Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3957

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
21-10-2013
Zaaknummer
250785 FZRK 13-1783
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging om [naam 1] te doen opnemen en te doen verblijven in psychiatrisch ziekenhuis af.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JVGGZ 2014/6 met annotatie van R.H. Zuijderhoudt

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familierecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 250785 FZRK 13-1783

beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 11 oktober 2013

Gezien het verzoekschrift van de officier van justitie van 17 september 2013, tot het verlenen van een voorlopige machtiging om:

naam:[naam 1],

geboren op: [1930],

wonende te: [adres], [plaats],

te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis in Nederland.

Gezien de daarbij overgelegde stukken, waaronder de op 12 september 2013 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring van J. Stegink, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was, en een e-mail met bijlagen van 1 oktober 2013 van mr. Stam.

Gehoord, op 27 september 2013, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal: betrokkene en zijn raadsman mr. J.H. Stam, advocaat te Zutphen, alsmede dr. J.A.M. de Vette, huisarts te Beltrum. Tevens aanwezig ter zitting waren mevrouw[naam 2], mevrouw [naam 3], mevrouw [naam 4] en mevrouw[naam 5], respectievelijk de echtgenote, dochter, kleindochter en mantelzorger van betrokkene. Mevrouw [naam 6] en mevrouw [naam 7] waren ook aanwezig. Zij zijn beroepsmatig betrokken bij [zorgboerderij] op voornoemd adres.

Beoordeling

Uit de geneeskundige verklaring blijkt het volgende. Bij betrokkene is sprake van gevorderde dementie. Betrokkene is een afatische, moeilijk wekbare man met flexiecontracturen. Hij reageert niet op aanspreken of op wakker schudden, er is wel reactie bij druk op het nagelbed. Betrokkene is niet in staat zijn mening over de behandeling te geven en is daardoor afhankelijk van zijn omgeving. Betrokkene heeft doorligwonden (decubitus) op de stuit (± 10 centimeter diep) en op de hiel. Het gevaar dat in de geneeskundige verklaring wordt beschreven is het gevaar voor onnodig pijn lijden en sepsis als gevolg van infectie in de wond.

Betrokkene wordt wilsonbekwaam geacht.

De dochter van betrokkene heeft ter zitting uiteengezet welke zorg betrokkene ontvangt. De familie woont met betrokkene op een zorgboerderij, waar overdag aan 12 personen zorg kan worden en wordt verleend. Op de zorgboerderij zijn veel, ook technische, zorgvoorzieningen. Zo is er een volledig uitgeruste verpleegunit met een hoog/laagbed, een takellift en ook een snoezelruimte, waarvan gebruik kan worden gemaakt.

Betrokkene is sinds een aantal maanden sterk achteruit gegaan. Om hem heen functioneert een heel team van familie en/of mantelzorgers. Betrokkene ligt het grootste deel van de dag in de verpleegunit op een bed met een decubitusmatras. Daarnaast ligt hij graag op het waterbed in de snoezelruimte. Op dit moment wordt hij ongeveer drie keer per dag korte tijd uit bed gehaald om bij het ontbijt of anderszins bij de familie aanwezig te zijn. De familie kan merken aan betrokkene dat hij het dagelijks contact met de familie en ook met zijn echtgenote fijn vindt.

Er komt vrijwel dagelijks, vijf tot zes keer per week, een wondverpleegkundige langs met wie samen de wonden van betrokkene worden verzorgd. De instructies die deze verpleegkundige geeft, worden opgevolgd. Er zijn nooit instructies ontvangen met betrekking tot het al dan niet gebruiken van kraanwater bij de wondverzorging, terwijl de wondverpleegkundige bij de verzorging van de wonden wel aanwezig is geweest. Een eerdere diepe doorligwond op de bil, is door de wondverzorging in een paar maanden volledig genezen. De vervolgens nieuw ontstane doorligwond op de stuit is inmiddels ook aan het genezen. Ter zitting zijn foto’s van de wonden en het herstelproces overgelegd.

Door de familie van betrokkene is huisarts in ruste W.P. van Beek te Eibergen en huisarts J.A. Wolff te Neede gevraagd de verpleegsituatie van betrokkene te beoordelen. Ter zitting zijn hiervan verklaringen overgelegd. Beiden verklaren dat betrokkene goede zorg ontvangt en dat de zorg in een verpleeghuis niet beter zal zijn. Van Beek verklaart dat een verpleeghuis voor betrokkene geen betere plek is om zijn laatste levensfase door te brengen.

De familie vindt het erg belangrijk dat betrokkene zijn laatste levensfase in de thuissituatie, te midden van zijn familie, kan doorbrengen. De echtgenote van betrokkene die in de huidige situatie op grond van artikel 7:465 van het Burgerlijk Wetboek als vertegenwoordiger kan worden aangemerkt, heeft te kennen gegeven het niet eens te zijn met de voorgenomen opname van haar man in een verpleeghuis.

De huisarts heeft ter zitting naar voren gebracht dat bij betrokkene sprake is van zodanig ernstige decubitus dat wekelijks dood weefsel dient te worden weggesneden. Betrokkene lijdt daardoor onnodig pijn. Omdat tegenwoordig veel middelen en maatregelen ter voorkoming van decubitus beschikbaar en mogelijk zijn, is het niet meer nodig dat decubitus ontstaat. Het ontstaan van telkens nieuwe doorligwonden duidt op tekortkomingen in de zorg. De familie is door hem geïnstrueerd dat betrokkene volledige bedverpleging nodig heeft en niet meer in de rolstoel mag zitten, althans niet anders dan voor vervoer van de ene plek naar de andere plek. De familie volgt deze instructies niet op; zij halen betrokkene langer uit bed en laten hem dan in een rolstoel zitten of liggen. Tussen de familie en verschillende professionele thuiszorgmedewerkers is in de afgelopen tijd regelmatig strijd ontstaan, die dan vervolgens uitmondde in het vertrek van de betreffende medewerker. Daarnaast komt de wondverpleegkundige slechts vijf keer per week in plaats van dagelijks om zorg te verlenen.

Op de vraag daarnaar heeft de huisarts ter zitting naar voren gebracht dat, indien betrokkene in de huidige (thuis)situatie volledige bedverpleging zou krijgen, een opname in een verpleeghuis betrokkene niet meer zou bieden dan de zorg die hij momenteel in de thuissituatie krijgt. Hij heeft er echter geen vertrouwen in dat de familie de instructies zal opvolgen.

De rechtbank oordeelt als volgt. Voldoende is gebleken dat sprake is van een geestelijke stoornis in de zin van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (hierna: de wet Bopz) in de vorm van gevorderde dementie. Als gevolg hiervan is betrokkene niet meer in staat voor zichzelf te zorgen en is hij aangewezen op de zorg van anderen. Voor zover al sprake zou zijn van een hieruit voortvloeiend gevaar in de zin van de wet Bopz, is naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan het vereiste dat dit gevaar niet op andere wijze dan door opname in een verpleeginstelling kan worden afgewend. Immers, uit de verklaring van de huisarts ter zitting vloeit voort dat, indien betrokkene met inachtneming van de instructies en adviezen wordt verpleegd, opname in een verpleeghuis niet meer te bieden heeft dan verpleging in de thuissituatie van betrokkene. Deze verklaring wordt overigens ondersteund door de door de familie overgelegde verklaringen van Van Beek en Wolff. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het gevaar zoals dat in de geneeskundige verklaring beschreven wordt, door zorgverlening met inachtneming van de adviezen en instructies van artsen, kan worden afgewend. De rechtbank merkt in dit verband ten overvloede op dat hierop wellicht kan worden toegezien door een te benoemen mentor van buitenaf, die de zorg zal bewaken.

Op grond van het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen. Het verzoek tot een second opinion behoeft daarmee geen beoordeling meer.

Gelet op het voorgaande en op artikel 2 van de Wet Bopz de rechtbank beslissen als na te melden.

Beslissing:

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven op 27 september 2013 door mrs. C.E. Hemrica, H. Strens-Meulemeester en K. Blankman, en uitgesproken door mr. C.E. Hemrica ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

conc.: wjk

coll.: vs