Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4259

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-10-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
861854
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nietigheid boetebeding o.g.v. art.7:651 BW: een beding waarbij een werkgever boete kan heffen en voor hetzelfde feit tevens schade kan vorderen is nietig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0876
TRA 2014/16 met annotatie van O. van der Kind
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 861854 \ CV EXPL 13-793 \ 340 \ 157

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RT/Raiffeisen Touristic Netherlands B.V.

gevestigd te Hoofddorp

eisende partij

gemachtigde mr. I.N.E.M. van Dongen

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde mr. R.J. Verweij

Partijen worden hierna RT en [werknemer] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 april 2013 en de daarin genoemde processtukken

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 19 augustus 2013.

2 De feiten

2.1

[werknemer] is per 1 februari 2003 in dienst getreden bij Thomas Cook Travel Shops (hierna ook: Thomas Cook) en diens rechtsvoorganger reisbureau Neckermann Nederland B.V. [werknemer] was laatstelijk werkzaam als vestigingsmanager in de Thomas Cook Travel Shop te Nijmegen.

2.2

Op 30 september 2011 zijn partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen op grond waarvan de arbeidsovereenkomst is beëindigd per 1 januari 2012. [werknemer] heeft een beëindigingsvergoeding van € 19.500,00 bruto ontvangen.

2.3

In artikel 15 van de arbeidsvoorwaarden is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

Artikel 15 Geheimhouding

15.1

Het is werknemer verboden, hetzij gedurende de dienstbetrekking, hetzij te eniger tijd na beëindiging daarvan op enigerlei wijze aan derden, in welke vorm ook, hetzij direct, hetzij indirect, mededeling te doen van, of aangaande enige bijzonderheid het bedrijf van werkgeefster en/of een met haar gelieerde onderneming betreffende of daarmee verband houdende, waarvan hij redelijkerwijze kan begrijpen dat deze niet bestemd is voor kennisneming door derden, ongeacht de wijze waarop die bijzonderheid hem ter kennis is gekomen.

15.2

Bij het einde van deze arbeidsovereenkomst dient werknemer onmiddellijk aan werkgeefster ter beschikking te stellen al hetgeen hij van en/of met betrekking tot werkgeefster gelieerde ondernemingen onder zich heeft gekregen (stukken, (klant)gegevens, goederen, computerbestanden, etc).

15.3

Bij niet-nakoming of overtreding van de in dit artikel omschreven verplichtingen c.q. verboden is werknemer een boete verschuldigd van € 454,-- (zegge vierhonderdvierenvijftig euro) voor elke dag of een gedeelte van de dag, dat hij in overtreding is, onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling van volledige schadevergoeding aan werkgeefster, indien en voorzover deze meer dan gemeld boetebedrag mocht belopen en – voorzover van toepassing – onverminderd de bevoegdheid van werkgeefster om de arbeidsovereenkomst (uitsluitend of mede) op grond van die overtreding c.q. niet-nakoming te beëindigen (al dan niet op staande voet)”

2.4

In artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst tussen [werknemer] en Thomas Cook (hierna ook: TCR) is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

“[werknemer] zal per einde dienstverband de in zijn bezit zijnde eigendommen van TCR, alles in goede staat, inleveren.”

2.5

In artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

“Het tussen partijen van kracht zijnde concurrentiebeding en relatiebeding vervallen. Het geheimhoudingsbeding blijft van kracht.”

2.6

In artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald.

“Afgezien van de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen hebben [werknemer] en TCR niets meer van elkaar te vorderen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, de (wijze van) beëindiging daarvan of anderszins, en verlenen partijen elkaar te dier zake over en weer finale kwijting.”

2.7

Op 21 juni 2012 stuurt [werknemer] een e-mailbericht aan potentiële klanten, waaronder klanten van RT. In deze mail staat, voor zover hier van belang, het volgende.

“(…)

Ervaar het gemak van uw persoonlijk reisadviseur.

Ik ben [voornaam] [werknemer]. Reizen is mijn passie. De afgelopen 10 jaar heb ik met veel plezier bij Thomas Cook gewerkt. Om u nog beter van dienst te kunnen zijn ben ik tegenwoordig als persoonlijk reisadviseur actief. Ik bied u veel meer gemak, en minimaal net zo voordelig!

U kunt mij ook in de avonden en in de weekenden bereiken. U kunt voor werkelijk al uw wensen bij mij terecht. Als volledig onafhankelijk agent werk ik naast de bekende grote reisorganisaties tevens samen met talloze kleine specialisten en Duitse reisorganisaties. Mijn motto is dan ook: alles kan!”

2.8

Bij brief van 12 juli 2012 schrijft de gemachtigde van RT aan [werknemer], voor zover hier van belang, het volgende.

“(…)

Uw mail d.d. 21 juni jl. met als onderwerp “Uw persoonlijk reisadviseur, gemakkelijk en voordelig!” is door diverse derden onder de aandacht van cliënte gebracht. In deze mail verwijst u naar uw werkzaamheden bij Thomas Cook in het verleden en stelt u klanten “nog beter van dienst te kunnen zijn” en “veel meer gemak, en minimaal net zo voordelig!” te zijn. Deze mail heeft u verzonden naar vaste relaties van cliënte. Cliënte heeft klachten ontvangen van deze relaties omtrent de verzending van deze mail en neemt deze kwestie hoog op.

(…)

Cliënte heeft sterke aanwijzingen dat u klantgegevens heeft achtergehouden, althans niet heeft geretourneerd bij het einde van uw dienstverband. Cliënte behoudt zich het recht voor om voor deze overtreding van uw arbeidsovereenkomst de boete die opgenomen is in uw arbeidsovereenkomst te gelde te maken. In het boetebeding (artikel 5.3) is immers opgenomen dat “Bij (…) overtreding van de in dit artikel omschreven verplichtingen is werknemer een boete verschuldigd van € 454,-- voor elke dag of een gedeelte van de dag dat hij in overtreding is (…).” Nu dit artikel onder andere ziet op de teruggave van bedrijfseigendommen, betekent dit dat u een boete van € 454,00 aan cliënte verschuldigd bent (…) vanaf het moment dat de arbeidsovereenkomst ten einde is gekomen, te weten

1 januari 2012, respectievelijk 21 juni 2012 doch in ieder geval vanaf de dagtekening van deze brief.

(…)

Verder wenst cliënte per ommegaande, doch uiterlijk binnen één week na dagtekening van deze brief, een volledige lijst met alle e-mailadressen te ontvangen naar welke u de betreffende mail of een soortgelijk ander mailbericht heeft verzonden. Tevens wenst cliënte binnen een week na dagtekening van deze brief te vernemen op welke wijze u toegang heeft gekregen tot het klantmailbestand van haar organisatie, bij gebreke waarvan cliënte zich vrij acht om u in een kort geding procedure te betrekken.

(…)”

2.9

In reactie hierop schrijft [werknemer] op 17 juli 2012, voor zover hier van belang, het volgende.

“(…)

De mailing was ter informatie verstuurd naar alle contacten waarover ik beschik. (…) Daar zullen ongetwijfeld ook mensen tussen hebben gezeten die klant zijn bij Thomas Cook, zoals mijn ouders.

(…)

Voor wat betreft de wens (eis) mijn mailingbestand te ontvangen: ik ben wat terughoudend om die zo maar vrij te geven. Ik neem aan dat u kunt begrijpen dat ik niet wil dat Thomas Cook de beschikking krijgt over mijn mailadressen. Maar ik kan me van Thomas Cook de wens de lijst te zien wel weer voorstellen.

Wat wellicht een oplossing is: u krijgt van mij de lijst en u ontvangt van Thomas Cook de lijst. Dan kunt u kijken welke van mijn contacten reeds klant zijn bij Thomas Cook. Deze zal ik dan direct hier uit de lijst halen. Ik wil dan van u wel de harde garantie dat mijn lijst niet in het bezit komt van Thomas Cook. U krijgt van mij de garantie dat die contacten geen mail meer ontvangen, tenzij ze dat zelf duidelijk aan hebben gegeven toch wel te willen, zoals mij ouders bijvoorbeeld.

(…)”

2.10

De gemachtigde van RT verzoekt [werknemer] bij brief van 20 juli 2012 nogmaals om toezending van de eerder verzochte lijst met e-mailadressen en om een uitleg over de wijze waarop [werknemer] toegang heeft gekregen tot het klantmailbestand van RT.

2.11

Bij brief van 20 juli 2012 schrijft [werknemer] aan de gemachtigde van RT, voor zover hier van belang, het volgende.

“(…)

Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 18 juli stuur ik u hierbij mijn mailinglijst, opdat Thomas Cook deze kan vergelijken met haar klantenbestand.(…)

Ik ben op zoek gegaan naar de samenstelling van mijn contactenlijst. Het blijkt dat er ook een oud Thomas Cook bestand in is opgenomen, welk destijds werd gebruikt om vanuit huis te werken. Het is op geen enkele wijze mijn intentie Thomas Cook schade te berokkenen. Adressen welke ook in haar bestand voorkomen zal ik direct uit mijn lijst verwijderen.

(…)”

2.12

Op 7 september 2012 schrijft de gemachtigde van RT aan [werknemer], voor zover hier van belang het volgende.

“(…)

Zoals u reeds in eerdere correspondentie (…) te kennen is gegeven, was u verplicht om onmiddellijk na het einde van de arbeidsovereenkomst alle ‘klantgegevens’ die u nog onder u had ter beschikking te stellen aan cliënte. Cliënte kan niet anders dan concluderen dat u zich niet aan deze bepaling hebt gehouden, nu blijkt dat u nog (steeds) in het bezit bent van een (oud) klantbestand van Thomas Cook.

(…)

Graag ontvang ik van u een kopie van uw klantmailbestand waaruit blijkt dat u de desbetreffende mailadressen heeft verwijderd.

(…)”

3 De vordering en het verweer

3.1

RT vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

• primair zal verklaren voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en/of overtreden en hem veroordeelt tot betaling van een bedrag van

€ 169.342,00, althans voor een bedrag zoals de kantonrechter in goede justitie vermeend te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2012 tot de dag van algehele voldoening;

• subsidiair zal verklaren voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en/of overtreden c.q. onrechtmatig jegens RT heeft gehandeld met veroordeling van [werknemer] tot betaling van een schadevergoeding aan RT, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2012, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Voorts vordert RT dat [werknemer] wordt veroordeeld in de proceskosten, onder bepaling dat betaling binnen zeven dagen na vonnisdatum dient plaats te vinden, bij gebreke waarvan

[werknemer] hierover vanaf de achtste dag na vonnisdatum de wettelijke rente verschuldigd is.

3.2

RT baseert haar vordering op de vaststaande feiten en op de volgende, zakelijk weergegeven, stellingen.

[werknemer] is medio maart 2012 als zelfstandig reisagent van The Travel Club werkzaamheden gaan verrichten. In de uitvoering van deze werkzaamheden heeft [werknemer] op 21 juni 2012 een e-mail verstuurd naar potentiële klanten, waaronder klanten van RT. Naar aanleiding van deze e-mail werd RT geconfronteerd met klachten van verschillende klanten. RT heeft [werknemer] hierop aangeschreven dat hij met het verzenden van de e-mail naar haar klanten het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar. Zij heeft [werknemer] op 12 juli 2013 verzocht zijn klantmailbestand over te leggen, zodat zij deze kon vergelijken met haar eigen klantenbestand. Na overlegging van het klantenbestand door [werknemer] op 20 juli 2013 bleek dat hij 697 klantcontacten van RT had benaderd. Aangezien [werknemer] sinds 1 januari 2012 het geheimhoudingsbeding van artikel 15 van de arbeidsovereenkomst schendt en hij geen blijk heeft gegeven van de daadwerkelijke verwijdering van de klantgegevens van RT uit zijn klantmailbestand, is [werknemer] gehouden tot betaling van de overeengekomen boete van € 454,00 per dag. RT vordert derhalve primair een verklaring voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden en/of overtreden en veroordeling van [werknemer] tot betaling van € 169.342,00 zijnde de boete over de periode 1 januari 2012 tot 8 januari 2013. Subsidiair vordert RT een verklaring voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, met veroordeling van [werknemer] in de schade, nader op te maken bij staat.

3.3

[werknemer] voert gemotiveerd verweer. Op dat verweer gaat de kantonrechter hierna zo nodig in.

4 De beoordeling

4.1

[werknemer] betwist, bij gebrek aan wetenschap, dat RT bevoegd is een vordering namens Thomas Cook in te stellen. Onder overlegging van een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 13 augustus 2013 stelt RT dat Thomas Cook onderdeel van RT is geworden. Tijdens de comparitie voert [werknemer] hiertegenaan dat RT de overname van Thomas Cook door RT onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij. Uit het uittreksel, waarop onder meer Thomas Cook als handelsnaam staat vermeld, blijkt dat de laatste statutenwijziging dateert van 19 december 2011, zodat voldoende vast is komen staan dat RT rechtsopvolger is geworden van Thomas Cook, nog vóórdat de arbeidsovereenkomst van [werknemer] is geëindigd. RT is derhalve bevoegd om de onderhavige vordering in te stellen.

4.2

[werknemer] voert primair aan dat de bepalingen uit de vaststellingsovereenkomst leidend zijn en dat partijen elkaar in die overeenkomst over en weer finale kwijting hebben verleend, zodat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben.

Als subsidiair verweer voert [werknemer] aan dat hij jegens RT alleen kan worden gehouden aan de bepalingen van de vaststellingsovereenkomst. Tevens voert hij aan dat de vaststellingsovereenkomst onduidelijk is. Zo wordt in artikel 5 verwezen naar een tussen partijen van kracht zijnde concurrentie- en relatiebeding, terwijl dergelijke bedingen niet zijn overeengekomen. Voorts verwijst het in artikel 5 genoemde geheimhoudingsbeding enkel naar artikel 15.1 van de arbeidsovereenkomst. Artikel 15 van de arbeidsovereenkomst wordt weliswaar aangeduid met “Geheimhouding”, maar dit beding is geen geheimhoudingsbeding als genoemd in de vaststellingsovereenkomst. [werknemer] stelt dat, nu niet duidelijk is naar welk beding artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst verwijst, deze onduidelijkheid voor rekening en risico van RT komt.

Voorts stelt [werknemer] dat het hem, bij afwezigheid van een concurrentie- of relatiebeding, vrij stond klanten van RT, althans Thomas Cook te benaderen. Hij heeft zulks gedaan per

e-mail van 21 juni 2012, waarvan de inhoud niet onoorbaar was en die geen negatieve uitlatingen over Thomas Cook bevat. Verder bevat de e-mail geen bijzonderheden van het bedrijf van Thomas Cook, zodat deze e-mail niet als een overtreding van artikel 15.1 kan worden gekwalificeerd, aldus [werknemer].

4.3

Alvorens het primaire verweer over de finale kwijting te bespreken, overweegt de kantonrechter ten aanzien van het subsidiaire verweer het volgende.

Centraal staat de vraag wat partijen met de bepalingen in de vaststellingsovereenkomst en de arbeidsovereenkomst hebben bedoeld en wat zij over en weer omtrent elkaars bedoelingen redelijkerwijze hebben mogen begrijpen.

Partijen zijn onder meer overeengekomen dat [werknemer] per einde dienstverband de in zijn bezit zijnde eigendommen van RT zal inleveren en dat het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst van kracht blijft (respectievelijk artikelen 4 en 5 van de vaststellingsovereenkomst). De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] redelijkerwijze had mogen begrijpen dat het geheimhoudingsbeding als genoemd in het voornoemde artikel 5 ziet op het gehele artikel 15 van de arbeidsovereenkomst, te meer nu dat laatste artikel is getiteld “Geheimhouding”. Dat RT in artikel 5 verwijst naar een al dan niet van kracht zijnde concurrentie- en relatiebeding, hetgeen volgens [werknemer] wijst op het hanteren van standaardteksten door RT, maakt het voorgaande niet anders.

Anders dan [werknemer] is de kantonrechter van oordeel dat partijen niet hebben beoogd om met artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst het bepaalde in artikel 15.2 van de arbeidsovereenkomst te vervangen.

Voldoende vast is komen staan dat partijen zijn overeengekomen dat artikel 15 van de arbeidsovereenkomst van toepassing blijft nadat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is beëindigd, zodat het subsidiaire verweer geen stand houdt.

4.4

Ten aanzien van het primaire verweer van [werknemer] dat partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat zij, behoudens de in de vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken, niets meer van elkaar te vorderen hebben, overweegt de kantonrechter als volgt.

Nu [werknemer] gehouden is aan het geheimhoudingsbeding als bedoeld in artikel 5 van de vaststellingsovereenkomst, en aldus aan het gehele artikel 15 van de arbeidsovereenkomst, gaat de kantonrechter voorbij aan het primaire verweer van [werknemer] dat partijen elkaar over en weer finale kwijting hebben verleend. De in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst vervatte zinsnede “Afgezien van de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen (…)” ziet immers ook op de in het geschil zijnde verplichtingen die voortvloeien uit voornoemd artikel 15. Het primaire verweer van [werknemer] faalt derhalve.

4.5

Voorts moet beoordeeld worden of [werknemer] de bepalingen van artikel 15 heeft geschonden en, indien dat het geval is, of hij RT de overeengekomen boete van € 454,00 per dag verschuldigd is. De kantonrechter overweegt in dit verband het volgende.

[werknemer] heeft onweersproken gesteld dat het hem, bij afwezigheid van een concurrentie- en relatiebeding, vrij stond klanten van RT te benaderen. De kantonrechter volgt [werknemer] in zijn standpunt dat hij het bepaalde in artikel 15.1 van de arbeidsovereenkomst niet heeft geschonden, immers hij heeft naar het oordeel van de kantonrechter geen (onoorbare) mededelingen aan derden gedaan over “enige bijzonderheid van het bedrijf van werkgever”.

Ten aanzien van artikel 15.2 van de arbeidsovereenkomst overweegt de kantonrechter dat [werknemer] had kunnen begrijpen dat het ter beschikking stellen aan RT van “al hetgeen hij (…) onder zich heeft gekregen (stukken, (klant)gegevens, goederen, computerbestanden, etc.)” impliceert dat hij in elk geval geen gebruik meer mocht maken van deze gegevens. Nu RT onweersproken heeft gesteld dat [werknemer] de klantgegevens van RT heeft gebruikt voor de verzending van zijn e-mail van 21 juni 2013, heeft [werknemer] het bepaalde van artikel 15.2 geschonden. De kantonrechter wijst de primair gevorderde verklaring voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding heeft geschonden derhalve toe.

4.6

Ten aanzien van het gevorderde boetebedrag overweegt de kantonrechter het volgende.

[werknemer] zou op grond van artikel 15.3 een boete verschuldigd zijn van € 454,00 per dag “onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling van volledige schadevergoeding aan werkgeefster (…)”.

Ingevolge artikel 7:651 BW is een beding waarbij een werkgever boete kan heffen en voor hetzelfde feit tevens schade kan vorderen nietig. Derhalve is de kantonrechter van oordeel dat [werknemer] op grond van die nietigheid niet veroordeeld kan worden tot betaling van de bedongen boete. Nu nietigheid van voornoemd beding niet ter sprake is gekomen tijdens de comparitie, is de kantonrechter van oordeel dat partijen in de gelegenheid gesteld dienen te worden zich hierover uit te laten bij akte. Daarom wordt de zaak verwezen naar de hierna te melden rolzitting.

4.7

De beslissing ten aanzien van de proceskosten wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

verklaart voor recht dat [werknemer] het geheimhoudingsbeding als bedoeld in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst heeft geschonden;

5.2

verwijst de zaak naar de rolzitting van 1 november 2013 voor het nemen van een akte door partijen als onder 4.6 bedoeld;

5.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op