Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6187

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-12-2013
Datum publicatie
25-02-2014
Zaaknummer
2606775
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding over levering van Mitsubishi Outlanders vóór 31-12-2013 in verband met de gunstige fiscale regeling. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zaaknummer: 2606775 VV 13-142

Zittingsplaats Apeldoorn

Grosse aan: mr. Pel
Afschrift aan: mr. Arslan
verzonden d.d.

vonnis (ex art. 254 RV) van de kantonrechter d.d. 20 december 2013

inzake

1 [eiser A],

wonende te [plaats],

2. [eiser B],

wonende te [plaats],

3. [eiser C],
wonende te [plaats],

eisers,

gemachtigde: mr. A. Arslan,

tegen:

de besloten vennootschap Automobielbedrijf [gedaagde BV] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.T. Pel.

Partijen zullen hierna worden aangeduid met [eisers] en [gedaagde BV].

1 Procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in het kort geding d.d. 1 december 2013,

  • -

    de brieven van 13 en 17 december 2013 de zijde van [gedaagde BV], met bijlagen,

  • -

    de brieven van 17 en 18 december 2013 van de zijde van [eisers], met bijlagen,

  • -

    de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 18 december 2013, waarvan door de griffier aantekening is gehouden.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 Vordering en verweer

2.1.

[eisers] vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
I. [gedaagde BV] zal veroordelen om de overeenkomst van partijen na te komen en de drie Mitsubishi Outlanders uiterlijk 31 december 2013 te leveren, op straffe van een dwangsom,
II. in het geval [gedaagde BV] niet voldoet aan het onder I gevorderde, [gedaagde BV] zal veroordelen om uiterlijk 5 januari 2014 aan ieder van eisers een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 6.495,00,
III. [gedaagde BV] zal veroordelen om binnen 48 uur na de vonnisdatum te verstrekken aan:
- [eiser A] de verkoopfactuur van de Mitsubishi Outlander groot € 52.696,00 inclusief BTW en de inkoopfactuur voor de Toyota Prius kenteken [kenteken] groot € 36.379,00 (marge)
- [eiser B]: de verkoopfactuur van de Mitsubishi Outlander groot € 52.528,00 inclusief BTW,
- [eiser C]: de verkoopfactuur van de Mitsubishi Outlander groot € 52.696,00 inclusief BTW,
welke facturen gedateerd moeten zijn in 2013, een en ander op straffe van een dwangsom,

IV. [gedaagde BV] zal veroordelen om binnen 48 uur na het vonnis de depotaktes die als productie 18, 19 en 20 in geding zijn gebracht te ondertekenen bij een door [eisers] te bepalen notaris en alle medewerking te verlenen aan de uitvoering van hetgeen in de depotaktes is bepaald, alsmede te bepalen dat, indien [gedaagde BV] geen gevolg geeft aan deze veroordeling, het vonnis in de plaats treedt van haar medewerking, althans op straffe van een dwangsom,
althans V een beslissing te nemen die de kantonrechter juist voorkomt,
VI, [gedaagde BV] zal veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis worden voldaan.

2.2

[eisers] legt aan zijn vordering ten grondslag dat partijen op 5 maart 2013 een koopovereenkomst hebben gesloten voor de koop en levering van een Mitsubishi Outlander (hierna: de auto) aan ieder van eisers. Hierbij is door [gedaagde BV] gegarandeerd dat de auto’s in 2013 geleverd zullen worden. Dit is voor eisers van groot belang, omdat zij bij levering van de auto’s in 2013 belangrijke fiscale voordelen kunnen genieten die bij levering in 2014 niet in dezelfde mate mogelijk zijn. [gedaagde BV] weigert de auto’s tijdig te leveren, hoewel daar wel mogelijkheden voor zijn. Indien [gedaagde BV] de auto’s niet in 2013 levert is van belang dat [eisers] in de gelegenheid wordt gesteld wel in 2013 op basis van een in dat jaar gedateerde factuur te betalen op een wijze die het mogelijk maakt dat hij, mocht [gedaagde BV] niet tot levering overgaan, zekerheid heeft dat het betaalde kan worden terug verkregen.

2.3.

[gedaagde BV] voert verweer tegen de vordering. Op de relevante stellingen en verweren van partijen zal hieronder nader worden ingegaan.

3 Beoordeling

3.1.

Het primaire verweer van [gedaagde BV] betreft de bevoegdheid van de kantonrechter. [gedaagde BV] betwist dat sprake is van consumentenkoop, zodat – gelet op het belang van de zaak dat de € 25.000,- ruim overstijgt – de civiele voorzieningenrechter bevoegd is.
[eisers] heeft in de dagvaarding gesteld dat het een consumentenkoop betreft en heeft daarnaast ter zitting aangevoerd dat de betalingen van de auto’s uit het privévermogen worden gedaan en dat de auto’s na levering, via de op te richten eenmanszaken van [eisers] zullen worden ingebracht in een onderneming. Deze handelwijze is [eisers] geadviseerd door een accountant in verband met fiscale voordelen.
[gedaagde BV] voert daartegen aan dat [eisers] vennoten zijn van een vennootschap onder firma en dat zij met de koop van de auto’s fiscale voordelen beogen die slechts in zakelijke omstandigheden realiseerbaar zijn, zodat zij bij de koop gehandeld moeten hebben in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. Dit verweer kan niet worden gevolgd.

