Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:6163

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-11-2013
Datum publicatie
07-03-2014
Zaaknummer
2405580 HA 13-200
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2014/59
JAR 2014/4
AR-Updates.nl 2013-0943
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats: Apeldoorn

Zaaknummer : 2405580 HA 13-200

Grosse aan : mr. Plomp

Afschrift aan : mr. Van Woensel

Verzonden d.d. :

beschikking van de kantonrechter d.d. 11 november 2013

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiffel B.V.,

gevestigd te Arnhem,

verzoekster,

gemachtigde: mr. L.P.J.M. van Woensel,

tegen

[verweerster ] ,

wonende te [plaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. L.H. Plomp.

Partijen worden hierna aangeduid met Eiffel en [verweerster ].

1 Procesverloop

1.1.

Dit verloopt blijkt uit:

  • -

    het op 3 oktober 2013 ter griffie binnengekomen verzoekschrift,

  • -

    het verweerschrift,

  • -

    de brief van mr. Plomp van 24 oktober 2013, met bijlagen,

  • -

    de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 28 oktober 2013, waarvan door de griffier aantekening is gehouden.

2 De feiten

2.1.

[verweerster ], geboren op [1984], is op 1 september 2007 in dienst getreden van Eiffel, laatstelijk in de functie van specialist. Het laatstverdiende salaris van [verweerster ] bedroeg € 3.089,75 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.2.

Eiffel is dienstverlener voor onder meer juridische zaken en verleent diensten in de vorm van detacheringen, interim-management, projecten en opleidingen. [verweerster ] is als juridisch specialist werkzaam geweest bij diverse klanten van Eiffel, zoals de IND, het UWV, het Waterschapshuis en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Zij staat (zeer) goed aangeschreven binnen Eiffel en is steeds (zeer) goed beoordeeld.

2.3.

Op 21 juni 2013 is [verweerster ] in het kader van haar werk aanwezig geweest op een Juristendag in Groningen, waar juristen aanwezig waren van Eiffel en van vijf overheidsinstellingen. Op deze bijeenkomst is onder andere aan de orde geweest dat overheidsinstellingen overlast ondervinden van een wildgroei aan WOB-verzoeken tot wel 35.000 a 40.000 per instelling per jaar en misbruik van de Wet Dwangsom. [verweerster ] is van en naar deze dag samen gereden met een collega, [collega verweerster].

2.4.

Op 26 juni 2013 heeft [verweerster ] aan alle Nederlandse gemeentes en provincies een e-mailbericht gezonden. In de mail heeft zij het volgende verwoord:
Hierbij dien ik namens mijn cliënt een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Graag ontvang ik een bevestiging van ontvangst van dit verzoek.
Het wob-verzoek heeft betrekking op de volgende informatie:
- een overzicht van alle binnen uw gemeente ontvangen Wob-verzoeken in de periode 2005-heden, waarbij het aantal ontvangen wob-verzoeken per jaar inzichtelijk is.
- ik verzoek u in het overzicht aan te geven waarop de wobverzoeken betrekking hadden.
- ik verzoek u in het overzicht aan te geven of het Wob-verzoek afkomstig was van een burger (of diens gemachtigd) de media, of anderszins.
- ik verzoek u in het overzicht aan te geven hoeveel bezwaarprocedures, hoeveel voorlopige voorzieningen en hoeveel beroepsprocedures hieruit voortvloeien.
- in verzoek u – per jaar – aan te geven hoeveel fte werkzaam was tgv de bij u binnengekomen wobverzoeken. Ik verzoek u hierbij tevens aan te geven of dit om interne of externe (ingehuurde) medewerkers ging.
- indien het om interne medewerkers ging verzoek ik u aan te geven in welke schaal de medewerkers zitten.
-indien het om externe medewerkers ging, verzoek ik u aan te geven welke kosten u – per jaar – heeft gemaakt.

In afwachting van uw reactie, verblijf ik,
Met vriendelijke groet,
[naam A]
[naam bedrijf]
[postbus, plaats]

E [e-mailadres]”

2.5.

Naar aanleiding van de Wob-verzoeken is [verweerster ] door enkele gemeenten om nadere informatie gevraagd. Zij heeft dan in de nadere (telefonische) toelichting aangegeven niet uit te zijn op het incasseren van dwangsommen. Sommige gemeenten reageerden positief op haar uitleg. [verweerster ] heeft van een aantal gemeentes de gevraagde gegevens ontvangen.

2.6.

Op 10 juli 2013 is [verweerster ] benaderd door de heer [naam B] (hierna: [naam B]), als consultant werkzaam voor de milieudienst Gelderland. Hij heeft [verweerster ] gezegd dat hij ingezet werd om onderzoek te doen naar misbruik van de WOB en heeft verklaard er van overtuigd te zijn dat [verweerster ] misbruik van deze wet maakte. Hij was voornemens haar werkgever te informeren en de politie in te schakelen, tenzij zij de verzoeken zou intrekken. [naam B] heeft [verweerster ] ook verwezen naar de heer [naam C] (hierna: [naam C]), voorzitter van het Platform Milieuhandhaving Grote gemeenten.

2.7.

[verweerster ] heeft op 10 juli 2013 alle Wob-verzoeken bij de gemeentes ingetrokken en op 16 juli 2013 alle verzoeken bij de provincies. Ook heeft zij op 10 juli 2013 contact opgenomen met [naam C]. Hij was zeer geïnteresseerd in de door [verweerster ] verzamelde gegevens. Derksen en [verweerster ] hebben afgesproken samen te bekijken hoe zij het probleem van de WOB-verzoeken op andere wijze aan de kaak zouden kunnen stellen.

2.8.

De gemeente Ermelo heeft een intern onderzoek ingesteld naar oneigenlijk gebruik van Wob-aanvragen. Daarbij is men gestuit op het verzoek van “[naam bedrijf]” en heeft men achterhaald dat deze bedrijfsnaam staat geregistreerd op de naam van [verweerster ]. Van de gemeente Goes, met welke gemeente in het verband van de VNG contact is geweest, heeft de gemeente Ermelo vernomen dat [verweerster ] een medewerkster van Eiffel is.

2.9.

Op 4 september 2013 heeft een accountmanager van Eiffel, de heer [naam D], een bezoek gebracht aan de Gemeente Ermelo, een klant van Eiffel, in verband met een mogelijke nieuwe opdracht van deze gemeente aan Eiffel. Bij aanvang van het gesprek is Bleiswijk geconfronteerd met de vraag of [verweerster ] in opdracht van Eiffel een Wob-verzoek bij de gemeente heeft ingediend.

2.10.

Bij brief van 5 september 2013 is [verweerster ] door Eiffel op de hoogte gesteld van de gang van zaken bij de gemeente Ermelo en het ontdekken van het gebruik van [naam bedrijf] en de alias [naam A]. Zij is door Eiffel op non-actief gesteld. In de brief is onder meer te lezen:
(…) Het door de gemeente Ermelo gestelde vermoeden van betrokkenheid van Eiffel bij jouw werkzaamheden brengt Eiffel in een lastig parket en tast onze integriteit aan, waardoor het mogelijk is dat Eiffel schade zal lijden. Daarnaast roept de aard van de vraagstelling in de WOB-verzoeken het vermoeden op dat Eiffel de positie van haar concurrenten wil nagaan door inzet van [naam bedrijf] in de persoon van haar medewerkster [verweerster]. (…) Wij onderzoeken op dit moment jouw activiteiten en in hoeverre jouw activiteiten schade heeft berokkend bij onze relaties en onze integriteit heeft aangetast. (…)’.

2.11.

Op 6 september 2013 heeft [verweerster ] – die vanwege vakantie in het buitenland verbleef - telefonisch gesproken met Eiffel. In dat gesprek heeft zij verklaard gebruik te maken van [naam bedrijf], vanwege een onderzoek waarmee ze bezig was. Haar is meegedeeld dat zij op non-actief werd gesteld. [verweerster ] heeft daartegen per e-mail en brief bezwaar gemaakt.

2.12

Op 10 september 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden bij Eiffel. In het gesprek heeft [verweerster ] de beweegredenen voor de Wob-verzoeken verteld. Eiffel heeft [verweerster ] bij brief van dezelfde datum geschreven dat, los van de intenties van [verweerster ], de gevolgen voor Eiffel gelijk blijven. Aan het eind van de brief meldt Eiffel dat een verzoek tot ontbinding wegens een dringende reden zal worden gedaan, maar dat [verweerster ] de gelegenheid krijgt zelf ontslag te nemen.

2.13

Eiffel heeft op 16 september 2013 binnen haar organisatie gemeld dat [verweerster ] op non-actief is gesteld.
Op 24 september 2013 heeft [collega verweerster] aan haar leidinggevende gemeld dat [verweerster ] op de terugreis uit Groningen heeft gesproken over verdienen van geld door het indienen van WOB-verzoeken.

2.14.

Bij e-mailbericht van 25 september 2013 heeft de Gemeente Ermelo aangegeven dat zij sterk hecht aan integriteit van medewerkers en een onberispelijke reputatie van in te huren bedrijven. De mail wordt besloten met de volgende passage: “Wanneer medewerkers van een bedrijf naar alle gemeenten WOB verzoeken indienen, vinden wij dat die reputatie is aangetast. Dat heeft voor ons de consequentie dat wij eerder een ander bureau zouden kiezen om de opdracht uit te voeren”.



3. Het verzoek en het verweer

3.1

Eiffel vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn, op grond van dringende redenen, subsidiair wegens verandering van omstandigheden. Zij verzoekt tevens toekenning aan Eiffel ten laste van [verweerster ] van een ontbindingsvergoeding van € 20.016,00 (berekend op basis van c=2).

3.2.

Eiffel legt aan haar verzoek de bovengenoemde feiten ten grondslag en stelt dat sprake is van een dringende reden voor ontbinding vanwege de aard en omvang van de 412 door [verweerster ] ingediende Wob-verzoeken en de omvang van de schade die daarmee aan Eiffel toegebracht kan worden. Vele gemeenten en provincies zijn klant van Eiffel, circa 150 en de overige zijn potentiele klanten. De gemeentes en provincies worden door medewerkers van Eiffel onder meer ondersteund bij werkzaamheden met betrekking tot Wob-verzoeken. [verweerster ] heeft door haar gedrag en het gebruik van [naam bedrijf] de gedragsregels van Eiffel overtreden en gehandeld in strijd met haar arbeidsovereenkomst, waarin een verbod voor nevenwerkzaamheden is opgenomen. Zij had, zeker na de waarschuwing van [naam B], met haar leidinggevende moeten spreken over haar handelwijze. Eiffel zal [verweerster ] in een afzonderlijke procedure aanspreken voor schadevergoeding, maar maakt in deze procedure aanspraak op een ontbindingsvergoeding. Nu [verweerster ] ook nog steeds niet herkent en erkent dat zij schadelijk heeft gehandeld is de vertrouwensbreuk compleet en niet meer te herstellen, zodat ook op subsidiaire gronden tot ontbinding gekomen moet worden.


3.3. [verweerster ] voert verweer tegen het verzoek en concludeert tot afwijzing daarvan, subsidiair tot toekenning aan haar van een vergoeding van € 20.016,00. Zij voert daarbij aan dat zij slechts uit ideële motieven heeft gehandeld en zeker niet uit was op het incasseren van dwangsommen. De ingediende verzoeken waren eenvoudig van aard en hoefden niet veel werk op te leveren voor de gemeenten en provincies. Het ging om een persoonlijk initiatief, dat geheel los staat van Eiffel. Alleen om haar gezin te ontlasten van post, mails en telefoon heeft zij, samen met haar man, gekozen voor de schertsende naam “[naam bedrijf]”, waarin met een knipoog verwezen wordt naar de minister-president. Uit het feit dat een niet nader genoemde cliënt wordt genoemd blijkt al dat het haar niet om dwangsommen te doen is. In het gesprek van 10 september 2013 stond voor Eiffel al vast dat [verweerster ] ontslagen moest worden. Haar verhaal werd niet serieus in overweging genomen en voor haar afspraak met een klant was al een vervanger aangewezen. Ook is [verweerster ] onnodig beschadigd door de berichtgeving over haar non-actiefstelling. Het gesprek met [collega verweerster] is gekleurd door het ongeloof en de ontsteltenis over de problematiek van de Wob-verzoeken en is nooit serieus bedoeld. Ook [collega verweerster] uitte zich op dezelfde wijze. Juist omdat Eiffel [verweerster ] kent als een goed en toegewijd medewerker kan Eiffel niet menen dat het [verweerster ] te doen is geweest om eigen financieel gewin of beschadiging van Eiffel.
Als het toch tot een ontbinding moet komen, dan bestaat er aanleiding om [verweerster ] een vergoeding toe te kennen op basis van c=2.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter heeft zich er van vergewist dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod zoals bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

4.2

Eiffel legt aan haar verzoek primair een (uitgestelde) dringende reden ten grondslag. Eiffel kan hierin worden gevolgd.

4.3.

