Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:5828

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
05/861789-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt twee mannen uit Aalten wegens bedrijfsmatige handel in valse merkkleding tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een geldboete van € 10.000,- (hoofddader) en een werkstraf van 240 uur en een geldboete van € 5.000,-(medepleger).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Sector straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/861789-13

Uitspraak d.d.: 17 december 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats] aan [adres 1].

Raadsman: mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
3 december 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2012

tot en met 16 juli 2013 te Aalten en/of te Bredevoort,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een

bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien,

en/of

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking,

was nagebootst, en/of

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als

een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts

ondergeschikte verschillen vertoonden,

te weten kleding en/of schoeisel en/of sieraden en/of accessoires (o.a. tassen

en/of riemen) en/of parfum en/of sigaretten,

heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden

en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad, zulks

terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt

en/of het plegen van dit misdrijf/misdrijven bedrijf heeft uitgeoefend;

art 337 lid 3 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 juli 2013 te Aalten een of meer wapens van categorie I,

onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2011 tot en met 16 juli 2013

te Weeze (Dld.) en/of Doetinchem, althans in Nederland, heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een mobiele telefoon (merk

Nokia, type N97 mini), terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist, althans rederlijkerwijs

had moeten vermoeden dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig

misdrijf was/waren verkregen;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2011 tot en met 16 juli 2013

te Weeze (Dld.) en/of Doetinchem, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een mobiele

telefoon (merk Nokia, type N97 mini), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn

mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich

had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit2 dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe -kort gezegd- aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de in de woningen en de loods aangetroffen goederen ook daadwerkelijk vervalst waren. De aangevers zijn immers niet aan te merken als ‘deskundigen’ in de zin van het Wetboek van Strafvordering. Bovendien wordt uit de stukken in het dossier niet duidelijk dat de bemonstering door onderzoekers van het bedrijf [benadeelde 3] representatief is voor de in de woningen en de loods aangetroffen goederen.

Evenmin is aangetoond dat daadwerkelijke verkoop van grote hoeveelheden vervalste producten heeft plaatsgevonden in de tenlastegelegde periode. Hieruit volgt dat geen sprake kan zijn van het tenlastegelegde beroeps- of bedrijfsmatig handelen van verdachte. Subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken van het bestanddeel invoeren, doorvoeren en uitvoeren van vervalste waren, nu hiervoor geen bewijs in het dossier is aangetroffen.

Op de verdere verweren wordt hieronder voorzover relevant ingegaan.

Ten aanzien van feit 2 en feit 3 subsidiair refereert de raadsman van verdachte zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het onder feit 1 tenlastegelegde. Zij baseert haar oordeel op de hierna opgesomde gebeurtenissen en bewijsmiddelen.

Op 24 februari 2013 is door SBS6 het programma Undercover in Nederland uitgezonden, waarin een onderzoek naar de handel in valse merkartikelen te Aalten is getoond. Verdachten en de woningen van verdachten worden tijdens het bekijken van deze uitzending door de politie van Regio Noord- en Oost Gelderland, team Aalten herkend.3 De beelden van de uitzending van Undercover zijn op verzoek van de officier van justitie ook ter terechtzitting getoond. Op de beelden heeft de rechtbank personen herkend die een bijzonder sterke gelijkenis vertonen met verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Op de beelden is te zien dat deze twee personen op twee verschillende tijdstippen -op 29 september 2012 en 5 december 2012- goederen verkochten aan medewerkers van het programma Undercover. In combinatie met het proces-verbaal van herkenning en de eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting, houdt de rechtbank het er voor dat de twee personen die op de betreffende beelden zijn te zien, verdachten zijn.

Drie firma’s hebben uiteindelijk aangifte gedaan van verhandeling van vervalste producten en beschermde merkartikelen, te weten: [aangever 1] te Eindhoven namens benadeelde partij [benadeelde 2]op 20 maart 20134, [aangever 2] van de firma [benadeelde 3] te Amsterdam op 7 augustus 20135 en [aangever 3] te Amsterdam op 6 augustus 20136 namens benadeelde partij [benadeelde 4].