Het is een legitieme mogelijkheid om als privépersoon een auto aan te schaffen en deze vervolgens in te brengen in een onderneming op zodanige wijze dat zowel de privépersoon als de onderneming daar voordeel van hebben. Dat de koop mede - maar niet uitsluitend - een zakelijk doel heeft maakt nog niet dat de koop niet als consumentenkoop gekwalificeerd kan worden. De kantonrechter is daarom bevoegd kennis te nemen van de vordering.

3.2.

Met de aard van de vordering en het gestelde belang voor [eisers] bij levering, facturering en betaling van de auto’s vóór 31 december 2013 is het spoedeisend belang gegeven, in elk geval voor zover het de vorderingen onder I, III en IV betreft.

In geschillen als het onderhavige dient voorts te worden getoetst of het met grote mate van waarschijnlijkheid valt te voorzien dat de beslissing in een bodemprocedure in het voordeel van de eisende partij zal uitvallen.

3.3.

Ten aanzien van de vordering onder I staat vast dat de auto’s die [gedaagde BV] naar aanleiding van de overeenkomst met [eisers] besteld heeft bij de Mitsubishi-dealer [naam BV] niet eerder dan, naar verwachting, maart 2014 aan [gedaagde BV] geleverd zullen worden. Nu levering door [gedaagde BV] van deze auto’s aan [eisers] vóór 31 december 2013 feitelijk onmogelijk is, kan de daarop betrekking hebbende vordering niet toegewezen worden.

3.4.

[eisers] stelt dat [gedaagde BV] ook kan volstaan met levering van andere Mitsubishi Outlanders met dezelfde specificaties als de door hem bestelde, maar bijvoorbeeld een andere kleur of met andere bekleding, en stelt dat op websites als Marktplaats.nl koopovereenkomsten met betrekking tot dergelijke auto’s, waarvan de levering in 2013 wel vast staat, volop verhandeld worden, zodat [gedaagde BV] wel tijdig aan haar leveringsverplichting kan voldoen als zij op die wijze de auto’s aan zich laat leveren.

3.5.

Naast verweren die betrekking hebben op overmacht en exoneratie via algemene voorwaarden verweert [gedaagde BV] zich tegen de aldus toegelichte vordering met de stelling dat zij geen zaken wil doen via Marktplaats maar alleen via officiële kanalen. De koopovereenkomst van partijen verplicht haar niet tot een dergelijke manier van handelen.
[gedaagde BV] kan vooralsnog in dit verweer worden gevolgd. De koopovereenkomst van partijen is gericht op door de [gedaagde BV] bestelde auto’s. Deze gaan op enig moment aan [gedaagde BV] geleverd worden. De vordering van [eisers] betreft feitelijk een eenzijdige wijziging van de overeenkomst in die zin dat thans levering van andere auto’s, mogelijk met andere kleur of bekleding, in de overeenkomst begrepen zou moeten worden. Voor een dergelijke eenzijdige wijziging van de overeenkomst bestaat geen grond. Voor zover [eisers] bedoelt te stellen dat [gedaagde BV] in het kader van schadebeperking moet overgaan tot levering van andere auto’s, gaat de stelling voorbij aan de eigen keuzevrijheid van [gedaagde BV] om al dan niet het risico te aanvaarden dat in een bodemprocedure – na eventuele verwerping van zijn verweren omtrent overmacht en exoneratie – zal worden geoordeeld dat [gedaagde BV] schadeplichtig is.

3.6.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering onder I niet toegewezen zal worden. Ten aanzien van de onder II geformuleerde vordering betreffende een voorschot op een schadevergoeding ontbreekt (de onderbouwing van) het spoedeisend belang, zodat ook die vordering niet toegewezen zal worden.
3.7. De vorderingen onder III en IV betreffen de door [eisers] gewenste betaling en facturering van de auto’s in 2013. [gedaagde BV] verweert zich daartegen en stelt onder meer dat een dergelijke facturering in strijd is met de fiscale regels en bovendien voor haar zal leiden tot een verplichting de BTW over de auto’s, in totaal circa € 27.000,-, al in 2013 af te dragen, terwijl zij feitelijk geen betaling van [eisers] ontvangt. Een dergelijke voorfinanciering is niet in de overeenkomst van partijen begrepen, terwijl daar ook overigens geen grond voor bestaat, aldus [gedaagde BV].

3.8.

Ook dit verweer van [gedaagde BV] slaagt. Uit de onbetwiste stellingen en stukken van partijen valt vooralsnog niet op te maken dat [eisers] recht heeft op een factuur die in 2013 gedateerd is zonder feitelijke levering van de auto’s in 2013. In elk geval is onweersproken dat een dergelijke handelswijze tot het door [gedaagde BV] genoemde BTW-probleem leidt, waarvoor zeker geen grond in de overeenkomst te vinden is. Ook de bezwaren die van de zijde van [gedaagde BV] zijn aangevoerd tegen de teksten van de depotaktes, zoals de daarin opgenomen vestiging van een ruim pandrecht, staan aan toewijzing van de vorderingen in de weg.

3.9.

Bij deze stand van zaken bestaat geen aanleiding tot het treffen van enige voorlopige voorziening. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde BV] tot op heden worden begroot op € 500,00 aan salaris van de gemachtigde.



4. Beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde BV] tot op heden worden begroot op € 500,00 aan salaris van de gemachtigde.

Deze beslissing is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.