Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4848

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
27-11-2013
Zaaknummer
05/720235-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op zijn psychotische toestand wordt een 19-jarige man ontoerekeningsvatbaar geacht en ontslaan van alle rechtsvervolging voor een poging tot doodslag en meerdere mishandelingen. Daarbij wordt door de rechtbank de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720235-13

Data zittingen : 21 augustus 2013 en 13 november 2013

Datum uitspraak : 27 november 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1994] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in : [verblijfplaats].

raadsman : mr. J.W.J. Hopmans, advocaat te Groesbeek.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

  1. Aan verdachte wordt verweten dat hij heeft geprobeerd een persoon te doden door met een kussen op zijn hoofd te drukken en met zijn handen de keel dicht te drukken, dan wel dat hij op deze wijze heeft geprobeerd om een persoon zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

  2. Aan verdachte wordt verweten dat hij drie medewerkers van Pro Persona heeft mishandeld.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 13 november 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.W.J. Hopmans, advocaat te Groesbeek.

De officier van justitie, mr. A.M. Vloedbeld, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 2

Ten aanzien van feit 1:

Gelet op de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] en getuige [getuige] – dat verdachte met kracht de keel van [slachtoffer 1]heeft dicht gedrukt, [slachtoffer 1]zich heeft verzet, [slachtoffer 1]gorgelende/brommende geluiden heeft gemaakt ten tijde van het dicht drukken van de keel en er meerdere pogingen nodig zijn geweest om verdachte los te maken van [slachtoffer 1]– acht de rechtbank bewezen dat verdachte door gedurende langere tijd met kracht de keel dicht te drukken willens en wetens heeft getracht [slachtoffer 1]te doden.

Bewezen is dat verdachte:

op 19 mei 2013 in de gemeente Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet bovenop die [slachtoffer 1]is gaan zitten en (vervolgens) (met beide handen) de keel van die [slachtoffer 1]heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen terwijl die [slachtoffer 1]op bed lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Ten aanzien van feit 2:

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte ten tijde van feit 2 psychotisch was en daarom geen sprake kan zijn van (voorwaardelijk) opzet.

Verdachte heeft verklaard dat hij vreesde voor zijn eigen leven en een wanhoopsdaad pleegde om in een politiecel te komen. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat verdachte aangekondigde dat hij [slachtoffer 3] een kopstoot zou geven en dat hij dit voornemen direct daarop ook heeft uitgevoerd. Daarom heeft naar het oordeel van de rechtbank, bij verdachte niet ieder inzicht in de draagwijdte en gevolgen van zijn handelen ontbroken. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman.

Bewezen is dat verdachte:

op 19 mei 2013 in de gemeente Nijmegen telkens opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4], medewerkers van de instelling Pro Persona, afdeling [afdeling],

- die [slachtoffer 3] een kopstoot tegen het gezicht heeft gegeven en

- die [slachtoffer 2] tegen het scheenbeen en de teen heeft getrapt en

- die [slachtoffer 4] tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer 4] met zijn hoofd op een scharnier van een deur terecht kwam en die [slachtoffer 4] in zijn linkerarm heeft gebeten,

waardoor zij letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 2:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Met betrekking tot verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door drs. [psychiater], psychiater en [psycholoog], forensisch psycholoog, gedateerd 26 oktober 2013 respectievelijk 5 september 2013.

De rechtbank ontleent hieraan het volgende.

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een psychotische stoornis, vermoedelijk in het kader van de schizofrene ontwikkeling van het paranoïde type. Ten tijde van het tenlastegelegde werd verdachte volledig in beslag genomen door zijn psychotische belevingen en overtuigingen, waarbij verdachte ervan was overtuigd dat hij binnen korte tijd zou worden vermoord. Verdachte heeft gemeend een daad te moeten stellen om dit te voorkomen, waarbij hij door zijn psychotische toestand geen grip had op zijn (agressieve) impulsen en niet in staat was de gevolgen van zijn handelen te overzien. Gelet op deze omstandigheden is er sprake van een volledig en rechtstreeks verband tussen het tenlastegelegde en de stoornis van verdachte, waardoor hij als volledig ontoerekeningsvatbaar kan worden beschouwd.