Vast staat dat [verweerster ] 412 Wob-verzoeken heeft gedaan bij (potentiële) klanten van Eiffel. De stelling van [verweerster ] dat een gemeente deze informatie over het algemeen eenvoudig kan verzamelen en verstrekken is door Eiffel gemotiveerd weersproken en kan in het kader van deze procedure niet nader worden beoordeeld.
Geconstateerd wordt dat het een omvangrijk verzoek betreft, alleen al door het aantal specifieke vragen, dat bij ontvangst de indruk kan wekken dat het er op gericht is dat de beantwoording niet binnen de daarvoor geldende termijnen zal kunnen plaatsvinden en dus bedoeld is om misbruik te maken van de mogelijkheid een dwangsom te incasseren. Dat het deze indruk daadwerkelijk gewekt heeft blijkt uit de reactie van [naam B], de gemeentes Ermelo en Goes en andere gemeentes die bij [verweerster ] nadere informatie hebben gevraagd over haar bedoeling met het verzoek.

4.4.

[verweerster ] heeft verklaard met haar actie slechts ideële doelen na te streven, namelijk het aan de kaak stellen van de misstanden die bestaan op het gebied van de Wob-verzoeken en de Wet Dwangsom. Om dit succesvol te kunnen doen had zij gegevens nodig, die zij op deze wijze wenste te verkrijgen. Eiffel betwist dit en stelt dat [verweerster ] een welbewuste actie heeft opgezet ten behoeve van eigen financieel gewin.
Wat daarvan ook zij, zelfs als aangenomen wordt dat [verweerster ] goede bedoelingen had, valt niet te begrijpen dat zij in haar vraagstelling aan de gemeenten geen open kaart heeft gespeeld. Juist van haar had, gelet op haar opleiding, ervaring en betrokkenheid bij Eiffel, verwacht mogen worden dat zij zich zou realiseren dat het risico bestond dat haar verzoek in verband zou worden gebracht met Eiffel en dat in een dergelijk verband een open onderzoeksvraag een heel andere indruk wekt dan de door haar gekozen werkwijze met een anonieme cliënt en een niet bestaande verzoeker.

4.5.

Eiffel verwijt [verweerster ] verder dat zij niet aan Eiffel gemeld heeft dat zij een onderzoek wilde uitvoeren. Nu de aard van het onderzoek en degenen bij wie zij het onderzoek wilde uitzetten verband houden met haar werkzaamheden bij Eiffel en betrekking heeft op (potentiële) klanten van Eiffel, had het inderdaad op de weg van [verweerster ] gelegen haar leidinggevende hierover te informeren. Dat [verweerster ] dit niet heeft gedaan, ook niet na het telefoongesprek met [naam B], mag Eiffel haar dan ook kwalijk nemen. Dit temeer, omdat Eiffel nu via de gemeente Ermelo heeft moeten vernemen waar [verweerster ] mee bezig was en bij die klant in een verkeerd daglicht is gekomen ten gevolge van het Wob-verzoek van [verweerster ]. Een en ander heeft Eiffel, zoals zij stelt en aannemelijk is uit de onder 2.14 genoemde e-mail, een opdracht gekost. Het gedrag van [verweerster ] had voor Eiffel reden kunnen zijn voor het verlenen van ontslag op staande voet. Eiffel heeft het belang van [verweerster ] en de gevolgen van een ontslag op staande voet voor haar in aanmerking genomen door niet over te gaan tot het verlenen van dit ontslag, maar te kiezen voor een non-actiefstelling en een ontbindingsprocedure.

4.6.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat sprake is van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan de door Eiffel verzochte ontbindings-vergoeding kan met deze grondslag niet worden toegekomen. Eiffel zal, gelet op het bepaalde in artikel 7:685 lid 10 BW, in de gelegenheid worden gesteld het verzoek in te trekken, nu de verzochte vergoeding niet toegekend zal worden.

4.7.

Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd, zodanig dat iedere partij met de eigen kosten belast zal blijven. Indien Eiffel het verzoek echter intrekt, zal het in de proceskosten worden veroordeeld, die aan de zijde van [verweerster ] worden begroot op € 400,00 aan salaris van de gemachtigde.



Beslissing

De kantonrechter:

4.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 26 november 2013,

4.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,

4.3.

bepaalt dat het onder 4.1. en 4.2. gestelde rechtskracht ontbeert indien het verzoek door Eiffel uiterlijk op 25 november 2013 wordt ingetrokken,

4.4.

veroordeelt in het geval van 4.3. Eiffel in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster ] begroot op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde,

4.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Engelbert-Clarenbeek, en uitgesproken op de zitting van 11 november 2013 in het bijzijn van de griffier.