Op 16 juli 2013 zijn tijdens de doorzoeking in de woningen aan [adres 2]7, [adres 1]8 en [adres 3]9 te Aalten en perceel [adres 4] (loods) te Bredevoort10, grote hoeveelheden (naar het zich toen al liet aanzien) valse merkkleding, sigaretten, soft- en harddrugs, administratie en datadragers aangetroffen en in beslag genomen. De loods aan de [adres 4] werd in die periode door medeverdachte [medeverdachte] gehuurd11 en het dossier bevat meerdere getuigen verklaringen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] regelmatig werden gesignaleerd bij de loods.12

De in de woningen en loods aangetroffen merkartikelen zijn op echtheid gecontroleerd door aangevers [aangever 1]13, [aangever 2] ([benadeelde 3])14 en [aangever 3]15, voornoemd en de Belastingdienst (ten aanzien van de aangetroffen sigaretten)16. Uit hun onderzoeken blijkt dat de in de woningen van verdachten en in de loods aan de [adres 4] aangetroffen producten vervalsingen zijn van producten van de benadeelden en niet door, dan wel in opdracht van, of met toestemming van de rechthebbende benadeelde partijen hier te lande zijn verhandeld of in voorraad zijn gehouden. De rechtbank heeft, in tegenstelling tot hetgeen de raadsman van verdachte ter zitting naar voren bracht, geen redenen te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van genoemde onderzoeken naar de vervalsingen van de aangetroffen goederen, mede nu geen bewijs van het tegendeel van de expertise van onderzoekers is aangetoond door de verdediging, noch een verzoek tot contra-expertise is ingediend. Aangevers komt naar het oordeel van de rechtbank voldoende gezag en kundigheid toe om een oordeel te kunnen geven over de echtheid van de aangeboden goederen. Bovendien heeft de rechtbank verdachte en zijn medeverdachte in de uitzending van Undercover duidelijk en onomwonden horen verklaren, zakelijk weergegeven, dat de toen door hen aangeboden goederen namaak zijn en (onder meer) uit China komen.17

De rechtbank is voorts – in tegenstelling tot hetgeen de raadsman heeft bepleit – van oordeel dat de verkoop van valse merkartikelen door verdachten een bedrijfsmatig karakter had. Op de beelden van de getoonde uitzending ziet de rechtbank dat verdachten hun goederen verkochten in een naar uiterlijke verschijningsvorm als “winkel” ingerichte ruimte18 en uit het proces-verbaal van de doorzoeking op 16 juli 2013 blijkt dat ter plekke grote hoeveelheden goederen in voorraad werden gehouden.19

Bovendien blijkt uit onderzoek door het [team]20, de verklaringen van aangevers21 en de bevindingen omtrent Marktplaats.nl22, dat op internetsite Marktplaats.nl een actief aanbod beleid werd gevoerd door verdachten, onder de usernames [naam 1], met alias ‘[alias 1]’ en [naam 2]), met alias ‘[alias 2]’. Het overgrote deel van de 1711 advertenties die verdachten op deze site plaatsten heeft betrekking op het aanbieden van merkkleding en schoenen.

Het in deze advertenties vermeldde telefoonnummer [telefoonnummer]23 werd door verdachten o.a. gebruikt voor het versturen van advertenties per sms naar andere telefoonnummers.24 Uit het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van een onderzoek naar ontvangers van deze advertenties blijkt dat deze ontvangers goederen hebben gekocht bij verdachten. Zo verklaart bijvoorbeeld getuige [getuige 1], zakelijk weergegeven, dat hij medeverdachte [medeverdachte] al minstens zeven jaar kent en dat hij een setje van twee stuks [benadeelde 2]boxershorts van hem heeft gekocht voor de prijs van € 5,-.25

