Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3870

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
18-10-2013
Zaaknummer
05/840444-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag bewezen. Voorwaardelijk opzet. Betrokkene heeft tijdens een achtervolging, waarbij hij op een scooter reed, meermalen stuurbewegingen gemaakt in de richting van de hem achtervolgende motoragent in burger. Uiteindelijk zijn beiden ten val gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/840444-13

Uitspraak d.d.: 16 oktober 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

wonende te [woonplaats], [adres],

Raadsman: mr. H.J.G. Dudink, advocaat te Beverwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 oktober 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 05 maart 2013 te Warnsveld en/of te Zutphen, in elk geval (telkens) in de gemeente Zutphen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] (brigadier van politie) van het leven te beroven, opzettelijk, met een snelheid van tussen 50 en de 65 kilometer per uur, althans met hoge

snelheid op/met een bromscooter heeft gereden, althans met een hogere snelheid dan aldaar en/of voor het door hem, verdachte bestuurde voertuig is toegestaan, op/met een bromscooter heeft gereden en/of nadat die [slachtoffer], hem, verdachte meermalen een stopteken had gegeven en/of mondeling had bevolen zijn voertuig tot stilstand te brengen en/of waarbij die [slachtoffer] de door hem bestuurde (onopvallende) politiemotor (voorzien van het brandende/oplichtende transparant met de tekst "Stop Politie) naast de door hem verdachte bestuurde bromscooter heeft gereden en/of waarbij hij verdachte het door hem bestuurde voertuig meermalen, althans eenmaal opzettelijk in de richting van het het door die [slachtoffer] bestuurde voertuig heeft gestuurd en/of waarbij die [slachtoffer] ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 05 maart 2013 te Warnsveld, gemeente Zutphen,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] (brigadier van politie) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk met een snelheid van tussen 50 en de 65 kilometer per uur, althans met hoge snelheid op/met een bromscooter heeft gereden, althans met een hogere snelheid dan aldaar en/of voor het door hem, verdachte bestuurde voertuig is

toegestaan, op/met een bromscooter heeft gereden en/of nadat die [slachtoffer], hem, verdachte meermalen een stopteken had gegeven en/of mondeling had bevolen zijn voertuig tot stilstand te brengen en/of waarbij die [slachtoffer] de door hem bestuurde (onopvallende) politiemotor (voorzien van het brandende/oplichtende transparant met de tekst "Stop Politie) naast de door hem verdachte bestuurde bromscooter heeft gereden en/of waarbij hij verdachte het door hem bestuurde voertuig meermalen, althans eenmaal opzettelijk in de richting van het het door die [slachtoffer] bestuurde voertuig heeft gestuurd en/of waarbij die [slachtoffer] en verdachte ten val is/zijn gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 5 maart 2013 is verdachte, rijdend op een bromscooter, in de gemeente Zutphen achtervolgd door een motoragent. Hierbij zijn zij allebei ten val gekomen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte tenlastegelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen verder opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat er geen sprake is geweest van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, zodat vrijspraak dient te volgen. Verdachte wilde ontkomen aan de motorrijder omdat hij dacht dat deze hem wilde beroven. Dat de motorrijder een agent was, was voor verdachte niet zichtbaar. Ook heeft hij niet gehoord dat er geroepen is ‘Stop, politie’.

Beoordeling door de rechtbank

Brigadier van politie [slachtoffer] heeft verklaard2 dat hij op 5 maart 2013 in Zutphen in burger motorkleding op een onopvallende politiemotor achter een bromfiets aanreed omdat deze geen verlichting voerde. Hij zag dat het transparant met rood licht aan de voorzijde van de motor in werking was gesteld en dat de bestuurder van de bromfiets omkeek in de richting van het transparant en daarna in de richting van zijn ([slachtoffer]) gezicht. [slachtoffer] heeft met luide stem in de richting van de bestuurder geroepen: “Politie, stoppen”, hetgeen naar zijn zeggen duidelijk hoorbaar moet zijn geweest voor de bestuurder van de bromfiets. Op de Rijksstraatweg in Warnsveld heeft de bestuurder van de bromfiets een felle beweging in de richting van [slachtoffer] gemaakt, waarbij hij tegen het stuur van de motor van [slachtoffer] aanreed. De bestuurder heeft vervolgens nog een keer fel naar links gestuurd, waarbij de bestuurder met zijn lichaam tegen [slachtoffer] aanreed. Hierna heeft de bestuurder wederom naar links gestuurd, waarbij [slachtoffer] voelde dat de bestuurder tegen hem aanreed. [slachtoffer] kwam evenals de bestuurder van de bromfiets te vallen en rolde over de rijbaan. De bestuurder van de bromfiets rende de Landweg in, waar hij werd klemgereden door een onopvallende politieauto. Samen met de twee agenten die in die auto zaten heeft [slachtoffer] verdachte aangehouden. [slachtoffer] heeft verklaard3 dat de bestuurder van de bromfiets en hijzelf met zeer hoge snelheid, ongeveer 70 km/uur, hebben gereden.

Verdachte heeft verklaard4 dat hij op 5 maart 2013 in Zutphen op een scooter reed en dat hij op een gegeven moment iemand op een motor links van hem zag rijden. De bestuurder van de motor maakte een gebaar met zijn rechterhand dat verdachte moest stoppen. Verdachte is harder gaan rijden omdat hij dacht dat de motorrijder hem wilde beroven. Er ontstond een soort achtervolging, waarbij hij ongeveer 60 tot 70 km/uur reed. Verdachte heeft verklaard dat hij in totaal drie of vier keer heeft geprobeerd de motor af te snijden, telkens door naar links te sturen. Vervolgens voelde en zag verdachte dat hij tegen de motor aan botste en dat hijzelf en de bestuurder van de motor op de grond vielen. Verdachte is weggerend, maar werd vervolgens vastgepakt en op de grond gelegd.

Getuige [getuige] heeft verklaard5 dat hij op 5 maart 2013 buiten op de Rijksstraatweg in Warnsveld stond. Hij zag een scooter rijden met zeker 50 km/uur, die werd achtervolgd door een motor, met op de voorkant van de motor de tekst ‘Stop politie’. De bestuurder van de motor maakte duidelijke bewegingen met zijn rechterarm. De getuige hoorde hem meerdere malen roepen: ‘Stoppen!!’. De bestuurder van de scooter heeft dit wel moeten horen, aldus de getuige. De bestuurder van de scooter stuurde zijn scooter tweemaal in de richting van de motorrijder. De getuige heeft de bestuurders uit het oog verloren toen hij een knal hoorde en zag dat beide personen door de lucht vlogen.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard6 dat zij op 5 maart 2013 in Zutphen een scooter met hoge snelheid zagen rijden, achtervolgd door een onopvallende politiemotor. Zij hebben de achtervolging ingezet. Ter hoogte van de Rijksstraatweg/Landweg in Warnsveld zagen zij zowel de scooter als de politiemotor op de grond liggen. Zij zagen de scooterrijder de Landweg in rennen en hebben verdachte vervolgens aangehouden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte op 5 maart 2013 in Warnsveld, met hoge snelheid rijdend op een bromscooter, meerdere malen in de richting van de naast hem op een onopvallende politiemotor rijdende brigadier [slachtoffer] heeft gestuurd, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen.

Ten aanzien van de stoptekens zoals opgenomen in de tenlastelegging overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft verklaard7 dat de bestuurder van de motor een gebaar maakte met zijn rechterhand waaruit verdachte afleidde dat de motorrijder wilde dat hij (verdachte) zou stoppen.

[slachtoffer] heeft verklaard8 dat hij in de richting van verdachte heeft geroepen: ‘Politie, stoppen’. Hoewel verdachte9 en getuige [getuige]10 hebben verklaard te hebben gehoord dat [slachtoffer] heeft geroepen ‘Stoppen’, acht de rechtbank, gelet op het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van [slachtoffer], dat kort na het incident is opgemaakt, bewezen dat [slachtoffer] naast het woord ‘Stoppen’ ook het woord ‘Politie’ heeft gebruikt en daarmee verdachte mondeling heeft bevolen zijn scooter tot stilstand te brengen.

Naast [slachtoffer] en getuige [getuige] hebben ook verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]11 en verbalisant [verbalisant 3]12 verklaard dat het transparant voor op de politiemotor van [slachtoffer], met in rode letters de tekst “STOP POLITIE”, in werking was. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij het rode transparant niet heeft gezien, niet aannemelijk geworden, mede gelet op de verklaring van verdachte13 dat hij een aantal malen in de richting van de motor van [slachtoffer] heeft gekeken. De rechtbank acht bewezen dat [slachtoffer] het transparant met de oplichtende tekst ‘STOP POLITIE’ aan heeft gehad vanaf het begin van de achtervolging.

Met betrekking tot de vraag of sprake is geweest van opzettelijk handelen overweegt de rechtbank als volgt.

Noch uit de verklaring van verdachte dat hij de motorrijder voor wilde blijven en naar links heeft gestuurd om hem af te snijden noch anderszins blijkt van onvoorwaardelijk opzet op de dood van dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer]. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet gericht op de dood althans zwaar lichamelijk letsel. Daarvan is sprake als verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden en verdachte die kans bewust heeft aanvaard. Of sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.

De verdachte heeft met hoge snelheid, (ook) naar eigen zeggen 60 of 70 km/uur14, door de bebouwde kom van Zutphen en Warnsveld gereden, waarbij hij meerdere malen plotseling in de richting van de naast dan wel vlak achter hem rijdende motor heeft ingestuurd. Naar het oordeel van de rechtbank levert dit naar algemene ervaringsgegevens een aanmerkelijke kans op een aanrijding met dodelijke gevolgen voor de motorrijder op. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat motorrijders kwetsbare verkeersdeelnemers zijn en dat de gevolgen van een motorongeluk bij een dergelijke snelheid zeer ernstig kunnen zijn voor de bestuurder. Bovendien bevonden zich naast de rijbaan van de beide rijders geparkeerde auto’s wat dat risico nog groter maakte.

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van de motorrijder bewust heeft aanvaard. Verdachte heeft, zoals reeds is overwogen, met hoge snelheid gereden in de bebouwde kom. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte zonder verlichting reed, hoewel het donker was, op eenrichtingswegen tegen de rijrichting in heeft gereden en tweemaal een rood licht heeft genegeerd en dat tot twee keer toe automobilisten (krachtig) moesten remmen om een aanrijding met verdachte en zijn bromfiets te voorkomen15. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]16 hebben vergelijkbaar verklaard. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard niet meer precies te weten wat hij onderweg heeft gedaan, maar heeft hij wel erkend gevaarlijk te hebben gereden17.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, nog afgezien van het insturen op [slachtoffer], onaanvaardbare risico’s in het verkeer heeft genomen. Niet is gebleken van handelingen waaruit zou moeten worden afgeleid dat verdachte op enigerlei wijze risico’s voor zichzelf, [slachtoffer] of andere weggebruikers heeft willen beperken of vermijden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte door zijn rijgedrag de aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard dat dat gedrag zou kunnen leiden tot een aanrijding met dodelijke gevolgen voor de motorrijder.

Gelet op het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meermalen opzettelijk geprobeerd heeft om motoragent [slachtoffer] van het leven te beroven.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen op 5 maart 2013 te Warnsveld, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] (brigadier van politie) van het leven te beroven, opzettelijk, met een snelheid van tussen 50 en de 65 kilometer per uur, op een bromscooter heeft gereden, en nadat die [slachtoffer], hem, verdachte meermalen een stopteken had gegeven en mondeling had bevolen zijn voertuig tot stilstand te brengen en waarbij die [slachtoffer] de door hem bestuurde (onopvallende) politiemotor (voorzien van het brandende/oplichtende transparant met de tekst ‘Stop Politie’) naast de door hem verdachte bestuurde bromscooter heeft gereden en waarbij verdachte het door hem bestuurde voertuig meermalen opzettelijk in de richting van het door die [slachtoffer] bestuurde voertuig heeft gestuurd en waarbij die [slachtoffer] ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

In het rapport van [psychiater], psychiater, van 24 mei 2013 is geconcludeerd dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar gevorderd, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met een proeftijd van drie jaar.

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag ten aanzien van een motoragent. Het is een geluk dat de lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer niet ernstiger zijn. De ervaring leert dat slachtoffers van een poging tot doodslag daarvan ook nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden.

In het rapport van psychiater [psychiater] van 24 mei 2013 staat aangegeven dat verdachte een stoornis in het autistische spectrum heeft en afhankelijk is van cannabis. Hieruit vloeit voort een onvermogen om accuraat het eigen actuele gedrag te monitoren. Retrospectief is verdachte in staat om zijn gedrag te analyseren, maar ten tijde van de uitvoering van nieuw of onverwacht gedrag is dat vermogen beperkt. Het langdurige gebruik van cannabis heeft het vermogen van verdachte tot het monitoren en corrigeren van fouten in zijn gedrag nog verder beperkt. Verdachte werd bij het tenlastegelegde onverwacht geconfronteerd met een agent in burger, maar verdachte was van mening dat hij met een scooterdief te doen had. Hij besloot om weg te rijden en bleef die strategie aanhouden ondanks evident gevaar voor zichzelf en derden. De drie pogingen om de agent de pas af te snijden, zou de herhaling van dezelfde inadequate coping strategie kunnen zijn.

Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat omdat verdachte op diverse leefgebieden disfunctioneert. Hij heeft door de ernst van zijn autistische stoornis een gebrek aan planningsvermogen, waardoor hij geen doelen kan formuleren en beperkingen in zijn gewetensvermogen heeft. Indien via een klinische opname en een beschermde woonvorm kan worden bereikt dat verdachte in een positievere routine terecht komt, met niet‑criminele peers, hij zijn cannabisgebruik weet te staken en een daginvulling heeft, zal het recidiverisico laag zijn en blijven omdat hij vanuit zijn stoornis spontaan weinig zal variëren in opgelegde routines. Geadviseerd wordt een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij verdachte zich ter behandeling op laat nemen in een kliniek zoals [kliniek] en vervolgens in een beschermde woonvorm voor een periode van minstens drie jaar.

Vergelijkbare conclusies zijn getrokken in het rapport van psycholoog R.A. Sterk van 29 mei 2013.

In het advies van de reclassering van 7 juni 2013 is vermeld dat verdachte op 21 december 2012 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 345 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, die eindigt op 4 januari 2016. Als bijzondere voorwaarde is onder andere opgenomen dat verdachte zich laat opnemen bij [kliniek] of een soortgelijke instelling voor de duur van 12 maanden of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht. In het kader van deze veroordeling is verdachte op dit moment opgenomen in [kliniek]. De reclassering adviseert een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, voortzetting van de behandeling bij [kliniek], met daaropvolgend een plaatsing in een beschermde woonvorm, en het volgen van een CoVa-training.

De rechtbank zal verdachte, alles overwegende, veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar. De rechtbank overweegt dat zij niet voorbij wil gaan aan de ernst van het bewezenverklaarde, maar dat, nu zij voortzetting van de behandeling van verdachte van groot belang vindt, een geheel voorwaardelijke straf passend en geboden is.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij Politie, eenheid Oost, district Noord- en Oost-Gelderland, vertegenwoordigd door [benadeelde], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.065,00 gevoegd in het strafproces. Dit betreft de aanschaf van een nieuwe motorjas en –broek.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu de schade niet is onderbouwd door middel van bijvoorbeeld bonnetjes van de aanschaf van de nieuwe motorkleding, het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden die voor vergoeding in aanmerking komt. De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.065,00, nu dit bedrag de rechtbank niet onredelijk voorkomt. De verdachte is voor die schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar;

 bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van drie jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

  • -

    verdachte dient zich te (blijven) melden bij Tactus reclassering te Zutphen;

  • -

    verdachte is verplicht zich te (blijven) laten behandelen bij [kliniek] of een soortgelijke instelling voor de duur van twaalf maanden of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht;

verdachte stroomt na de klinische opname, in overleg met de reclassering, door naar een beschermde woonvorm;

- verdachte wordt verplicht (extramuraal) een CoVa-training te volgen op het moment dat de reclassering dit nodig acht en het volgen van een dergelijke training aansluit bij het lopende hulpverleningstraject;

verdachte is verplicht zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zolang zij dit noodzakelijk oordeelt;

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit tot betaling van schadevergoeding aan de politie, eenheid Oost, district Noord- en Oost-Gelderland, als benadeelde partij van een bedrag van € 1.065,00, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Kleinrensink en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Korevaar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2013.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 2013029635-19, politie Noord- en Oost-Gelderland, district IJsselstreek, team Recherche IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 3 juli 2013.

2 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 30

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 83

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], pagina 40

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 37

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 84

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23

9 Proces-verbaal van de terechtzitting van 2 oktober 2013

10 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 41

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 37

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 39

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 84 en 85

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 84

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23

16 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 37

17 Proces-verbaal van terechtzitting van 2 oktober 2013