannen betreffende [betrokkene], alsmede (interne) notities, risicoanalyses en memoranda – die [gedaagde] en/of [gedaagde] ten grondslag hebben gelegd aan en/of die verband houden met het advies om aan [betrokkene] de geldlening van € 175.000,- te verstrekken en/of het advies om het kwijtscheldingsverzoek van [betrokkene] te ondertekenen,

- alle schriftelijke en/of elektronische stukken betreffende het overleg tussen [gedaagde] dan

wel [gedaagde] enerzijds en de Belastingdienst anderzijds terzake de fiscale verwerking van (de afboeking van) de geldlening,

- alle documenten – waaronder bankafschriften en schriftelijke en/of elektronische

communicatie tussen [betrokkene], dan wel [naam], dan wel [naam] namens enige andere entiteit enerzijds en [gedaagde] dan wel [gedaagde] anderzijds – betreffende de geldlening, de wijze waarop de geldlening is aangewend en/of het kwijtscheldingsverzoek, en

- alle documenten – waaronder bankafschriften en schriftelijke en/of elektronische

communicatie tussen [betrokkene], dan wel [naam], dan wel [naam] namens enige andere entiteit enerzijds en [gedaagde] dan wel [gedaagde] anderzijds – betreffende de investering van [gedaagde] in [betrokkene] en de wijze waarop die investering is aangewend,

voor zover zij over die bescheiden de beschikking heeft of daarover de beschikking kan verkrijgen,

B. 1. (een uitdraai van) alle stukken behorende tot de fysieke dan wel geautomatiseerde administratie van [eiser] over de boekjaren 2008-2010, met uitzondering van de stukken die worden genoemd in productie 15 bij de dagvaarding, te retourneren aan [eiser],

2. afschrift of inzage te verstrekken aan [eiser]van

- alle begrotingen, offertes, facturen en bijbehorende specificaties die zien op

verbouwingen aan het kantoorpand in de periode 2008-2010,

- alle begrotingen, offertes, facturen en bijbehorende specificaties die zien op

verbouwingen aan de privéwoning in de periode 2008-2010, voor zover de daarmee verband houdende kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2009 van [eiser],

- ( (elektronische) bankafschriften van alle betalingen die betrekking hebben op de

onderwerpelijke verbouwingen aan het kantoorpand en/of – voor zover de daarmee verband houdende kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2009 van [eiser] – aan de privéwoning in de periode 2008-2010, alsmede de grootboekrekeningen en kolommenbalansen van [eiser] over deze periode,

- alle schriftelijke en/of elektronische communicatie tussen [gedaagde] dan wel [naam]

dan wel [eiser] en derden die – al dan niet als aannemer of uitvoerende partij – betrokken zijn geweest bij de verbouwingen aan het kantoorpand en/of aan de privéwoning in de periode 2008-2010,

voor zover zij over die bescheiden de beschikking heeft of daarover op eenvoudige wijze de beschikking kan verkrijgen en voor zover deze stukken geen deel uitmaken van de aan [eiser] toebehorende administratie als hiervoor bedoeld onder B.1.,

3. de veroordeling van [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis afschrift en inzage te verstrekken aan [eiser]van alle documenten, waaronder bankafschriften en schriftelijke en/of elektronische communicatie tussen [betrokkene] dan wel [naam] enerzijds en [gedaagde] en/of de Stichting anderzijds, betreffende de wijze waarop de geldlening is aangewend, voor zover hij over die bescheiden beschikking heeft of daarover de beschikking kan verkrijgen,

4. de veroordeling van [gedaagde] , respectievelijk [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 20.000,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat zij niet geheel aan de jegens hen gewezen veroordeling voldoen,

5. [gedaagde] en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[eiser]en [eiser] leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. [gedaagde] en/of [gedaagde] zijn als tussenpersoon en als adviseur betrokken geweest bij twee transacties die [eiser]is aangegaan. Het betreft (i) een geldlening van € 175.000,- die [eiser]heeft verstrekt aan [betrokkene] en (ii) de aankoop door [eiser]van alle aandelen in [naam] ([eiser]). In het kader van een recent uitgevoerd second-opinion onderzoek naar de werkzaamheden van de accountant van (onder andere) [eiser]en [eiser] is gebleken dat zich bij die transacties mogelijk onregelmatigheden hebben voorgedaan. Teneinde de nadere achtergronden van de transacties en de rol van [gedaagde] en [gedaagde] vast te stellen, heeft [eiser]op 18 juli 2013 aan [gedaagde] en [gedaagde], in zijn hoedanigheid van bewaarder van de boeken en bescheiden van de Stichting, afschrift verzocht van alle stukken die verband houden met de transacties. Tot exhibitie heeft dit niet geleid. [eiser]en [eiser] hebben op grond van artikel 843a Rv en artikel 5:2 BW recht op inzage dan wel afschrift respectievelijk afgifte van de hiervoor genoemde stukken.

3.3.

[gedaagde] en [gedaagde] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1.

[gedaagde] en [gedaagde] vorderen – voorwaardelijk – de hoofdelijke veroordeling van [eiser]en [eiser] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] en [gedaagde] afschrift te verstrekken van alle in sub 10 van de conclusie van eis in reconventie genoemde bescheiden, versterkt met een dwangsom van € 20.000,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat [eiser]en [eiser] niet of niet geheel aan deze veroordeling voldoen en met hoofdelijke veroordeling van [eiser]en [eiser] in de proceskosten.

4.2.

[gedaagde] en [gedaagde] hebben – in geval van gehele of gedeeltelijke toewijzing van de vordering in conventie van [eiser]en [eiser] – recht en belang op inzage in de door hen gevorderde bescheiden teneinde hun positie in de verdere discussie met [eiser]en [eiser] en de mogelijk daaruit voortvloeiende procedure te kunnen bepalen.

4.3.

[eiser]en [eiser] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en voorwaardelijke reconventie

5.1.

Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de stellingen van [eiser]en [eiser].

5.2.

Volgens het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2013 (LJN: BY6111) kan een vordering ex artikel 843a Rv in kort geding worden ingesteld. Op grond van artikel 843a Rv kan een (rechts-)persoon op zijn/haar kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bescheiden. Dit artikel heeft betrekking op de mogelijkheid om schriftelijke bewijsmiddelen te verkrijgen waarover een partij niet beschikt. De partij dient in beginsel wel bekend te zijn met het bestaan en de inhoud van de betreffende bewijsmiddelen. Vereist is dat de (rechts-) persoon een rechtmatig belang heeft bij inzage, afschrift of uittreksel, dat het om bepaalde bescheiden gaat en dat de bescheiden zien op een rechtsbetrekking waarin de (rechts-) persoon partij is. Indien daarvoor gewichtige redenen zijn of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd, hoeft degene die de bescheiden tot zijn/haar beschikking heeft deze niet te verstrekken.

5.3.

Ingevolge artikel 5:2 BW is de eigenaar van een zaak bevoegd die zaak op te eisen van een ieder die haar zonder recht houdt.

5.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat [gedaagde] en [gedaagde] bij iedere (deel)vordering van [eiser]en [eiser] als verweer aanvoeren dat zij niet of niet meer beschikken of kunnen beschikken over de daarin genoemde documenten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen [gedaagde] en/of [gedaagde] niet worden veroordeeld tot het verlenen van inzage in of het afgeven van (afschriften van) stukken waarover zij beschikken noch kunnen beschikken. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om in de eerste plaats per (deel)vordering de aannemelijkheid van dat verweer te beoordelen.

5.5.

Ten aanzien van de vorderingen onder 1.A., eerste liggend streepje, en 2.A., eerste liggend streepje, stelt [eiser]dat zij door [gedaagde] en/of [gedaagde] is geadviseerd om aan [betrokkene] een geldlening van € 175.000,- te verstrekken en om het kwijtscheldingsverzoek van [betrokkene] te ondertekenen. [gedaagde] en [gedaagde] betwisten dat zij [eiser]in verband met deze aangelegenheden hebben geadviseerd. Nu [eiser]haar stelling op dit onderdeel niet nader met stukken heeft onderbouwd, kan er niet van worden uitgegaan dat [gedaagde] dan wel [gedaagde] [eiser]terzake van de geldlening en/of het kwijtscheldingsverzoek hebben geadviseerd. De enkele stelling, indien al juist, dat de betaling van die € 175.000,- aan [betrokkene] is gelopen via de derdenrekening van [gedaagde] is onvoldoende voor een andersluidend oordeel. In dit licht bezien is aannemelijk dat [gedaagde] noch [gedaagde] beschikken of kunnen beschikken over documenten die verband houden met de door [eiser]en [eiser] gestelde advisering aan [betrokkene]. Voornoemde vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

5.6.

Betreffende de vorderingen onder 1.A., tweede liggend streepje, en 2.A., tweede liggend streepje, stelt [eiser]dat [gedaagde] en/of [gedaagde] overleg hebben gehad met de belastingdienst over de fiscale verwerking van (de afboeking) van het door [eiser]in [betrokkene] geïnvesteerde bedrag. [gedaagde] en [gedaagde] betwisten dit. [eiser]heeft haar stelling in deze niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door een verklaring van de belastingdienst in het geding te brengen. Daarom is niet aannemelijk geworden [gedaagde] en/of [gedaagde] dat overleg hebben gehad. Op grond hiervan is aannemelijk dat [gedaagde] noch [gedaagde] beschikken of kunnen beschikken over stukken die verband houden met het gestelde overleg met de belastingdienst, zodat de vorderingen onder 1.A., tweede liggend streepje, en 2.A., tweede liggend streepje, eveneens worden afgewezen.

5.7.

Met betrekking tot de vorderingen onder 1.A., derde en vierde liggend streepje, en onder 2.A., derde en vierde liggend streepje, stelt [eiser]dat [gedaagde] en/of [gedaagde] als accountant of adviseur van [betrokkene] zijn opgetreden. [gedaagde] en [gedaagde] betwisten dit. [eiser]heeft haar stelling dat [betrokkene] een cliënt was van [gedaagde] en/of [gedaagde] niet nader onderbouwd, zodat dit niet aannemelijk is geworden. Daarbij komt dat er zich in het procesdossier een verklaring van 19 augustus 2013 van [naam] bevindt, waarin is te lezen dat [naam] rechtstreeks met [naam] heeft gecommuniceerd over de investering in [betrokkene] en de kwijtschelding van de lening. Gelet op dit alles is aannemelijk dat [gedaagde] noch [gedaagde] beschikken of kunnen beschikken over de documenten genoemd onder 1.A., derde en vierde liggend streepje, en onder 2.A., derde en vierde liggend streepje. Deze vorderingen zijn dus ook niet toewijsbaar.

5.8.

Over van de vorderingen onder 1.B.1. en 2.B.1. wordt het volgende overwogen. [gedaagde] en [gedaagde] betwisten dat zij beschikken dan wel kunnen beschikken over de fysieke of geautomatiseerde administratie van [eiser] over de boekjaren 2008-2010 omdat de administratie van [eiser] direct in de jaarrekening werd verwerkt en niet in een boekhoudprogramma; reden waarom er volgens hen geen andere bescheiden zijn dan die in productie 15 bij de dagvaarding worden genoemd en die al zijn afgegeven. [eiser]en [eiser] hebben dit verweer niet gemotiveerd weersproken, zodat de juistheid daarvan voldoende aannemelijk is geworden. Nu [gedaagde] en/of [gedaagde] niet kunnen worden veroordeeld tot het afgeven van stukken waarover zij beschikken noch kunnen beschikken, zal de vordering worden afgewezen voor zover deze ziet op de fysieke dan wel geautomatiseerde administratie van [eiser].

5.9.

Terzake van de vorderingen onder 1.B.2. en 2.B.2. hebben [gedaagde] en [gedaagde] aangevoerd dat zij bij de verkoop van de resterende 67% van de aandelen in [eiser] dan wel [naam] de volledige administratie van [eiser], inclusief onderliggende bescheiden en facturen, hebben overhandigd en dat de verbouwingen bij verkoop uit [eiser] zijn getild en in de koopprijs van de aandelen zijn verdisconteerd. Ter onderbouwing van dit verweer hebben [gedaagde] en [gedaagde] in de eerste plaats gewezen op een door [naam] namens [eiser]getekende koopovereenkomst terzake van de resterende aandelen in [eiser] van 13 december 2010. Daarin is onder meer een verklaring van [eiser]opgenomen dat zij – kort gezegd – de financiële administratie van [eiser] heeft ontvangen, dat zij uitgebreid en volledig is voorgelicht omtrent het project [adres] en het project aangaande de verbouwing van [adres], alsmede dat de oorspronkelijk overeengekomen koopsom van € 325.000,- na onderzoek door [eiser]in de financiële administratie van [eiser] is verlaagd tot € 125.000,- in verband met door [gedaagde] gedane investeringen in het project [adres]. Daarnaast hebben [gedaagde] en [gedaagde] ten overstaan van een notaris onder ede afgelegde verklaringen van [gedaagde] en twee andere medewerkers van [gedaagde] overgelegd waarin wordt bevestigd dat de administratie met daaraan ten grondslag liggende bescheiden van [eiser] aan [eiser]is verstrekt en dat [gedaagde] en [gedaagde] niet meer de beschikking hebben over bescheiden die betrekking hebben op [eiser]. [eiser]en [eiser] hebben dit verweer niet of onvoldoende gemotiveerd betwist. Het is dan ook voldoende aannemelijk geworden [gedaagde] en [gedaagde] niet of niet meer beschikken of kunnen beschikken over de gevorderde stukken betreffende de verbouwingen aan het kantoorpand dan wel de privéwoning, zodat ook de vordering voor zover die betrekking heeft op dit onderdeel zal worden afgewezen.

5.10.

Reeds op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal de voorzieningenrechter de vordering jegens [gedaagde] afwijzen.

5.11.

De slotsom is dat de vorderingen van [eiser]en [eiser] integraal zullen worden afgewezen. Gelet hierop behoeven de overige verweren van [gedaagde] en [gedaagde] geen bespreking meer.

5.12.

[eiser]en [eiser] zullen in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] en [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht €  589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal €  1.405,00

5.13.

De reconventionele vordering is voorwaardelijk ingesteld in die zin dat deze slechts behandeling behoeft bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van de vordering in conventie. Nu de vordering in conventie wordt afgewezen, wordt de vordering in reconventie geacht niet te zijn ingesteld en zal daarop verder niet worden ingegaan.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

wijst de vordering af,

6.2.

veroordeelt [eiser]en [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] en [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.405,00,

in reconventie

6.3.

verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken door mr. G.J. Meijer op 1 oktober 2013.

Coll.: SJM