Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:5807

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
05/780024-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 29-jarige vrouw wegens mensenhandel, meermalen en in vereniging gepleegd jegens een persoon beneden de achttien jaren, tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/780024-13

Datum zitting : 24 juni 2013, 9 september 2013, 2 en 3 december 2013

Datum uitspraak : 17 december 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [1984] te Bacau (Roemenië),

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Raadsman : mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

Officier van justitie : mr. E.D.I. Martens.1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari

2013 tot en met 9 april 2013 te Voorthuizen en/of te Ede en/of in elders in

Nederland en/of in Roemenië,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 1])

(lid 1, onder 2°)

heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, onder 3°)

[slachtoffer 1] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met

het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te

brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer

seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1, onder 5°)

die [slachtoffer 1] ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan zij, verdachte en/of diens

mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(lid 1, sub 8°)

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van die

[slachtoffer 1] met of voor een derde tegen betaling, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] de

leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s) (telkens)

- die [slachtoffer 1] via een (contact)bureau in Roemenië geworven voor de prostitutie

in Nederland en/of

- aan die [slachtoffer 1] een adres verstrekt in Voorthuizen, althans in Nederland,

waar die [slachtoffer 1] in de prostitutie kon gaan werken en/of

- die [slachtoffer 1] vanuit Roemenië naar Nederland gebracht en/of laten brengen en/of

- die [slachtoffer 1] onderdak gegeven in een woning en/of

- die [slachtoffer 1] geholpen om een seksadvertentie te maken en/of op internet te

plaatsen en/of

- de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die

[slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] naar klanten gebracht en/of klanten laten ontvangen en/of

- ( een deel van) het door die [slachtoffer 1] verdiende geld ingenomen en/of geholpen

om het geld naar Roemenië te sturen;

2.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 9 april 2013 te Voorthuizen en/of te Ede en/of te Wageningen en/of

te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Roemenië

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, genaamd [slachtoffer 2],

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door afpersing,

fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met

het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2],

en/of

(lid 1, onder 3°)

die [slachtoffer 2] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met het

oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich

beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handelingen

met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1, onder 4°)

die [slachtoffer 2] door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door

afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten en/of onder de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door afpersing, fraude,

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die

[slachtoffer 2],

en/of

(lid 1, onder 9°)

met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door afpersing, fraude,

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen haar, verdachte en/of haar mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens)

- terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet beheerst en/of

- terwijl die [slachtoffer 2] schulden heeft bij verdachte en/of diens mededader(s),

- die [slachtoffer 2] aangeboden in Nederland werk voor haar te regelen en/of met die

[slachtoffer 2] gesproken over prostitutiewerk in Nederland en/of

- die [slachtoffer 2] vanuit Roemenië naar Nederland gebracht en/of laten brengen en/of

- die [slachtoffer 2] onderdak gegeven in meerdere, althans een woning(en) en/of

- voor die [slachtoffer 2] een seksadvertentie gemaakt en/of op internet geplaatst en/of

- de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die

[slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] naar klanten gebracht en/of klanten laten ontvangen en/of

- ( een deel van) het door die [slachtoffer 2] verdiende geld ingenomen en/of geholpen om

het geld naar Roemenië te sturen,

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 2] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

zijn mededader(s) heeft kunnen bieden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 2 en 3 december 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. E.D.I. Martens, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien [slachtoffer 2] (feit 2) (verder: [slachtoffer 2]). Verdachte dient te worden vrijgesproken voor dit feit.

Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel van de minderjarige [slachtoffer 1] (verder [slachtoffer 1]).

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt mensenhandel van [slachtoffer 2]. Voorts stelt de verdediging dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting of dat hij voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [slachtoffer 1].

