Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4672

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
05/820983-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wegens schuld aan een verkeersongeval met letsel tot gevolg en het doorrijden na een ongeval legt de rechtbank een werkstraf van 180 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk op

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820983-13

Data zittingen : 16 oktober 2013 en 06 november 2013

Datum uitspraak : 20 november 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Culemborg.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Aan verdachte wordt verweten dat:

  1. door zijn schuld een verkeersongeval is ontstaan waardoor een ander letsel heeft opgelopen, dan wel dat hij gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt;

  2. hij na het ongeluk is doorgereden terwijl hij wist of moest vermoeden dat hij schade of letsel had toegebracht aan andere personen.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 06 november 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Culemborg.

Ter terechtzitting heeft [slachtoffer 1] gebruik gemaakt van haar spreekrecht.

De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft de veroordeling van verdachte gevorderd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 2

Ten aanzien van feit 1:

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er sprake is van roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijden. Het betreft volgens de raadsvrouw een smalle weg met daarbij een fietsstrook, waardoor veel automobilisten in het midden van de weg gaan rijden. Daarbij was het schemerig en hadden de fietsers geen verlichting aan. Daarnaast kan uit het dossier niet volgen dat verdachte tijdens het ongeval te veel alcohol had gedronken.

Op grond van de verklaring van verdachte - dat het een smalle en bochtige weg was en het reeds (schemerig) donker was - en de omstandigheid dat de fietsstrook niet van de weg was afgezonderd, is de rechtbank van oordeel dat van verdachte als beginnend bestuurder extra oplettendheid mocht worden verwacht. Uit de verklaringen van[slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en het aanvullend proces-verbaal van de Verkeers Ongevallen Analyse volgt dat verdachte op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomende verkeer heeft gereden. Ondanks dat zijn zicht niet werd belemmerd, heeft verdachte de fietsers op deze rijbaan niet gezien en is hij tegen de fietsers (en[slachtoffer 1] achterop de fiets) aangereden. Weliswaar staat vast dat de betrokken fietsers geen verlichting voerden. Hierdoor zal verdachte de fietsers minder goed hebben kunnen zien. Dit doet echter niet af aan de mate van schuld van verdachte, omdat hij op of kort langs de fietsstrook voor de hem tegemoet rijdende fietsers heeft gereden.

Door onvoldoende op te letten in een situatie waarin juist oplettendheid mag worden verwacht en op de verkeerde weghelft te rijden tot er een aanrijding ontstaat, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam rijgedrag. Ten aanzien van het letsel van [slachtoffer 1] is de rechtbank op grond van de verklaring van[slachtoffer 1], het proces-verbaal van aanrijding misdrijf en de geneeskundige verklaring van oordeel dat er sprake is van lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Uit het bewijs kan niet volgen dat verdachte ten tijde van het ongeval (nog) onder invloed was van alcohol. Verdachte zal van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte:

op 23 februari 2013 te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Toyota Auris, kenteken [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, Lingedijk, aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd, in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg en het overige verkeer heeft gelet en is blijven letten, en daarbij naar links heeft gestuurd, en daarbij terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte voor het tegemoetkomende verkeer te gaan rijden, en vervolgens in aanrijding is gekomen met twee bestuurders van fietsen en één passagier van een van die fietsen, welke hem over die Lingedijk tegemoet kwamen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd[slachtoffer 1]) zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij na het ongeval niet wist, maar vermoedde dat hij een persoon had geraakt.

Gelet op de verklaringen van[slachtoffer 3] en[slachtoffer 2] - dat verdachte even is gestopt dan wel even zijn snelheid heeft geminderd - in onderlinge samenhang met de verklaring van verdachte bij de politie dat hij bang was voor de gevolgen en hij besloot niet te stoppen maar door te rijden, acht de rechtbank deze verklaring onaannemelijk.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte:

op 23 februari 2013 te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Toyota Auris, kenteken [kenteken]) was betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Lingedijk, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander (te weten[slachtoffer 1] en[slachtoffer 2]) letsel en/of schade was toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Ten aanzien van feit 2:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2

zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten, het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en de impact van het ongeval op verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aan de rechtbank verzocht een werkstraf op te leggen in verband met de zorg voor de moeder van verdachte. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om een gedeelte van de ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk op te leggen in verband met de omstandigheid dat verdachte op zoek is naar werk. Van belang is dat verdachte veel spijt heeft van het verkeersongeval en het doorrijden na het ongeluk. Er is paniek en angst bij verdachte ontstaan, waardoor hij geen openheid van zaken durfde te geven. Hij heeft ook geprobeerd contact op te nemen met de slachtoffers, maar daar werd door de slachtoffers niet positief op gereageerd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij de verkeersveiligheid voorop stelt.