Op de simkaart van de in de woning van verdachte [medeverdachte] aangetroffen NOKIA 6500 (imei [nummer] zijn nagenoeg alle opgeslagen nummers ingevoerd met de tekst:

[contact 1], [contact 2], [contact 3], [contact 4] of soortgelijk.26

Uit onderzoek27 naar de rekeningafschriften behorende bij het rekeningnummer [rekeningnummer] dat bij ABN AMRO is afgesloten door [betrokkene] (de zoon van medeverdachte [medeverdachte]) met als gemachtigde medeverdachte [medeverdachte]28 blijkt de rechtbank dat in de periode van 20-2-2011 tot en met 20-09-2013 op het saldo van de rekeninghouders telkens bedragen zijn bij geschreven, die verwijzen naar de aankopen van o.a. parfum29, [benadeelde 2]kleding30, Nike schoenen31’ en Uggs32. Bovendien ontving aangever [aangever 1] op 15 juli 2013 een sms, afkomstig van voornoemd telefoonnummer [telefoonnummer] met de tekst dat er opnieuw goederen werden aangeboden, waaronder kleding van het merk [benadeelde 2].33

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde periode waarbinnen verdachten handelden in vervalste merkartikelen bewijs vindt in voornoemde rekeningafschriften, advertenties op marktplaats.nl en sms-berichten.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde periode waarbinnen verdachten

handelden in vervalste merkartikelen bewijs vindt in voornoemde rekeningafschriften, advertenties op marktplaats.nl en sms-berichten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat in de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen onvoldoende bewijs is aangetroffen voor bewezenverklaring van invoeren, doorvoeren en uitdelen van de vervalste goederen door verdachte en zij spreekt verdachte daarvan vrij.

vrijspraak

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het hem onder feit 3 primair tenlastegelegde, nu diefstal van de telefoon niet bewezen kan worden.

Feit 2 en feit 3 subsidiair

De rechtbank is van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor veroordeling van verdachte van de onder feit 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten.

Zij baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 2 is er een proces-verbaal34 opgemaakt van het aantreffen van de boksbeugel in de woning van verdachte en verklaart verdachte, zakelijk weergegeven, dat hij de boksbeugel heeft gekocht in Parijs en dat hij dacht dat hij die beugel wel mocht hebben.35 Ook is er een foto van de boksbeugel aan het dossier toegevoegd.36

Ten aanzien van feit 3 subsidiair is er een aangifte37 in het dossier van diefstal van de telefoon te Doetinchem en hieromtrent verklaart verdachte, zakelijk weergegeven, dat zijn zus de telefoon in Duitsland heeft gevonden en hij de telefoon heeft meegenomen in 2011 en heeft gehouden, terwijl hij wist dat de telefoon niet rechtmatig aan hem toebehoorde.38

Door als vinder van een onbeheerde zaak (van enige waarde), niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:5 van het Burgerlijk Wetboek hier -kort gezegd- melding van te maken bij de bevoegde autoriteiten doch het onder zich te houden, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2012 tot en met 16 juli 2013 te Aalten en/of te Bredevoort, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een

bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien,

en/of

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking,

was nagebootst, en/of

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als

een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts

ondergeschikte verschillen vertoonden,

te weten kleding en schoeisel en sieraden en accessoires (o.a. tassen en riemen) en parfum en sigaretten, heeft verkocht, te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd en in voorraad heeft gehad, zulks terwijl verdachte het plegen van dit misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend;

feit 2

hij op 16 juli 2013, te Aalten, een wapen van categorie I onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

feit 3 subsidiair

hij in de periode van 11 september 2011 tot en met 16 juli 2013 te Weeze (dld.) en/of Doetinchem, opzettelijk een mobiele telefoon (merk Nokia, type N97 mini) toebehorende aan [benadeelde 1], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

Medeplegen van:

het opzettelijk verkopen, te koop aanbieden, afleveren en in voorraad hebben van

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een

bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien,

en

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking,

was nagebootst, en

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als

een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts

ondergeschikte verschillen vertoonden,

terwijl de schuldige het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent;

feit 2

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 3

verduistering

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede een geldboete van € 20.000,-.

De raadsman heeft verzocht bij het opleggen van een straf rekening te houden met het feit dat zijn cliënt niet eerder is veroordeeld voor handel in vervalste merkkleding en dat verdachte en medeverdachte bovendien, mocht het tot een veroordeling komen, niet de grote jongens zijn in deze zaak en een werkstraf op zijn plaats zou zijn. Een gevangenisstraf zal terugbetaling van eventueel veroorzaakte schade in de weg staan.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich, onder andere schuldig gemaakt aan het medeplegen van de handel in valse merkartikelen. Niet alleen wordt met valse merkartikelen de rechthebbenden van de intellectuele eigendomsrechten op deze waren, schade toegebracht, maar tevens wordt bonafide bedrijven die wel aan hun verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan.

De rechtbank heeft bij de strafmaat rekening gehouden met de kleinere rol van verdachte bij het plegen van dit strafbare feit. Desalniettemin rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij actief is geweest bij de verhandeling van vervalste goederen en volledig op de hoogte was van het strafrechtelijk karakter van de handelingen van zijn medeverdachte en van hemzelf.

Uit het reclasseringsadvies d.d. 25 oktober 2013 blijkt de rechtbank dat verdachte sinds zijn 17e jaar reeds 17 maal is veroordeeld voor diverse delicten. Verdachte is nu drie jaar werkloos en woont bij zijn ouders. Hij heeft geen inkomen. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met een proeftijd waarin verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

Alles in aanmerking nemend acht de rechtbank een werkstraf van na te melden duur passend, alsmede een geldboete van na te melden hoogte. Alleen vanwege de geringere rol van verdachte in vergelijking tot zijn medeverdachte kan deels worden volstaan met een werkstraf, in plaats van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Ook legt zij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland.

Vordering ten aanzien van het beslag

De officier van justitie heeft ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen items als vermeld op de aan het dossier toegevoegde beslaglijst als volgt gevorderd:

  • -

    onttrekken aan het verkeer van de boksbeugel;

  • -

    retour aan verdachte het item onder nummer 12 van de beslaglijst.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de boksbeugel dient te worden onttrokken aan het verkeer en het item onder nummer 12 van de beslaglijst aan verdachte dient te worden teruggegeven.

Vordering tot schadevergoeding

Feit 1

De benadeelde partij [benadeelde 2], vertegenwoordigd door [aangever 1] te Eindhoven heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 11.915,-, ter zitting aangevuld tot een bedrag van € 46.575,- ,vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde. De benadeelde partij heeft de rechtbank verzocht de vordering hoofdelijk op te leggen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de gevorderde schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering nu de vordering te ingewikkeld is voor behandeling in de strafprocedure en de benadeelde partij met de vordering ook in een aparte civiele procedure terecht kan.

De rechtbank deelt die mening, in zoverre dat er ingewikkelde nadere instructie zou moeten komen over schade met betrekking tot de onderbroeken die uit de handel zijn genomen. Een andere vraag is of de consumenten die nep-merkkleding kopen ook - bij gebrek daaraan - de echte dure merkkleding zouden kopen. Beantwoording van deze vragen in rechte zou de strafzaak onevenredig belasten.

De benadeelde partij zal niet ontvankelijk verklaard worden in haar vordering en kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijk rechter.

Feit 3 subsidiair

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 500,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering nu de vordering niet is onderbouwd.

De rechtbank is met de raadsman van verdachte van oordeel dat er geen onderbouwing in het dossier aanwezig is om de schade als gesteld door de benadeelde partij te verhalen op verdachte. De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering en zij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijk rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 27, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 91, 321, 337 van het Wetboek van Strafrecht en de artt. 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als

feit 1

Medeplegen van:

het opzettelijk verkopen, te koop aanbieden, afleveren en in voorraad hebben van

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een

bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien,

en

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking,

was nagebootst, en

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als

een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts

ondergeschikte verschillen vertoonden,

terwijl de schuldige het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent;

feit 2

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 3

verduistering

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 72 (twee en zeventig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren de navolgende algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 legt als bijzondere voorwaarde op dat de veroordeelde:

- zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de Reclassering Nederland, op het adres [adres 5]. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit gedurende de proeftijd noodzakelijk acht;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 5.000,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen boksbeugel;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven goederen aan veroordeelde, te weten: item nummer 12, de Samsung telefoon.

 verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 1] niet ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Bögemann en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp-Noordenbos, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 december 2013.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL06472013111162, Regio Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, team Bronckhorst, getekend en gesloten te Doetinchem op 4 oktober 2013.

2 De pleitnota van de raadsman zal worden aangehecht aan het proces-verbaal ter terechtzitting

3 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 269 en 270

4 Aangifte [aangever 1]) namens [benadeelde 2], pag. 131 t/m 135

5 Aangifte [aangever 2] ([benadeelde 3]), pag. 152 e.v.

6 Aangifte [aangever 3], pag. 200

7 Proces-verbaal van bevindingen zoeking [adres 2], pag. 309-311

8 Proces-verbaal van bevindingen zoeking [adres 1], pag. 286

9 Proces-verbaal bevindingen zoeking [adres 3] (perceel C), pag. 291-294,

10 Proces-verbaal bevindingen zoeking loods [adres 4] pag. 296 t/m 300

11 Huurovereenkomst hal 3 [adres 4], pag. 244

12 Proces-verbaal getuigenverklaringen [getuige 2], pag. 239, [getuige 3], pag. 242, [getuige 4], pag.246

13 Aangifte [aangever 1], pag. 132 e.v.

14 Aangifte [benadeelde 3], blz. 157-159 en foto’s vervalste goederen, blz. 160-172

15 Aangifte [aangever 3] 200-202, fotobijlage pag. 203-218

16 Proces-verbaal Belastingdienst, pag. 26 t/m 30 en 41 t/m 44

17 Zie ook proces-verbaal bevindingen, pag. 269, laatste alinea

18 Zie ook proces-verbaal bevindingen zoeking, pag. 296

19 Proces-verbaal bevindingen zoeking, pag. 293, 297-300

20 Target Report [team], pag. 225-236

21 Printscreens aanbieding partijl [benadeelde 2], pag. 136 t/m 138 en foto’s picturetrail.com, pag. 139 t/m 151

22 Proces-verbaal gegevens marktplaats.nl, pag. 5, ordner ‘Vorderingen’.

23 Proces-verbaal bevindingen telefoon Kup, pag. 272

24 Proces-verbaal bevindingen, pag. 316

25 Proces-verbaal bevindingen, onderzoek sms contacten, pag. 322 - 324

26 Proces-verbaal bevindingen, pag. 308

27 Proces-verbaal gegevens bankrekening verdachte, pag. 77, ordner ‘Vorderingen’ en pag. 81 t/m 162 (afschriften)

28 Overeenkomst ABN-AMRO, pag. 79

29 Rekeningafschrift ABN-AMRO, pag. 88 van de ordner ‘Vorderingen’

30 Rekeningafschrift ABN-AMRO, pag. 97-100 en verder van de ordner ‘Vorderingen’

31 Rekeningafschrift ABN-AMRO, pag. 103 en verder van de ordner ‘Vorderingen’

32 Rekeningafschrift ABN-AMRO, pag. 112 en verder van de ordner ‘Vorderingen’

33 Proces-verbaal bevindingen pag. 316, en afbeeldingen 317, 318

34 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 499

35 Proces-verbaal verklaring verdachte, pag. 505

36 Proces-verbaal foto boksbeugel, pag. 502

37 Proces-verbaal aangifte, pag. 488

38 Proces-verbaal verklaring verdachte, pag. 363