Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:5933

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
20-01-2014
Zaaknummer
AWB-13_3103
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht de door verweerder geboden termijn om de gronden van het bezwaar aan te vullen onredelijk kort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-0194
V-N Vandaag 2014/119
Belastingblad 2014/109
V-N 2014/12.21.8
mr. M.J. Hamer annotatie in NTFR 2014/696

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team belastingrecht

Zittingsplaats Arnhem

registratienummer: AWB 13/3103

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 24 december 2013

inzake

[X] , wonende te [Z], eiser,

tegen

de heffingsambtenaar van de gemeente Wijchen, verweerder.

1 Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser leges tot een bedrag van € 11,50 in rekening gebracht terzake van een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 mei 2013 het bezwaar van eiser
niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft daartegen bij brief van 1 juni 2013, ontvangen door de rechtbank op 1 juni 2013, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2013 te Arnhem. Eiser en zijn gemachtigde ing. [gemachtigde], werkzaam bij [A], zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Namens verweerder is verschenen
mr. [gemachtigde].

2 Overwegingen

2.1

Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het bezwaarschrift de gronden van het bezwaar. In artikel 6:6 van de Awb is bepaald dat, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.2

De rechtbank stelt vast dat eiser op 18 april 2013 op nader aan te voeren gronden een bezwaarschrift heeft ingediend en dat verweerder daarop bij brief van 23 april 2013, volgens verweerder verzonden op 24 april 2013, eiser in de gelegenheid heeft gesteld de gronden van het bezwaar uiterlijk op 2 mei 2013 in te dienen. De rechtbank acht deze geboden termijn
– met een weekend én 30 april 2013 (Koninginnedag) – onredelijk kort om het verzuim te herstellen. De rechtbank acht in zijn algemeenheid een termijn van twee weken, zoals verweerder ook zelf heeft vermeld in het verweerschrift, niet onredelijk voor het aanvullen van gronden van het bezwaar. Dat eiser, aan wie in dit geval een zeer korte termijn is gegund voor het aanvullen van gronden, bij verweerder had kunnen vragen om nader uitstel, zoals ter zitting door verweerder naar voren is gebracht, kan niet afdoen aan de onredelijkheid van die gestelde termijn. Het beroep is gegrond.


2.3 Op grond van rechtsoverweging 2.2 kan in het midden blijven of verweerder, zoals betwist door eiser, aannemelijk heeft gemaakt dat hij evenvermelde brief van 23 april 2013 daadwerkelijk heeft verzonden op 24 april 2013.

2.4

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard en de uitspraak op bezwaar, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, te worden vernietigd. De rechtbank zal volgens vaste jurisprudentie en de daarbij gegeven hoofdregel (o.a. Hoge Raad 9 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7330) verweerder met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb opdragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.

3 Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 236 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 0,5).

4 Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 236;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 44 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Baaren, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.P. Schutte, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op: 24 december 2013

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.