Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3752

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-10-2013
Datum publicatie
10-10-2013
Zaaknummer
05/982003-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 71 jarige man uit Nijkerk veroordeeld wegens het vangen en illegaal voorhanden hebben van beschermde vogelsoorten. De man heeft in 2011 in verschillende bospercelen nestkasten geplaatst. Nadat in de nestkasten jonge boomklevers en nachtegalen zaten, heeft hij deze geringd en na verloop van tijd uit het nest gehaald.

De rechtbank heeft de man veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, alsmede tot het verrichten van een werkstraf van 40 uren. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met enerzijds de schade die dergelijke feiten aan de natuur veroorzaken, en anderzijds de gevorderde leeftijd van de man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/982003-11

Datum zitting : 26 september 2013

Datum uitspraak : 10 oktober 2013.

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige economische kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1942] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats].

raadsman : mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

a. in of omstreeks de periode van 10 mei 2011 tot en met 17 mei 2011 en/of

b. in of omstreeks de periode van 21 april 2011 tot en met 2 mei 2011, althans

in of omstreeks de periode van 21 april 2011 tot en met 10 mei 2011,

a. in de gemeente Putten, in een bosperceel gelegen aan of nabij de

Beulekampersteeg en/of

b. in de gemeente Nijkerk in een bosperceel gelegen aan of nabij de Nieuwe

Voorthuizerweg,

opzettelijk één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten

a. zes, althans een of meer boomklevers en/of

b. een of meer boomklevers,

heeft gevangen en/of heeft bemachtigd ;

2.

hij op 5 juni 2011 en/of in de periode van 5 juni 2011 tot en met 7 juni 2011, in de gemeente Zeewolde, in een bosperceel gelegen aan of nabij de Laakse Hoek, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], althans alleen, opzettelijk één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten (een) nachtega(a)l(en), heeft gevangen en/of heeft bemachtigd ;

3.

hij

a. op of omstreeks 23 mei 2011 en/of

b. in of omstreeks de periode van 12 mei 2011 tot en met 17 mei 2011 en/of

c. op of omstreeks 9 juni 2011, althans in of omstreeks de periode van 7 juni

2011 tot en met 12 juni 2011,

a. in de gemeente Putten en/of

b. in de gemeente Nijkerk en/of

c. in de gemeente Zeewolde,

a. in een bosperceel gelegen aan of nabij de Beulekampersteeg en/of

b. in een bosperceel gelegen aan of nabij de Nieuwe Voorthuizerweg

c. in een bosperceel gelegen aan of nabij de Laakse Hoek,

al dan niet opzettelijk (een) nest(en) van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, heeft uitgehaald immers heeft hij, verdachte,

a. toen aldaar een nest van/met boomklevers uitgehaald en/of

b. toen aldaar een nest van/met boomklevers uitgehaald en/of

c. toen aldaar een nest van/met nachtegalen uitgehaald;

4.

hij op of omstreeks 21 juni 2011, in de gemeente Nijkerk, al dan niet opzettelijk één of meer dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten 12, althans een of meer boomklevers en/of een nachtegaal en/of een putter en/of een staartmees, onder zich heeft gehad;

5.

hij in of omstreeks de maand juni 2011, in de gemeente Nijkerk en/of elders in Nederland, al dan niet opzettelijk zich buiten gebouwen heeft bevonden met één of meer bij algemene maatregel van bestuur, te weten het Besluit beheer en schadebestrijding, aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren, te weten (vijf, althans een of meer) lijm(stokjes), terwijl redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die middelen voor het doden of vangen van dieren zouden worden gebruikt.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 26 september 2013 ter openbare terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

De officier van justitie, S Buist, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de artikelen 9 en 11 Flora- en faunawet waarbij de officier van justitie zich baseert op de bewijsmiddelen zoals in het proces-verbaal van politie opgenomen en ter zitting besproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor wat betreft de feiten 1, 2 en 3 vrijspraak bepleit en daartoe, kort zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd:

  • -

    verdachte heeft geen vogels gevangen, bemachtigd of nesten leeggehaald om zich vogels toe te eigenen;

  • -

    niet is gebleken dat verdachte vogels in het wild heeft geringd;

  • -

    niet kan worden uitgesloten dat anderen, met ringen die op naam van verdachte staan, de vogels hebben geringd;

  • -

    de in de volière van verdachte aangetroffen boomklevers voorzien van ringen die eerder zijn waargenomen in de nestkasten in het wild, kunnen op meerdere manieren bij verdachte terecht zijn gekomen;

Namens verdachte is voorts als kwalificatieverweer gevoerd dat het ringen van vogels in het wild niet gelijkgesteld kan worden met het “vangen” en/of “bemachtigen” van vogels zoals ten laste gelegd. Het enkele feit dat een vogel wordt geringd in de natuur levert immers niet op het in eens anders macht brengen van die vogel.

Beoordeling door de rechtbank van dit kwalificatieverweer

De rechtbank is van oordeel dat met het ringen van de vogels in het wild aan de juridische term “vangen” en “bemachtigen” is voldaan nu het voor het ringen van de vogels nodig en noodzakelijk is dat de vogels, zij het voor korte duur, vastgepakt moeten worden en daarmee dus feitelijk worden gevangen en bemachtigd. Dit geldt eens temeer indien de geringde vogels uiteindelijk ook nog eens fysiek worden meegenomen uit het nest. Aldus moet het ringen naar het oordeel van de rechtbank ook nog eens worden beschouwd als een stap in het proces dat leidt tot toeëigening van de geringde vogels. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank

In een drietal tenlasteleggingen verwijt de officier van justitie verdachte dat hij in de in die tenlasteleggingen genoemde perioden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort heeft gevangen en/of bemachtigd en nesten van die beschermde inheemse diersoort heeft uitgehaald. Eén van de handelingen betreffende het vangen en bemachtigen zou verdachte tezamen en in vereniging met een ander hebben gepleegd.

Op 8 juni 2010 werd door de Dienst Regeling van het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit melding gemaakt van twee opmerkelijke aanvraagformulieren voor gesloten pootringen voor beschermde inheemse diersoorten. Het ging daarbij om twee aanvraagformulieren broedjaar 2009 van aanvrager [verdachte] (verdachte). Deze formulieren waren opmerkelijk gelet op het grote aantal in combinatie met de grote verscheidenheid en verschillende vogelsoorten waarvoor deze aanvragen waren gedaan.2

De aanvragen betroffen voor broedjaar 2009, 230 ringen ten behoeve van 12 soorten en voor broedjaar 2010, 150 ringen ten behoeve van 10 soorten, waaronder de volgende vogelsoorten:

  • -

    Sitta europaea (Boomklever), jaren 2009 en 2010;

  • -

    Pyrrhula Pyrrhula (Goudvink), jaren 2009 en 2010;

  • -

    Upupa Epops (Hop), jaar 2009;

  • -

    Luscinia Megarhynchos (Nachtegaal) jaren 2009 en 2010;

  • -

    Alcedo Atthis (IJsvogel), jaar 2009.3

Het kweeknummer van de aanvrager (verdachte) is V856.4

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen is onder meer met behulp van de inzet van technische hulpmiddelen opsporingsonderzoek verricht.

Ten aanzien van feit 1 onder a (het vangen en bemachtigen van 6 boomklevers):

Aan de hand van bakengegevens met betrekking tot de personenauto van verdachte – een [auto] – is op 15 februari 2011 vastgesteld dat de personenauto van verdachte op verschillende dagen op de Beulekampersteeg buiten de bebouwde kom van Putten had gestaan.5

Op 17 februari 2011 was een verbalisant aanwezig in het bosperceel aan de Beulekampersteeg te Putten. In dit perceel waren eerder een aantal vogelnestkastjes aangetroffen. Verbalisant constateerde dat er nestkastjes hingen waarvan door hem foto’s zijn gemaakt. 6Verdachte heeft verklaard deze nestkastjes te hebben opgehangen.7

Op 10 mei 2011 is door verbalisanten een onderzoek ingesteld naar de broedactiviteiten / nestactiviteiten in de nestkastjes die hingen in het bosperceel, gelegen aan de Beulekampersteeg te Putten. Door verbalisanten zijn deze kasten nader aangeduid met een nummer. In kast 1 werden 7 niet geringde jonge boomklevers aangetroffen.8

Op 17 mei 2011 bleken bij onderzoek door verbalisanten aan de zeven jonge boomklevers in kast 1, zes jonge vogels te zijn voorzien van een kennelijk gesloten pootring zoals bedoeld in artikel 1 onder e van de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens. De ringen vermeldden het kweeknummer V856 en waren alle voorzien van het verenigingskenmerk/jaartal NB 11 en oplopende volgnummers van 16 t/m 20. Van de zesde geringde jonge boomklever was het volgnummer niet zichtbaar. Alle ringen hadden een diameter van 2,9 mm.9

Ten aanzien van feit 3 onder a (het uithalen van een nest met boomklevers):

Op 21 mei 2011 is tijdens een onderzoek naar de broedactiviteiten / nestactiviteiten in

nestkastje 1 op de Beulekampersteeg te Putten vastgesteld dat zich nog 6 jonge geringde boomklevers in het nest bevonden.10

Op 23 mei 2011 zagen verbalisanten aan de linkerzijde van de Beulekampersteeg te Putten de personenauto van verdachte geparkeerd in de berm staan. Op dat moment bevond zich niemand in deze personenauto. Verbalisant zag ter hoogte van nestkast 1 een man staan. Verbalisanten reden door. Toen zij later terugkeerden, zagen zij dat in nestkast 1 alle jonge boomklevers verdwenen waren. Verbalisanten zagen op de onderste boomtak van de boom een boomklever zitten. Deze vogel had kennelijk voer voor de jonge vogels in de snavel. Tevens hoorden de verbalisanten dat deze vogel veel geluiden maakte. Uit het hele gedrag van deze vogel bleek dat deze kennelijk de jonge vogels wilde voeren.11

In de periode van 21 april 2011 – de dag waarop werd vastgesteld dat er eitjes in nestkastje 1 lagen – tot en 23 mei 2011 – de dag waarop nestkast 1 leeg werd aangetroffen – heeft de [auto] van verdachte meermalen stilgestaan op de Beulekampersteeg te Putten. Na 23 mei 2011 is de personenauto van verdachte niet meer op de Beulekampersteeg te Putten geweest.12

Bij een volièrecontrole bij verdachte op 21 juni 2011 zijn 4 jonge boomklevers aangetroffen die eerder waren aangetroffen in nestkast 1 in het bosperceel aan de Beulekampersteeg te Putten.13

Dat de bij de doorzoeking van de woning en volière van verdachte aangetroffen ringen, die eerder waren gezien in de vogelnesten door toedoen van iemand anders daar terecht zijn gekomen, acht de rechtbank, gezien de gang van zaken zoals die blijkt uit de aangehaalde bewijsmiddelen, volstrekt onwaarschijnlijk. De verdediging laat het bij deze enkele suggestie, zonder zelfs maar een begin van onderbouwing te geven hoe dat zou kunnen en wie dat gedaan zou hebben.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 a en 3 a tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. a:

hij in de periode van 10 mei 2011 tot en met 17 mei 2011 in de gemeente Putten in een bosperceel gelegen aan de Beulekampersteeg opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten zes boomklevers, heeft gevangen en heeft bemachtigd.

3 a:

hij op 23 mei 2011 in de gemeente Putten in een bosperceel gelegen aan de Beulekampersteeg opzettelijk een nest van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, heeft uitgehaald, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar een nest met boomklevers uitgehaald.

Ten aanzien van feit 1 onder b (het vangen en bemachtigen van boomklevers):

Aan de hand van bakengegevens met betrekking tot de personenauto van verdachte is op 28 maart 2011 vastgesteld dat zijn personenauto had stilgestaan aan de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk. Verbalisanten betraden vervolgens het landgoed Oldenaller, nabij de Nieuwe Voorthuizerweg. Door verbalisanten werden 10 nestkastjes aangetroffen.14

Op 4 april 2011 waren verbalisanten wederom ter plaatse en constateerden nog twee nestkastjes op het landgoed Oldenaller.15Verdachte heeft later verklaard de door de verbalisant aangetroffen nestkastjes te hebben opgehangen.16

Op 21 april 2011 werd door verbalisanten een onderzoek ingesteld naar de broedactiviteiten / nestactiviteiten in alle nestkastjes die hangen in het landgoed Oldenaller aan de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk. In nestkast 8 werden 7 eieren aangetroffen.17 Waargenomen werd dat uit nestkast 8 een vogel wegvloog. Verbalisant herkende deze vogel als een boomklever. In het nestkastje werd een nest met eieren aangetroffen. Het nestmateriaal bestond uit schilfers van boomschors. Dergelijke nesten zijn gebruikelijk bij boomklevers.18

Op 28 april 2011 is door verbalisanten gezien dat een boomklever vermoedelijk met voedsel in zijn bek dit nestkastje in vloog en na een kort moment weer uit het nestkastje vloog.19

Op 02 mei 2011 is door verbalisanten geconstateerd dat in nestkast 8 de eieren waren uitgekomen. Geconstateerd werd dat bij een jonge vogel een gesloten pootring om de poot was bevestigd, die was afgedekt met een lichtbruin rubber.20 Op 10 mei 2011 zagen verbalisanten in nestkastje 8 dat op de ring van één van de aangetroffen jongen boomklevers het volgende vermeld stond: V856, NB 11, 12, NL 2,9. Het kweeknummer van verdachte is, zoals ook hiervoor al overwogen, V856. NB 11 staat voor de vogelvereniging Nederlandse Bond voor vogelliefhebbers met jaartal 2011. 12 staat voor volgnummer van de aangevraagde serie ringen en NL 2,9 staat voor de grootte van de diameter van de pootring.21

Ten aanzien van feit 3 onder b (het uithalen van een nest met boomklevers):

Op 12 mei 2011 zagen verbalisanten dat in nestkastje 8, hangende in het bosperceel, gelegen aan de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk zes jonge boomklevers zaten. Uit gegevens van het technisch hulpmiddel is vastgesteld dat de personenauto van verdachte omstreeks 13.22 uur hier ter plaatse was.22

Op 17 mei 2011, omstreeks 09.45 uur, werd tijdens een onderzoek in hetzelfde bosperceel gezien dat nestkast 8 was leeggehaald.23 In de periode van 21 april 2011 – de dag waarop werd vastgesteld dat er eitjes in nestkastje 8 lagen – tot en met 17 mei 2011 – de dag waarop de nestkast leeg werd aangetroffen – heeft de personenauto van verdachte meermalen stilgestaan op de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk, steeds op enkele meters afstand van nestkast 8. Na 14 mei 2011 is de personenauto van verdachte hier niet meer geweest.24

Bij een volièrecontrole bij verdachte op 21 juni 2011 is 1 jonge boomklever aangetroffen die eerder al was aangetroffen in nestkast 8 bosperceel aan de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk.25

Dat de bij de doorzoeking van de woning en volière van verdachte aangetroffen ringen, die eerder waren gezien in de vogelnesten door toedoen van iemand anders daar terecht zijn gekomen, acht de rechtbank, gezien de gang van zaken zoals die blijkt uit de aangehaalde bewijsmiddelen, volstrekt onwaarschijnlijk. De verdediging laat het bij deze enkele suggestie, zonder zelfs maar een begin van onderbouwing te geven hoe dat zou kunnen en wie dat gedaan zou hebben.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 b en 3 b tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. b:

hij in de periode van 21 april 2011 tot en met 10 mei 2011, in de gemeente Nijkerk in een bosperceel gelegen aan de Nieuwe Voorthuizerweg, opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten boomklevers, heeft gevangen en heeft bemachtigd.

3 b:

hij in de periode van 12 mei 2011 tot en met 17 mei 2011, in de gemeente Nijkerk, in een bosperceel gelegen aan of nabij de Nieuwe Voorthuizerweg, opzettelijk een nest van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, heeft uitgehaald, immers heeft hij, verdachte toen aldaar een nest met boomklevers uitgehaald.

Ten aanzien van feit 2:

Op 20 april 2011, 22 mei 2011 en 29 mei 2011 is verdachte gezien op en in de omgeving van het fietspad nabij bosperceel “de Laakse Hoek” te Zeewolde. Tevens is gezien dat de personenauto van verdachte diverse malen is geparkeerd op de Nijkerkerdijk en op de Slingerweg te Zeewolde. Verdachte is op 20 april 2011 en 22 mei 2011 vergezeld door een andere man.26 Later onderzoek leerde dat deze andere man betrof: [medeverdachte].27

Op 22 mei 2011 is door verbalisanten in de omgeving waar deze twee mannen zich hadden opgehouden, in het aanwezige bosperceel een vers loopspoor aangetroffen dat leidde naar een nest met vijf eieren van de nachtegaal.28

Op 05 juni 2011, omstreeks 07.15 uur is vastgesteld dat van de vijf eieren in het nest van de nachtegaal, twee eieren waren uitgekomen. Vastgesteld is voorts dat de twee jonge vogels niet geringd waren.29 Diezelfde dag, te 07.49 uur, is gezien dat twee mannen uit de [auto] stapten en naar de dichtbegroeide strook nabij het nest van de nachtegaal liepen. Gezien is dat deze twee mannen handelingen verrichtten bij het eerder aangetroffen nest van de nachtgaal.30 Een van de mannen werd herkend als verdachte en later onderzoek leerde dat de andere man [medeverdachte] betrof.31 Nadat beide mannen waren vertrokken werd omstreeks 09.25 uur door verbalisanten het nest van de nachtegaal onderzocht. In tegenstelling tot de eerdere constatering die dag, is gezien dat nu een van de twee jonge vogels geringd was en voorzien van een gesloten pootring V856 NB11, 32 2,9 NL.32 Het kweeknummer V856 behoort toe aan verdachte.33

Op 07 juni 2011 is geconstateerd dat beide, in het nest aanwezige jonge nachtegalen voorzien waren van een gesloten pootring met de nummers V856 NB11, 32 2,9 NL en V856 NB11, 28, 2,9 NL.34

Ten aanzien van feit 3 onder c (het uithalen van een nest met nachtegalen):

Op 07 juni 2011 waren verbalisanten ter controle op de naleving van de bepalingen gesteld in de Flora- en faunaweg aanwezig in het bosperceel “de Laakse Hoek” te Zeewolde. Op 05 juni 2011 is vastgesteld dat in een nest van een nachtegaal, 3 eieren en twee jonge vogels zaten. Op 7 juni 2011 is vastgesteld dat de twee jonge vogels geringd waren met een gesloten pootring met de nummers V856 NB11, 32 2,9 NL en V856 NB11, 28, 2,9 NL.35

Op 12 juni 2011 werd vastgesteld dat het vogelnestje leeg was, dat er geen jonge vogels en eieren meer in zaten/lagen en dat een nachtegaal, vermoedelijk de oudervogel, in de boom zat precies boven het lege vogelnestje. Gezien werd dat de nachtegaal kennelijk in paniek was en duidelijk op zoek was naar zijn/haar jongen. Gehoord werd dat de nachtegaal aan het “roepen” was.36 Aan de hand van de bevindingen met het technisch hulpmiddel is vastgesteld dat de personenauto van verdachte op donderdag 9 juni 2011 voor het laatst in de omgeving van de Laakse Hoek te Zeewolde is geweest.37

Tijdens de doorzoeking in de woning bij verdachte op 21 juni 2011 werden twee gesloten pootringen aangetroffen, voorzien van de tekens V856 NB11 32 2,9 NL en V856 NB11 28 2,9 NL. Deze pootringen waren, zoals hiervoor al overwogen, eerder aangetroffen op 5 en 7 juni 2011 in het nest van de nachtegaal.38

Dat de bij de doorzoeking van de woning van verdachte aangetroffen ringen, die eerder waren gezien in de vogelnesten door toedoen van iemand anders daar terecht zijn gekomen, acht de rechtbank, gezien de gang van zaken zoals die blijkt uit de aangehaalde bewijsmiddelen, volstrekt onwaarschijnlijk. De verdediging laat het bij deze enkele suggestie, zonder zelfs maar een begin van onderbouwing te geven hoe dat zou kunnen en wie dat gedaan zou hebben.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 c tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

hij in de periode van 5 juni 2011 tot en met 7 juni 2011 in de gemeente Zeewolde, in een bosperceel gelegen aan de Laakse Hoek, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten nachtegalen, heeft gevangen en heeft bemachtigd.

3 c:

hij in de periode van 7 juni 2011 tot en met 12 juni 2011 in de gemeente Zeewolde, in een bosperceel gelegen aan de Laakse Hoek, opzettelijk een nest van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort heeft uitgehaald, immers heeft hij verdachte, toen aldaar een nest met nachtegalen uitgehaald.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 13 van de Flora- en faunawet waarbij de officier van justitie zich baseert op de bewijsmiddelen zoals in het proces-verbaal van politie opgenomen en ter zitting besproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor wat betreft feit 4 vrijspraak bepleit en daartoe, kort zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Twee boomklevers waren voorzien van een juiste pootring. Het bezit van deze vogels is daarom niet strafbaar. De overige boomklevers waren ook voorzien van pootringen maar kennelijk de verkeerde. Alle ringen zijn afgegeven door een erkende vogelbond. De laatste drie soorten – de nachtegaal, de putter en de staartmees – betreffen gekweekte vogels met een door een erkende vogelbond afgegeven pootring. Per abuis heeft verdachte deze voorzien van een onjuiste pootring. Van opzet is geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

Ten tijde van het aantreffen in de volière van verdachte van diverse beschermde inheemse diersoorten was artikel 5 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten van toepassing. In dit artikel was bepaald dat de verboden gedragingen van artikel 13, eerste lid van de Flora- en faunawet niet gelden ten aanzien van gefokte vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort indien de houder kan aantonen dat de vogels zijn gefokt of dat de producten van gefokte vogels afkomstig zijn en voor zover de vogels zijn voorzien van een pootring, registratie heeft plaatsgevonden in de administratie bedoeld in artikel 8 en is voldaan aan de krachtens artikel 18 gestelde regels (Artikel 5 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, geldend op 21 juni 2011).

Het voorgaande houdt in dat verdachte beschermde inheemse diersoorten onder zich mag hebben indien deze van een juiste pootring zijn voorzien, er registratie heeft plaatsgevonden van het aanvragen van de pootringen en voldaan is aan de regels over het voeren van een administratie en verstrekken van gegevens met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van die dieren (Artikel 18 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, geldend op 21 juni 2011).

In de volière van verdachte zijn op 21 juni 2011 tien jonge boomklevers aangetroffen die alle waren voorzien van een gesloten pootring. Tot kweekjaar 2010 was de wettelijke ringmaat voor de boomklever 2.9 mm. Vanaf kweekjaar 2010 is de wettelijke ringmaat voor de boomklever 3,3 mm. Geconstateerd werd dat alle 10 jonge boomklevers geringd waren met een gesloten pootring, kweekjaar 2011, ringmaat 2,9 mm voorzien van het kweeknummer V856 van verdachte en met de volgnummers 8, 9, 12, 13, 15, 16, 18, 19, 20 en 22.39

Tijdens het onderzoek naar de jonge boomklevers zoals door verbalisanten aangetroffen in nestkast 1 aan de Beulekampersteeg te Putten werd vastgesteld dat de in dat nest aanwezige jonge boomklevers waren voorzien van gesloten pootringen, met kweeknummer V856, alle voorzien van het vereniging/jaartal NB 11 en oplopende volgnummers van 16 t/m 20. Van de zesde geringde jonge boomklever was het volgnummer niet zichtbaar. Alle ringen hadden een diameter van 2,9 mm.40

Tijdens het onderzoek naar de jonge boomklevers zoals door verbalisanten aangetroffen in nestkast 8 aan de Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk werd vastgesteld dat een in dat nest aanwezige jonge boomklever was voorzien van een gesloten pootring met vermelding V856 NB11 NL 2,9 12 (volgnummer).41

Gelet op de overeenkomsten tussen de in het wild aangetroffen pootringen en de in de volière/woning van verdachte aangetroffen pootringen, stelt de rechtbank vast dat in ieder geval 5 van de 10 jonge boomklevers, zoals bij verdachte in de volière aangetroffen, inheemse beschermde diersoorten betroffen die in het wild zijn gevangen.

Voor wat betreft alle 10 jonge boomklevers constateren verbalisanten dat deze onrustig gedrag vertoonden en dat de kopjes van deze vogels vermoedelijk ten gevolge van contact met het gaas, beschadigd waren.42

Verdachte geeft geen geloofwaardige verklaring voor de in zijn volière aangetroffen tien jonge boomklevers.43

Voor wat betreft twee in de volière bij verdachte aangetroffen oudere boomklevers is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend is aangetoond dat deze op onreglementaire wijze in het bezit zijn van verdachte temeer nu er weliswaar gesproken wordt over een “ouderpaar” maar niet duidelijk is wanneer deze van gesloten pootringen zijn voorzien.

In de binnenvolière werd een nachtegaal en in de grote buitenvolière werden een putter (klein) en een staartmees aangetroffen die waren voorzien van gesloten pootringen met de vermelding:

Nachtegaal V856 NB11 NL 3.0 2 (welke ring was afgegeven voor een Goudvink-groot),

Putter klein V856 NB10 NL 2,8 4 (welke ring was afgegeven voor een Baardmannetje) en

Staartmees V856 NB10 NL 2,5 127 (welke ring was afgegeven voor een gekraagde roodstaart).

De wettelijk vastgestelde ringmaat voor de nachtegaal in 2011 was 2,9 mm terwijl de onder verdachte aangetroffen nachtegaal voorzien was van een ring van 3,0 mm. Verdachte was voor wat betreft het broedjaar 2011 in het bezit van de juiste pootring voor de nachtegaal.

De wettelijk vastgestelde ringmaat voor de putter (klein) in 2010 was 2,5 mm. De onder verdachte aangetroffen putter (klein) was voorzien van een ring van 2,8 mm. In 2010 zijn door verdachte geen gesloten pootringen aangevraagd voor de putter (klein).

De wettelijk vastgestelde ringmaat voor de staartmees was in 2010 2,1 mm. De onder verdachte aangetroffen staartmees was voorzien van een ring van 2,5 mm. Deze op de staartmees aangetroffen ring was in 2010 aan verdachte verstrekt ten behoeve van een gekraagde roodstaart. In 2010 zijn aan verdachte 10 gesloten pootringen, ringmaat 2,1 mm ten behoeve van de staartmees verstrekt.44

In de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens wordt in artikel 5, tweede lid, bepaald dat, kort gezegd, een pootring met een grotere diameter mag worden aangebracht als de aanvrager aannemelijk kan maken dat een grotere diameter in verband met de dikte van de poot noodzakelijk is (Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens art. 5 lid 2).

Verdachte heeft geen verklaring gegeven voor de grotere ringmaat zoals bij de nachtegaal, putter (klein) en staartmees zijn aangetroffen.45

Voor wat betreft dit feit ontkent verdachte het opzet. Verdachte zou een hobbyist zijn die probeert de regels correct na te leven welke regels niet altijd even doorzichtig zijn, zeker niet als het gaat om pootringen.

De rechtbank acht het opzet bij verdachte wel degelijk aanwezig. Immers, van maar liefst vijf van de tien aangetroffen jonge boomklevers – waarvan verdachte het wil doen geloven dat deze door hem op legale wijze zijn aangeschaft en dus in gevangenschap zouden zijn geboren – kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat deze uit de vrije natuur komen. Bovendien houdt verdachte zich naar eigen zeggen al meer dan zestig jaar bezig met vogels en kweekt hij deze ook zelf.46 Dan komt de verklaring van verdachte dat hij enkel een hobbyist is die probeert de regels na te leven, ongeloofwaardig over.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 21 juni 2011 in de gemeente Nijkerk, opzettelijk dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te weten, boomklevers en een nachtegaal en een putter en een staartmees, onder zich heeft gehad.

Ten aanzien van feit 5:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 153 van de Flora- en faunawet waarbij de officier van justitie zich baseert op de bewijsmiddelen zoals in het proces-verbaal van politie opgenomen en ter zitting besproken.

Het standpunt van de verdediging

De in de auto van verdachte aangetroffen lijmstokjes waren niet bruikbaar. Ze waren oud en nagenoeg helemaal uitgedroogd. Deze stokjes hadden nooit gebruikt kunnen worden voor het in het wild vangen van vogels. Het voorhanden hebben van ondeugdelijke stokjes is niet strafbaar. Bovendien is het niet aannemelijk geworden dat deze stokjes ook daadwerkelijk gebruikt zouden worden door verdachte. Dat is niet waargenomen en bovendien zijn geen vogels aangetroffen waaruit zou kunnen blijken dat voor het vangen lijmstokjes zouden zijn gebruikt.

Beoordeling door de rechtbank

De bewoordingen van de delictsomschrijving en de daarop gebaseerde tenlastelegging duiden er op dat het enkele voorhanden hebben van de illegale middelen op zichzelf onvoldoende is voor strafbaarheid, maar dat er tevens aanwijzingen moeten zijn dat verdachte voornemens was die middelen daadwerkelijk te gebruiken voor een niet toegestaan doel. Gedurende de lange periode van observatie van verdachte is nimmer gebleken dat verdachte gebruikt maakte van lijmstokjes. Enig bewijs waaruit redelijkerwijs zou moeten worden aangenomen dat die middelen, te weten lijmstokjes, door verdachte daadwerkelijk voor het doden of vangen van dieren zouden worden gebruikt heeft de rechctbank in het dossier niet aangetroffen. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlasteleggingen kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaringen verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 a en 1 b telkens:

Overtreding van artikel 9 van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Het medeplegen van overtreding van artikel 9 van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 1 a, 1 b en 1 c telkens:

O vertreding van artikel 11 van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

O vertreding van artikel 13 van de Flora- en faunawet opzettelijk begaan

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten onder 1 t/m 5 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar alsmede een werkstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte vangt beschermde vogels in het wild en brengt daarmee schade toe aan de populatie van kwetsbare dieren die behoren tot de categorie beschermde inheemse diersoort.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte is een man op leeftijd en is lange tijd ernstig ziek geweest. De feiten zijn nu ruim 2 jaar oud. Verdachte heeft nauwelijks relevante documentatie. De eis van de officier van justitie doet geen recht aan het geheel. Bepleit wordt het te laten bij een werkstraf waarvan een deel voorwaardelijk opgelegd kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de economische kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet ophet uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 18 juni 2013.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele maanden op intensieve wijze bezig gehouden met het vangen van inheemse beschermde vogels, waaronder vogels voorkomend op de Rode Lijst zoals de nachtegaal. Daarbij is verdachte zeer gestructureerd en geraffineerd te werk gegaan door verschillende nestkasten op te hangen, deze regelmatig te controleren om vervolgens, zo daarin vogels aan het broeden waren die verdachte wilde hebben, deze te ringen om ze na enige tijd uit het nest te halen.

Verdachte is, gelet op het voorgaande, te kwalificeren als een stroper en van stropers is bekend dat zij ernstige schade toebrengen aan de natuur. Daarbij komt dat tijdens de huiszoeking bij verdachte op 21 juni 2011 twee ringen zijn gevonden die eerder waren aangetroffen op de door verdachte in de periode van 7 juni tot en met 12 juni 2011 ontvreemde jonge nachtegalen hetgeen doet vermoeden dat beide jonge nachtegalen het handelen van verdachte niet overleefd hebben.

Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank niet alleen rekening gehouden met het voorgaande, maar ook met het feit dat uit de documentatie van verdachte blijkt dat hij al eerder met justitie in aanraking is geweest ter zake het overtreden van de Flora- en faunawet. Bovendien zijn tijdens de huiszoeking bij verdachte verschillende vangmiddelen aangetroffen. De rechtbank acht daardoor aannemelijk dat verdachte zich vaker heeft ingelaten met stropersactiviteiten.

Omdat de rechtbank verdachte van een van de ten laste gelegde feiten vrijspreekt, komt de economische kamer tot een iets lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 9, 11 en 13 van de Flora- en Faunawet en de artikelen 1a, 2, 5 en 6 van de Wet op de Economische Delicten.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 5 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Alsmede:

Het verrichten van een werkstraf gedurende 40 (veertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 20 (twintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 6 (zes) uren, zijnde 3 (drie) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. D.R. Sonneveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting

van deze rechtbank op 10 oktober 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Politieregio Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07JZM10015 Fussring, proces-verbaalnummer 120418.1000, gesloten op 11 december 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Relaas verbalisant (stamproces-verbaal pag. 9, eerste alinea “melding”);

3 Relaas verbalisant (stamproces-verbaal pag. 9, laatste twee alinea’s), een schriftelijk bescheid, te weten een aanvraagformulier Europese en andere beschermde vogels broedjaar 2009 (pag. 443), een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai ringaanvragen 2010 (pag. 442), een schriftelijk bescheid, te weten een bijlage (Rode lijst zoogdieren) als bedoeld in artikel 1 van het besluit Rode lijsten flora en fauna (pag. 668 e.v.);

4 Stamproces-verbaal pag. 9 (zesde alinea), de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

5 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 94 1e alinea, pag. 95 laatste alinea);

6 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 110/111);

7 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

8 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 126);

9 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 127);

10 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 129);

11 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 130 6e en 7e alinea, pag. 131 1e, 2e en 4e alinea);

12 Stamproces-verbaal pag. 17 “bevindingen technisch hulpmiddel Beulekampersteeg te Putten”;

13 Stamproces-verbaal pag. 27 halverwege onder 1;

14 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 97, 98 en 99);

15 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 139);

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

17 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 116 eerste deel “Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk);

18 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 119 1e en 2e alinea);

19 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 122), 1e alinea);

20 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 124 “Nieuwe Voorthuizerweg te Nijkerk);

21 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 144 vanaf 3e alinea);

22 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 147) en proces-verbaal analyse bakengegevens (pag. 136, 12 mei 2011);

23 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 148);

24 Stamproces-verbaal “bevindingen technisch hulpmiddel” pag. 19 en een proces-verbaal analyse bakengegevens (pag. 135/136);

25 Stamproces-verbaal pag. 27 halverwege onder 1;

26 Stamproces-verbaal “bevindingen Laakse Hoek” te Zeewolde pag. 21, alsmede processen-verbaal van bevindingen (pag. 106, 161 en 169);

27 Stamproces-verbaal pag. 21 laatste alinea;

28 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 171, vijfde alinea);

29 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 180 laatste alinea, 181 eerste alinea);

30 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 182, eerste alinea);

31 Stamproces-verbaal (pag. 22, tweede alinea);

32 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 183, tweede alinea);

33 Stamproces-verbaal pag. 6 (zesde alinea), de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

34 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 187);

35 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 187);

36 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 190);

37 Stamproces-verbaal pag. 22 laatste alinea;

38 Stamproces-verbaal pag. 26, eerste alinea;

39 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 249 eerste en tweede alinea);

40 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 127);

41 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 144 vanaf 3e alinea);

42 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 249, tweede alinea);

43 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

44 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 250 voorlaatste en laatste alinea, pag. 251, eerste vijf alinea’s);

45 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 26 september 2013;

46 Verklaring verdachte d.d. 22 juni 2011 (pag. 300, eerste en tweede alina);