Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4196

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
05/700736-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor medeplegen dan wel medeplichtigheid aan overval op juwelier te Nijmegen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/700736-12

Datum zitting : 16 oktober 2013

Datum uitspraak : 30 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 23 april 2011 te Nijmegen op de openbare weg, te weten op

de [adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een tas (inhoudende een paspoort en/of een rijbewijs en/of een

kentekenbewijs en/of een hoeveelheid geld en/of een of meer sleutels), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voormelde [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - met (bivakmutsen) bedekte gezichten naar die [slachtoffer] is/zijn toegelopen

en/of - (vervolgens/daarbij) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of dat vuurwapen duidelijk zichtbaar

voor die [slachtoffer] heeft/hebben vastgehouden en/of dat vuurwapen aan die

[slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of - voormelde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden (vervolgens)

aan de kleding en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft gerukt en/of

getrokken en/of (waarbij) die [slachtoffer] (samen met verdachte en/of één van

zijn mededaders) in een (ongeveer) 6 meter diep gat is gevallen en/of - die [slachtoffer] met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op

tegen zijn hoofd heeft geslagen en/of welk geweld en/of bedreiging met geweld zwaar lichamelijk letsel voor die

[slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, te weten een dwarslaesie, althans een

gebroken ruggenwervel;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medepleger] en/of één of meer (andere) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of

omstreeks 23 april 2011 te Nijmegen op de openbare weg, te weten op de

[adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

tas (inhoudende een paspoort en/of een rijbewijs en/of een kentekenbewijs

en/of een hoeveelheid geld en/of een of meer sleutels), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen voormelde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - met (bivakmutsen) bedekte gezichten naar die [slachtoffer] is/zijn toegelopen

en/of - (vervolgens/daarbij) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of dat vuurwapen duidelijk zichtbaar

voor die [slachtoffer] heeft/hebben vastgehouden en/of dat vuurwapen aan die

[slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of - voormelde [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden (vervolgens)

aan de kleding en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft gerukt en/of

getrokken en/of (waarbij) die [slachtoffer] (samen met verdachte en/of één van

zijn mededaders) in een (ongeveer) 6 meter diep gat is gevallen en/of - die [slachtoffer] met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op

tegen zijn hoofd heeft geslagen en/of welk geweld en/of bedreiging met geweld zwaar lichamelijk letsel voor die

[slachtoffer] ten gevolge heeft gehad, te weten een dwarslaesie, althans een

gebroken ruggenwervel tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19 februari 2011 tot en met 23 april 2011 te

Nijmegen en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is

geweest door een bestelauto (merk Hyundai, type H200) aan te schaffen, althans

op zijn naam te zetten en/of met die bestelauto een motorscooter (bestemd voor

de vlucht na het plegen van voormeld strafbaar feit) naar Nijmegen te

vervoeren, althans die bestelauto daartoe aan voormelde [medepleger] en/of die

andere perso(o)n(en) ter beschikking heeft gesteld;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 16 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Wel is verschenen zijn raadsman mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo, die heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om namens zijn cliënt het woord te voeren.

De officier van justitie, mr. H.C.C. Berendsen, heeft gerekwireerd.

De raadsman van verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit door een bestelauto aan te schaffen, althans op zijn naam te zetten en met die bestelauto een motorscooter (bestemd voor de vlucht na het plegen van de overval) naar Nijmegen te vervoeren.

Volgens de officier van justitie kan uit de onderzoeksresultaten worden afgeleid dat, tegelijk met de bestelauto van verdachte die voorzien was van een dubbele cabine, drie van de vier speciaal voor de overval aangeschafte telefoonnummers (en dus ook de gebruikers) op 9 april 2011 van Amsterdam naar Nijmegen zijn gereden met in de bestelbus de scooter die vervolgens in Nijmegen is geplaatst. Verder kan volgens de officier van justitie op basis van onderzoeksresultaten worden aangenomen dat verdachte zelf de bestuurder van de bestelauto is geweest (omdat de enige andere bestuurders het niet waren), dat er meermalen telefonisch contact is geweest met [medepleger], één van de medeplegers van de overval, van 7 tot en met 21 april 2011, dat de bestelauto kort na de overval door verdachte van zijn naam is gehaald en dat hij zelf geen verklaring geeft voor deze feiten en omstandigheden, integendeel, hij zegt dat hij zichzelf in de problemen brengt als hij gaat verklaren. Aldus concludeert de officier van justitie dat verdachte op de hoogte was van de foute bedoelingen van [medepleger] c.s. en met die wetenschap de vluchtscooter op de plek heeft gezet. Daarbij betrekt de officier van justitie het feit dat verdachte ter zitting niet is verschenen en dat hij zwijgt. Daarmee heeft verdachte volgens de officier van justitie opzet gehad op zijn eigen bijdrage en op het misdrijf dat hij ondersteund heeft.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken nu – kortgezegd – uit het dossier niet blijkt dat de scooter op 9 april 2011 in de bestelauto van verdachte is vervoerd naar Nijmegen, dat verdachte die bestelauto bestuurde, noch dat verdachte wist dat de scooter gebruikt zou gaan worden voor de overval.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair ten laste is gelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet gericht was op, in casu, het verschaffen van gelegenheid en/of middelen als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht, maar tevens dat verdachtes opzet al dat niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het door de daders gepleegde misdrijf (het gronddelict), in dit geval de diefstal met geweld, dan wel op een misdrijf dat voldoende verband houdt met het gronddelict.

De overval op juwelier [slachtoffer] is zeer uitgebreid onderzocht door de politie.

Ondanks het uitgebreide opsporingsonderzoek bevinden zich in het dossier geen bewijsmiddelen op grond waarvan wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de scooter op 9 april 2011 in de bestelauto van verdachte van Amsterdam naar Nijmegen is gebracht, noch dat verdachte op dat moment de bestuurder van die bestelauto was. Voorts bevinden zich in het dossier geen bewijsmiddelen op grond waarvan wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de scooter gebruikt zou worden voor de diefstal met geweld dan wel voor een misdrijf dat daarmee voldoende verband houdt.

De rechtbank zal verdachte derhalve tevens vrijspreken van het subsidiair tenlastegelegde.

4 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

Aldus gewezen door:

mr. M.F. Gielissen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. J.J.H. van Laethem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. ter Horst, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2013.