Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:4053

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
06/950378-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank te Zutphen-Overval op Grand Café in Ermelo op 21 mei 2012 leidt tot een strafoplegging overeenkomstig de door de officier van justitie gevorderde straf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/950378-12

Uitspraak d.d. 23 oktober 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres].

Raadsman mr. Scherpenhuysen, advocaat te Harderwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 oktober 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 mei 2012 te Ermelo, gemeente Ermelo,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag (ongeveer EURO 420,00), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Restaurant/Grand Café[naam cafe] en/of [benadeelde], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

- verdachte -

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of

die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of aan die [slachtoffer 1] en/of aan die [slachtoffer 2] heeft

getoond en/of

- ( vervolgens) met dat/een mes, althans dat/een scherp(e) en/of puntig(e)

voorwerp in zijn - verdachtes - hand op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is

afgelopen en/of naast/nabij die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is gaan staan en/of

- ( vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden

heeft toegevoegd: "Je geld aub" en/of "Maak die lade open" en/of "Doe de

kassa open" en/of "Blijf staan", althans woorden van gelijke

dreigende/dwingende aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding tot het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek was een melding op 21 mei 2012 omstreeks 20.46 uur bij de meldkamer Oost Nederland van de politie dat er een overval was gepleegd bij [naam cafe] aan de [adres]. Op 13 juli 2012 is verdachte in verband daarmee aangehouden.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging toegelicht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Aangezien verdachte zowel bij de politie2 als ter terechtzitting3 duidelijk en ondubbelzinnig een bekennende verklaring heeft afgelegd, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Naast deze verklaring van verdachte is voor het bewijs voorhanden de aangifte van de eigenaar van Restaurant / Grand Café [naam cafe]4, de verklaring van [slachtoffer 1]5 en de verklaring van [slachtoffer 2]6.

De rechtbank komt op basis van het vorenstaande tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 21 mei 2012 te Ermelo, gemeente Ermelo,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag (ongeveer EURO 420,00),

toebehorende aan Restaurant/Grand Café[naam cafe] en/of [benadeelde], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld hierin beston dat hij

- verdachte -

- een mes, o p die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of aan die [slachtoffer 1] en/of aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en

- ( vervolgens) met dat mes in zijn - verdachtes - hand op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is

afgelopen en naast/nabij die [slachtoffer 1] is gaan staan en

- ( vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden

heeft toegevoegd: "Je geld aub" en "Maak die lade open" en/of "Doe de

kassa open" en "Blijf staan", althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard of strekking.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert het navolgende strafbare feit op:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport uitgebracht door de psychiater drs. [psychiater], gedateerd
3 december 2012.

Uit de bevindingen en de daaruit voortvloeiende conclusie van deze deskundige komt naar voren dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde lijdende was aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en hij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

De rechtbank gaat op grond van de beschouwingen van de deskundige ervan uit dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en met een proeftijd van twee jaar met daaraan als bijzondere voorwaarden verbonden voortzetting van de behandeling bij de GGZ/Ganzenhof of een soortgelijke instelling en meldplicht bij Tactus Reclassering. Daarnaast heeft de officier een werkstraf gevorderd van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis.

De officier heeft in haar overweging betrokken de ernst van het onderhavige feit, de gevolgen die overvallen hebben op de direct betrokkenen en hun werkomgeving, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren komen uit de over hem uitgebrachte rapporten en de omstandigheid dat verdachte sinds het tenlastegelegde al gedurende langere tijd in behandeling is bij de GGZ en het positieve verloop van die behandeling. De officier gaat ervan uit dat verdachte de behandeling bij de GGZ op vrijwillige basis zal blijven volgen en afronden.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de duur van een op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf. De daaraan te verbinden proeftijd kan in de visie van de raadsman worden beperkt tot één jaar, mede gelet op de langdurige behandeling die verdachte al heeft ondergaan bij de GGZ. De op te leggen werkstraf kan worden gematigd tot een werkstraf van 100 uur. Verdachte is doordrongen van de impact die zijn handelen heeft gehad op het personeel van [naam cafe] en heeft veel spijt van zijn daad. Verdachte kan zich vinden in het advies van de reclassering en is bereid om aan de genoemde bijzondere voorwaarden te voldoen.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft verder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 21 mei 2012 een overval gepleegd op Restaurant / Grand Café [naam cafe] te Ermelo. Van tevoren had verdachte zich georiënteerd en deze locatie uitgekozen met het oog op een makkelijke vluchtroute. Verdachte was naar eigen zeggen de bewuste dag onder invloed van alcohol en cannabis en heeft, als gevolg van dat middelengebruik en gokken optredend geldgebrek, vrij impulsief een plan bedacht om snel aan geld te komen, zodat hij diezelfde avond nog verder kon gaan met zijn verslavingen. Verdachte heeft daaraan uitvoering gegeven en heeft onder bedreiging met een mes van twee medewerkers van [naam cafe] geld uit de kassalade gegrist en is er vervolgens vandoor gegaan. Verdachte heeft dusdoende de slachtoffers grote angst aangejaagd en hun gevoel van veiligheid in ernstige mate aangetast, zoals ook blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] en de toelichting van [slachtoffer 1] op zijn vordering als benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelwijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers.

Een dergelijke overval behoort, zoals door de officier van justitie is betoogd, tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke overvallen daarvan veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Op een dergelijk feit kan - zoals ook door de officier van justitie gesteld - in beginsel niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij slechts eenmaal eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en toen van het CVOM een beperkte geldboete heeft opgelegd gekregen wegens rijden onder invloed. In dat opzicht moet verdachte ten aanzien van het thans tenlastegelegde als een first offender worden beschouwd.

De rechtbank houdt rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zoals hiervoor is overwogen omtrent de strafbaarheid van verdachte.

Uit het rapport van de psychiater van 3 december 2012 komt onder meer naar voren dat verdachte lijdende is aan een pervasieve persoonlijkheidsstoornis, Autisme Spectrum Stoornis. Deze stoornis is pas recentelijk bij verdachte vastgesteld. Verdachte heeft bij zijn stoornis een lage frustratietolerantie, is ongedurig, prikkelbaar en impulsief. Tevens heeft hij trekken van een antisociale persoonlijkheid en heeft hij een verminderd besef van wat hij andere mensen aandoet, naast een onvoldoende gewetensfunctie. Door deze ontwikkelingsstoornis kan verdachte vanwege de ongedurigheid niet helder denken. Verdachte mist bepaalde copingmechanismen, zoals planning, overzicht en uitstellen. Tevens heeft hij een matig ontwikkelde emotionele groei doorgemaakt. Zonder professionele behandeling bestaat er zeker kans op recidive. Door de antisociale kenmerken, dat wil zeggen een lacunaire gewetensfunctie, in combinatie met alcohol en drugs wordt de kans op recidive verhoogd.

Verdachte wordt nu behandeld in een setting toegespitst op zijn Autisme Spectrum Stoornis en krijgt hierdoor de mogelijkheid tot verandering van zijn gedrag en rijping van zijn persoonlijkheid. Dit betekent dat er verder geen aanbevelingen nodig zijn, aldus de psychiater.

Uit het door de reclassering opgemaakte rapport van 10 december 2012 komt onder meer naar voren dat verdachte na een plaatsing binnen de GGZ Centraal te Ermelo via een rechterlijke machtiging daar succesvol een behandeltraject heeft gevolgd en inmiddels [adres]verblijft. Het recidiverisico wordt als laag gemiddeld ingeschat. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden.

Ter zitting is gebleken dat verdachte nog steeds in [adres] verblijft en gemotiveerd is voor de behandeling die hem daar geboden wordt.

Alles overwegende zal de rechtbank de officier van justitie volgen in haar eis, vooral vanwege de persoon en de bijzondere omstandigheden rondom deze verdachte. Voor een matiging van de gevorderde werkstraf ziet de rechtbank, alleen al vanwege de straffen die in beginsel voor dit soort zware delicten plegen te worden opgelegd, geen enkele aanleiding.

In beslag genomen voorwerpen

Door de officier is verder de verbeurdverklaring gevorderd van de onder verdachte in beslag genomen bivakmuts en keukenmes.

De raadsman heeft hierover geen standpunt ingenomen.

De rechtbank zal genoemde voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, verbeurd verklaren, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vorderingen tot schadevergoeding en/of schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 529,92 terzake de geleden materiële schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

[slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding (materiële schade) ten bedrage van € 20,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen integraal kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente voor zover gevorderd, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en onder oplegging van hechtenis bij gebreke van betaling door verdachte.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van beide vorderingen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot de gevorderde bedragen schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank acht de door de benadeelde[benadeelde] in samenhang met deze overval gevorderde vergoeding van uren door hem en zijn personeel in dit kader gemaakt, neerkomende op een bedrag van € 139,92, alleszins redelijk. De vorderingen zullen dan ook integraal worden toegewezen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24c, 27, 36b, 36c, 36d, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van twee jaren de navolgende algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt op als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 legt op als bijzondere voorwaarden:

meldingsgebod

De veroordeelde moet zich binnen 2 werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis telefonisch melden bij de bureaudienst van Tactus Reclassering (0575-587840) en zich vervolgens blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

behandelverplichting

De veroordeelde wordt verplicht om zich ambulant te laten behandelen voor drugs- en/of alcoholgebruik binnen Tactus verslaving of een soortgelijke door Tactus Reclassering aan te wijzen instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens die instelling zullen worden gegeven;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die werkstraf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 verklaart verbeurd het onder verdachte in beslag genomen keukenmes en de bivakmuts;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2012 en met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

benadeelde partij bedrag

1 [benadeelde]€ 529,92

2. [slachtoffer 1] € 20,00;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen de hierna genoemde bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2012, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

slachtoffer bedrag hechtenis

1 [benadeelde]€ 529,92 10 dagen

2. [slachtoffer 1] € 20,00 0 dagen;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. E.G. de Jong, voorzitter, Kleinrensink en Welbergen, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van
23 oktober 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Regio Noord- en Oost Gelderland, Regionaal Overvallen Team “Dussen”, nr 2012068160, ondertekend en op ambtseed opgemaakt op 10 juli 2013 door de verbalisant hoofdagent [verbalisant] (voor zover niet anders is vermeld)

2 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 94 en 95

3 Proces-verbaal terechtzitting 9 oktober 2013

4 Aangifte [benadeelde] namens [naam cafe], doorgenummerde dossierpag.101 en 102

5 Verklaring [slachtoffer 1], doorgenummerde dosierpag. 107 en 108

6 Verklaring [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpag. 110 en 111