Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4172

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
05/720179-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal en afpersing in vereniging. Woningoverval in de nachtelijke uren. Bedreiging met een vuurwapen. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/720179-13

Datum zitting : 09 juli 2013, 01 oktober 2013 en 15 oktober 2013

Datum uitspraak : 29 oktober 2013.

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1990] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

raadsvrouw : mr. D. Simo, advocaat te Culemborg.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) - een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of - gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of - gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of (vervolgens) "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 15 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. D. Simo, advocaat te Culemborg.

Als benadeelde partij zijn ter terechtzitting aanwezig:

  • -

    [slachtoffer 1] en

  • -

    [slachtoffer 2].

De officier van justitie, mr. A. Waterman, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a Overwegingen

1.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet voor het bewijs gebruikt kan worden nu deze, kort samengevat, op onderdelen tegenstrijdig is en hij er belang bij heeft anderen te belasten om daarmee zichzelf te ontlasten.

De rechtbank overweegt als volgt.

[medeverdachte 1] heeft direct na zijn aanhouding, kort na het ongeval, aangegeven dat hij met vrienden in de verongelukte BMW heeft gezeten en dat die vrienden na het ongeval wegrenden. Gevraagd naar die vrienden verklaarde [medeverdachte 1] dat het ene [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] betrof. De achternamen wist hij niet maar wel dat alle drie die personen in Tiel woonachtig zijn. Ook in later door hem afgelegde verklaringen heeft [medeverdachte 1] gezegd dat hij met voornoemd drietal in de BMW heeft gezeten kort voordat het ongeval plaatsvond. Bij de rechter-commissaris verklaarde [medeverdachte 1] dat hij zijn ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen heeft gecontroleerd en dat hij naar waarheid heeft verklaard.

Wat betreft de vraag wie kort voorafgaand en ten tijde van het ongeval in de BMW zaten, staat de verklaring van [medeverdachte 1] op voor de bewijsvoering essentiële onderdelen niet op zichzelf. Naast de verklaring van [medeverdachte 1] bevinden zich in het dossier meerdere andere bewijsmiddelen, zoals onderstaand is verwoord, waaruit kan worden vastgesteld dat [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] voorafgaand en ten tijde van het ongeval in de BMW zaten. Dit maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] op dat onderdeel betrouwbaar acht en voor het bewijs kan bezigen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

2.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet voor het bewijs gebruikt kan worden nu de verdediging het ondervragingsrecht van [medeverdachte 1] niet heeft kunnen uitoefenen, immers [medeverdachte 1] beroept zich telkens zodra hij als getuige wordt gehoord (ten overstaan van de rechter-commissaris en ter terechtzitting), op het hem toekomende verschoningsrecht. Omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen en het bewijs grotendeels is gebaseerd op de verklaring van [medeverdachte 1], mag zijn verklaring niet voor het bewijs worden gebezigd.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op het moment dat [medeverdachte 1] ten overstaan van de rechter-commissaris en ter terechtzitting als getuige wordt gehoord in de zaak tegen verdachte, beroept hij zich op het hem toekomende verschoningsrecht. De vraag die van belang is, is of het bewijs wat de rechtbank kan gebruiken bij de beantwoording van de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, uitsluitend gebaseerd is op die onderdelen van de verklaring van [medeverdachte 1] die voor verdachte belastend zijn. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Uit de hierna aan te halen bewijsmiddelen, zoals onderstaand is verwoord, blijkt dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet op zichzelf staat. Naast de verklaring van [medeverdachte 1] bevinden zich in het dossier meerdere andere bewijsmiddelen die de verklaring van [medeverdachte 1] ondersteunen. Dit maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] kan bezigen voor het bewijs. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

3.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs en daartoe het volgende aangevoerd.

De politie heeft bij de doorzoeking van de VW Golf gehandeld in strijd met artikel 96b van het Wetboek van Strafrecht. Een auto mag alleen dan worden doorzocht indien er sprake is van een aanhouding op heterdaad dan wel verdenking van een feit genoemd in artikel 67 van het Wetboek van Strafrecht. Van een heterdaadsituatie was geen sprake en evenmin van een verdenking op grond van artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering. Dit maakt dat de doorzoeking onrechtmatig was en de resultaten niet tot het bewijs mogen worden gebezigd. Indien de doorzoeking niet had plaatsgevonden dan had de zaak voor verdachte geen verdere gevolgen gekregen. Ook al hetgeen aan bewijs is vergaard na die onrechtmatige doorzoeking dient van het bewijs te worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt als volgt.

Daar waar de verdediging spreekt over het Wetboek van Strafrecht zal bedoeld zijn Wetboek van Strafvordering. De rechtbank deelt de visie van de verdediging niet. Artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering geeft de opsporingsambtenaar de bevoegdheid een voertuig te doorzoeken indien sprake is van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of indien er een verdenking is van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering.

In de onderhavige zaak heeft de politie, op 29 maart 2013, te 03:51 uur een melding gekregen dat er een overval plaatsvindt op een woning van een sloopbedrijf waarbij een grote zwarte auto, mogelijk een BMW, betrokken was. Een overval (als een vorm van diefstal met geweld of afpersing met geweld) is een feit als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Op 29 maart 2013 te 03:58 uur heeft de politie vervolgens een melding gekregen dat er op de N835 een BMW over de kop is geslagen. Daarna, rond 05:00 uur die dag, stond bij de getuige [getuige 1] een man aan de deur die gewond was aan een arm. [getuige 1] besloot daarop 112 te bellen. Toen verbalisanten ter plaatse kwamen troffen zij daar [medeverdachte 1] aan, zijnde de gewonde man. [medeverdachte 1] verklaarde betrokken te zijn geweest bij een auto-ongeval en dat naast hem ene [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], die alle drie in Tiel woonachtig zijn, ook in die BMW zaten. De politie was ambtshalve bekend dat met voornoemde drie personen vermoedelijk bedoeld worden: [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [verdachte]. Tevens was verbalisanten ambtshalve bekend dat [getuige 1] veel reed in een zwarte VW Golf met een kenteken wat begint met het cijfer [cijfer 1].

Op 29 maart 2013 omstreeks 05:45 uur zagen verbalisanten vorenbedoelde zwarte VW Golf rijden en hebben zij de auto tot stilstand gedwongen.

Op grond van het voorgaande, de melding dat een overval heeft plaatsgevonden waarbij vermoedelijk een BMW betrokken was, dat kort daarna en niet ver van de plek van de overval een ongeval heeft plaatsgevonden waarbij een BMW betrokken was en dat de inzittenden van de verongelukte BMW mogelijk gebruik maken van een zwarte VW Golf, maakt dat er ten aanzien van een of meer inzittenden van de VW Golf voldoende vermoeden van schuld was van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Verbalisanten zijn terecht, volledig rechtmatig, tot doorzoeking van de VW Golf overgegaan.

De rechtbank merkt hieromtrent nog op dat ook al zou sprake zijn van een onrechtmatige doorzoeking van de VW Golf dit verdachte niet raakt, immers, het dwangmiddel wordt toegepast op de bezitter van de VW Golf, op dat moment [getuige 1] en enige onrechtmatigheid jegens hem raakt verdachte niet (Schutznorm).

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De overval

De aangever [slachtoffer 1], mede namens [slachtoffer 2], heeft verklaard:

“(p.220) Op donderdag 28 maart 2013 (….) (p.221) ging ik rond 22.45 uur naar bed. (…..) Ik lag te slapen en opeens maakt mijn vrouw mij wakker omdat ze zei dat ze 1 klap had gehoord. (…..) Onze slaapkamerdeur was open en ik hoorde gestommel en opeens kwam er een man binnen. Ik noem hem Grijs. Achter hem kwam nog een man onze slaapkamer binnen, ik noem hem Zwart. Grijs stond opeens voor me en had zijn rechterarm gestrekt naar mijn gezicht. Ik keek in de loop van een pistool. (…..) Ik hoorde Grijs roepen: “Geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan.” Hij riep dit wel zeker 10 keer. Het uiteinde van die loop was ongeveer 10 cm van mijn gezicht en hij richtte op mijn neus. Zwart liep naar de andere kant van het bed naar [slachtoffer 2]. (…..) Ik hoorde Zwart roepen: “We hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn.” Grijs begon te schreeuwen over de kluis en dat hij mij wat zou aandoen. Grijs schreeuwde en Zwart was rustiger. Beiden spraken Nederlands maar met een Turk-Marokkaans accent. Ik neig naar Marokkaans. In mijn zaak krijg ik veel van dat soort mensen op bezoek en hoor ik vaak dit soort accent. Er kwam nog een derde man de trap op en af lopen en deze riep wat. (….) Grijs hield mij steeds met dat pistool onder controle en deed enkel een laadje open van mijn nachtkastje. Zwart keek overal en liep om de kast heen. (….) Mijn Breitling-horloge (….) lag op mijn nachtkastje. Grijs nam dit horloge weg. (…) Grijs bleef om geld schreeuwen en de kluis. Hij schreeuwde: “We moeten geld hebben anders doen we jou wat aan.” Op het dressoir in de slaapkamer lag mijn broek waar mijn portemonnee in zat. (….) Ik schat dat er in die portemonnee ongeveer euro 1.000,-- zat. (….) (p.222) Verder zat er mijn rijbewijs in, mijn identiteitskaart en 2 a 3 pasjes van het ziekenhuis in Tiel en Nieuwegein.”2

De getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard:

“(p.235) Ik woon op de [adres 2] te Tiel. Ik woon hier met mijn man [slachtoffer 1]. Op donderdag 28 maart 2013 ben ik omstreeks 21.30 uur naar bed gegaan. (….) Omstreeks 03.30 uur hoorde ik hard gerinkel. Ik werd hier wakker van. Ik maakte [slachtoffer 1] wakker en vertelde wat ik gehoord had. Al heel snel, na het harde gerinkel, ging de lamp aan. (….) Ik zag twee jongens de slaapkamer opkomen. Zij hadden alle lampen aangedaan in de woning. (….) Ik zag dat een van de twee een wapen had. Met een wapen bedoel ik een pistool. (…..) Ik hoorde allebei de jongens roepen. Ik noem de jongen met het wapen even jongen 1, voor het gemak. De jongen zonder wapen noem ik jongen 2. (…..) (p.236) Ik hoorde jongen 1 roepen: “Een overval, een gewapende overval,” “ik wil geld, juwelen” en “waar is de kluis, de kluis. (….) Ik hoorde hem zeggen dat ze een tip hadden over onze kluis. Ze hadden het steeds maar over de kluis. Terwijl hij dit zei zag ik dat hij zijn wapen gericht hield op [slachtoffer 1]. Hij hield hem ongeveer 30 centimeter van hem af. Het was vreselijk om te zien. ik was zo bang dat ze hem wat aan zouden doen. (….) Het wapen was alleen gericht op [slachtoffer 1]. (….) Toen kwam er een derde jongen, ik noem hem voor het gemak even jongen 3. Jongen 3 riep iets tegen jongen 1 en 2. Hij deed dit in een buitenlandse taal. (….) (p.237) Van de balletkast hebben de jongens de horloge van [slachtoffer 1] gepakt. (…) Hij was Breitling. In de broek van [slachtoffer 1] zat zijn portemonnee. (….) Deze heeft [slachtoffer 1] uit zijn broek gehaald en aan jongen 1 gegeven. Hier zat geld in en veel pasjes.”3

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.357) Het onderzoek is verricht in een woning (vrijstaand) bij [slachtoffer 1] te [adres 2]. (…..) In de voorgevel was een draairaam gesitueerd. Dit raam was voorzien van dubbele beglazing en twee raamgrendels. (….) De dubbele ruit was ingegooid met een kei.”4

Tijdstip en duur overval

Op 29 oktober 2013 te 03:51 uur ontving de politie een melding dat op een sloopbedrijf een overval werd gepleegd.5 Te 03:53 uur diezelfde dag beleen melder dat hij is overvallen.6

De getuige [getuige 2] heeft verklaard:

“(p.239) Ik kijk vanaf mijn woning op de [adres 2] te Tiel. Dit betreft de woning van [slachtoffer 1]. Op 29 maart 2013 omstreeks 03.44 uur werd ik wakker van glasgerinkel. Ik ben toen uit bed gestapt en naar het balkon gelopen via de slaapkamer. (p.241) Ik wist dat het zo laat was want ik keek direct op mijn wekker. (….) Ik zag vervolgens dat er een personenauto stond op de [adres 2]. Ik hoorde dat de motor van de auto draaide. (p.242) Ik wilde toen 112 bellen. Dit kreeg ik niet voor elkaar. (…..) Ik heb vervolgens de telefoon aan mijn vrouw gegeven. Ik heb vervolgens de schuifdeur open gemaakt. Deze geeft toegang tot het balkon. Terwijl ik dit deed zag ik dat de auto snel optrok.”7

De getuige [getuige 3] heeft verklaard:

“(p245) Ik woon in [adres 3] in Tiel. (…..) Ik schrok wakker op 03.44 uur. Ik lag met mijn gezicht naar de wekker en dat was het eerste wat ik zag. Ik en mijn man schrokken tegelijk wakker van het glasgerinkel. (….) Mijn man stapte gelijk uit zijn bed en liep het balkon op. (p.246) (….) Ik moest 112 bellen om te melden dat er mogelijk een overval aan de gang zou zijn bij [slachtoffer 1]. Op het moment dat ik aan het bellen was met de meldkamer van politie, hoorde ik de auto hard wegscheuren. Ik stond op dat moment nog steeds op het balkon en zag de auto wegscheuren in de richting van de Grotebrugse Grintweg.”8

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de overval geduurd heeft van 03.44 uur (het moment dat de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] wakker worden van glasgerinkel) tot 03.51 uur (het moment dat getuige [getuige 3] belt met de meldkamer van de politie en waarop de auto hard wegscheurde).

Welke auto is gebruikt bij de overval

De getuige [getuige 2] heeft verklaard:

“(p.239) Ik zag toen een grotere Sedan auto van het merk BMW of Audi, tegenover de woning van de [adres 2] te Tiel. Ik zag en hoorde dat de motor draaide en de verlichting brandde. Ik heb zicht op de voorzijde van het voertuig. De verlichting was fel wit, leek op xenon verlichting. (….) De auto is een keer aan en uit geweest. Toen is ook de verlichting in dimstand gegaan. (….) Ik zag in het voorbij rijden de cijfer [cijfer 2] in het kenteken. Dit was het eerste cijfer van het kenteken (p241) Ik hoorde vervolgens een monotoon bromgeluid. (….) Ik zag vervolgens dat er een personenauto stond op de [adres 2]. (…..) Ik heb (…) meerdere personen zien rennen (….) uit de richting van de woning van familie [slachtoffer 1].”9

De getuige [getuige 3] heeft verklaard:

(p.246) Ik stond op dat moment nog steeds op het balkon en zag de auto wegscheuren in de richting van de Grotebrugse Grintweg.”10

De getuige [getuige 4] heeft verklaard:

(p.273). Op vrijdag 29 maart 2013 omstreeks 03.50 uur reed ik in mijn BMW (….) over de Industrieweg in Tiel. Ik kwam uit de richting Tiel en ik reed richting Eck en Wiel. Gekomen bij de rechtsgelegen Grote Brugse Grindweg zag ik een lichtflits in mijn rechterbuitenspiegel en ik hoorde een hele harde klap en ik zag een auto door de bossages rechts van mij bokkend voortbewegen. (…) Ik belde meteen 112.11

Op 29 oktober 2013 te 03:58 uur ontving de politie een melding “BMW over de kop, incidentlocatie Eck en Wiel.12

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.271) Op 29 maart 2013 omstreeks 04.00 uur hebben wij een onderzoek ingesteld. (….) Omdat de collega’s al ter plaatse waren in Tiel, reden wij naar het Zwarte Paard te Ommeren. Ter plaatse zagen wij dat er een BMW M5 met alarmlichten aan stond. Wij zagen dat de BMW zwaar beschadigd was. Wij zagen aan de sporen aldaar dat de BMW was gekomen uit de richting van de Grote Brugse Grintweg en was gereden in de richting van de kruising Zwarte Paard met de Breedslagseweg. (….) Wij zagen dat de BMW was voorzien van het kenteken [kenteken 1].”13

Uit een proces-verbaal van bevindingen, sporenonderzoek aan de BMW, blijkt het volgende:

“(p.366) Ik zag op de vloer achter de passagiersstoel, voor de achterbank, een zwart pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, liggen. (…) Het pistool werd door mij veiliggesteld, SIN [sin 1]. (…) Uit vorenstaande maakten wij op dat de BMW personenauto uit de richting Tiel over de Grote Brugse Grindweg in de richting van Eck en Wiel heeft gereden.”14

Uit een proces-verbaal Wet wapens en munitie blijkt het volgende:

“(p.412) Het op 29 maart 2013 inbeslaggenomen voorwerp is een gaspistool van het merk Kimar, type 85 auto, kaliber 8 mm K, voorzien van het serienummer [serienummer 1]. Het voorwerp heeft een voor het doorlaten van gassen of stoffen geschikte loop. Het voorwerp, waarvan de werking berust op het teweeg brengen van een scheikundige reactie, is derhalve geschikt om (weerloosmakende en traanverwekkende) stoffen door een loop af te schieten. (…) Derhalve is dit voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III, onder 1e van de Wet wapens en Munitie. Het wapen is voorzien van het Sporen Identificatie Nummer (SIN) [sin 1].”15

Uit een proces-verbaal van bevindingen, sporenonderzoek aan de BMW, blijkt het volgende:

“(p.378) Zowel de voorste airbags uit het stuurwiel aan de bestuurderszijde ([sin 2]) als uit het dashboard aan de bijrijderszijde ([sin 3]) werden door ons, verbalisanten, veiliggesteld. (…..) (p.379) De pook van de automaatversnelling ([sin 4]) en het stuurwiel ([sin 5]) werden door ons, verbalisanten, bemonsterd middels een wattenstaafje.”16

Uit een proces-verbaal van bevinden blijkt het volgende:

“(p.310) Reistijd van [adres 2] te Tiel naar N835 kruising Zwartepaard te Ommeren bedraagt volgens Googlemaps 8 minuten.”17

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de te 03:58 verongelukte BMW dezelfde is als die welke te 03:51 uur bij te [adres 2] te Tiel is weggereden vanaf de plaats van de overval.

Wie zijn betrokken bij de overval

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.866) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.20 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [medeverdachte 1], geboren [geboortedatum 1]. (…..). (p.867) Hierop hoorde ik de verdachte zeggen dat hij met ene [verdachte], Jaoud en [medeverdachte 3] in de BMW had gezeten”18

De verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard:

“(p.888) Tijdens het joggen zag ik een bekende van mij in een auto zitten. Hij was mijn maatje en hij heet [verdachte] (…..). Ik zag dat hij in een nieuwe mooie BMW zat met 2 anderen erbij. Dat waren [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. (….) [medeverdachte 3] zat achter het stuur. (….) (p.889) Ik ben vervolgens in de auto gestapt. Ik ben achterin gaan zitten aan de rechterkant. (…..) (p.893) [medeverdachte 2] zat achter [medeverdachte 3], de bestuurder (….) Ik ging achter [verdachte] zitten.”19

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.920) Op maandag 6 mei 2013 te 13.35 uur werd door mij telefonisch als getuige gehoord [getuige 5]. (….) Tijdens dit telefonische verhoor liet de heer [getuige 5] zich ontvallen dat zijn zoon, [medeverdachte 1], in gesprekken die hij na zijn aanhouding met zijn vader heeft gevoerd had verklaard dat [medeverdachte 1] niet uit de auto was geweest “bij dat huis.” (….) (p.921) Getuige [getuige 5] verklaarde dat zijn zoon [medeverdachte 1] over zijn betrokkenheid bij de overval op de familie [slachtoffer 1] aan hem had verklaard dat:

  • -

    hij “niet uit de auto was geweest bij dat huis.” (….)

  • -

    de drie andere jongens bij dat huis waren uitgestapt en hij steeds in de auto is blijven zitten.

Getuige [getuige 5] heeft deze zinnen tijdens het telefonisch gesprek diverse malen herhaald.20

Op grond van het voorgaande betreffende de verdachte [medeverdachte 1] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op het moment van de overval in de auto heeft gezeten en niet in de woning is geweest.

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.233) Wij hoorden hun vertellen dat [medeverdachte 1] verklaard had dat hij samen met [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [verdachte] in de auto had gezeten (….) vermoedelijk de ons ambtshalve bekende personen: [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [verdachte]. (….) Vervolgens hebben wij de meldkamer en overige eenheden verteld dat [medeverdachte 3] veel rijdt in een zwarte Volkswagen Golf met een kenteken dat begint met de cijfers [cijfer 1].”21

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.752) Op vrijdag 29 maart 2013 (…..) (p.753) omstreeks 05.45 uur kregen wij middels de portofoon de melding mee dat er collega’s achter een zwarte Golf voorzien van het kenteken beginnend met [cijfer 1] reden. Hier zaten de mogelijke verdachten van de woningoverval in.”22

Uit een proces-verbaal sporenonderzoek blijkt het volgende:

“(p.428) Tijdens het ingestelde onderzoek aan de personenauto (zwarte VW golf, [kenteken 2]) werd door ons, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], het navolgende gezien, gedaan en bevonden: (…) In het opbergvakje aan de achterzijde van de bijrijdersstoel zagen wij, verbalisanten, een horloge liggen. Deze was van het merk Breitling, met serienummer: [serienummer 2].”23

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.226) Op 30 maart 2013 heb ik een bezoek gebracht aan aangever [slachtoffer 1]. (….) Tevens overhandigde aangever mij een garantiebewijs van [juwelier], betreffende een Breitling horloge, type [serienummer 2]. Deze gegevens kwamen overeen met het aangetroffen horloge.”24

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.752) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [getuige 1], [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum 2]. (….) (p.753) Omstreeks 05.45 uur kregen wij middels de portofoon de melding mee dat er collega’s achter een zwarte Golf voorzien van het kenteken beginnend met 43 reden. Hier zaten de mogelijke verdachten van de woningoverval in. Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig op de Provinciale weg in de richting van de kruising met het Zwarte Paard kwam gereden. (…..) Hierop opende ik, verbalisant Schaap het bestuurdersportier en verzocht de verdachte uit te stappen. (….) Opvallend was dat de verdachte uitstapte in een droog wit t-shirt met daaronder een droge groene joggingsbroek. Ook was het opvallend dat de verdachte droge sokken aan had en op slippers (met klittenband) liep en rook naar de parfum.”25

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.258) Bij nader onderzoek van de op 29 maart 2013 in de kofferbak van de door verdachte [medeverdachte 3] bestuurde Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 2], aangetroffen kleding zag ik, verbalisant een aantal kledingstukken met modder besmeurd waren. Ik zag dat de schoenen van het merk Adidas (….) met modder besmeurd waren. Deze schoenen hadden de maataanduiding: 45 1/3. Ik zag dat de zwarte broek met gele vlakken (….) aan de broekspijpen met modder besmeurd was. Deze broek was voorzien van een maataanduiding: L. Bij raadpleging van het BVI-IB systeem zag ik dat het in HKS vastgelegde signalement van [medeverdachte 3] onder meer was vermeld: [signalement].26

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt voorts dat in de kofferbak van de Volkswagen met kenteken [kenteken 2] onder meer is aangetroffen een vest, maat XL kleur grijs en een jas, maat XXL, kleur grijs met zwarte mouwen.27

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt: (…..)

Persoon op de overloop:

- vermoedelijk grijs gekleed. (…)

De getuige [slachtoffer 2] verklaart over drie personen: (…..)

Persoon 3:

- donkere kleding. (….).”28

de verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard:

“(p.902) [medeverdachte 3] droeg een donkerblauw of zwarte glanzende trainingsbroek, hij droeg een zwarte muts, grijs vest en korte zwarte jas ook van stof.”29

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 11 juli 2013 blijkt dat in het op een airbag aangetroffen sporenmateriaal ([sin 2]) een DNA-mengprofiel van ten minste vier of vijf personen is aangetroffen waaronder onder meer A. [getuige 1].30

De rechtbank stelt vast dat [getuige 1], als bestuurder in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als persoon op de overloop en persoon 3 werd omschreven.

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.688) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [medeverdachte 2], geboren op 21 november 1993. (….) (p.689) Ik, [verbalisant 3], hoorde dat mijn collega [verbalisant 4], de inzittende rechts achterin gebood het portier te openen. (….)Ik, [verbalisant 5], liep naar de manspersoon die bij verbalisant [verbalisant 3] stond ter hoogte van het rechter achterportier. (…..) Ik voelde onderaan de broekspijpen van de man dat deze nat waren. Ook zag ik dat zijn broek en schoenen met modder besmeurd waren.”31

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.296) Ik zag dat de verdachte die wij over moesten brengen, verdachte [medeverdachte 2], veel modder op zijn broek en schoenen had zitten. Ik zag ook dat hij modder op zijn handen had zitten. Ik zag dat onze verdachte enkele schaafwonden op zijn gezicht had zitten. Ik rook dat onze verdachte naar modder en slootwater rook.”32

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.295) Ik zag ook in de hoes aan de achterkant van de bijrijders stoel een Breitling (p.296) horloge liggen.”33

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt:

Persoon “zwart”:

- geheel in het zwart gekleed, capuchon, vermoedelijk joggingkleding. (….)

(p252) De kleding die de verdachten op het moment van aanhouding droegen, kan als volgt worden omschreven:

Verdachte [medeverdachte 2]:

  • -

    zwarte broek (….)

  • -

    zwarte trui, voorzien van capuchon

  • -

    zwart jack.”34

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 09 oktober 2013 blijkt dat in het op een pook aangetroffen sporenmateriaal ([sin 4]) een onvolledig DNA-mengprofiel van minimaal twee personen is aangetroffen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [medeverdachte 2] en minimaal één onbekende persoon.35

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 2] in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als de persoon zwart en persoon 2 werd omschreven.

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.810) Op 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (…..) als verdachte aan: [verdachte], geboren in [1990]. (….) (p.811) Hierop opende ik, verbalisant [verbalisant 6], het bijrijders portier en verzocht de verdachte uit te stappen. (….) Opvallend was dat de verdachte uitstapte en droge broek en gympen had. Hij droeg een gewatteerde zwarte half lange jas tot op de boven benen. De verdachte stonk naar zweet. De verdachte droeg een bril.”36

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt: (…)

Persoon “grijs” (met vuurwapen):

  • -

    getint gezicht, donkerder dan dat van “zwart”;

  • -

    vermoedelijk zwarte joggingbroek

  • -

    grijs stoffen jack/vest met capuchon. (….)

De getuige [slachtoffer 2] verklaart over drie personen:

Persoon 1 (met vuurwapen):

(….) – droeg een grijze capuchon (…..)

(p.252) De kleding die de verdachten op het moment van aanhouding droegen, kan als volgt worden omschreven (….)

Verdachte [verdachte]:

  • -

    zwarte Adidas trainingsbroek (…..)

  • -

    zwarte spijkerbroek (….)

  • -

    zwart jack, voorzien van capuchon

  • -

    grijs vest, voorzien van capuchon.”37

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 11 juli 2013 blijkt dat in het sporenmateriaal aangetroffen op ruwe delen van een vuurwapen ([sin 1]) een DNA-mengprofiel van tenminste drie personen is aangetroffen, te weten [verdachte] en ten minste twee andere personen.38

Uit een uitgewerkt tapgesprek tussen [verdachte] en zijn moeder wordt het volgende gezegd [verdachte]= [verdachte] en [moeder]= [moeder])

“(…..)

[moeder] waar hebben ze je gevonden om 4 uur?

[verdachte] ik en twee andere Marokkanen zijn aangehouden.

[moeder] jullie hebben de auto veranderd

[verdachte] en [medeverdachte 1] heeft zijn arm gebroken in de auto

[moeder] zat je er wel bij toen?

[verdachte] ik zat er wel bij, maar ik ben weggerend, moet ik blijf daar toch niet zitten.”39

De rechtbank stelt vast [verdachte] in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als de persoon grijs en persoon 1 werd omschreven.

De raadsvrouw heeft de nodige vraagtekens gezet bij de bewijswaarde van het DNA-onderzoek en is van mening dat een en ander in onvoldoende mate in de rapportage van het NFI is onderbouwd.

De enkele betwisting van de raadsvrouw, gebaseerd op de omstandigheid dat “haar” iets niet duidelijk is in de rapportage van het NFI, is onvoldoende om het DNA onderzoek ter zijde te schuiven, te meer nu de raadsvrouw in voldoende mate in de gelegenheid is geweest de ter terechtzitting aanwezige deskundige die de rapportage heeft opgemaakt vragen te stellen om die onduidelijkheid weg te nemen. De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw, in voldoende mate door de rapportage betreffende de bewijswaarde van het DNA onderzoek geïnformeerd.

Conclusie

Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 29 maart 2013 te Tiel - in een woning gelegen aan de [adres 2] en op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Breitlinghorloge, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededaders

- een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een steen hebben ingegooid en

- gewapend met een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- een vuurwapen, op die [slachtoffer 1] hebben gericht en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een vuurwapen, hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar hebben voorgehouden en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben geroepen en geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en"een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis";

2.

hij op 29 maart 2013 te Tiel - in een woning gelegen aan de [adres 2] en op een voor nachtrust bestemd tijdstip tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en geld, (ongeveer 1000 euro), toebehorende aan die [slachtoffer 1] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een steen hebben ingegooid en vervolgens

- gewapend met een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en vervolgens

- de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- een vuurwapen, op die [slachtoffer 1] hebben gericht en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een vuurwapen, hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar hebben voorgehouden en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben geroepen en geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en vervolgens "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis";

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar onvoorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de impact die dit soort feiten heeft op hen die het overkomt maar ook op de samenleving in het algemeen. Dat gebruik is gemaakt van een vuurwapen en aangever [slachtoffer 1] ten tijde van de overval en het doorzoeken van de woning onder schot is gehouden voor de ogen van zijn vrouw. Het er de schijn van heeft dat de woning was uitgezocht om te overvallen en dat de overval door meerdere personen is gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte is first offender. Zijn gezondheidssituatie is sinds zijn verblijf in het Huis van Bewaring verslechterd. Verdachte heeft de zorg voor zijn oma die nauwelijks Nederlands spreekt en in Nederland geen groot sociaal netwerk heeft. Verdachte kan in februari 2014 weer naar school en verdachte is bereid alle hulp en voorwaarden te accepteren. Verzocht wordt te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 04 juni 2013; en

 een tweetal voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 03 april 2013 en 23 mei 2013 betreffende verdachte;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft, samen met anderen op brutale wijze een woningoverval gepleegd. Na een ontvangen tip dat er een kluis in de woning aanwezig zou zijn, daarmee veronderstellend dat er dus ook veel geld te halen zou zijn, heeft verdachte, samen met zijn mededaders het plan opgevat om gedurende de nachtelijke uren, het moment dat het stil is op straat en de bewoners over het algemeen in diepe rust zijn, de overval te plegen. De wijze van uitvoering van de overval acht de rechtbank professioneel nu gebruik is gemaakt van een gestolen auto, deze enige tijd is “koud gezet”, op de gestolen auto valse kentekenplaten zijn gemonteerd en kort voorafgaand aan de overval nog getankt werd. In de auto werden diverse spullen aangetroffen die erop wijzen dat, zou men betrapt worden, achtervolgers, zoals politie, afgeschud moesten worden.

Een woning behoort voor de bewoners een plaats te zijn waar men zich veilig voelt. Wanneer men dan op de wijze zoals bewezenverklaard in de eigen woning overvallen wordt, waarbij de een ([slachtoffer 1]) in het aangezicht van de ander ([slachtoffer 2]) met een vuurwapen wordt bedreigd is dat niet alleen voor degeen die bedreigd wordt met het vuurwapen, maar ook voor degeen die dit moet aanzien bijzonder angstig. Een dergelijke ervaring, mede gelet ook op de redelijk gevorderde leeftijd van de overvallen personen, zullen zij nog lange tijd in negatieve zin met zich moeten meedragen.

Niet alleen is een dergelijke overval schokkend voor degenen die dit overkomen is, maar ook voor de samenleving. Uit het optreden van verdachte blijkt dat er personen zijn die zonder zich iets aantrekken van wat zij anderen aandoen, met het grootste gemak en louter uit financieel gewin, een overval kunnen plegen.

Verdachte was ten tijde van de overval 22 jaar. Verdachte had, zoals de rechtbank bewezen heeft geacht, het vuurwapen tot zijn beschikking waarmee hij de slachtoffers ten tijde van de overval heeft bedreigd. Verdachte heeft documentatie ter zake geweldsdelicten. Die eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden opnieuw ernstige strafbare feiten te plegen.

De ernst van de feiten rechtvaardigen een straf die hoger is dan de oriëntatiepunten als uitgangspunt geven. Rekening houdend met de nog jeugdige leeftijd van verdachte, ziet de rechtbank wel aanleiding de straf ten opzichte van de eis van de officier van justitie te matigen. In het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling, zo verdachte daarvoor in aanmerking komt, kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals in de reclasseringsrapportage omschreven.

Voor wat betreft het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat een deel kan worden teruggegeven aan de rechthebbende. Voor wat betreft het overige beslag heeft de officier van justitie meegedeeld geen vordering te kunnen doen nu niet bekend is aan wie die goederen toebehoren.

Op grond van het bepaalde in artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank een beslissing nemen op het beslag. Gedurende het onderzoek zijn veel goederen in beslaggenomen. Een deel daarvan is gedurende het onderzoek teruggegeven aan de rechthebbende(n). Voor wat betreft de nog resterende goederen waarop nog beslag rust is niet bekend onder wie die goederen in beslag zijn genomen.

Voor wat betreft een BMW met origineel kenteken [kenteken 3], een keuringsbewijs, een toegangspas en sleutel is de rechtbank van oordeel dat deze kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende te weten [rechthebbende].

Voor wat betreft de overige inbeslaggenomen goederen zal de rechtbank, conform het bepaalde in artikel 353, tweede lid, aanhef en onder c van het Wetboek van Strafvordering, bepalen dat daarvan de bewaring wordt gelast ten behoeve van de rechthebbende.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.501,80 bestaande uit materiele schade ten bedrage van € 1.215,80 en immateriële schade ten bedrage van € 2.286,00, te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover het betreft de benadeelde partij [slachtoffer 1] en een bedrag van € 2.696,00 bestaande uit materiele schade ten bedrage van € 410,00 en immateriële schade ten bedrage van € 2.286,00 te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover het betreft de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partijen integraal toe te wijzen en daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat voor wat betreft de vordering van [slachtoffer 1] de reiskosten en parkeerkosten dienen te worden afgewezen en voor het overige de vordering niet onderbouwd is met stukken. Voor wat betreft de immateriële schade is de verdediging van oordeel dat deze in onvoldoende mate is onderbouwd en geen stukken zijn overgelegd.

Voor wat betreft de vordering van [slachtoffer 2] stelt de verdediging dat de kosten niet zijn onderbouwd met bewijsstukken en niet is aangetoond dat zij het eigen risico heeft moeten betalen c.q. wanneer dat is betaald. Voor wat betreft de immateriële schade wordt opgemaakt dat de beschreven situatie niet overeenkomt met de zaak waarnaar verwezen wordt.

Conclusie rechtbank

Aan de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze immateriële schade begroot op na te melden bedrag.

De materiele schade, zoals door de benadeelde partijen gevorderd, komt de rechtbank voor wat betreft de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet onredelijk voor en kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook worden toegewezen zoals gevorderd. Voor wat betreft de eigen bijdrage welke de benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert, te weten in totaal € 410,-- is de rechtbank van oordeel dat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd en behandeling daarvan een onevenredige belasting voor het strafgeding met zich meebrengt. De benadeelde partij [slachtoffer 2] zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 29 maart 2013.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van een BMW met origineel kenteken [kenteken 3], een keuringsbewijs, een toegangspas en sleutel aan de eigenaar [rechthebbende].

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) voor wat betreft de overige in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan [slachtoffer 1], te betalen € 3.501,80 (zegge drieduizend vijfhonderd één euro en tachtig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3.501,80, subsidiair 45 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal zijn gekweten de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen € 3.501,80 (zegge drieduizend vijfhonderd één euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 45 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan [slachtoffer 2], te betalen € 2.286,00 (zegge tweeduizend tweehonderdzesendertig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.286,00, subsidiair 30 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal zijn gekweten de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen € 2.286,00 (zegge tweeduizend tweehonderdzesendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. C. van Linschoten (voorzitter, mr. J. Barrau mr. G.J.M. van Wijk, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door door een verbalisant van de Politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0800 2013-055494, gesloten op 12 juni 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van de aangever [slachtoffer 1] pag. 220 e.v.;

3 De verklaring van de getuige [slachtoffer 2] pag. 235 e.v.;

4 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 357;

5 Mutatie-rapport pag. 77;

6 Mutatie-rapport pag. 78;

7 De verklaring van de getuige [getuige 2] pag.239 en 241;

8 De verklaring van de getuige [getuige 3] pag. 245 en 246;

9 De verklaring van de getuige [getuige 2] pag.239 en 241;

10 De verklaring van de getuige [getuige 3] pag.246;

11 De verklaring van de getuige [getuige 4] pag. 273;

12 Mutatie-rapport pag. 79;

13 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 271;

14 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 366;

15 Een proces-verbaal Wet wapens en munitie pag. 412;

16 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 378 en 379;

17 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 310;

18 Proces-verbaal aanhouding pag. 866 en 867;

19 De verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] pag. 888, 889 en 893;

20 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 920 en 921;

21 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 233;

22 Een proces-verbaal van aanhouding pag. 752 en 753;

23 Een proces-verbaal sporenonderzoek pag. 428;

24 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 226;

25 Proces-verbaal van aanhouding pag. 752 en 753;

26 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 258;

27 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 474 en 477 voor zover telkens hierboven weergegeven.

28 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 250 en 251;

29 De verklaring van verdachte [medeverdachte 1] pag. 902;

30 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d. 11 juli 2013

31 Proces-verbaal van aanhouding pag. 688 en 689;

32 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 296;

33 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 295 en 296;

34 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 251 en 252;

35 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d.09 oktober 2013

36 Proces-verbaal van aanhouding pag. 810 en 811;

37 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 251 en 252;

38 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d.11 juli 2013

39 Een proces-verbaal van bevindingen met als bijlage een tapgesprek, neergelegd in het 5e aanvullende proces-verbaal.