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 11

Minderjarigheid [slachtoffer 1]

-Het opgemaakt proces-verbaal van bevindingen betreffende documenten (vertaling) p. 404:

“(…) dat onze minderjarige dochter [slachtoffer 1], Roemeense staatsburger, geboren [geboortedatum 1] (…)”

-Het opgemaakt proces-verbaal van bevindingen:

“(…) ik zag dat er een mannelijke bestuurder en een vrouwelijke bijrijder aanwezig waren. (…), ik zag dat het ging om [medeverdachte 1] (…). (p. 886) Ik zag dat het ging om: [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 1] (…)” (p. 886 en 887)

De rechtbank overweegt dat op basis van het voorgaande bewezen kan worden geacht dat [slachtoffer 1] ten tijde van de ten laste gelegde periode minderjarig was.

Onderdak geven: Voorthuizen

-Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 december 2013:

“u vraagt mij naar een sms-bericht dat ik op 2 april 2013 naar [medeverdachte 1] heb gestuurd met de vraag met hoeveel personen zij terug zouden komen. (…) Op 1 april 2013 moest de huur betaald worden en ik zou dat voorschieten. (…) Dat zou [medeverdachte 2] dan aan de makelaar betalen. (…)

Het was mijn idee om dit bericht te sturen. Anders waren wij € 500 kwijt. Ik heb toen geen antwoord gehad van hem en ik was toen een beetje boos. Ik heb toen naar [slachtoffer 1] ge-sms’t. ”

-Proces-verbaal van inbeslagneming, p. 397:

“In de woning [adres 2] te Voorthuizen werden onder andere, [slachtoffer 1], [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 1] te Bacau (Roemenië) en [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2]te Baceu (Roemenië) aangetroffen. (…) In de woning [adres 2] te Voorthuizen was op de eerste verdieping van de woning één slaapkamer. (…) [slachtoffer 2] (…) en [slachtoffer 1] (…) verklaarden dat zij de enige gebruikers waren van deze slaapkamer.”

-Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2]:

“(…) heeft [betrokkene 6] een woning voor mij gezocht. Dat was de woning waar jullie mij gisteren aan hebben getroffen.” (440)

Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2], p. 930:

“Ik ben toen gaan zoeken naar woonruimte voor [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. (…) Via [betrokkene 3] van [verhuur] heb ik toen de woning aan de [adres 2] te Voorthuizen gevonden. (…) Het huurcontract is op mijn naam gezet. (…) Ik wist natuurlijk wel dat er prostituee in de woning plaats zou vinden, want [betrokkene 2] had vanaf de [adres 3] ook al als prostituee gewerkt (…) De huur ging in op 1 maart 2013 en omstreeks deze dag zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hier ook gaan wonen. (…) [betrokkene 2] is toen ook weer als prostituee gaan werken.”

-Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte A.M. [verdachte]:

“(p. 986) [betrokkene 4] belde een maand of twee geleden. Hij vroeg: kan je mij helpen om een huis te zoeken of een hotel. (…) Dus ik dacht: het is gewoon een Roemeen, als ik hem kan helpen doe ik dat. (…) Ik zeg goed, ik praat met [medeverdachte 2] en als het kan voor jullie een huis zoeken. Ik bel ’s avonds terug. (…), [medeverdachte 2] ging via de navigatie kijken hoe ver het van België naar Rotterdam was, het was zo’n 60 70 kilometer. We hebben [betrokkene 4] en [betrokkene 2] daar opgehaald. (…) [medeverdachte 2] en ik kennen een vrouw waar [medeverdachte 2] het huis heeft gehuurd, dus [medeverdachte 2] belde de vrouw en vroeg of zij soms nog een huis te huur had met spoed voor Roemenen. (…) Ze had een vrij dure van rond de duizend euro. [betrokkene 4] zei dat hij dat wel kon betalen, geld is geen probleem. Wij belden de vrouw terug en zeiden dat het goed was. (…) Die vrouw het had het contract opgesteld, ze moesten om zeven uur bij dat huis in Voorthuizen zijn om te kijken. Ik vertaalde voor [betrokkene 4], we liepen daar rond en ik vroeg [betrokkene 4] of hij het goed vond. [betrokkene 4] zei dat hij het goed vond. (…) De vrouw vroeg of het zo lang op Joops (p. 987) naam kon, zolang [betrokkene 4] geen paspoort had.”

-Proces-verbaal van verhoor van getuige L.I. Lunetta (vraagstelling verbalisanten cursief):

V: Wat is uw betrokkenheid bij de woning aan de [adres 2] te Voorthuizen? A: Ik verhuur deze woning namens [betrokkene 8] vanaf 1 maart 2013 voor de duur van 1 jaar. (…) V: Aan wie heeft u deze woning verhuurd? A: [medeverdachte 2]. [adres 1] te Wageningen. (561) (…) [medeverdachte 2] betaalt de huur van de [adres 2]. [medeverdachte 2] vertelde mij dat hier ook een gezin uit Roemenië kwam te wonen. Het betrof een stelletje. Ik heb deze ook gezien bij de bezichtiging. Het betrof een jonge man en een jonge vrouw. Op dezelfde dag dat zij de woning bezichtigd hebben zijn ze akkoord gegaan met de huur van deze woning. [medeverdachte 2] zijn vrouw was daar ook bij. Ze vertaalde alles aan de Roemeense man en vrouw. (p. 562)

-De als bijlage gevoegde huurovereenkomst, p. 573:

“HUUROVEREENKOMST WOONRUIMTE

(…) ‘verhuurder’,

EN

[medeverdachte 2]

[adres 1]

[woonplaats]

(…) ‘huurder’,

(…) Verhuurder verhuurt aan huurder (…) plaatselijk bekend: [adres 2], [woonplaats 2]” (p. 254)

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte met medeverdachte [medeverdachte 2] in Voorthuizen onderdak heeft geboden aan onder meer [slachtoffer 1]. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat zij samen met medeverdachte [medeverdachte 2] contact heeft gezocht met makelaar [verhuur] en dat zij bij de totstandkoming van de huurovereenkomst betrokken is geweest. Het is verdachte wie het gesprek met de makelaar heeft vertaald voor ([slachtoffer 1] en) medeverdachte [medeverdachte 3].

Hulp bieden bij seksadvertentie maken/plaatsen

-Proces-verbaal van bevindingen van inbeslagneming, p. 360:

“(…) in de advertentie van [site 1] waarin [betrokkene 5] zich aanbiedt voor de prostitutie. [betrokkene 5] is van die foto’s later herkend als de minderjarige betrokkene [slachtoffer 1], (…).”

-Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 december 2013:

(…) De dames zaten bij [site 1].nl en ik heb ze geholpen met het aanpassen van de site. (…) Ik heb de site gekopieerd. De vinkjes waren aan of uit. Ik heb begrepen van [slachtoffer 1] (…) dat ze wel seks wilden hebben zonder condoom.(…)”

-Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2]:

“[betrokkene 2] en [betrokkene 7] hebben toen als prostituee gewerkt (…). Hoe dit precies is gegaan weet ik niet. Ik weet dat [betrokkene 6] de teksten voor de advertenties heeft vertaald naar goed Nederlands.

(p. 930) (…) [betrokkene 2] kwam aan klanten door advertenties op sekssites, ik dacht op “[site 1]” en “[site 2]”. Deze advertenties zijn meegenomen vanuit Rotterdam (…) [betrokkene 6] is toen de site gaan beheren (…) Ik weet nog dat [betrokkene 7] en [betrokkene 2] foto’s van elkaar hebben gemaakt voor de advertenties. (…) Enkele van deze foto’s zijn toen door [betrokkene 6] toegevoegd aan de bestaande advertenties. (…) Zoals gezegd nam [betrokkene 6] (…) en beheerde zij de websites van [betrokkene 2] ([betrokkene 5]) en [betrokkene 7] ([alias]). (…) Verder werkte het zo dat je een advertentie op “[site 1]” kon opwaarderen met “credits”. Deze credits kon je via internetbankieren kopen. (…) Dit opwaarderen gebeurde altijd vanaf mijn bankrekening.” (p. 931)

-Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] (p. 939):

V: Je hebt het ook gehad over het opwaarderen van advertenties op [site 1] en dat dit werd betaald van jouw rekening. (…). A: (…) Ook [betrokkene 6] heeft via dit nummer wel credits gekocht om advertenties op te waarderen op [site 1]. [betrokkene 6] kan gewoon internetbankieren met mijn rekening. (…) ze heeft gewoon mijn toestemming hiervoor. Ik denk dat er vanaf mijn rekening voor totaal tussen de € 125,- en € 150,- is afgeschreven voor de credits. (…) V: je hebt gezegd dat [betrokkene 6] de naam “[site 3]” heeft bedacht. (…) A: (…) [betrokkene 6] is gaan googelen en kwam toen op de naam “[site 3]”. Ik heb toen gezegd dat ik dat wel een mooie naam vond en toen is [betrokkene 6] die naam gaan gebruiken. (…) Vandaar dat [betrokkene 6] een andere naam als naam in de advertenties op [site 1] heeft bedacht.”

-Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 24 september 2013:

“Wij zijn naar het huis in Ede gegaan. [betrokkene 6] heeft toen van mij de eerste foto’s gemaakt.

De volgende dagen is [betrokkene 6] begonnen met de site voor mij te maken. (…) Toen [betrokkene 6] de site maakte, zei ze dat ze op de site 18 jaar zou zetten. (p.8)

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de op het internet aangetroffen advertentie, waarin [slachtoffer 1] seksuele diensten aanbiedt, door een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachte ([medeverdachte 2]) [medeverdachte 2] tot stand zijn gekomen. Vanaf bankrekening van medeverdachte [medeverdachte 2] is de advertentie opgewaardeerd, terwijl met name verdachte zich over de tekst van de advertentie heeft ontfermd en daaraan de foto’s heeft toegevoegd.

Klantentelefoon beheren en afspraken maken

-Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 december 2013:

“Ik herken de kopieën het notitieboekje op pagina 542. Er staat € 150 IJmuiden. Dat was de prijs voor de klant en [slachtoffer 2]. “[alias]” is [slachtoffer 2]. “[betrokkene 5]” is [slachtoffer 1]. “Duminca” betekent zondag in het Roemeens. Wanneer een klant contact met mij opnam via de telefoon voor een afspraak voor prostitutie en dan schreef ik dat bedrag op. Ik had een eigen telefoon voor elk van de meisjes. Het waren beiden Samsung telefoons. (…) De Samsung Galaxy Note was van [slachtoffer 1]. De klant belde mij en sms’te mij dan zijn adres. Ik sms’te dat adres naar [medeverdachte 3], want hij bracht [slachtoffer 1]. (…)

-Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] p. 371:

“Het telefoonnummer dat op de advertentie stond is niet van mij maar van mijn vriendin [betrokkene 6]. Zij kan goed Nederlands praten en zij nam de telefoon op en maakte afspraken met de klanten.”

-Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2], p. 931:

“(…) en [betrokkene 6] kreeg toen ook de telefoontjes van de klanten. Je hebt wel iemand nodig die Nederlands spreekt. Als er een klant belde nam [betrokkene 6] op met: “[site 3]”. De werknaam van [betrokkene 2] was “[betrokkene 5]”. [betrokkene 6] sms-te dan de gegevens van de klant naar [betrokkene 1] en zo werd het contact geregeld. (…) Zoals gezegd nam [betrokkene 6] de telefoontjes van de klanten aan en beheerde zij de websites van [betrokkene 2] ([betrokkene 5]) en [betrokkene 7] ([alias]). De gegevens van de klant sms-te ze dan naar [betrokkene 1] en [medeverdachte 1]. (…) [betrokkene 6] had een witte telefoon en een zwarte. Als de witte werd gebeld was het voor [betrokkene 5] oftewel [betrokkene 2] (…).”

-Proces-verbaal van verhoor van verdachte:

“Voor [betrokkene 5] kwamen de klanten op de witte telefoon binnen en voor [alias] op de zwarte telefoon. Ik had deze telefoons vaak bij mij. (…) Ik zei als de klant belde dat ik de telefoniste was. (…) Voor de escort kreeg dan via de sms het adres van de klant door. Ik sms’te dit dan weer door naar [betrokkene 4] en naar [betrokkene 2]. (…) (p. 1060) Bij thuis ontvangst ging dit precies hetzelfde. Ik deed dan ook naar beiden een sms voor wanneer de klant kwam.” (p. 1061)

De rechtbank acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte de “klantentelefoon” van [slachtoffer 1] heeft beheerd en (dus) in het kader van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] afspraken heeft gemaakt met klanten.

Naar klanten brengen

-Proces-verbaal van verbalisant J.L. Rutten:

(p. 423) (…) “Uit onderzoek binnen de politiesystemen blijkt dat op 27 februari 2013 om 0:47 uur op de A50 ter hoogte van Heerde een blauwe BMW voorzien van kenteken [kenteken] werd gecontroleerd (…). (…) In het voertuig zaten: - [medeverdachte 2], geboren [geboortedatum 3], - [medeverdachte 3], geboren [geboortedatum 4]; - [slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 1].

(…) (p. 424) (…) Door de verdachte [verdachte] en [medeverdachte 2] wordt verklaard dat [verdachte] de klantentelefoon van [betrokkene 5], zijnde [slachtoffer 1], in bezit had en dat [verdachte] de klanten die gebruik wilden maken van de seksuele diensten van [slachtoffer 1], te woord staat en de afspraken maakte. Deze klantentelefoon heeft het nummer [telefoonnummer 1] en is voorzien van het SVO nummer A02.01.001.

De verdachte [medeverdachte 2] was in het bezit van een GSM die in beslag werd genomen bij zijn aanhouding. Dit betrof SVO V03.04. het nummer bij deze telefoon is [telefoonnummer 2].

Uit de gegevens van de klantentelefoon blijkt dat er op 26 februari 2013, om 20.50 uur er een sms bericht wordt verzonden aan [telefoonnummer 3] (….) Dalfsen. In het totaal is er 4 maal contact tussen [verdachte] en de klant geweest zoals hieronder is aangegeven.

Uit 26-02-2013, 20:50:11 [telefoonnummer 1] [medeverdachte 2] [telefoonnummer 3] [betrokkene 9] [adres 4]

In 26-02-2013, 23:51:34 [telefoonnummer 1] [medeverdachte 2] [telefoonnummer 3] [betrokkene 9] [adres 4]

In 26-02-2013, 23:52:57 [telefoonnummer 1] [medeverdachte 2] [telefoonnummer 3] [betrokkene 9] [adres 4]

In 27-02-2013, 00:00:06 [telefoonnummer 1] [medeverdachte 2] [telefoonnummer 3] [betrokkene 9] [adres 4].

(p. 425) Op Google maps heb ik de plaatsen Dalfsen, Heerde en Ede ingevoerd. Te zien is dat de plaats van de politiecontrole op de route Ede, Dalfsen ligt.

Uit de verkeersgegevens en mastgegevens van de GSM in gebruik bij de verdachte [medeverdachte 2], blijkt dat deze telefoon in Dalfsen is geweest.

Uitgaand 27-02-2013 0:36:07 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Uitgaand 27-02-2013 0:36:30 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Uitgaand 27-02-2013 0:40:35 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Uitgaand 27-02-2013 1:14:10 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Uitgaand 27-02-2013 1:14:44 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Inkomend 27-02-2013 1:19:11 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

Inkomend 27-02-2013 1:19:15 [telefoonnummer 4] [verdachte]. [adres 1], [woonplaats], [woonplaats 3]

-Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 989

“De bedoeling was: ik neem de telefoon op en hun deden de rest. Dus [betrokkene 4] heeft gezegd [betrokkene 4] moet een auto hebben. (…) eerst nam [betrokkene 4] een auto.” p. 993: “V: Okee, er belde een klant, en dan? (…) Dan zei ik: stuur me je adres om het meisje daar naar toe te laten gaan. Ik moest het adres door sms’en, of doorgeven aan [betrokkene 4]. (…) [betrokkene 4] met [betrokkene 2]. (…) Soms met bellen en soms met sms, maar meestal sms, want hun verstaan de plaatsnamen niet, dus het was voor hun makkelijk om navigatiesysteem de plaatsnamen in te doen.”

-Proces-verbaal van bevindingen betreffende intake [slachtoffer 1] p. 371:

“(…) en ik werd ook naar klanten gebracht met de auto. Ik vroeg dan aan de Roemeense jongens om mij te brengen. De jongens bleven dan wachten op de parkeerplaats als ik bij de klant binnen was.”

-Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2], p. 931:

“(…) en [betrokkene 6] kreeg toen ook de telefoontjes van de klanten. Je hebt wel iemand nodig die Nederlands spreekt. Als er een klant belde nam [betrokkene 6] op met: “[site 3]”. De werknaam van [betrokkene 2] was “[betrokkene 5]”. [betrokkene 6] sms-te dan de gegevens van de klant naar [betrokkene 1] en zo werd het contact geregeld. Om [betrokkene 2] naar de klanten te kunnen vervoeren had [betrokkene 1] een auto nodig. Samen met hem heb ik toen een zwarte Alfa Romeo gekocht. Met deze auto bracht [betrokkene 1] dan [betrokkene 2] naar de klanten. ”

-Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2], p.940:

“V:Ben je wel eens met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] mee geweest voor de escort. A: Ik ben een keer meegeweest. Dit was met mijn auto. (…) Het was wel voor de escort van [betrokkene 2].”

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande bewezen kan worden geacht dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] er meermalen zorg voor hebben gedragen dat [slachtoffer 1] in het kader van haar prostitutiewerkzaamheden met de auto naar klanten werd vervoerd, van wie de gegevens werden aangeleverd door verdachte.

Periode en plaatsen

Voornoemde handelingen hebben tot het moment waarop [slachtoffer 1] door verbalisanten in de woning in Voorthuizen is aangetroffen, te weten op 9 april 2013, plaatsgevonden in Ede, Voorthuizen en andere plaatsen in Nederland. De rechtbank acht, gelet op de verklaring van verdachte dienaangaande bewezen, dat het moment van aanvang gelegen moet zijn in de periode vanaf 1 februari 2013. De rechtbank leidt dit af uit het hiernavolgende:

-Proces-verbaal van bevindingen p. 357

[slachtoffer 1] verklaarde dat zij:

  • -

    Nu twee maanden in Nederland is

  • -

    Dagelijks in de prostitutie werkt sinds zij in Nederland is

-Proces-verbaal van bevindingen 371:

“In deze twee maanden dat ik in Nederland verbleef (…).”

Nauwe en bewuste samenwerking

De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet slechts voor wat betreft het onderdak bieden aan [slachtoffer 1] en het bieden van hulp bij het maken en plaatsen van een seksadvertentie van [slachtoffer 1] samen heeft gewerkt met een ander. Er is ten aanzien van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] tussen [medeverdachte 3] en verdachte een rolverdeling afgesproken waarbij verdachte de klantentelefoon van [slachtoffer 1] beheerde en beantwoorde en de gegevens van de klanten doorgaf aan [medeverdachte 3] (of [medeverdachte 2]) die [slachtoffer 1] dan naar de desbetreffende klant bracht. Er is derhalve eveneens sprake van nauwe en bewuste samenwerking voor wat betreft het beheren van de klanttelefoon en het maken van afspraken voor [slachtoffer 1] door verdachte enerzijds en het brengen van [slachtoffer 1] naar klanten door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] anderzijds. Deze handelingen zijn immers gericht op het beschikbaar stellen van [slachtoffer 1] voor prostitutie en kunnen er slechts in onderlinge samenhang toe leiden dat dit doel wordt bereikt.

Voornoemde nauwe en bewuste samenwerking betreffen handelingen waarvan verdachte en haar mededaders naar het oordeel van de rechtbank wisten dat die [slachtoffer 1] (die de leeftijd van van 18 jaren nog niet had bereikt) zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen.

Dat verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 1] vanuit het buitenland (Roemenië) hebben geworven, meegenomen of ontvoert om haar er toe te brengen in Nederland in de prostitutie te gaan werken, dat zij het oogmerk hadden op uitbuiting of opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 1] acht de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen, zodat verdachte ten aanzien van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

zij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 9 april 2013 te Voorthuizen en/of te Ede en/of in elders in Nederland ,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met anderen,

meermalen, telkens,

een ander, te weten, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 1])

(lid 1, onder 5°)

enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan zij, verdachte en diens mededaders wisten dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededaders telkens

- die [slachtoffer 1] onderdak gegeven in een woning en

- die [slachtoffer 1] geholpen om een seksadvertentie te maken en/of op internet te plaatsen en

- de klantentelefoon beheerd en/of afspraken gemaakt met klanten voor die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] naar klanten gebracht

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank is van oordeel dat in de tenlastelegging in onderlinge samenhang bezien moet worden, zodat in de zinsnede - onder (lid 1, onder 5°) - “die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen” de woord “die handelingen” gelezen moet worden als “seksuele handelingen” zoals daarvoor beschreven.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Ten aanzien van feit 2 ([slachtoffer 2])

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte (de meerderjarige) [slachtoffer 2] vanuit het buitenland (Roemenië) heeft aangeworven, meegenomen of ontvoerd om haar ertoe te brengen in Nederland in de prostitutie te gaan werken, dat zij in relatie tot haar prostitutiewerkzaamheden gebruik heeft gemaakt van de een in artikel 273f sub 1, 4, of 9 genoemde middelen, of dat zij heeft geprofiteerd van haar uitbuiting (door een ander).

Conclusie

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat wanneer de rechtbank verdachte vrijspreekt voor het eerste deel van dat deel van de tenlastelegging waar gesproken wordt over of “verdachte en/of haar mededader(s) die [slachtoffer 1] ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of enige handeling heeft ondernomen waarvan zij (en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt”, het feit niet meer te kwalificeren is, nu dan uit de woorden “die handelingen” niet meer volgt dat het een seksuele handeling betreft.

Beoordeling door de rechtbank

Zoals overwogen leest de rechtbank “die handelingen” als “seksuele handelingen”.

Het bewezenverklaarde feit is daardoor te kwalificeren en levert op:

Ten aanzien van feit 1:

“Mensenhandel in vereniging gepleegd, jegens een persoon beneden de achttien jaren, meermalen gepleegd”

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van het feit. Er is sprake van een minderjarig en zwanger slachtoffer. Het slachtoffer heeft gewerkt zonder gebruik van condoom.

Beslag

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gesteld dat de in beslag genomen telefoon, Samsung Galaxy Note II onttrokken dient te worden aan het verkeer. Deze telefoon was de werktelefoon van [betrokkene 5] en er zijn foto’s op aangetroffen van het slachtoffer die als kinderpornografisch aangemerkt kunnen worden.

Ten aanzien van de telefoon, Samsung, heeft de officier van justitie gesteld dat deze retour naar verdachte kan aangezien dit de werktelefoon van [alias] betreft en de officier van justitie hiervoor vrijspraak heeft gevorderd.

Ten aanzien van de telefoon, Sony Ericsson Xperia, heeft de officier van justitie gesteld dat deze verbeurd verklaard dient te worden aangezien deze telefoon gebruikt werd als werktelefoon van het slachtoffer.

Ten aanzien van het notitieboekje heeft de officier van justitie gesteld dat deze retour naar verdachte mag.

Ten aanzien van de laptop heeft de officier van justitie gesteld dat deze onttrokken dient te worden aan het verkeer aangezien hierop foto’s van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen welke als kinderpornografisch aangemerkt kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 november 2013; en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 19 juni 2013 betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel van een minderjarig slachtoffer. Het slachtoffer was afkomstig uit Roemenië en was enkele maanden zwanger. Verdachte heeft het slachtoffer onderdak gegeven en heeft seksadvertenties voor haar gemaakt. In die seksadvertenties was tevens aangevinkt dat het slachtoffer seks wilde hebben zonder condoom. Daarnaast heeft verdachte de klantentelefoon beheerd en afspraken met de klanten gemaakt aangezien het slachtoffer geen Nederlands sprak. Voorts hebben de medeverdachten van verdachte het slachtoffer vervoerd naar de klanten. De samenwerking van verdachte en de medeverdachten was erop gericht om het slachtoffer in de prostitutie te laten werken.

Mensenhandel is een ernstige vorm van criminaliteit. Slachtoffers van mensenhandel zijn doorgaans niet in staat vrijwillig een bewuste keuze te maken. Het leed en de gevolgen voor het slachtoffer zijn groot. Dit feit vormt dan ook een ernstige inbreuk op de persoonlijke vrijheid en lichamelijk integriteit van het slachtoffer. De rechtbank rekent haar dit zwaar aan en zal hiermee ten nadele van verdachte rekening houden. Daarnaast is sprake van een minderjarig die werkzaam is geweest in de prostitutie, hetgeen op zich al verboden is en bedoeld is om jonge mensen te beschermen, ook tegen hun eigen wil of besluiten. Minderjarigen overzien immers vaak de gevolgen van hun handelen onvoldoende.

Verdachte zit thans ruim acht maanden in voorlopige hechtenis. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een gevangenisstraf passend en geboden is. De door de officier van justitie geëiste straf acht de rechtbank echter een te zware sanctie, gelet op de opgelegde straffen in soortgelijke zaken, waarbij de rechtbank overigens niets wil afdoen aan de ernst van de onderhavige zaak.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte tevens mee dat haar betrokkenheid bij deze zaak enkel is komen vast te staan voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 9 april 2013.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een voorwaardelijk strafdeel onder algemene voorwaarden passend en geboden is. Mensenhandel is een mensonterende, maar lucratieve aangelegenheid, waartoe verdachte zich blijkens het jegens haar bewezen verklaarde tot aangetrokken heeft gevoeld.

Uit het aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt niet dat verdachte reeds eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld. Het voorwaardelijk op te leggen strafdeel dient voor haar dan ook als ‘stok achter de deur’.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en in onderling verband beschouwd met de aan de medeverdachten opgelegde straffen, oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven telefoontoestel, Samsung Galaxy Note II (Svo A02.01.001), onttrokken dient te worden aan het verkeer aangezien dit de klantentelefoon van “[betrokkene 5]” ofwel [slachtoffer 1] betreft en dat hierop foto’s zijn aangetroffen van die [slachtoffer 1] die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt en teruggave tot ongecontroleerd bezit in strijd met de wet tot gevolg heeft.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven telefoontoestel, Samsung, (Svo V04.03), teruggegeven dient te worden aan verdachte aangezien dit de klantentelefoon van “[alias]” ofwel [slachtoffer 2] betreft en verdachte voor dat deel van de tenlastelegging is vrijgesproken.

Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven telefoontoestel Sony Ericsson Xperia, (Svo V04.02 (391460)) is de rechtbank van oordeel dat deze verbeurdverklaard dient te worden aangezien dit een klantentelefoon van “[betrokkene 5]” ofwel [slachtoffer 1] betreft.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven notitieboekje, kleur mintgroen, notitie (Svo V04.01.003), verbeurd verklaard dient te worden, aangezien verdachte in dit boekje alle klantcontacten van [slachtoffer 1] bij hield.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven laptop, Acer Aspire 7551, laptop, (Svo G01.01), onttrokken dient te worden aan het verkeer aangezien hierop foto’s zijn aangetroffen van die [slachtoffer 1] die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt en teruggave tot ongecontroleerd bezit in strijd met de wet tot gevolg heeft.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslag

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 telefoontoestel, kleur wit, Samsung Galaxy Note II (Svo A02.01.001).

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp,

te weten 1 telefoontoestel, kleur zwart, Samsung, (Svo V04.03), aan de veroordeelde.

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp,

te weten 1 telefoontoestel, kleur zwart, Sony Ericsson Xperia, (Svo V04.02 (391460)).

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp,

te weten 1 boek, kleur mintgroen, notitie (Svo V04.01.003).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 computer, kleur zwart, Acer Aspire 7551, laptop, (Svo G01.01).

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en mr. H.T. Wagenaar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck en L.J.M. Visser, griffiers

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [telefoonnummer 3] van de Politie Eenheid Oost-Nederland, District Gelderland-Midden, Team Mesenhandel, opgemaakte proces-verbaal (onderzoek Russell), met proces-verbaalnummer 20130426.1132, gesloten op 9 juni 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.