Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4342

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
860733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkneemster (schoonmaakster) laat haar echtgenoot een deel van het werk doen. In dit geval geen verplichting de arbeid persoonlijk te verrichten. Impliciete instemming van werkgeefster. Volledige aanspraak op loonbetaling, ook voor het werk dat de echtgenoot verrichtte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/22
AR-Updates.nl 2013-0923
XpertHR.nl 2013-400213
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 860733 \ CV EXPL 13-322 \ 403 \ 279

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[werkneemster]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. E. Weijer

tovoegingsnummer [nummer]

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BDG Nederland B.V.

gevestigd te Barneveld

gedaagde partij

gemachtigde mr. W. Kok

Partijen worden hierna [werkneemster] en BDG genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 maart 2013 en de daarin genoemde processtukken

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 24 mei 2013.

1.2.

Dit vonnis is om organisatorische redenen gewezen door een andere rechter dan de rechter die de comparitie van partijen heeft gehouden.

2 De feiten

2.1.

[werkneemster] is met ingang van 10 januari 2011 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden van BDG. Op 9 augustus 2011 is de arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar verlengd. [werkneemster] was werkzaam in de functie van schoonmaakster. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf van toepassing (‘de CAO’).

2.2.

In de arbeidsovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende vastgelegd.

“Artikel 8 (Loongroep)

(…) Het loon wordt per 4 weken vastgesteld. Bij aanvang van het dienstverband bedraagt het gemiddelde aantal uren per periode van 4 weken, 26 uur. Het bruto uurloon € 9,00 bedraagt per uur. (…)

Artikel 16 (Onderaanneming)

Het is de werknemer niet toegestaan, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever, de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk aan anderen over te dragen, noch andere dan de opgedragen werkzaamheden betaald of onbetaald in de projecten te verrichten. (…)”.

2.3.

Op 3 januari 2012 heeft [werkneemster] zich ziek gemeld bij haar leidinggevende in verband met een polsoperatie. Op 14 februari 2012 heeft [werkneemster] haar werk hervat, maar dat ging niet. Zij heeft zich die dag opnieuw ziek gemeld. Bij brief van 15 februari 2012 heeft BDG aan [werkneemster] bericht dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd per 15 februari 2012. Bij brief van 15 februari 2012 heeft [werkneemster] aanspraak gemaakt op loondoorbetaling. Op 2 maart 2012 is het ontslag ingetrokken.

2.4.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is van rechtswege geëindigd per 8 augustus 2012. Het loon is door BDG in de periode van januari tot augustus 2012 niet betaald aan [werkneemster]. In augustus is aan [werkneemster] een bedrag betaald van € 3.088,97 bruto.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[werkneemster] vordert de veroordeling van BDG:

a. tot betaling aan [werkneemster] van:

  • -

    i) Het salaris van € 7.344,74 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    ii) De vakantiebijslag van € 587,58 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012

  • -

    iii) Het vakantiesaldo van € 734,47 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    iv) De eindejaarsuitkering van € 102,83 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    v) De eenmalige uitkering van € 14,69 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    vi) De maximale wettelijke verhoging over de sub (i) tot en met (v) gevorderde bedragen, althans een zodanige verhoging als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen;

  • -

    vii) De buitengerechtelijke kosten van € 625,00;

  • -

    viii) De wettelijke rente over de sub (i) tot en met (vii) gevorderde bedragen vanaf het opeisbaar worden tot aan de dag der algehele voldoening;

tot het binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis overgaan tot het verstrekken van correcte salarisspecificaties over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012, alsmede van een jaaropgave 2012 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 75,00 voor iedere dag dat BDG na betekening van dit vonnis in gebreke blijft deze te verstrekken;

in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een salaris voor de gemachtigde en de nakosten ten bedrage van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover BDG niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een door de kantonrechter redelijk geachte termijn, na betekening van het vonnis aan het vonnis heeft voldaan.

3.2.

BDG voert verweer, waarop hierna wordt ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen twisten in de eerste plaats over de overeengekomen omvang van de arbeid. [werkneemster] stelt dat zij een arbeidsovereenkomst had voor 26,5 uur per week. BDG voert aan dat zij een arbeidsovereenkomst had voor 13,25 uur per week en dus 26,5 uur per periode van vier weken. BDG voert echter aan dat [werkneemster] het werk niet helemaal zelf verrichtte, maar dat zij haar echtgenoot de helft van het werk liet doen, zodat zij slechts aanspraak kan maken op de helft van het loon. De echtgenoot van [werkneemster] werkte voorheen ook voor BDG, maar had per week 26 van 2011 ontslag genomen.

4.2.

De kantonrechter stelt bij haar beoordeling voorop dat tussen partijen inmiddels vast staat dat [werkneemster] gedurende 26,5 uur per week zou werken en dat ook heeft gedaan.

4.3.

Ten aanzien van het standpunt van BDG dat [werkneemster] geen aanspraak kan maken op loon voor uren die haar echtgenoot maakt(e) overweegt de kantonrechter als volgt. Uit hetgeen partijen over en weer hebben gesteld, blijkt afdoende dat BDG ervan op de hoogte was dat [werkneemster] een deel van de uren door haar man liet verrichten. Dat was in elk geval vanaf november 2011 zo. BDG heeft daar geen punt van gemaakt en is het loon ook daarna gewoon blijven betalen tot [werkneemster] zich ziek meldde. BDG voert aan dat zij daarmee nog geen uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de vervanging van [werkneemster] door haar echtgenoot en dat die vervanging alleen mogelijk is als de werkgever die uitdrukkelijke toestemming geeft. Zo staat het ook in de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter volgt dat standpunt niet. In dit geval mocht [werkneemster] erop vertrouwen dat BDG akkoord was met de hulp van haar echtgenoot bij de uitvoering van de werkzaamheden. BDG heeft immers niet van [werkneemster] verlangd dat zij de arbeid zelf verrichtte toen zij ervan op de hoogte raakte dat [werkneemster] zich liet vervangen of bijstaan. BDG heeft dat stilzwijgend geaccepteerd en kan dat niet aan [werkneemster] tegenwerpen. Het beding in de arbeidsovereenkomst dat bepaalt dat schriftelijke toestemming noodzakelijk is, maakt dat niet anders. In redelijkheid heeft te gelden dat [werkneemster] erop mocht vertrouwen dat BDG ermee instemde.

4.4.

Dat betekent dat [werkneemster] recht heeft op doorbetaling van haar loon tijdens ziekte voor 26,5 uur per week. Dat [werkneemster] recht heeft op doorbetaling van loon tijdens ziekte staat niet ter discussie.

4.5.

BDG bestrijdt verder nog dat [werkneemster] aanspraak kan maken op uitbetaling van vakantiedagen, omdat deze op grond van art. 7:640a BW zijn vervallen. Datzelfde artikel bepaalt echter ook dat dat niet gebeurt als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Dat is onder meer het geval als de werknemer volledig arbeidsongeschikt was en niet re-integreerde. Daarvan is hier sprake. Het beroep van BDG op de vervaltermijn gaat dan ook niet op. De vakantiedagen moeten uitbetaald worden.

4.6.

Ten aanzien van de eindejaarsuitkering overweegt de kantonrechter dat art. 15 lid 1 van de CAO bepaalt dat een werknemer daarvoor in aanmerking komt als de werknemer op het moment van uitbetaling tenminste 6 maanden onafgebroken in dienst is van de werkgever. Daar beroept BDG zich ook op. Zij ziet er echter aan voorbij dat art. 15 lid 6 van de CAO bepaalt dat bij het einde van dienstverband bij een werkgever gedurende het referentiejaar de eindejaarsuitkering, berekend over het tot dan toe in de referentieperiode verdiende bruto-inkomen, direct wordt uitbetaald door de werkgever. Daarmee correspondeert ook art. 15a lid 3 van de CAO met betrekking tot de eenmalige uitkering 2012. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [werkneemster] aanspraak heeft op het pro rata deel van de eindejaarsuitkering en van de eenmalige uitkering.

4.7.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [werkneemster] worden toegewezen. Met hetgeen wordt toegewezen moet nog wel worden verrekend hetgeen al is betaald door BDG (€ 3.088,97 bruto). Dit bedrag zal in mindering worden gebracht op het toe te wijzen loon. De wettelijke verhoging en de buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen en wel over het bedrag vóór verrekening. De wettelijke rente wordt toegewezen als na te melden. De dwangsom wordt gemaximeerd.

4.8.

BDG wordt in het ongelijk gesteld en dient de proceskosten te betalen. De nakosten worden toegewezen tot € 100,00. Dit is een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt BDG tot betaling van:

  • -

    i) een bedrag van € 4.255,77 bruto aan loon;

  • -

    ii) de vakantiebijslag van € 587,58 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    iii) het vakantiesaldo van €  734,47 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    iv) de eindejaarsuitkering van € 102,83 bruto over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    v) de eenmalige uitkering van € 14,69 bruto over de periode van a1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012;

  • -

    vi) de maximale wettelijke verhoging van 50% over € 7.344.74 bruto en over de sub (ii) tot en met (v) toegewezen bedragen;

  • -

    vii) de buitengerechtelijke kosten van € 625,00

  • -

    viii) de wettelijke rente over de sub (i) tot en met (vii) toegewezen bedragen vanaf het opeisbaar worden van die bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt BDG tot het binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis overgaan tot het verstrekken van correcte salarisspecificaties over de periode van 1 januari 2012 tot en met 8 augustus 2012, alsmede van een jaaropgave 2012 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 75,00 voor iedere dag dat BDG na betekening van dit vonnis in gebreke blijft deze te verstrekken met een maximum van € 500,00;

5.3.

veroordeelt BDG in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werkneemster] begroot op € 767,82 in totaal, welk bedrag bestaat uit € 92,82 aan dagvaardingskosten, € 75,00 aan griffierecht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 100,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan;

5.4.

bepaalt dat BDG van het totaalbedrag aan proceskosten het door [werkneemster] betaalde griffierecht van € 75,00 en het salaris gemachtigde van € 600,00 moet betalen aan de gemachtigde van [werkneemster] en de explootkosten van € 92,82 aan de griffier van de rechtbank te Arnhem, waarvoor een nota wordt toegestuurd;

5.5.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op