Verdachte heeft echter als beginnend bestuurder op het weggedeelte voor tegemoetkomende verkeersdeelnemers gereden, onvoldoende opgelet en vervolgens de drie zussen aangereden zonder ze te hebben gezien.

Verdachte is teruggereden en heeft gezien dat een van de meisjes overeind krabbelde. Ondanks dat verdachte wist dat hij letsel en/of schade aan tenminste één persoon had toegebracht, besloot hij door te rijden. Daarmee heeft verdachte niet alleen geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, hij heeft zijn slachtoffer(s) ook achter gelaten zonder te informeren naar de ernst van het letsel, zelf hulp te bieden of bijvoorbeeld een ambulance te bellen. Ook nadat verdachte in de gelegenheid is geweest om na te denken over de gevolgen van het ongeluk, heeft hij zijn verantwoordelijkheid niet genomen.

Uit de slachtofferverklaring van[slachtoffer 1] volgt dat het verkeersongeval een grote impact op haar heeft gehad en nog steeds heeft.

Deze feiten rechtvaardigen in beginsel een gevangenisstraf en een langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid. Gelet de zorg die verdachte aan zijn moeder biedt en de omstandigheid dat verdachte een blanco strafblad heeft, zal de rechtbank verdachte een werkstraf opleggen van 180 uren. Bij het niet doen van die werkstraf wordt deze vervangen door 90 dagen hechtenis. Daarnaast zal een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar worden opgelegd.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 90 (negentig) dagen.

En voorts:

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 18 (achttien) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bepaalt dat van deze ontzegging 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. R.M. Maanicus, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 november 2013.

BIJLAGE I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 februari 2013 te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Toyota Auris, kenteken [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, Lingedijk, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en of (daarbij) naar links heeft gestuurd, en/of (daarbij) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het tegemoetkomende verkeer) te (gaan) rijden, in elk geval niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met twee bestuurders van fietsen en één passagier van een van die fietsen, welke hem over die Lingedijk tegemoet kwamen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd[slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 23 februari 2013 te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen, als bestuurder van een voertuig (personenauto, Toyota Auris, kenteken [kenteken]), daarmee rijdende op de weg, Lingedijk, terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of terwijl hij onder invloed verkeerde van alcohol, althans na gebruik van een (niet onaanzienlijke) hoeveelheid alcoholhoudende drank, niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en of (daarbij) naar links heeft gestuurd, en/of (daarbij) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het tegemoetkomende verkeer) te (gaan)

rijden, in elk geval niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met twee bestuurders van fietsen en één passagier van een van die fietsen, welke hem over die Lingedijk tegemoet kwamen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op of omstreeks 23 februari 2013 te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Toyota Auris, kenteken [kenteken]) betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op Lingedijk, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of[slachtoffer 2]) letsel en/of schade was toegebracht.

BIJLAGE II

Ten aanzien van feit 1 primair:

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL083D 2013017958, gesloten op 14 mei 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

De bewijsmiddelen zijn, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 november 2013:

Op het moment van het verkeersongeval werd het al donker. Ik heb het zelf ervaren als volledig donker. (…) Mijn zicht op de weg werd niet belemmerd.

Het proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer 1] d.d. 5 maart 2013, p. 4-5

Op 23 februari 2013 reed ik samen met mijn zusjes[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] over de Lingedijk te Buurmalsen, gemeente Geldermalsen. Wij reden op de fiets in de richting van Tricht. (…) We reden achter elkaar over de rode fietsstrook aan de rechterzijde van de weg. (…) Meteen daarna voelde ik een harde klap tegen mijn linkerzij. (…) Ik moest in het ziekenhuis blijven, want ik bleek een gescheurde nier en milt te hebben. Ook had ik vocht bij mijn darmen. Op 1 maart mocht ik naar huis. Ik moet nog wel rustig aan doen.

Het proces-verbaal verhoor benadeelde[slachtoffer 2], p. 6:

Op 23 februari 2013 zag ik op de Lingedijk te Buurmalsen een personenauto uit de richting van Tricht komen. (…) Ik zag dat de auto recht op ons af kwam rijden en dus aan de verkeerde kant van de weg reed. Ik zag dat de auto eerst[slachtoffer 3] en[slachtoffer 1] raakte en ik zag en voelde dat de auto daarna mij raakte.