De rechtbank neemt bovengenoemde conclusie over en maakt die tot de hare.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat verdachte het feit, gelet op zijn stoornis ten tijde van het delict, niet kan worden toegerekend. Verdachte is dan ook niet strafbaar, zodat de rechtbank verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging.

6 De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 15 oktober 2013;

 een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering

d.d. 31 mei 2013, betreffende verdachte;

 een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, d.d. 14 augustus 2013, betreffende verdachte;

 een multidisciplinair rapport van [psycholoog], psycholoog, gedateerd 5 september 2013 en van drs. [psychiater], psychiater, gedateerd 26 oktober 2013.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in psychotische toestand schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag van een medepatiënt in de instelling Pro Persona in Nijmegen. Vervolgens heeft verdachte in psychotische toestand drie hulpverleners van de instelling mishandeld. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij de patiënten en medewerkers binnen de instelling Pro Persona.

Uit het bovengenoemde multidisciplinaire rapport blijkt dat de recidivekans op geweldsdelicten hoog is als verdachte niet op adequate wijze wordt behandeld. In geval van staking van de behandeling dan wel een behandeling in een vrijwillig kader is de kans namelijk groot dat verdachte psychotisch decompenseert met als gevolg een hoger risico op een agressieve impulsdoorbaak en een geweldsdelict.

De deskundigen achten het noodzakelijk dat verdachte in een gedwongen kader wordt behandeld. Aangezien betrokkene gebaat lijkt zijn bij een strakke structuur en een langdurige en intensieve behandeling wordt een klinische behandeling aanbevolen. Zowel door de psychiater als de psycholoog wordt geadviseerd aan verdachte de maatregel plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op te leggen.

De rechtbank is op basis van de rapportages tot de conclusie gekomen dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis eist.

De rechtbank zal daarom gelasten dat verdachte overeenkomstig het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van een jaar.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 37, 39, 45, 57, 287, 300 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor niet strafbaar.

Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte wordt geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van 1 (één) jaar.

Aldus gewezen door:

mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. J.J.H. van Laethem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2013.

BIJLAGE Ι

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 mei 2013 in de gemeente Nijmegen ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het

leven te beroven, met dat opzet bovenop die [slachtoffer 1]is gaan zitten

en/of (vervolgens) een kussen op het hoofd en/of het gezicht van die [slachtoffer 1]

heeft gedrukt en/of (met beide handen) de keel en/of de hals van die

[slachtoffer 1]heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen terwijl die [slachtoffer 1]

op bed lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 mei 2013 in de gemeente Nijmegen ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1]

, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet bovenop die [slachtoffer 1]is gaan zitten en/of (vervolgens) een kussen op het hoofd en/of het gezicht van die [slachtoffer 1]heeft gedrukt en/of (met beide handen) de keel en/of de hals van die [slachtoffer 1]heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen terwijl die [slachtoffer 1]op bed lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 19 mei 2013 in de gemeente Nijmegen (telkens) opzettelijk

mishandelend [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4], medewerkers van

de instelling Pro Persona, afdeling [afdeling], - die [slachtoffer 3] een kopstoot op/tegen het gezicht heeft gegeven en/of - die [slachtoffer 2] op/tegen het scheenbeen, althans het been, en/of de teen, althans de voet, heeft geschopt en/of getrapt en/of - die [slachtoffer 4] op/tegen het lichaam heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer 4] met zijn hoofd op een scharnier van een deur terecht kwam en/of in zijn (linker)arm heeft gebeten, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

BIJLAGE ΙΙ

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Eenheid Oost, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2013072435, gesloten op 23 juli 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Ten aanzien van feit 1:

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2], p. 18-19

Op zondagnacht 19 mei 2013 hoorde ik op de afdeling [afdeling] van Pro Persona te Nijmegen gebrom. (…) Ik hoor dat het geluid afkomstig was van [slachtoffer 1]. (…) Ik loop zijn kamer binnen en ik zie [verdachte] over [slachtoffer 1] heen zitten, met aan iedere kant van het lichaam van [slachtoffer 1] een knie, ter hoogte van [slachtoffer 1] buik. [verdachte] heeft zijn beide handen om de keel van [slachtoffer 1]. Gedurende dat [verdachte] (…) daarbij zijn handen om de keel van [slachtoffer 1] had, hoorde ik bromgeluiden afkomstig van [slachtoffer 1]. Ik zag dat [slachtoffer 1] zich probeerde los te wringen (…) Ik zag dat [verdachte] zijn gewicht gebruikte om kracht te zetten op de keel van [slachtoffer 1]. (…) Toen heb ik een ruk aan de linker arm van [verdachte] gegeven om hem hiermee van [slachtoffer 1] af te halen. Dit lukte mij niet. Vervolgens probeerde ik de vingers van de keel van [slachtoffer 1] te krijgen en dit lukte ook niet. Toen gaf ik opnieuw een ruk aan de linker arm van [verdachte] en hiermee kreeg ik [verdachte] van [slachtoffer 1] af. (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige], p. 23:

Op zondagnacht 19 mei 2013 zit ik met mijn collega [slachtoffer 2] op kantoor en hoor ik op een gegeven moment een gorgelend geluid uit de gang komen. (…) Ik zag dat [verdachte] met zijn knieën over [slachtoffer 1] heen zat en zijn handen om de hals van [slachtoffer 1] had gelegd. [slachtoffer 1] lag op zijn rug in bed. (…) Ik zag dat [verdachte] zijn gewicht gebruikte om kracht bij te zetten om de hals van [slachtoffer 1]. Ik hoorde op dat moment nog steeds het gorgelende geluid van [slachtoffer 1].

Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 36:

Uit angst ging ik naar [slachtoffer 1] toe.

Ten aanzien van feit 2:

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], p. 13-14:

Als verpleegkundige [slachtoffer 1] ik met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] werkzaam op de afdeling [afdeling] bij Pro Persona te Nijmegen. (…) Op een gegeven moment hoorde ik [verdachte] zeggen: “Hier een kopstoot”. Voordat hij uitgesproken was kreeg ik eens het hoofd van [verdachte] tegen mijn neus. Ik hoorde mijn neus kraken en voelde een enorme pijn. (…) Ik kreeg een dikke neus.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2], p. 19:

Op zondagnacht 19 mei 2013 bleef [verdachte] zich verzetten waardoor wij alle vier tegen de muren en deurposten aangeduwd werden. (…) Tijdens deze worsteling voelde ik dat [verdachte] met zijn hiel mij raakte op mijn linker scheenbeen. Ik voelde meteen een flinke pijnscheut in mijn linker scheenbeen. (…) Daarbij voelde ik dat door een van die trapbewegingen mijn linker grote teen geraakt werd door zijn achterwaartse bewegingen. Ik voelde daarbij een pijnscheut in mijn linker grote teen. (…) De volgende middag zag ik dat ik een blauwe linkerknie had.

Het proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4], p. 21-22:

[verdachte] wilde weer terug naar het kantoor, hierdoor ontstond een gevecht op de gang. (…) In dit gevecht [slachtoffer 1] ik tegen de muur gevallen, waarbij ik met mijn hoofd het scharnier van de deur heb geraakt (…) [verdachte] beet mij in mijn linker bovenarm. Ik voelde pijn in mijn bovenarm. (…) De volgende middag zag ik dat ik een bult op mijn hoofd had door de val tegen het scharnier van de deur.

1 De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht.