Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4197

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
05/720268-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inbraak in woning; gevangenisstraf van 8 maanden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/720268-13

Datum zitting : 16 oktober 2013

Datum uitspraak : 30 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [adres].

raadsman : mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Verdachte wordt verweten dat hij op 19 mei 2013 in Doesburg samen met anderen ingebroken heeft in een woning en daar een aantal sieraden heeft weggenomen.1

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 16 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Bij de stukken bevindt zich een verklaring van verdachte dat hij niet wenst te verschijnen op de terechtzitting. Wel is verschenen de raadsman van verdachte,

mr. T. Nieuwburg, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om namens zijn cliënt het woord te voeren.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

 [benadeelde 1]

 [benadeelde 2] (tevens ter terechtzitting verschenen).

De officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp, heeft de veroordeling van verdachte gevorderd.

De raadsman van verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 2

Verdachte heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de woninginbraak.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De herkenning van verbalisant[verbalisant 1] dient volgens de raadsman te worden uitgesloten van het bewijs nu deze onbetrouwbaar is. De verbalisant herkent verdachte van een foto van slechte kwaliteit waarop alleen de contouren van een gezicht te zien zijn en hij noemt niet op basis van welke specifieke, onderscheidende persoonskenmerken hij verdachte herkent.

De rechtbank vindt het bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij de inbraak met name in de verklaringen van de getuigen, de camerabeelden gemaakt door een van de getuigen en de herkenning door de verbalisant.

De rechtbank acht de herkenning van de verbalisant betrouwbaar. De verbalisant is verdachte regelmatig tegenkomen in zijn werk als politieman in Ede en uit het strafblad van verdachte volgt dat hij vaker is veroordeeld voor het plegen van diefstallen in Ede.

Verder vindt de herkenning van de verbalisant ondersteuning in de rechterlijke waarneming van de camerabeelden die van de daders zijn gemaakt. De rechtbank ziet daarop dat de uiterlijke kenmerken van het gezicht van de bestuurder van de auto sterk overeenkomen met de uiterlijke kenmerken van verdachte zoals te zien is op de foto die zich van hem in het dossier bevindt.

De twee andere mannen op de beelden zijn bekenden van verdachte.

Bovendien hebben getuigen gezien dat de daders in-, en uitstapten in een auto die voor wat betreft het merk, type en kleur overeen komt met de auto die verdachte heeft.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 19 mei 2013 te Doesburg tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen -een goudkleurige ring en

-twee goudkleurige ringen met daarop een bloemmotief en -twee goudkleurige ringen (ieder bestaande uit drie kleine dunne ringetjes) en -een goudkleurige (konings)armband (met slangenhuidmotief) en -een goudkleurige armband (rondom voorzien van groene stenen)

en -een goudkleurige (slaven)armband en -een schakelarmband en -een goudkleurige armband (voorzien van grote schakels) en -een goudkleurig horloge (met band van 1,5 cm breed) en

-twaalf (dunne) goudkleurige armbandjes (van Nederlands goud), toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van het feit en de omstandigheid dat verdachte reeds meerdere malen is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke delicten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen nu verdachte op het goede pad is, voor zijn gezin wil zorgen en voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf ook aanknopingspunten te vinden zijn in het reclasseringsrapport.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 26 september 2013; en

 een reclasseringsadvies van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, d.d. 18 september 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft, samen met anderen, ingebroken in de woning van het 90-jarige slachtoffer. Daarbij zijn veel gouden sieraden weggenomen.

Dit heeft bij het slachtoffer niet alleen geleid tot materiële schade, maar zij heeft tevens aangeven dat zij door de inbraak slecht slaapt, zeer angstig is geworden en de deur niet meer uit durft.

Feiten als deze zorgen voor onrust in de maatschappij en tasten het gevoel van veiligheid en privacy van de slachtoffers aan op de plaats waar zij zich het meest geborgen behoren te kunnen voelen, namelijk in hun eigen woning.

Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte al sinds zijn 9e levensjaar veelvuldig met de politie in aanraking komt.

Voorts volgt uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister dat verdachte al sinds zijn 12e jaar diverse malen is veroordeeld voor het plegen van diefstallen en inbraken.

De straffen die hem daarvoor zijn opgelegd, waaronder gevangenisstraffen en jeugddetenties, hebben hem er echter niet van weerhouden opnieuw een dergelijk feit te begaan.

Blijkbaar is het plegen van dit soort delicten een manier van leven geworden voor verdachte.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte een hogere gevangenisstraf opleggen dan geëist, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. De rechtbank ziet geen reden, ook niet in de inhoud van het reclasseringsrapport, om daarvan een deel voorwaardelijk op te leggen.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde 2] vordert € 300,- en [benadeelde 1] vordert € 193,19.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht beide vorderingen –hoofdelijk- toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven de vorderingen redelijk te achten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal beide vorderingen, nu deze niet betwist zijn, in zijn geheel en hoofdelijk toewijzen. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal vermeerderd worden met de wettelijke rente met ingang van 19 mei 2013.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 2] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde 2], te betalen € 300,- (driehonderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 2] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], te betalen € 300,- (driehonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde 1], te betalen € 193,19 (honderddrieënnegentig euro en negentien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2013.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 1] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], te betalen € 193,19,- (honderddrieënnegentig euro en negentien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2013, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. J.J.H. van Laethem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. ter Horst, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2013.

BIJLAGE I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 mei 2013 te Doesburg tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning(gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen -een goudkleurige ring en/of -twee goudkleurige ringen met daarop een bloemmotief en/of -twee goudkleurige ringen (ieder bestaande uit drie kleine dunne ringetjes)

en/of -een goudkleurige (konings)armband (met slangenhuidmotief) en/of -een goudkleurige armband (rondom voorzien van groene stenen) en/of -een goudkleurige (slaven)armband en/of -een schakelarmband en/of -een goudkleurige armband (voorzien van grote schakels) en/of -een goudkleurig horloge (met band van 1,5 cm breed) en/of -twaalf (dunne) goudkleurige armbandjes (van Nederlands goud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

BIJLAGE II

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, Unit Arnhem Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL078C 2013052476, gesloten op 20 augustus 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

De bewijsmiddelen zijn, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2], tevens namens [benadeelde 1], p. 28, 29:

Op 19 mei 2013 omstreeks 18.00 uur heb ik mijn woning aan de [adres] te Doesburg volledig afgesloten achterlaten. Omstreeks 19.30 uur die dag hoorde ik dat er bij mij was ingebroken. Buurtbewoners zagen dat mijn achterraam geforceerd was. Ik had deze volledig afgesloten toen ik vertrok. Van mijn schuttingdeur was het slot ook verbogen. Er zijn verschillende sieraden weggenomen die voornamelijk bestonden uit Indonesisch goud. De goederen zoals genoemd op de bijlage weggenomen goederen, werden weggenomen.

Een schriftelijk bescheid zijnde een bijlage weggenomen goederen, p. 31, 32:

De weggenomen goederen van [benadeelde 2] betreffen:

  • -

    een goudkleurige ring;

  • -

    twee goudkleurige ringen met een bloemmotief;

  • -

    twee goudkleurige ringen (ieder bestaande uit drie kleine dunne ringetjes);

  • -

    een goudkleurige koningsarmband met slangenhuidmotief;

  • -

    een goudkleurige armband rondom voorzien van groene stenen;

  • -

    een goudkleurige slavenarmband;

  • -

    een schakelarmband;

  • -

    een goudkleurige armband voorzien van grote schakels;

  • -

    een goudkleurig horloge met een band van 1,5 centimeter breed;

  • -

    twaalf goudkleurige dunne armbandjes van Nederlands goud.

Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 33, 34:

Op 20 mei 2013 is een sporenonderzoek verricht in de woning van mevrouw [benadeelde 2]. Verbalisanten zagen dat twee raambomen van het openslaand raam waren verbogen en dat het schuifslot van het opzetslot van de tuinpoort was verbogen.

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring getuige [getuige 1], p. 35, 36:

Op 19 mei 2013 omstreeks 19.10 uur zag ik drie mannen komen uit de tuin van tante [benadeelde 2] aan de [adres] te Doesburg. De mannen liepen vanaf de [adres] de [adres] in en verder in de richting van de [adres]. Ik waarschuwde mijn man[getuige 2]. Man 1 was ongeveer 25 jaar oud met een donkere huidskleur. Hij had kort zwart haar, een smal gezicht met een spitse neus. Hij droeg een donkerblauw of zwart gekleurd vest in zijn handen. Man 2 had een gezet postuur en een getint uiterlijk. Hij droeg een beige licht gekleurd T-shirt met een rijtje knoopjes aan de voorkant en een donkerblauwe spijkerbroek. Man 3 had een zelfde soort voorkomen als man 2. Licht getint uiterlijk met kort donker haar. Hij droeg een donkere broek en een licht gekleurd shirt.

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring getuige[getuige 2], p. 38:

Op 19 mei 2013 omstreeks 19.10 uur wees mijn vrouw mij op drie mannen die door de straat liepen en ze vertelde dat zij hen had gezien bij de woning aan de [adres] te Doesburg. Ik keek de drie mannen na totdat zij instapten in een donkergroene vierdeurs auto met een kofferbak die geparkeerd stond aan de linkerkant van de [adres] bij de kruising met de [adres].

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring getuige[getuige 3], p. 40:

Op 19 mei 2013 vertelde [getuige 1] dat er drie personen in de straat liepen die ze uit de tuin van tante [benadeelde 2] had zien lopen. Ik zag dat deze drie jongens instapten in een donkergroene, vermoedelijk metallic, Volvo 440 van het type Sedan die geparkeerd stond in de [adres].

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring getuige [getuige 4], p. 46, 47:

Op 19 mei 2013 omstreeks 18.00 uur stond ik in mijn tuin bij mijn woning aan de [adres] te Doesburg. Ik zag een Volvo S 40 die parkeerde met de achterzijde richting de [adres]. Ik heb mijn videocamera gericht op de personenauto en zag dat er drie mannen uit de auto stapten. Inmiddels was ik al aan het filmen. Ik heb de opname in bezit gesteld van de politie. Later heb ik een compilatiefoto van de verdachten gemaakt en deze gemaild naar verbalisant [verbalisant 2].

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 49, 50, opgemaakt door verbalisant[verbalisant 3]:

Op de beelden die gemaakt zijn door een buurtbewoner zie ik een donkerkleurige auto die in de [adres] te Doesburg staat. Er stappen drie personen uit. De bestuurder is ongeveer 25 jaar oud, heeft een donkere huidskleur, een puntige neus, dunne wenkbrauwen en een donkerblauwe jas met zwarte kraag. De bijrijder heeft een vadsig postuur, een licht gekleurd overhemd met zakjes op de borst en een donkerblauwe spijkerbroek. De passagier had een vadsig postuur, een wit T-shirt, een donkere jas en een blauwe spijkerbroek.

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 53, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1]:

Op 21 mei 2013 kreeg ik tijdens een briefing een dia te zien met drie personen die gezien waren bij het perceel [adres] te Doesburg waar op 19 mei 2013 was ingebroken.

Ik herken de persoon links op de foto ambtshalve als zijnde [verdachte], geboren op [geboortedatum]. Ik herken alle personen van mijn politiewerkzaamheden in Ede. Daar ben ik die personen regelmatig ambtshalve tegengekomen.

Het schriftelijk bescheid zijnde een afdruk van de dia foto, op p. 52 van het dossier.

De rechterlijke waarneming van de zich in het dossier bevindende cd-rom bevattende de camerabeelden gemaakt door getuige [getuige 4], welke beelden ter terechtzitting zijn uitgekeken:

De rechtbank ziet daarop drie mannen die uitstappen uit een donkerkleurige auto die geparkeerd staat aan de zijkant van de weg. De man die aan de bestuurderskant uitstapt, heeft kort zwart haar, een donkergetinte huidskleur, zwarte duidelijk afgetekende wenkbrauwen en een spitse neus. Hij draagt een donkerblauwe jas met een donkere kraag.

De rechterlijke waarneming van de zich in het dossier bevindende foto van het gelaat van verdachte, p. 24:

De rechtbank ziet daarop dat verdachte kort zwart haar heeft, een donkergetinte huidskleur en zwarte duidelijk afgetekende wenkbrauwen.

Het proces-verbaal van bevindingen, p.56 van het dossier:

Ik, verbalisant [verbalisant 4], toonde getuige [getuige 1] de foto die gemaakt is van de ter beschikking gestelde camerabeelden van de drie verdachten. De getuige zei: Ik herken de middelste van de drie mannen met zekerheid aan zijn gezicht, lichtkleurige blouse en zijn gezet postuur. De man rechts op de foto, met de zwarte jas aan, herken ik aan zijn gezet postuur, de zwarte jas, het witte T-shirt en de strakke blauwe spijkerbroek. Toen hij samen met de twee andere mannen uit het poortje van de achtertuin van mevrouw [benadeelde 2] kwam lopen, had hij alleen zijn witte T-shirt aan. Volgens mij had hij zijn zwarte jas in zijn hand vast.

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring betrokkene [betrokkene], p. 129:

De verbalisant toont de beelden die op 19 mei 2013 gemaakt zijn. [betrokkene] ziet de beelden en geeft aan dat ze de bijrijder herkent als [bijrijder].

Het proces-verbaal van bevindingen, p. 55:

Verbalisanten [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7] kregen op 21 mei 2013 tijdens een briefing een dia te zien met daarop drie personen die gezien waren bij het perceel [adres] te Doesburg waar op 19 mei was ingebroken. Ze herkenden de persoon in het midden als [bijrijder].

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring verdachte, p. 77, 79:

Ik heb een Volvo S 40, kleur: olijfgroen van kleur, metallic lak.

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring medeverdachte [medeverdachte], p.148, 150:

[verdachte] is een neef van mij. Ik ben degene in de donkere jas die op de opname van 19 mei 2013 staat. Ik zat op de passagiersplaats achterin de auto.

Het proces-verbaal van verhoor, verklaring verdachte, p. 93, 94:

De verbalisant houdt verdachte voor dat verbalisanten verdachte meerdere keren hebben gezien in het bijzijn van [bijrijder]; onder meer op 18 oktober 2012.

1 De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht.