Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4395

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-10-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
c05253019
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Raadkamer
Inhoudsindicatie

minderjarige: een gecombineerde behandeling van een vordering tot inbewaringstelling en een verzoek tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Nidos niet ontvankelijk als verzoeker. Toch een inhoudelijke beoordeling om de meest passende voorziening te kunnen kiezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/253019 / JE RK 13-17042

Datum uitspraak: 25 oktober 2013

beschikking van de kinderrechter

in de zaak van

DE STICHTING NIDOS, locatie Arnhem,

betreffende

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1999 te[geboorteplaats],

hierna te noemen de minderjarige.

Het procesverloop

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen van de stichting van 25 oktober 2013, overgelegd ter zitting op 25 oktober 2013.

Aan de minderjarige is als raadsman toegevoegd, mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, vervangende mr. G.F. Schadd, advocaat te Arnhem.

Op 24 oktober 2013 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Tijdens de behandeling van de vordering tot inbewaringstelling van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland, parketnummer 05/801580 tegen de minderjarige is onderstaand verzoek door de stichting Nidos overgelegd en behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige, bijgestaan door mr. J.A. Schadd

- mevr. S. Smeitink van de Raad voor de Kinderbescherming,

- mevr. Van de Mosselaar van de Stichting Nidos

- Drs. R. van Belle, gedragsdeskundige van de Stichting bureaus jeugdzorg Arnhem

De feiten

Bij beschikking van 24 augustus 2012 is de stichting Nidos belast met de voogdij over de minderjarige.

Op verdenking van twee pogingen tot doodslag, subsidair pogingen tot zware mishandeling, is de minderjarige op 25 oktober 2013 in bewaring gesteld.

Het verzoek

De stichting Nidos heeft verzocht de minderjarige uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van 6 maanden. De gedragsdeskundige van de stichting bureaus Jeugdzorg, R. van Belle, heeft verklaard dat hij instemt met het verzoek maar dat hij nog geen gelegenheid heeft gehad om de minderjarige feitelijk te onderzoeken. Hij geeft op basis van het dossier aan dat de minderjarige goed kan functioneren in de setting van de gesloten jeugdzorg. Immers de structuur die Rentray hem in het verleden heeft geboden heeft goed uitgewerkt.

Het standpunt van belanghebbende

Namens de minderjarige is de voorkeur voor een civiel traject uitgesproken, zijnde derhalve de plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming

In het rapport van 24 oktober 2013 dat de Raad ten behoeve van de behandeling van de vordering tot inbewaringstelling heeft overgelegd wordt de officier van justitie ter overweging gegeven de minderjarige op een Forca afdeling, bijvoorbeeld JJI Teylingereind, te Sassenheim, te plaatsen. Mocht het in het strafrechtelijk kader niet mogelijk zijn dat hij voor langere tijd in voorarrest blijft, dan zou een verzoek tot een machtiging gesloten jeugdzorg gedaan kunnen worden door de stichting Nidos.

De beoordeling

Ontvankelijkheid stichting Nidos

De kinderrechter overweegt dat een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg op grond van artikel 29 d, eerste lid in samenhang met artikel 1 onder f, van de Wet op de jeugdzorg (hierna: Wjz) slechts kan worden ingediend door de Stichting Bureau Jeugdzorg van de provincie waarvan de jeugdige zijn woonplaats heeft of door de Raad voor de kinderbescherming.
Nu de Stichting Nidos, die onderhavig verzoek heeft ingediend, dus niet behoort tot de kring van verzoekers die een machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg kan verzoeken, dient de kinderrechter het verzoek niet ontvankelijk te verklaren.

Inhoudelijke beoordeling

Gelet op het belang van de minderjarige om in een voor hem zo passend mogelijk traject geplaatst te worden heeft de kinderrechter op voorhand inhoudelijk naar het verzoek gekeken, aangezien de formele gebreken zonodig hersteld zouden kunnen worden na aanhouding van het verzoek. Maar vanwege de volgende reden wordt het verzoek reeds nu afgewezen. Gelet op de ernst van de feiten waarvan de minderjarige wordt verdacht, wordt plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg thans niet passend geacht. In het Raadsrapport wordt beschreven het verloop vanaf de overplaatsing vanuit de gesloten jeugdzorginstelling Rentray, eind mei 2013. Zoals drs. Van Belle ter zitting heeft aangegeven is de overplaatsing naar een Kleine Woongroep (KWG) wellicht te snel geweest en kon de minderjarige de vrijheid niet aan. In september 2013 is een terugval in het gedrag waar te nemen volgens de Raad: “Er is sprake van wegloopgedrag, hij komt met dure spullen terug (mogelijk dat hij dure spullen kreeg in ruil voor seks), houdt zich niet aan de regels van KWG, gebruikt drugs, laat agressie zien en wordt soms verward ergens buiten KWG aangetroffen.” Op 4 en 5 oktober 2013 heeft hij in boosheid ruiten en meubilair vernield en sneed hij zichtzelf met glas in zijn armen. Na behandeling hiervoor heeft hij zijn hechtingen losgetrokken en zijn agressie op zichzelf, het meubilair en de groepsleiding geuit. En nu wordt de minderjarige verdacht van twee pogingen tot doodslag, subsidiair pogingen tot zware mishandeling. Hoewel hij heeft bewezen enkele maanden op een goede wijze te hebben gefunctioneerd in Rentray, is hij tot voor kort niet eerder verdacht geweest van dergelijke ernstige misdrijven gericht tegen zijn begeleiders. Dit maakt dat een strafrechtelijke observatie wellicht meer voor de hand ligt. Gelet op het zwakbegaafde niveau en de taalbarrière is de kinderrechter met de Raad van mening dat een langduriger observatie meer inzicht zou kunnen verschaffen in de persoon van de minderjarige, dan de gebruikelijke persoonlijkheidsonderzoeken van NIFP.

Mocht in het strafrechtelijk kader niet voor dit traject worden gekozen door de officier van justitie, dan staat het de stichting Bureaus Jeugdzorg of de Raad uiteraard vrij opnieuw een verzoek te doen en hierbij tevens het vereiste indicatiebesluit en de verklaring van een gedragswetenschapper te overleggen. Hierbij dient echter ook aandacht te worden besteed aan de risico’s met betrekking tot de veiligheid van anderen.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J. Hendriks als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2013.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.