Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4171

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
05/720178-13 en 05/730287-11 (tul)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:4990, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal en afpersing in vereniging. Woningoverval in de nachtelijke uren. Bedreiging met een vuurwapen. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/720178-13 en 05/730287-11 (tul)

Datum zitting : 09 juli 2013, 01 oktober 2013 en 15 oktober 2013

Datum uitspraak : 29 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1993] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

raadsman : mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (Breitling)horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) - een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of - gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 29 maart 2013 te Tiel - in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] en/of op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en/of geld, (ongeveer 1000 euro)), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met een steen heeft/hebben ingegooid en/of - gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar heeft/hebben voorgehouden en/of (vervolgens) - tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen en/of geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en/of "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en/of (vervolgens) "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en/of "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 15 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

Als benadeelde partij zijn ter terechtzitting aanwezig:

  • -

    [slachtoffer 1] en

  • -

    [slachtoffer 2].

De officier van justitie, mr. A. Waterman, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a Overwegingen

1.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet voor het bewijs gebruikt kan worden nu deze, kort samengevat, op onderdelen tegenstrijdig is en hij er belang bij heeft anderen te belasten om daarmee zichzelf te ontlasten.

De rechtbank overweegt als volgt.

[medeverdachte 1] heeft direct na zijn aanhouding, kort na het ongeval, aangegeven dat hij met vrienden in de verongelukte BMW heeft gezeten en dat die vrienden na het ongeval wegrenden. Gevraagd naar die vrienden verklaarde [medeverdachte 1] dat het ene [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] betrof. De achternamen wist hij niet maar wel dat alle drie die personen in Tiel woonachtig zijn. Ook in later door hem afgelegde verklaringen heeft [medeverdachte 1] gezegd dat hij met voornoemd drietal in de BMW heeft gezeten kort voordat het ongeval plaatsvond. Bij de rechter-commissaris verklaarde [medeverdachte 1] dat hij zijn ten overstaan van de politie afgelegde verklaringen heeft gecontroleerd en dat hij naar waarheid heeft verklaard.

Wat betreft de vraag wie kort voorafgaand en ten tijde van het ongeval in de BMW zaten, staat de verklaring van [medeverdachte 1] op voor de bewijsvoering essentiële onderdelen niet op zichzelf. Naast de verklaring van [medeverdachte 1] bevinden zich in het dossier meerdere andere bewijsmiddelen, zoals onderstaand is verwoord, waaruit kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] voorafgaand en ten tijde van het ongeval in de BMW zaten. Dit maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] op dat onderdeel betrouwbaar acht en voor het bewijs kan bezigen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

2.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet voor het bewijs gebruikt kan worden nu de verdediging het ondervragingsrecht van [medeverdachte 1] niet heeft kunnen uitoefenen, immers [medeverdachte 1] beroept zich telkens zodra hij als getuige wordt gehoord (ten overstaan van de rechter-commissaris en ter terechtzitting), op het hem toekomende verschoningsrecht. Omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen en het bewijs grotendeels is gebaseerd op de verklaring van [medeverdachte 1], mag zijn verklaring niet voor het bewijs worden gebezigd.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op het moment dat [medeverdachte 1] ten overstaan van de rechter-commissaris en ter terechtzitting als getuige wordt gehoord in de zaak tegen verdachte, beroept hij zich op het hem toekomende verschoningsrecht. De vraag die van belang is, is of het bewijs wat de rechtbank kan gebruiken bij de beantwoording van de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, uitsluitend gebaseerd is op die onderdelen van de verklaring van [medeverdachte 1] die voor verdachte belastend zijn. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Uit de hierna aan te halen bewijsmiddelen, zoals onderstaand is verwoord, blijkt dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet op zichzelf staat. Naast de verklaring van [medeverdachte 1] bevinden zich in het dossier meerdere andere bewijsmiddelen die de verklaring van [medeverdachte 1] ondersteunen. Dit maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] kan bezigen voor het bewijs. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De overval

De aangever [slachtoffer 1], mede namens [slachtoffer 2], heeft verklaard:

“(p.220) Op donderdag 28 maart 2013 (….) (p.221) ging ik rond 22.45 uur naar bed. (…..) Ik lag te slapen en opeens maakt mijn vrouw mij wakker omdat ze zei dat ze 1 klap had gehoord. (…..) Onze slaapkamerdeur was open en ik hoorde gestommel en opeens kwam er een man binnen. Ik noem hem Grijs. Achter hem kwam nog een man onze slaapkamer binnen, ik noem hem Zwart. Grijs stond opeens voor me en had zijn rechterarm gestrekt naar mijn gezicht. Ik keek in de loop van een pistool. (…..) Ik hoorde Grijs roepen: “Geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan.” Hij riep dit wel zeker 10 keer. Het uiteinde van die loop was ongeveer 10 cm van mijn gezicht en hij richtte op mijn neus. Zwart liep naar de andere kant van het bed naar [slachtoffer 2]. (…..) Ik hoorde Zwart roepen: “We hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn.” Grijs begon te schreeuwen over de kluis en dat hij mij wat zou aandoen. Grijs schreeuwde en Zwart was rustiger. Beiden spraken Nederlands maar met een Turk-Marokkaans accent. Ik neig naar Marokkaans. In mijn zaak krijg ik veel van dat soort mensen op bezoek en hoor ik vaak dit soort accent. Er kwam nog een derde man de trap op en af lopen en deze riep wat. (….) Grijs hield mij steeds met dat pistool onder controle en deed enkel een laadje open van mijn nachtkastje. Zwart keek overal en liep om de kast heen. (….) Mijn Breitling-horloge (….) lag op mijn nachtkastje. Grijs nam dit horloge weg. (…) Grijs bleef om geld schreeuwen en de kluis. Hij schreeuwde: “We moeten geld hebben anders doen we jou wat aan.” Op het dressoir in de slaapkamer lag mijn broek waar mijn portemonnee in zat. (….) Ik schat dat er in die portemonnee ongeveer euro 1.000,-- zat. (….) (p.222) Verder zat er mijn rijbewijs in, mijn identiteitskaart en 2 a 3 pasjes van het ziekenhuis in Tiel en Nieuwegein.”2

De getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard:

“(p.235) Ik woon op de [adres 2] te Tiel. Ik woon hier met mijn man [slachtoffer 1]. Op donderdag 28 maart 2013 ben ik omstreeks 21.30 uur naar bed gegaan. (….) Omstreeks 03.30 uur hoorde ik hard gerinkel. Ik werd hier wakker van. Ik maakte [slachtoffer 1] wakker en vertelde wat ik gehoord had. Al heel snel, na het harde gerinkel, ging de lamp aan. (….) Ik zag twee jongens de slaapkamer opkomen. Zij hadden alle lampen aangedaan in de woning. (….) Ik zag dat een van de twee een wapen had. Met een wapen bedoel ik een pistool. (…..) Ik hoorde allebei de jongens roepen. Ik noem de jongen met het wapen even jongen 1, voor het gemak. De jongen zonder wapen noem ik jongen 2. (…..) (p.236) Ik hoorde jongen 1 roepen: “Een overval, een gewapende overval,” “ik wil geld, juwelen” en “waar is de kluis, de kluis. (….) Ik hoorde hem zeggen dat ze een tip hadden over onze kluis. Ze hadden het steeds maar over de kluis. Terwijl hij dit zei zag ik dat hij zijn wapen gericht hield op [slachtoffer 1]. Hij hield hem ongeveer 30 centimeter van hem af. Het was vreselijk om te zien. ik was zo bang dat ze hem wat aan zouden doen. (….) Het wapen was alleen gericht op [slachtoffer 1]. (….) Toen kwam er een derde jongen, ik noem hem voor het gemak even jongen 3. Jongen 3 riep iets tegen jongen 1 en 2. Hij deed dit in een buitenlandse taal. (….) (p.237) Van de balletkast hebben de jongens de horloge van [slachtoffer 1] gepakt. (…) Hij was Breitling. In de broek van [slachtoffer 1] zat zijn portemonnee. (….) Deze heeft [slachtoffer 1] uit zijn broek gehaald en aan jongen 1 gegeven. Hier zat geld in en veel pasjes.”3

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.357) Het onderzoek is verricht in een woning (vrijstaand) bij [slachtoffer 1] te [adres 2]. (…..) In de voorgevel was een draairaam gesitueerd. Dit raam was voorzien van dubbele beglazing en twee raamgrendels. (….) De dubbele ruit was ingegooid met een kei.”4

Tijdstip en duur overval

Op 29 oktober 2013 te 03:51 uur ontving de politie een melding dat op een sloopbedrijf een overval werd gepleegd.5 Te 03:53 uur diezelfde dag belde een melder dat hij is overvallen.6

De getuige [getuige 1] heeft verklaard:

“(p.239) Ik kijk vanaf mijn woning op de [adres 2] te Tiel. Dit betreft de woning van [slachtoffer 1]. Op 29 maart 2013 omstreeks 03.44 uur werd ik wakker van glasgerinkel. Ik ben toen uit bed gestapt en naar het balkon gelopen via de slaapkamer. (p.241) Ik wist dat het zo laat was want ik keek direct op mijn wekker. (….) Ik zag vervolgens dat er een personenauto stond op de [adres 2]. Ik hoorde dat de motor van de auto draaide. (p.242) Ik wilde toen 112 bellen. Dit kreeg ik niet voor elkaar. (…..) Ik heb vervolgens de telefoon aan mijn vrouw gegeven. Ik heb vervolgens de schuifdeur open gemaakt. Deze geeft toegang tot het balkon. Terwijl ik dit deed zag ik dat de auto snel optrok.”7

De getuige [getuige 2] heeft verklaard:

“(p245) Ik woon in [adres 3] in Tiel. (…..) Ik schrok wakker op 03.44 uur. Ik lag met mijn gezicht naar de wekker en dat was het eerste wat ik zag. Ik en mijn man schrokken tegelijk wakker van het glasgerinkel. (….) Mijn man stapte gelijk uit zijn bed en liep het balkon op. (p.246) (….) Ik moest 112 bellen om te melden dat er mogelijk een overval aan de gang zou zijn bij [slachtoffer 1] [slachtoffer 1]. Op het moment dat ik aan het bellen was met de meldkamer van politie, hoorde ik de auto hard wegscheuren. Ik stond op dat moment nog steeds op het balkon en zag de auto wegscheuren in de richting van de Grotebrugse Grintweg.”8

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de overval geduurd heeft van 03.44 uur (het moment dat de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] wakker worden van glasgerinkel) tot 03.51 uur (het moment dat getuige [getuige 2] belt met de meldkamer van de politie en waarop de auto hard wegscheurde).

Welke auto is gebruikt bij de overval

De getuige [getuige 1] heeft verklaard:

“(p.239) Ik zag toen een grotere Sedan auto van het merk BMW of Audi, tegenover de woning van de [adres 2] te Tiel. Ik zag en hoorde dat de motor draaide en de verlichting brandde. Ik heb zicht op de voorzijde van het voertuig. De verlichting was fel wit, leek op xenon verlichting. (….) De auto is een keer aan en uit geweest. Toen is ook de verlichting in dimstand gegaan. (….) Ik zag in het voorbij rijden de cijfer [cijfer 1] in het kenteken. Dit was het eerste cijfer van het kenteken (p241) Ik hoorde vervolgens een monotoon bromgeluid. (….) Ik zag vervolgens dat er een personenauto stond op de [adres 2]. (…..) Ik heb (…) meerdere personen zien rennen (….) uit de richting van de woning van familie [slachtoffer 1].”9

De getuige [getuige 2] heeft verklaard:

(p.246) Ik stond op dat moment nog steeds op het balkon en zag de auto wegscheuren in de richting van de Grotebrugse Grintweg.”10

De getuige [getuige 3] heeft verklaard:

(p.273). Op vrijdag 29 maart 2013 omstreeks 03.50 uur reed ik in mijn BMW (….) over de Industrieweg in Tiel. Ik kwam uit de richting Tiel en ik reed richting Eck en Wiel. Gekomen bij de rechtsgelegen Grote Brugse Grindweg zag ik een lichtflits in mijn rechterbuitenspiegel en ik hoorde een hele harde klap en ik zag een auto door de bossages rechts van mij bokkend voortbewegen. (…) Ik belde meteen 112.11

Op 29 oktober 2013 te 03:58 uur ontving de politie een melding “BMW over de kop, incidentlocatie Eck en Wiel.12

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.271) Op 29 maart 2013 omstreeks 04.00 uur hebben wij een onderzoek ingesteld. (….) Omdat de collega’s al ter plaatse waren in Tiel, reden wij naar het Zwarte Paard te Ommeren. Ter plaatse zagen wij dat er een BMW M5 met alarmlichten aan stond. Wij zagen dat de BMW zwaar beschadigd was. Wij zagen aan de sporen aldaar dat de BMW was gekomen uit de richting van de Grote Brugse Grintweg en was gereden in de richting van de kruising Zwarte Paard met de Breedslagseweg. (….) Wij zagen dat de BMW was voorzien van het kenteken [kenteken 1].”13

Uit een proces-verbaal van bevindingen, sporenonderzoek aan de BMW, blijkt het volgende:

“(p.366) Ik zag op de vloer achter de passagiersstoel, voor de achterbank, een zwart pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, liggen. (…) Het pistool werd door mij veiliggesteld, SIN [sin 1]. (…) Uit vorenstaande maakten wij op dat de BMW personenauto uit de richting Tiel over de Grote Brugse Grindweg in de richting van Eck en Wiel heeft gereden.”14

Uit een proces-verbaal Wet wapens en munitie blijkt het volgende:

“(p.412) Het op 29 maart 2013 inbeslaggenomen voorwerp is een gaspistool van het merk Kimar, type 85 auto, kaliber 8 mm K, voorzien van het serienummer [serienummer 1]. Het voorwerp heeft een voor het doorlaten van gassen of stoffen geschikte loop. Het voorwerp, waarvan de werking berust op het teweeg brengen van een scheikundige reactie, is derhalve geschikt om (weerloosmakende en traanverwekkende) stoffen door een loop af te schieten. (…) Derhalve is dit voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III, onder 1e van de Wet wapens en Munitie. Het wapen is voorzien van het Sporen Identificatie Nummer (SIN) [sin 1].”15

Uit een proces-verbaal van bevindingen, sporenonderzoek aan de BMW, blijkt het volgende:

“(p.378) Zowel de voorste airbags uit het stuurwiel aan de bestuurderszijde ([sin 2]) als uit het dashboard aan de bijrijderszijde ([sin 3]) werden door ons, verbalisanten, veiliggesteld. (…..) (p.379) De pook van de automaatversnelling ([sin 4]) en het stuurwiel ([sin 5]) werden door ons, verbalisanten, bemonsterd middels een wattenstaafje.”16

Uit een proces-verbaal van bevinden blijkt het volgende:

“(p.310) Reistijd van [adres 2] te Tiel naar N835 kruising Zwartepaard te Ommeren bedraagt volgens Googlemaps 8 minuten.”17

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de te 03:58 verongelukte BMW dezelfde is als die welke te 03:51 uur bij te [adres 2] te Tiel is weggereden vanaf de plaats van de overval.

Wie zijn betrokken bij de overval

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.866) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.20 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 1]. (…..). (p.867) Hierop hoorde ik de verdachte zeggen dat hij met ene [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte] in de BMW had gezeten”18

De verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard:

“(p.888) Tijdens het joggen zag ik een bekende van mij in een auto zitten. Hij was mijn maatje en hij heet [medeverdachte 2] (…..). Ik zag dat hij in een nieuwe mooie BMW zat met 2 anderen erbij. Dat waren [medeverdachte 3] en [verdachte]. (….) [verdachte] zat achter het stuur. (….) (p.889) Ik ben vervolgens in de auto gestapt. Ik ben achterin gaan zitten aan de rechterkant. (…..) (p.893) [medeverdachte 3] zat achter [verdachte], de bestuurder (….) Ik ging achter [medeverdachte 2] zitten.”19

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.920) Op maandag 6 mei 2013 te 13.35 uur werd door mij telefonisch als getuige gehoord [getuige 4]. (….) Tijdens dit telefonische verhoor liet de heer [getuige 4] zich ontvallen dat zijn zoon, [medeverdachte 1], in gesprekken die hij na zijn aanhouding met zijn vader heeft gevoerd had verklaard dat [medeverdachte 1] niet uit de auto was geweest “bij dat huis.” (….) (p.921) Getuige [getuige 4] verklaarde dat zijn zoon [medeverdachte 1] over zijn betrokkenheid bij de overval op de familie [slachtoffer 1] aan hem had verklaard dat:

  • -

    hij “niet uit de auto was geweest bij dat huis.” (….)

  • -

    de drie andere jongens bij dat huis waren uitgestapt en hij steeds in de auto is blijven zitten.

Getuige [getuige 4] heeft deze zinnen tijdens het telefonisch gesprek diverse malen herhaald.20

Op grond van het voorgaande betreffende de verdachte [medeverdachte 1] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op het moment van de overval in de auto heeft gezeten en niet in de woning is geweest.

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.233) Wij hoorden hun vertellen dat [medeverdachte 1] verklaard had dat hij samen met [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de auto had gezeten (….) vermoedelijk de ons ambtshalve bekende personen: [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. (….) Vervolgens hebben wij de meldkamer en overige eenheden verteld dat [verdachte] veel rijdt in een zwarte Volkswagen Golf met een kenteken dat begint met de cijfers [cijfer 2].”21

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.752) Op vrijdag 29 maart 2013 (…..) (p.753) omstreeks 05.45 uur kregen wij middels de portofoon de melding mee dat er collega’s achter een zwarte Golf voorzien van het kenteken beginnend met [cijfer 2] reden. Hier zaten de mogelijke verdachten van de woningoverval in.”22

Uit een proces-verbaal sporenonderzoek blijkt het volgende:

“(p.428) Tijdens het ingestelde onderzoek aan de personenauto (zwarte VW golf, [kenteken 2]) werd door ons, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], het navolgende gezien, gedaan en bevonden: (…) In het opbergvakje aan de achterzijde van de bijrijdersstoel zagen wij, verbalisanten, een horloge liggen. Deze was van het merk Breitling, met serienummer: [serienummer 2].”23

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.226) Op 30 maart 2013 heb ik een bezoek gebracht aan aangever [slachtoffer 1]. (….) Tevens overhandigde aangever mij een garantiebewijs van [juwelier], betreffende een Breitling horloge, type [serienummer 2]. Deze gegevens kwamen overeen met het aangetroffen horloge.”24

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.752) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [verdachte] geboren op [1993]. (….) (p.753) Omstreeks 05.45 uur kregen wij middels de portofoon de melding mee dat er collega’s achter een zwarte Golf voorzien van het kenteken beginnend met [cijfer 2] reden. Hier zaten de mogelijke verdachten van de woningoverval in. Wij, verbalisanten, zagen dat het voertuig op de Provinciale weg in de richting van de kruising met het Zwarte Paard kwam gereden. (…..) Hierop opende ik, verbalisant Schaap het bestuurdersportier en verzocht de verdachte uit te stappen. (….) Opvallend was dat de verdachte uitstapte in een droog wit t-shirt met daaronder een droge groene joggingsbroek. Ook was het opvallend dat de verdachte droge sokken aan had en op slippers (met klittenband) liep en rook naar de parfum.”25

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.258) Bij nader onderzoek van de op 29 maart 2013 in de kofferbak van de door verdachte [verdachte] bestuurde Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 2], aangetroffen kleding zag ik, verbalisant een aantal kledingstukken met modder besmeurd waren. Ik zag dat de schoenen van het merk Adidas (….) met modder besmeurd waren. Deze schoenen hadden de maataanduiding: 45 1/3. Ik zag dat de zwarte broek met gele vlakken (….) aan de broekspijpen met modder besmeurd was. Deze broek was voorzien van een maataanduiding: L. Bij raadpleging van het BVI-IB systeem zag ik dat het in HKS vastgelegde signalement van [verdachte] onder meer was vermeld: [signalement].26

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt voorts dat in de kofferbak van de Volkswagen met kenteken [kenteken 2] onder meer is aangetroffen een vest, maat XL kleur grijs en een jas, maat XXL, kleur grijs met zwarte mouwen.27

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt: (…..)

Persoon op de overloop:

- vermoedelijk grijs gekleed. (…)

De getuige [slachtoffer 2] verklaart over drie personen: (…..)

Persoon 3:

- donkere kleding. (….).”28

de verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard:

“(p.902) [verdachte] droeg een donkerblauw of zwarte glanzende trainingsbroek, hij droeg een zwarte muts, grijs vest en korte zwarte jas ook van stof.”29

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 11 juli 2013 blijkt dat in het op een airbag aangetroffen sporenmateriaal ([sin 2]) een DNA-mengprofiel van ten minste vier of vijf personen is aangetroffen waaronder onder meer [verdachte].30

De rechtbank stelt vast dat [verdachte], als bestuurder in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als persoon op de overloop en persoon 3 werd omschreven.

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.688) Op vrijdag 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (….) als verdachte aan: [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum 2]. (….) (p.689) Ik, [verbalisant 3], hoorde dat mijn collega [verbalisant 4], de inzittende rechts achterin gebood het portier te openen. (….)Ik, [verbalisant 5], liep naar de manspersoon die bij verbalisant [verbalisant 3] stond ter hoogte van het rechter achterportier. (…..) Ik voelde onderaan de broekspijpen van de man dat deze nat waren. Ook zag ik dat zijn broek en schoenen met modder besmeurd waren.”31

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.296) Ik zag dat de verdachte die wij over moesten brengen, verdachte [medeverdachte 3], veel modder op zijn broek en schoenen had zitten. Ik zag ook dat hij modder op zijn handen had zitten. Ik zag dat onze verdachte enkele schaafwonden op zijn gezicht had zitten. Ik rook dat onze verdachte naar modder en slootwater rook.”32

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.295) Ik zag ook in de hoes aan de achterkant van de bijrijders stoel een Breitling (p.296) horloge liggen.”33

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt:

Persoon “zwart”:

- geheel in het zwart gekleed, capuchon, vermoedelijk joggingkleding. (….)

(p252) De kleding die de verdachten op het moment van aanhouding droegen, kan als volgt worden omschreven:

Verdachte [medeverdachte 3]:

  • -

    zwarte broek (….)

  • -

    zwarte trui, voorzien van capuchon

  • -

    zwart jack.”34

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 09 oktober 2013 blijkt dat in het op een pook aangetroffen sporenmateriaal ([sin 4]) een onvolledig DNA-mengprofiel van minimaal twee personen is aangetroffen. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [medeverdachte 3] en minimaal één onbekende persoon.35

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als de persoon zwart en persoon 2 werd omschreven.

Uit een proces-verbaal van aanhouding blijkt het volgende:

“(p.810) Op 29 maart 2013 te 05.45 uur hielden wij (…..) als verdachte aan: [medeverdachte 2], geboren [geboortedatum 3]. (….) (p.811) Hierop opende ik, verbalisant [verbalisant 6], het bijrijders portier en verzocht de verdachte uit te stappen. (….) Opvallend was dat de verdachte uitstapte en droge broek en gympen had. Hij droeg een gewatteerde zwarte half lange jas tot op de boven benen. De verdachte stonk naar zweet. De verdachte droeg een bril.”36

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt het volgende:

“(p.250) Aangever [slachtoffer 1] verklaart tijdens de overval drie personen te hebben gezien. Hij omschrijft deze personen als volgt: (…)

Persoon “grijs” (met vuurwapen):

  • -

    getint gezicht, donkerder dan dat van “zwart”;

  • -

    vermoedelijk zwarte joggingbroek

  • -

    grijs stoffen jack/vest met capuchon. (….)

De getuige [slachtoffer 2] verklaart over drie personen:

Persoon 1 (met vuurwapen):

(….) – droeg een grijze capuchon (…..)

(p.252) De kleding die de verdachten op het moment van aanhouding droegen, kan als volgt worden omschreven (….)

Verdachte [medeverdachte 2]:

  • -

    zwarte Adidas trainingsbroek (…..)

  • -

    zwarte spijkerbroek (….)

  • -

    zwart jack, voorzien van capuchon

  • -

    grijs vest, voorzien van capuchon.”37

Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 11 juli 2013 blijkt dat in het sporenmateriaal aangetroffen op ruwe delen van een vuurwapen ([sin 1]) een DNA-mengprofiel van tenminste drie personen is aangetroffen, te weten [medeverdachte 2] en ten minste twee andere personen.38

Uit een uitgewerkt tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en zijn moeder wordt het volgende gezegd ([medeverdachte 2]= [medeverdachte 2] en [moeder]= [moeder])

“(…..)

[moeder] waar hebben ze je gevonden om 4 uur?

[medeverdachte 2] ik en twee andere Marokkanen zijn aangehouden.

[moeder] jullie hebben de auto veranderd

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft zijn arm gebroken in de auto

[moeder] zat je er wel bij toen?

[medeverdachte 2] ik zat er wel bij, maar ik ben weggerend, moet ik blijf daar toch niet zitten.”39

De rechtbank stelt vast [medeverdachte 2] in de BMW heeft gezeten en dat hij de persoon was die door de aangevers als de persoon grijs en persoon 1 werd omschreven.

Door de verdediging is aangevoerd dat niet uitgesloten mag worden dat verdachte door anderen benaderd is om hen op te halen, hetgeen kan verklaren waarom verdachte, niet gewond en in tegenstelling tot de beide andere inzittenden in zijn auto op het moment van aanhouding, schone kleren droeg.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen de stelling die door verdachte wordt geïntroduceerd, als alternatief scenario, wordt verworpen, immers, de rechtbank heeft op basis van wettige bewijsmiddelen vastgesteld dat verdachte een van de personen was die in de woning was ten tijde van de overval en bestuurder van de gecrashte BMW was.

Ook wordt door de verdediging aangevoerd dat het van verdachte aangetroffen DNA profiel in de gecrashte BMW van zijn broer zou kunnen zijn hetgeen de gestelde hypothese met betrekking tot de bewijswaarde zou doen wijzigen.

De rechtbank merkt hieromtrent op dat de door de verdediging geschetste hypothese op geen enkele wijze nader wordt onderbouwd. Het is een “veronderstelling” en enig begin van aannemelijkheid om die veronderstelling nader te onderzoeken wordt niet gegeven.

Conclusie

Op basis van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 29 maart 2013 te Tiel - in een woning gelegen aan de [adres 2] en op een voor nachtrust bestemd tijdstip - tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Breitlinghorloge, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of zijn mededaders

- een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een steen hebben ingegooid en

- gewapend met een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- een vuurwapen, op die [slachtoffer 1] hebben gericht en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een vuurwapen, hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar hebben voorgehouden en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben geroepen en geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis";

2.

hij op 29 maart 2013 te Tiel - in een woning gelegen aan de [adres 2] en op een voor nachtrust bestemd tijdstip tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, waaronder diverse passen, een rijbewijs en geld, (ongeveer 1000 euro), toebehorende aan die [slachtoffer 1] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

- een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met een steen hebben ingegooid en vervolgens

- gewapend met een vuurwapen, de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is/zijn binnen gegaan en vervolgens

- de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn binnen gegaan en vervolgens

- een vuurwapen, op die [slachtoffer 1] hebben gericht en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een vuurwapen, hebben getoond, in elk geval duidelijk zichtbaar hebben voorgehouden en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben geroepen en geschreeuwd: "geld, goud en de kluis anders doe ik je wat aan!" en "we hebben een tip gehad. Jullie hebben geld, er moet geld zijn" en vervolgens "we moeten geld hebben, anders doen we jou wat aan" en "een overval, een gewapende overval, ik wil geld, juwelen, waar is de kluis";

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar onvoorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de impact die dit soort feiten heeft op hen die het overkomt maar ook op de samenleving in het algemeen. Dat gebruik is gemakt van een vuurwapen en aangever [slachtoffer 1] ten tijde van de overval en het doorzoeken van de woning onder schot is gehouden voor de ogen van zijn vrouw. Het er de schijn van heeft dat de woning was uitgezocht om te overvallen en dat de overval door meerdere personen is gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De oriëntatiepunten straftoemeting gaan uit van een maximale straf van 3 jaren gevangenisstraf aan welke oriëntatiepunten door het Gerechtshof strikt de hand wordt gehouden. Er is sprake van eendaadse samenloop, er is geen excessief geweld gebruikt enkel gedreigd met geweld en verdachte is niet in de woning geweest. Verdachte heeft bovendien geen noemenswaardig strafblad en is nog erg jeugdig.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 04 juni 2013; en

 een voorlichtingsrapportage van de Reclassering Nederland d.d. 17 mei 2013 , betreffende verdachte;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft, samen met anderen op brutale wijze een woningoverval gepleegd. Na een ontvangen tip dat er een kluis in de woning aanwezig zou zijn, daarmee veronderstellend dat er dus ook veel geld te halen zou zijn, heeft verdachte, samen met zijn mededaders het plan opgevat om gedurende de nachtelijke uren, het moment dat het stil is op straat en de bewoners over het algemeen in diepe rust zijn, de overval te plegen. De wijze van uitvoering van de overval acht de rechtbank professioneel nu gebruik is gemaakt van een gestolen auto, deze enige tijd is “koud gezet”, op de gestolen auto valse kentekenplaten zijn gemonteerd en kort voorafgaand aan de overval nog getankt werd. In de auto werden diverse spullen aangetroffen die erop wijzen dat, zou men betrapt worden, achtervolgers, zoals politie, afgeschud moesten worden.

Een woning behoort voor de bewoners een plaats te zijn waar men zich veilig voelt. Wanneer men dan op de wijze zoals bewezenverklaard in de eigen woning overvallen wordt, waarbij de een ([slachtoffer 1]) in het aangezicht van de ander ([slachtoffer 2]) met een vuurwapen wordt bedreigd is dat niet alleen voor degeen die bedreigd wordt met het vuurwapen, maar ook voor degeen die dit moet aanzien bijzonder angstig. Een dergelijke ervaring, mede gelet ook op de redelijk gevorderde leeftijd van de overvallen personen, zullen zij nog lange tijd in negatieve zin met zich moeten meedragen.

Niet alleen is een dergelijke overval schokkend voor degenen die dit overkomen is, maar ook voor de samenleving. Uit het optreden van verdachte blijkt dat er personen zijn die zonder zich iets aantrekken van wat zij anderen aandoen, met het grootste gemak en louter uit financieel gewin, een overval kunnen plegen.

De oriëntatiepunten straftoemeting gaan ervan uit dat bij een overval in een woning zoals bewezenverklaard een gevangenisstraf van drie jaar het uitgangspunt is. Het gaat hier om een uitgangspunt, wat betekent dat daarvan dus ten voordele of ten nadele van verdachte afgeweken kan of mag worden. Het staat de rechtbank dan ook vrij om, uitgaande van die oriëntatiepunten een hogere of lagere straf op te leggen. Bij de bepaling van de hoogte van de straf houdt de rechtbank niet alleen rekening met de ernst van de feiten zoals hierboven omschreven, maar ook met de persoon en persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Ten tijde van de overval was verdachte 19 jaar. Verdachte is al eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten en liep ten tijde van de onderhavige overval nog in een proeftijd. Deze voorwaardelijke straf heeft verdachte er niet van weerhouden thans wederom een ernstig delict te plegen.

De ernst van de feiten rechtvaardigen een straf die hoger is dan de oriëntatiepunten als uitgangspunt geven. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de overval in vereniging is gepleegd in de nachtelijk uren, gebruik is gemaakt van bedreiging met een wapen en de overval op professionele wijze is voorbereid en uitgevoerd. Rekening houdend met de nog jeugdige leeftijd van verdachte ziet de rechtbank wel aanleiding de straf ten opzichte van de eis van de officier van justitie te matigen.

Voor wat betreft het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat een deel kan worden teruggegeven aan de rechthebbende. Voor wat betreft het overige beslag heeft de officier van justitie meegedeeld geen vordering te kunnen doen nu niet bekend is aan wie die goederen toebehoren.

Op grond van het bepaalde in artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank een beslissing nemen op het beslag. Gedurende het onderzoek zijn veel goederen in beslaggenomen. Een deel daarvan is gedurende het onderzoek teruggegeven aan de rechthebbende(n). Voor wat betreft de nog resterende goederen waarop nog beslag rust is niet bekend onder wie die goederen in beslag zijn genomen.

Voor wat betreft een BMW met origineel kenteken [kenteken 3], een keuringsbewijs, een toegangspas en sleutel is de rechtbank van oordeel dat deze kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende te weten [rechthebbende].

Voor wat betreft de overige inbeslaggenomen goederen zal de rechtbank, conform het bepaalde in artikel 353, tweede lid, aanhef en onder c van het Wetboek van Strafvordering, bepalen dat daarvan de bewaring wordt gelast ten behoeve van de rechthebbende.

6a De vordering tenuitvoerlegging.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vordering van de officier van justitie juist. Zij zal derhalve de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke jeugddetentie die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Arnhem op 22 september 2011 te weten 40 dagen jeugddetentie.

6b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.501,80 bestaande uit materiele schade ten bedrage van € 1.215,80 en immateriële schade ten bedrage van € 2.286,00, te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover het betreft de benadeelde partij [slachtoffer 1] en een bedrag van € 2.696,00 bestaande uit materiele schade ten bedrage van € 410,00 en immateriële schade ten bedrage van € 2.286,00 te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover het betreft de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partijen integraal toe te wijzen en daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat voor wat betreft de vordering van [slachtoffer 1] deze, voor wat betreft de immateriële schade, mager is onderbouwd, hetgeen matiging tot gevolg moet hebben.

Conclusie rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

Aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze immateriële schade begroot op na te melden bedrag. Voor het overige is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 29 maart 2013.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14f t/m 14i, 27, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van een BMW met origineel kenteken [kenteken 3], een keuringsbewijs, een toegangspas en sleutel aan de eigenaar [rechthebbende].

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) voor wat betreft de overige in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling:

Gelast de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie voor de duur van 40 (veertig) dagen, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 22 september 2011.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan [slachtoffer 1], te betalen € 3.501,80 (zegge drieduizend vijfhonderd één euro en tachtig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3.501,80, subsidiair 45 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal zijn gekweten de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen € 3.501,80 (zegge drieduizend vijfhonderd één euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 45 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan [slachtoffer 2], te betalen € 2.696,00 (zegge tweeduizend zeshonderdzesennegentig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.696,00, subsidiair 35 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal zijn gekweten de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen € 2.696,00 (zegge tweeduizend zeshonderdzesennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2013, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. J. Barrau (voorzitter, tevens plv-kinderrrechter), mr. C. van Linschoten en mr. G.J.M. van Wijk, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door door een verbalisant van de Politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0800 2013-055494, gesloten op 12 juni 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van de aangever [slachtoffer 1] pag. 220 e.v.;

3 De verklaring van de getuige [slachtoffer 2] pag. 235 e.v.;

4 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 357;

5 Mutatie-rapport pag. 77;

6 Mutatie-rapport pag. 78;

7 De verklaring van de getuige [getuige 1] pag.239 en 241;

8 De verklaring van de getuige [getuige 2] pag. 245 en 246;

9 De verklaring van de getuige [getuige 1] pag.239 en 241;

10 De verklaring van de getuige [getuige 2] pag.246;

11 De verklaring van de getuige [getuige 3] pag. 273;

12 Mutatie-rapport pag. 79;

13 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 271;

14 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 366;

15 Een proces-verbaal Wet wapens en munitie pag. 412;

16 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 378 en 379;

17 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 310;

18 Proces-verbaal aanhouding pag. 866 en 867;

19 De verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] pag. 888, 889 en 893;

20 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 920 en 921;

21 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 233;

22 Een proces-verbaal van aanhouding pag. 752 en 753;

23 Een proces-verbaal sporenonderzoek pag. 428;

24 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 226;

25 Proces-verbaal van aanhouding pag. 752 en 753;

26 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 258;

27 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 474 en 477 voor zover telkens hierboven weergegeven.

28 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 250 en 251;

29 De verklaring van verdachte [medeverdachte 1] pag. 902;

30 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d. 11 juli 2013

31 Proces-verbaal van aanhouding pag. 688 en 689;

32 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 296;

33 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 295 en 296;

34 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 251 en 252;

35 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d.09 oktober 2013

36 Proces-verbaal van aanhouding pag. 810 en 811;

37 Een proces-verbaal van bevindingen pag. 251 en 252;

38 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI d.d.11 juli 2013

39 Een proces-verbaal van bevindingen met als bijlage een tapgesprek, neergelegd in het 5e aanvullende proces-verbaal.