Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6189

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-12-2013
Datum publicatie
10-03-2014
Zaaknummer
2532468
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

reorganisatie Wegener. Ontbindingsverzoek afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat geen passende functie voor de werkneemster aanwezig is in de nieuwe organisatie. Selectie voor 'eigen' functie onvoldoende zorgvuldig.

Van dezelfde reorganisatie zijn uitspraken gepubliceerd in de zaken 255920 (19 december 2013, Kanton Apeldoorn, ECLI:NL:RBGEL:2013:6188) en 2422927 (26 november 2013, kanton Zutphen, ECLI:NL:RBGEL:2013:5254)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0249

Uitspraak

Rechtbank GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats: Apeldoorn

Zaaknummer : 2532468 HA 13-224

Grosse aan : mr. Brakke

Afschrift aan : mr. Robustella

Verzonden d.d. :

beschikking van de kantonrechter d.d. 19 december 2013

inzake

de besloten vennootschap Wegener B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

verzoekster,

gemachtigde: mr. A. Robustella,

tegen

[verweerster],

wonende te [plaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. J. Brakke.

Partijen worden hierna aangeduid met Wegener en [verweerster].

1 Procesverloop

1.1.

Dit verloopt blijkt uit:

  • -

    het ter griffie binnengekomen verzoekschrift d.d. 14 november 2013;

  • -

    het ter griffie binnengekomen verweerschrift d.d. 4 december 2013;

  • -

    de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 9 december 2013, waarvan door de griffier aantekening is gehouden.

2 De feiten

2.1.

[verweerster], thans [jaar] oud, is op [2011] in dienst getreden van Wegener in de functie Directeur Marketing. Haar salaris bedraagt € 10.217,04 bruto per maand exclusief 8 % vakantietoeslag.

2.2

Wegener heeft te kampen met een aanhoudende daling van de advertentieomzet en een terugval van het aantal betaalde oplagen. Dit heeft geleid tot een negatief bedrijfsresultaat in het jaar 2012 en een afname van het eigen vermogen.

Wegener heeft besloten kostenbesparende maatregelen door te voeren. Hiervoor heeft Wegener het herstructureringsprogramma Phoenix ontwikkeld. Dit programma voorziet onder meer in het verval van 35 fte aan managementfuncties. In de voorgestelde nieuwe organisatiestructuur is de functie directeur Marketing komen te vervallen. De nieuwe structuur kent wel een functie Directeur Marketing & Portfolio (inmiddels na invulling van de functie door een externe kandidaat gewijzigd in Directeur Marketing & Sales)

2.3

Voor het doorvoeren van de nieuwe organisatiestructuur en (nagenoeg alle) vastgestelde besparingen is op 10 september 2013 door de centrale ondernemingsraad een positief advies uitgebracht.

2.4

Met de vakbonden is overeenstemming bereikt over het Sociaal Plan Phoenix (hierna: het Sociaal Plan).

2.5

Bij brief van 16 september 2013 is door Wegener aan [verweerster] medegedeeld dat haar functie met ingang van 1 november 2013 komt te vervallen en dat zij in verband met het ontbreken van een andere passende functie, per de genoemde datum boventallig is.



3. Het verzoek en het verweer

3.1

Wegener verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen, bestaande uit veranderingen van de omstandigheden, onder toekenning van een vergoeding overeenkomstig het Sociaal Plan, met dien verstande dat overeenkomstig het bepaalde in artikel E.4, slotalinea van het Sociaal Plan op het aan [verweerster] toekomend persoonlijk budget in mindering strekt de door Wegener sedert 1 oktober 2013 verrichte en te verrichten (bruto) salarisbetalingen tot aan het moment van ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Wegener voert hiertoe aan dat de bedrijfseconomische situatie en de daarmee samenhangende noodzaak tot reorganisatie, er toe heeft geleid dat de functie van [verweerster] vervallen is. Voor de functie Directeur Marketing & Portfolio heeft zij zich niet gekwalificeerd. Omdat geen andere passende functie aanwezig is, dient de arbeidsovereenkomst ontbonden te worden.


3.2. [verweerster] voert verweer tegen het verzoek en concludeert tot afwijzing daarvan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft zich er van vergewist dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod zoals bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

4.2.

Van de zijde van Wegener is allereerst betoogd dat in de specifieke situatie van Wegener geen reflexwerking toekomt aan de beleidsregels die door UWV worden gehanteerd bij de toetsing van een (collectief) ontslag. Artikel 6:248 lid 2 BW staat aan de toepassing van reflexwerking in de weg. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Bij de beoordeling van een ontbindingsverzoek als het onderhavige, is het uitgangspunt dat reflexwerking toekomt aan deze beleidsregels. Bedoelde reflexwerking komt erop neer dat bij de beoordeling door de kantonrechter van een ontbindingsverzoek in beginsel aan dezelfde materiële bepalingen getoetst dient te worden als bij een ontslag dat ter toetsing aan UWV is voorgelegd.

4.3.

Het huidige stelsel van ontslagregels en ontslagbescherming, waarvan de beleidsregels van het UWV onderdeel uitmaken, is een samenhangend systeem dat nog steeds strekt ter bescherming van de sociaal-economische verhoudingen in Nederland en
- zowel in het belang van de werknemers als van de werkgevers en de Nederlandse arbeidsmarkt - sociaal ongerechtvaardigd ontslag beoogt te voorkomen. Het toepassen van dit systeem zal slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ zijn en daarmee de toets van 6:248 BW halen. Van een dergelijke zeer bijzondere situatie is niet gebleken. De situatie van Wegener lijkt niet uitzonderlijker dan die van vele andere bedrijven die om bedrijfseconomische redenen een ontslagvergunning aan het UWV vragen of zich met een ontbindingsverzoek tot de kantonrechter wenden.

4.4.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Wegener heeft kunnen besluiten een reorganisatie door te voeren, al stelt [verweerster] wel vraagtekens bij de door Wegener ingenomen stellingen. [verweerster] betwist echter uitdrukkelijk dat haar functie in de nieuwe organisatiestructuur is komen te vervallen. Zij stelt dat in de nieuwe structuur de functie Directeur Marketing & Portfolio uitwisselbaar is met haar functie van Directeur Marketing, ook in combinatie met de werkzaamheden die zij al verricht bij Portfolio. Voorts stelt zij dat Wegener onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar te plaatsen in een andere, passende functie. Er is haar geen reële kans geboden te solliciteren naar (haar eigen) functie van Directeur Marketing & Portfolio.

4.5.

De vraag of sprake is van een uitwisselbare functie kan in het midden blijven, nu in elk geval het tweede verweer van [verweerster] slaagt. Indien er van uitgegaan zou moeten worden dat geen sprake is van een uitwisselbare functie, dient Wegener zich in te spannen om [verweerster] in aanmerking te brengen voor een andere passende functie. Hierbij zijn de subjectieve, persoonlijke mogelijkheden van de werknemer van belang, zodat ook niet uitwisselbare functies wel passend kunnen zijn. Als er meerdere gegadigden zijn voor die passende functie heeft de werkgever, zo is in de Beleidsregels neergelegd, in beginsel de ruimte om de in zijn ogen meest geschikte kandidaat te selecteren. Hierbij mag echter van de werkgever wel worden verwacht worden dat hij zorgvuldig selecteert, zijn besluit desgevraagd goed toelicht en dat geen sprake is van willekeur. In het Sociaal Plan heeft Wegener ten aanzien van de plaatsing- en selectieprocedures nadere afspraken gemaakt. In paragraaf C2 is onder andere opgenomen “(…) 1. De personele bezetting wordt ingevuld door eigen medewerkers, die geschikt zijn of binnen redelijke termijn geschikt te maken zijn. Pas indien interne vervulling niet mogelijk blijkt, wordt een externe procedure gestart.
2. Selectie op geschiktheid wordt slechts toegepast bij fundamenteel gewijzigde functies, nieuwe functies of sterk leidinggevende functies. (…) Indien er meerdere geschikte medewerkers zijn voor (een) bepaalde functie(s), komen de – volgens de overeengekomen procedure vastgestelde – kwalitatief beste kandidaten het eerst in aanmerking voor de functie(s).
3. (…)
4.(…)

5. Bij de selectie dient – voor zover van toepassing – betrokken te worden de ‘oude’ direct leidinggevende, de nieuwe direct leidinggevende, P&O en de naast hogere nieuwe leidinggevende (lid MT)
6. Indien gewenst wordt ook externe deskundigheid bij de selectie betrokken (assessment, testen MotivatieKwaliteitsAnalyse e.d.)”.

4.6.

Wegener heeft in de functie Directeur Marketing & Portfolio een externe kandidaat benoemd. De keuze is door Wegener ter zitting gemotiveerd met de stelling dat [verweerster] niet kwalificeerde voor de functie en ook niet de beste interne kandidaat was. De andere interne kandidaat is minder geschikt gebleken dan de externe kandidaat, reden waarom de externe kandidaat is benoemd. Er was geen sprake van gebleken gelijke geschiktheid voor de vervulling van de functie. [verweerster] kwalificeerde in het geheel niet voor deze functie, aldus Wegener.

De keuzes die Wegener heeft gemaakt, heeft zij niet anders toegelicht dan hiervoor beschreven. In de communicatie met [verweerster], voor zover overgelegd, is geheel geen motivering te vinden.

4.7.

Wegener heeft in beginsel de vrijheid haar onderneming zo in te richten als haar het beste voorkomt en dus ook om de volgens haar beste kandidaat te benoemen. Wegener heeft evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt, tegenover de onderbouwde stellingen van [verweerster], dat [verweerster] niet aan de voor de functie geformuleerde eisen voldoet of binnen korte tijd kon voldoen. Dat geen sprake is van een passende functie is dan ook niet aannemelijk gemaakt. Evenmin is voldoende inzichtelijk geworden dat, met inachtneming van de procedure zoals in het Sociaal Plan overeengekomen, [verweerster] niet kwalificeerde als de beste kandidaat. Wegener heeft niet weersproken dat [verweerster] slechts een kort onderhoud van circa 5 minuten heeft gehad met de CEO. Een en ander leidt tot de conclusie dat niet is na te gaan of sprake is van willekeur en evenmin of de selectie zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Onder die omstandigheden is niet voldoende aannemelijk is geworden dat voor [verweerster] geen passende functie binnen de onderneming beschikbaar was en kan de door Wegener aangevoerde grondslag het ontbindingsverzoek niet dragen.

4.8.

[verweerster] heeft ter zitting uitdrukkelijk aangegeven de voortzetting van de arbeidsovereenkomst na te streven. Hoewel zij inziet dat een afwijzing van het verzoek partijen in een moeilijke situatie brengt, geeft zij daar de voorkeur aan boven een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Wegener zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzoek af,

5.2.

veroordeelt Wegener in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en uitgesproken op de zitting van 19 december 2013 in het bijzijn van de griffier.