Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:5811

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
05/820802-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens het plegen van ontuchtige handelingen bij een dertien jarig meisje tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/820802-13

Datum zitting : 05 december 2013

Datum uitspraak : 18 december 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam :[verdachte][verdachte],

geboren op : [geboortedatum 1],

adres : Beatrixstraat 48,

plaats : [woonplaats].

raadsman : mr. W. van de Velde, advocaat te Rhenen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij in of omstreeks de periode van 17 november 2012 tot en met 18 november

2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, met [slachtoffer]

[slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog

niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer], hebbende

verdachte zijn penis in de vagina van die[slachtoffer] geduwd en/of gebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode 17 november 2012 tot en met 18 november 2012 te

Opheusden, gemeente Neder-Betuwe,, met [slachtoffer]

(geboren [geboortedatum 2]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit het duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, penis in de

vagina van die[slachtoffer].

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 05 december 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. W. van de Velde, advocaat te Rhenen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer] met als haar wettelijke vertegenwoordiger [vertegenwoordiger].

De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het tenlastegelegde

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte, gedateerd 18 december 2012, pagina’s 11 tot en met 14,

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het studioverhoor van benadeelde, opgemaakt door [verbalisant] op 3 januari 2013, pagina’s 17 tot en met 19,

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 december 2013.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 17 november 2012 tot en met 18 november 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer], hebbende

verdachte zijn penis in de vagina van die[slachtoffer] geduwd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van het feit, het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen nu dit meer recht zou doen aan de situatie. Zijn cliënt heeft immers zelf, net als het slachtoffer, een verstandelijke beperking. De raadsman is voorts van mening dat er ook gekeken dient te worden naar de rol van het slachtoffer in het geheel, alsmede naar de rol van de moeder van het slachtoffer.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 november 2013; en

 een voorlichtingsrapportage van de Reclassering Nederland, d.d. 29 november 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Toen de ontuchtige handelingen plaatsvonden was het slachtoffer 13 jaar, terwijl verdachte 18 jaar oud was. Uit de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd, leidt de rechtbank af dat verdachte ten tijde van de gepleegde handelingen ook wist dat het slachtoffer slechts 13 jaar was, ook al zag zij er ouder uit. Door zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangeefster. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

De rechtbank zal bij de strafmaat eveneens rekening houden met het volgende. Uit het dossier en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke beperking en mogelijk een autistische stoornis, waardoor hij niet goed inzicht heeft gehad in wat er gebeurd is en wat de impact daarvan zou kunnen zijn voor het slachtoffer. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit net volwassen was, namelijk de leeftijd van 18 jaar had en hij nooit eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Verdachte en aangeefster hadden verkering en tevens kan uit het dossier worden afgeleid dat het mogelijk is dat, zoals verdachte ook zegt, de seksuele handelingen met wederzijdse instemming hebben plaatsgevonden.

Al deze omstandigheden gezamenlijk bekeken, maakt dat de rechtbank in afwijking van de eis van de officier van justitie een aanzienlijk lagere straf op zal leggen. Naar het oordeel van de rechtbank zou gezien de setting en de context van het bewezenverklaarde en de persoon van de verdachte zoals hierboven omschreven de oplegging van een werkstraf passend en geboden zijn, naast een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar de Wet beperking oplegging taakstraffen staat hier aan in de weg. Om dezelfde redenen vind de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats. Daarom ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van hierna te noemen duur.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1500,- aan immateriële schade, aangevuld met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel, zijnde het bedrag van € 1500,--, met wettelijke rente, toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit het gevorderde bedrag te matigen gezien het eigen aandeel van het slachtoffer bij het tenlastegelegde feit.

De beoordeling door de rechtbank

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op een bedrag van

€ 750,--. De rechtbank is van oordeel dat dit bedrag redelijk en billijk is gelet op hetgeen is voorgevallen en ook nu het mogelijk is dat de seksuele handelingen met wederzijdse instemming hebben plaatsgevonden. De rechtbank wijst tevens toe de gevorderde wettelijke rente. Voor het overige deel verklaart de rechtbank de civiele vordering niet-ontvankelijk.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 november 2013.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], met als haar wettelijke vertegenwoordiger [vertegenwoordiger], te betalen € 750,-- (zevenhonderdvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], met als haar wettelijke vertegenwoordiger [vertegenwoordiger], te betalen € 750,-- (zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. F.M.A. 't Hart, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. G. Wessels-Harmsen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Politie Oost-Nederland, district Gelderland Zuid, Afdeling Zedenzaken, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL084A 2012118530, gesloten op 26 april 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.