Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:5974

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-12-2013
Datum publicatie
06-02-2014
Zaaknummer
06/460115-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd voor de duur van één jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460115-09

Raadsman: mr. J.H. Stam te Zutphen

Op 2 oktober 2013 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een vordering gedateerd 1 oktober 2013 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboortedatum],

thans verblijvend in [adres],

met een termijn van één jaar.

De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: TBS) is opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 20 oktober 2009, bij welk vonnis betrokkene wegens poging tot doodslag en bedreiging is veroordeeld. De TBS is ingegaan op 4 november 2009 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 26 oktober 2011.

De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op 6 december 2013. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:

  • -

    een verlengingsadvies gedateerd 5 september 2013, opgemaakt en ondertekend door[psychiater], psychiater, en[directeur inrichting], directeur/ hoofd van de inrichting;

  • -

    de wettelijke aantekeningen over de periode van september 2011 tot en met juni 2013.

Motivering

De vordering is binnen de in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend.

De raadsman en betrokkene hebben zich bij de behandeling van de vordering op het standpunt gesteld dat de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar, kan worden toegewezen.

Uit het verlengingsadvies - in samenhang met de wettelijke aantekeningen - en de daarop gegeven toelichting door de deskundige [psycholoog], psycholoog, komt onder meer het volgende naar voren.

Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie van het paranoïde type. Inmiddels heeft betrokkene het plafond in de behandeling binnen [inrichting] bijna bereikt en de verwachting is dat zij uiterlijk in het tweede kwartaal van 2014 doorgeplaatst kan worden naar een beschermde woonvorm in de forensische psychiatrie. De verloven van betrokkene worden langzaam uitgebreid. De nacht voorafgaand aan de zitting heeft zij voor het eerst verlof met een overnachting genoten. Indien deze verlofvorm de aankomende één à twee maanden goed zal blijven gaan, zal transmuraal verlof worden aangevraagd.

Momenteel wordt onderzocht welke alternatieven hiertoe aanwezig zijn in de (directe omgeving van de) Achterhoek. Betrokkene heeft aangegeven zo dicht mogelijk bij haar moeder te willen wonen in een woonvorm waar zij voldoende ondersteund wordt en haar voldoende bescherming wordt geboden. Betrokkene wil niet meer terugvallen in gedrag zoals dit aanwezig was tijdens haar eerdere verblijf in een beschermde woonvorm. Hierop aansluitend is het behandelteam van mening dat indien aan betrokkene onvoldoende structuur en ondersteuning wordt geboden, zij snel zal decompenseren (spanning niet meer kan hanteren) en kan terugvallen in agressief gedrag richting anderen in haar directe omgeving. In de loop van het jaar 2014 zal de reclassering bij het resocialisatietraject worden betrokken. Betrokkene zal in de RIBW, bij voorbeeld in Doetinchem, kunnen worden geplaatst en dat zal tevens het eindstation zijn. Betrokkene zal evenwel altijd in een 24-uurssetting dienen te verblijven.

Het recidiverisico op een indexdelict bij onmiddellijke beëindiging van de huidige maatregel op de korte termijn wordt als matig tot hoog en op de lange termijn als hoog ingeschat.

Op dit moment kan door gebruik van medicatie en het bieden van ondersteuning in het (maatschappelijk) functioneren vanuit een rustige en gestructureerde leefomgeving, de kwaliteit van leven van betrokkene gewaarborgd worden en het recidiverisico laag worden gehouden. Indien voor betrokkene een op haar problematiek aansluitende woonvorm is gevonden en de overplaatsing is gerealiseerd, zou over één jaar mogelijk de dwangverpleging (voorwaardelijk) beëindigd kunnen worden.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

De rechtbank overweegt dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, ook thans nog eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting naar voren komt dat het recidivegevaar bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel op korte termijn als matig tot hoog en op de lange termijn als hoog wordt ingeschat. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding de terbeschikkingstelling te verlengen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de ontwikkelingen aangaande betrokkene die door de deskundige zijn geschetst. De op de zitting door de deskundige geschetste gang van zaken, waaruit naar voren komt dat men vanuit [inrichting] concreet wil toewerken naar de situatie dat betrokkene in een forensische RIBW wordt geplaatst, ziet de rechtbank als een blijk van vertrouwen in haar. Deze ontwikkelingen bieden perspectief voor het vervolgtraject.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel dient te worden verlengd, overeenkomstig de vordering, voor de duur van één jaar, zodat de situatie ten aanzien van het recidivegevaar van betrokkene over een jaar opnieuw kan worden getoetst.

Beslissing:

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde voornoemd voor de tijd van één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Gilhuis en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hoesstee, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december 2013.