Het proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer 3], p. 9:

Op het moment dat ik met [slachtoffer 1] en[slachtoffer 2] op de fietsstrook van de Lingedijk reed zag ik dat er, in tegenovergestelde richting, een zwarte personenauto aan kwam gereden. (…) Ik zag dat het voertuig nog steeds recht op ons af kwam gereden en een aanrijding niet meer te voorkomen was.

Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 12 t/m 14:

Ik heb een personenauto, merk Toyota, type Auris, voorzien van het kenteken [kenteken]. (…)

Ik reed op 23 februari 2013 via de Lingedijk te Tricht en de Lingedijk te Buurmalsen naar de Rijksstraatweg. (…) Ik heb die meisjes, die ik kennelijk heb aangereden, niet zien fietsen.

Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 25 en 27:

Datum eerste aangifte rijbewijs [verdachte] 1 maart 2010 (beginnend bestuurder). (…)

Op donderdag 4 april 2013 hebben wij contact gehad met[slachtoffer 1]. Zij verklaarde een aantal dagen in het ziekenhuis te hebben verbleven en nog steeds hinder te ondervinden van haar verwondingen.

Een geneeskundige verklaring d.d. 12 april 2013, p. 96:

Letsel bij [slachtoffer 1]: miltruptuur en nier contusie. Geschatte duur van de genezing is 6 weken.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 oktober 2013, blad 1:

De weg is nogal bochtig met hier en daar een wegversmalling in de vorm van paaltjes. De fietsstrook is daar ook erg smal.

Het aanvullend proces-verbaal van het team Verkeers Ongevallen Analyse, p. 4-5 (nummering proces-verbaal):

Gezien de positie van, vooral de grotere onderdelen van de spiegel, zal de bestuurder zeer waarschijnlijk links en nabij de onderbroken lijn tussen de suggestiestrook (rechtbank: fietsstrook) en de rest van de weg hebben gereden. (…)

Om met de linker spiegel van de Toyota in de genoemde situatie de bestuurster respectievelijk de passagier van de eerste fiets te kunnen raken, dient de bestuurder van de Toyota meer aan de linkerzijde van de beschikbare ruimte op de rijbaan te rijden. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft de bestuurder van de Toyota ter plaatse en vlak voor het ongeval niet zoveel als mogelijk rechts van de rijbaan gereden. Uit ons onderzoek is niet gebleken dat er op de plaats van het ongeval, gezien de rijrichting van de Toyota, aan de rechterzijde van de rijbaan obstakels zouden hebben gestaan.

Ten aanzien van feit 2:

Het proces-verbaal verhoor benadeelde[slachtoffer 1], p. 5:

Ik moest na het ongeluk in het ziekenhuis blijven, want ik bleek een gescheurde nier en milt te hebben. (…) Door de aanrijding is onze fiets vernield en ook mijn jas is stuk.

Het proces-verbaal verhoor benadeelde[slachtoffer 2], p. 6-7:

Ik zag dat de auto eerst[slachtoffer 3] en[slachtoffer 1] raakte en ik zag en voelde dat de auto daarna mij raakte. (…) Ik voelde pijn aan mijn linker heup en aan mijn linker enkel. (…) Ik zag dat de auto die tegen ons aan was gereden doorreed richting de Rijksstraatweg. Ik zag de remlichten even branden en de snelheid minder worden. (…) Ik zag dat hij toch verder reed. (…)

Ik zag meteen na de aanrijding dat het voorwiel van mijn fiets krom was. Ik zag toen ik weer thuis was dat mijn jas beschadigd is.

Het proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer 3], p. 10:

Het voertuig is op een bepaald moment even gestopt. Ik zag op dat moment dat de remverlichting brandde, maar het voertuig reed vervolgens weer verder.

Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 12 t/m 15:

Ik heb een personenauto, merk Toyota, type Auris, voorzien van het kenteken [kenteken]. (…)

Ik reed op 23 februari 2013 via de Lingedijk te Tricht en de Lingedijk te Buurmalsen (gemeente Geldermalsen) naar de Rijksstraatweg. (…) Ik ben niet op de plaats waar ik de klap had gehoord, gestopt, ook niet nadat ik bij de rotonde was gekeerd en terug reed. (…) Ik keek in de binnenspiegel toen ik in de richting van de rotonde reed, ik zag wel iets op straat liggen. Ik wist niet wat het was, maar toen ik terug ben gereden en dat meisje overeind zag krabbelen, dacht ik wel aan de klap. Ik was bang voor de gevolgen en besloot niet te stoppen maar door te rijden.

1 De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht.