Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4314

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-11-2013
Datum publicatie
07-11-2013
Zaaknummer
AWB-13_429
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:5892, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft op 10 december 2012 geparkeerd met een bezoekersvergunning waarvan enkel de afgiftedatum, zijnde 29 december 2011, en de stempel van de gemeente Nijmegen zichtbaar waren. Dit leidt er echter niet toe dat eiser geparkeerd heeft zonder een geldige bezoekersvergunning. Dat de geldigheidsduur van de bezoekersvergunning niet zichtbaar was is hiervoor onvoldoende nu de afgiftedatum wel zichtbaar was, en verweerder ter zitting heeft verklaard dat een bezoekersvergunning enkel voor een geheel jaar wordt afgegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2013/2463
Belastingblad 2014/16
FutD 2013-2754
NTFR 2014/436 met annotatie van mr. A.A. Feenstra
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team belastingrecht

Zittingsplaats Arnhem

registratienummer: AWB 13/429

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 7 november 2013

inzake

[X] , wonende te [Z], eiser,

tegen

de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, verweerder.

1 Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser op 10 december 2012 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000]) parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van

€ 54,26 (parkeerbelasting € 0,26 en kosten naheffingsaanslag € 54).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 januari 2013 de naheffingsaanslag parkeerbelasting gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen bij brief van 23 januari 2013, ontvangen door de rechtbank op 24 januari 2013, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2013 te Arnhem. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde].

Eiser heeft ter zitting een pleitnota overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.

2 Feiten

2.1

Op 10 december 2012 om 11.33 uur stond het voertuig van eiser, een personenauto van het merk Peugeot, met het kenteken [AA-BB-00], geparkeerd aan de [A-straat 1] te [Q]. De desbetreffende locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen aangewezen als een plaats waar onder meer op dat tijdstip uitsluitend mag worden geparkeerd met een van gemeentewege verstrekte vergunning of na betaling van parkeerbelasting.

2.2

Eiser heeft om 8.38 uur voor € 1,20 een parkeerkaartje gekocht tegen het gereduceerde tarief voor bezoekers en heeft achter de voorruit van de auto een bezoekersvergunning geplaatst. De parkeertijd eindigt volgens het gekochte kaartje om
13.30 uur. Aan het gebruik van de bezoekersvergunning is de voorwaarde gekoppeld dat de vergunning duidelijk zichtbaar en leesbaar achter de voorruit moet worden geplaatst.

2.3

Eiser heeft het door hem gekochte parkeerkaartje gedeeltelijk voor de bezoekersvergunning geplaatst zodat enkel de stempel van de gemeente Nijmegen en de afgiftedatum, zijnde 29 december 2011, zichtbaar waren. De geldigheidsduur, 1 januari 2012 tot 1 januari 2013, was niet zichtbaar, evenals het adres waarvoor de bezoekersvergunning was afgegeven.

2.4

Tijdens de controle op de hiervoor genoemde datum, tijdstip en plaats is door de dienstdoende parkeercontroleur geconstateerd dat in het voertuig van eiser geen volledig zichtbare bezoekersvergunning aanwezig was. In verband daarmee heeft verweerder een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van

€ 54,26.

3 Geschil

In geschil is of verweerder terecht aan eiser de onderhavige naheffingsaanslag heeft opgelegd.

4 Beoordeling van het geschil

4.1

Ingevolge artikel 234, eerste lid, van de Gemeentewet wordt de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 225, eerste lid, onder a, van die wet geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze.

4.2

Ingevolge artikel 234, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet, wordt als het op aangifte voldoen van parkeerbelasting uitsluitend aangemerkt “het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften”. De raad van de gemeente Nijmegen heeft in de Verordening parkeerbelastingen 2012 (hierna: de Verordening) uitvoering gegeven aan de hiervoor genoemde bepaling van de Gemeentewet.

4.3

Op grond van artikel 2, aanhef en onder b, van de Verordening worden onder de naam “parkeerbelastingen” onder meer belasting geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens, deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

4.4

Ingevolge artikel 6, tweede lid, van de Verordening wordt de belasting parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

4.5

In de tarieventabel behorende bij de Verordening is bepaald dat ter plaatse een tarief geldt van € 1,50 per uur. Artikel 8 van de Verordening bepaalt dat de kosten van de naheffingsaanslag € 54 bedragen.

4.6

In de tarieventabel behorende bij de Verordening is voorts bepaald dat het tarief voor een bezoekersvergunning € 8,35 op jaarbasis is.

4.7

Tussen partijen is niet in geschil dat ter zake van het parkeren, gezien het tijdstip en de plaats van het parkeren, parkeerbelasting was verschuldigd.

4.8

De rechtbank stelt vast dat tijdens de in 2.4 genoemde controle de vereiste vergunning over het jaar 2012 niet geheel van buitenaf leesbaar in het motorvoertuig aanwezig was. Zulks wordt door eiser ook niet bestreden. In zijn beroepschrift schrijft hij immers: ' (...) omdat de (bezoekers-)parkeerkaart niet te controleren viel (...)'. Uit de bij het verweerschrift overgelegde foto volgt ook dat enkel de stempel van de gemeente Nijmegen en de afgiftedatum zichtbaar waren.

4.9

Bovenstaande leidt er echter niet toe dat eiser geparkeerd heeft zonder een geldige bezoekersvergunning. Dat de geldigheidsduur van de bezoekersvergunning niet zichtbaar was voor de controlerend ambtenaar is hiervoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende nu de afgiftedatum wel zichtbaar was, en verweerder ter zitting heeft verklaard dat een bezoekersvergunning enkel voor een geheel jaar wordt afgegeven. Derhalve volgt uit de afgiftedatum van de bezoekersvergunning, zijnde 29 december 2011, dat deze ten tijde van de controle op 10 december 2012 geldig was. De combinatie van een zichtbare afgiftedatum en een zichtbaar stempel van de gemeente Nijmegen leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat verweerder uit het zichtbare deel van de bezoekersvergunning kon afleiden dat er sprake was van een, ten tijde van de controle, geldige bezoekersvergunning. Nu door eiser geparkeerd is met een geldige bezoekersvergunning volgt hieruit dat hij de verschuldigde belasting heeft voldaan en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting derhalve onterecht door verweerder is opgelegd.

4.10

Gelet op het bovenstaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6 Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 44 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Baaren, rechter, in tegenwoordigheid van
G.J. Jonker, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op: 7 november 2013

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.