Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3700

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
06/940374-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is wegens bedreigingen gericht tot een buurtgenoot, een vroeger buurmeisje en politie-agenten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 148 dagen met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/940374-12

Uitspraak d.d.: 8 oktober 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsman mr. E.M. Steller te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 september 2012 te Zutphen [slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden

toegevoegd :"Als ik jou de volgende keer tegenkom dan steek ik je dood" en/of

"ik rij jou en je vrouw en je kind dood" en/of "Ik maak je dood" en/of "Jij

houdt mij in de gaten, als ik je weer zie dan steek ik je dood", althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 september

2012 tot en met 27 september 2012 te Zutphen, althans in Nederland,

de Nederlandse bevolking en rechtsorde en/of samenleving en/of een weerloos

blank gezin, althans een gezin en/of één of meer agent(en) en/of

politiefunctionaris(sen) en/of [agent] en/of het kindje van [agent]

, in elk geval één of meer personen heeft bedreigd,

met een terroristisch misdrijf

en/of

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

(beide broer en/of familie, althans bekende van verdachte) opzettelijk

dreigend de volgende (sms)berichten heeft verzonden:(geheel of gedeeltelijk

weergegeven)

- " we moeten een weerloze blanke gezin als voorbeeld stellen en doden, dat wil

ik wel doen als je achter me staat. onze enige reddding om blanke telaten

weten dat wij ook kunne doden. sta achter mij en gebruik mij. Dan zal niemand

ons meer spionere. sta achter mij. ze vragen erom of blijven wij zo leven"

en/of

- " die overbuurvrouw van jou spioneert ons ook. als jij wil ga ik haar gezin

laten lijden als. voorbeelden.......we doen het voor onze ouders sta met een

verklaring achter me broer. De hele wereld zal dood. Weerloze gezin" en/of

- " zelfs politie doet mee. dit verdiend wraak op een weerloze gezin. staat

geen cel op. dit is uitlokking en dus ons recht...."en/of

- of 2 agenten dat is wereldnieuws en ze verdienen het is gerechtigheid voor

ons. elke rechter zal het daarmee eens zijn, de wereld zal achter ons staan

als ik agent knal ze zijn er om ons te beschermen niet om ons te stalken 15

kogels door hun kop is ons recht. 2agenten zou de. mooiste voorbeeld zijn"

en/of

- "2 dode agenten ik doe het.....ik schiet ik ga zitten....." en/of

- " kk2 agenten dood en wij worden rijk over hun doden wat wil je nu mij

verraden aan blanken....." en/of

- "..... ik dood graag een agent als je maar eerlijk bent tegen over mij ik

verdien het om 2 dode agenten op de kaart tezette. ik heb geen doel meer. nu

ga. ik blanken doden.... en/of

- " de moeder van [agent] heeft veel joden op ons afgestuurd jij wer ook in de

gate gehouden dankzij haar. gebruik mij maak een plan voor haar kleinkind. die

kindje moet invalide.....ik ga ervoor zitten" en/of

- " kindje van [agent] dan gaat haar moeder kapot die moeten we

pakken hun verdienen dat",

althans (telkens) woorden en/of berichten van gelijke

dreigende aard of strekking, welke opzettelijke dreigende woorden en/of

berichten van verdachte (aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en bedoeld voor voornoemde

persoon/personen) door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] aan de politie

en/of opsporingsinstantie werden doorgegeven (onder vermelding dat deze

dreigende woorden en/of berichten door verdachte aan hem/hun waren verzonden)

en/of waarbij die bedreigende woorden en/of berichten ook bekend zijn gemaakt

en/of geworden binnen de politie organisatie en/of voornoemde [agent];

art 285 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 285 lid 4 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Naar het oordeel van de officier van justitie heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1] (feit 1) en bedreiging van agenten/politiefunctionarissen met een terroristisch misdrijf en bedreiging van [agent] met enig misdrijf tegen het leven gericht (feit 2).

Voor het overige heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten.

Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsman hiertoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte heeft verklaard de in de tenlastelegging genoemde woorden niet te hebben gebruikt. Het is de vraag in hoeverre de aangifte wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Aangever verklaart dat door verdachte maar één keer het woord ‘dood’ is gebruikt, terwijl de getuige verklaart dit woord twee keer te hebben gehoord. Ook is haar verklaring niet overtuigend, omdat de getuige de stem van verdachte niet heeft herkend terwijl hij toch geen onbekende van haar is.

Met betrekking tot feit 2 is, zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd.

Bedreiging van het kind van [agent] kan niet bewezen worden verklaard, nu de bedreiging het kind volgens de stukken in het dossier niet heeft bereikt.

Verder gaat het enkel om voorwaardelijke bedreigingen. Verdachte gebruikt zinnen zoals ‘als jullie achter me staan…’, waardoor zijn uitlatingen meer oproepen aan zijn broers zijn dan directe bedreigingen. Een bedreiging moet de vrees oproepen dat de woorden gerealiseerd gaan worden. Het is duidelijk dat de broers van verdachte niet op zijn oproep zijn ingegaan.

Het is ook de vraag of verdachte het oogmerk had dat zijn woorden [agent] zouden bereiken. De politie heeft er, door tussenkomst van de broers van verdachte, voor gezorgd dat [agent] de uitlatingen van verdachte heeft gehoord. Verdachte wilde alleen zijn broers testen. Hij heeft niet zelf contact gezocht met [agent].

Verder slaat de zin ‘kindje van [agent], dan gaat haar moeder kapot. hun verdienen dat’, niet op [agent] zelf. De bedreiging moet wel aan haar gericht zijn wil bewezenverklaring van bedreiging van [agent] mogelijk zijn. Daarnaast houdt het woord ‘kapot’ in de eerdergenoemde zin alleen geestelijk letsel in. Er is geen sprake is van bedreiging met de dood of zwaar lichamelijk letsel.

Ook ten aanzien van de politie is geen sprake van bedreiging, niet met een terroristisch misdrijf en ook niet anderszins.

Primair wordt hiertoe aangevoerd dat de betreffende sms’en zijn gericht aan de broers van verdachte, niet aan de politie. Er is ook geen sprake van opzet in de voorwaardelijke zin, Verdachte heeft niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn uitlatingen de politie zouden bereiken. Het heeft bovendien drie weken geduurd voor de broers van verdachte naar de politie gingen. Ook blijkt uit niets dat verdachte de intentie had de berichten verder te verspreiden.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat onvoldoende blijkt van een terroristisch oogmerk. De uitlatingen zijn niet tot politieambtenaren zelf gericht, op internet gezet of iets dergelijks. Er is door verdachte geen ruchtbaarheid aan gegeven. Uit een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam (LJN BY2559) komt naar voren dat een bedreiging wel geloofwaardig dient te zijn. Daaraan valt te twijfelen nu de broers pas na drie weken de melding doen bij de politie. Het is de vraag of de politie geloof moet hechten aan de uitingen. Verder gaat het ook met betrekking tot de politie om voorwaardelijke bedreigingen. Nu de broers niet willen en zullen helpen is geen sprake van bedreiging.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak van onderdelen uit het onder 2 ten laste gelegde feit.

De rechtbank is met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor de bedreigingen voor zover gericht tegen de Nederlandse bevolking en rechtsorde/samenleving/een weerloos blank gezin/een gezin. Om tot bewezenverklaring van een bedreiging te kunnen komen dient de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte te zijn geraakt van de bedreiging. Gelet op de zeer ruime groep (met betrekking tot de bedreigingen tegen de Nederlandse bevolking / rechtsorde / samenleving), dan wel de niet geconcretiseerde groep (met betrekking tot de bedreigingen tegen een (blank weerloos) gezin) acht de rechtbank de bedreigingen te weinig gericht om te kunnen leiden tot het ontstaan van redelijke vrees dat verdachte uitvoering zou geven aan zijn bedreigende woorden.

Ook ten aanzien van de bedreiging van het kind van [agent] acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig, nu uit het dossier niet blijkt dat de bedreigingen het kind van [agent] hebben bereikt.

De rechtbank is verder van oordeel dat onvoldoende bewijs aanwezig is voor het bedreigen van de politie-agenten/politiefunctionarissen met een terroristisch misdrijf.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig én overtuigend bewijs aanwezig is voor het overige tenlastegelegde.

De rechtbank acht voor haar bewijsoordelen de volgende bewijsmiddelen redengevend.

feit 1

Door aangever [slachtoffer 1] is, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 24 december 2012, omstreeks 11.30 uur, voor zijn woning te Zutphen door verdachte met de dood is bedreigd. Bij aangever bestond de overtuiging dat verdachte zijn bedreiging werkelijk ten uitvoer ging leggen.

Verdachte werd erg agressief richting aangever en zei op luide toon tegen aangever ‘Jij houdt mij in de gaten, als ik je weer zie steek ik je dood’. Ook zei verdachte ‘ik maak je dood’2.

Door [getuige] is, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij op 24 september 2012, omstreeks 11.30 uur, vanuit haar woning te Zutphen luide stemmen buiten hoorde. Zij herkende de stem van haar man [slachtoffer 1]. Zij hoorde het woordje ‘dood’ vallen. Zij hoorde iemand zeggen ‘ik maak je dood’. Ze herkende de stem niet, maar het was zeker niet de stem van haar man3.

Door verdachte is met betrekking tot dit feit bij de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij zich irriteert aan de jongen op de hoek die hem de hele tijd in de gaten houdt. Verdachte geeft toe dat hij niet echt aardig is geweest.

Beoordeling van de verweren van de raadsman

De door de raadsman gevoerde verweren worden verworpen. Uit de verklaring van de aangever blijkt dat ook aangever verdachte twee keer het woord ‘dood’ heeft horen uiten.

De rechtbank gaat niet mee in het verweer van de raadsman dat het feit dat getuige [getuige] de stem van verdachte niet herkent, afbreuk doet aan de overtuiging dat de bedreigingen door verdachte zouden zijn geuit.

feit 2

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], broers van verdachte, zich ernstige zorgen maken om verdachte. Hij zou, mede door gebruik van harddrugs, tot hele ernstige feiten in staat zijn. Door de broers worden sms-berichten getoond, afkomstig van verdachte en aan hen gericht.

Op 9 september 2012 zijn door verdachte aan [slachtoffer 2] de volgende sms-berichten verzonden:

‘Of 2 agenten.dat is wereld nieuws en ze verdienen het.is gerechtigheid voor ons.elke rechter zal het daarmee eens zijn.de wereld zal achter ons staan als ik agent knal ze zijn er om ons tebeschermen niet om ons te stalken 15 kogels door hun kop .is ons recht.2agenten zou de.mooiste voorbeeld zijn’. en

2dode agenten.ikdoe het (…) ik schiet ik ga zitten (…) en

Kk2 agenten dood en wij worden rijk over hun doden. Wat wil je nu mij verraden aan blanken(…)’ en

‘ ik dood graag een agent als je maar eerlijk bent tegen over mij ik verdienhet om 2dode agenten op d ekaart tezette.ik heb geen doel meer.nu ga.ikblanken doden.’.

Op 24 september 2012 zijn door verdachte aan [slachtoffer 3] de volgende sms-berichten verzonden:

Die kindje moet invalide.(…).ik ga ervoor zitten.’ en

Kindje van [agent].Dan gaat haar moeder kapot.die moeten we pakken. Hun verdienen dat’4.

Er zijn foto’s gemaakt van de sms-berichten op de mobiele telefoons van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], waarop de volgende teksten te zien zijn:

‘of 2 agenten.dat is wereldnieuws en ze verdienen het.is gerechtheid voor ons.elke rechter zal het daarmee eens zijn,de wereld zal achter ons staan als ik agent knal ze zijn er om ons tebeschermen niet om ons te stalken 15 kogens door hun kop .is ons recht.2agenten zou de.mooiste voorbeeld zijn.’

‘2dode agenten.Ikdoe het.(…)ik schiet ik ga zitten’.

‘Kk2 agenten dood en wij worden rijk over hun doden.Wat wil je nu mij verraden aan blanken…’5

(verzonden door [verdachte] op 9 september 2012)

‘Die kindje moet invalide6.

‘ik ga ervoor zitten’.

‘kindje van [agent]. Dan gaat haar moeder kapot.die moeten we pakken. Hun verdienen dat.’7

(verzonden op 24 september 2012 door ‘[verdachte]’).

Door verdachte is verklaard, zakelijk weergegeven:

‘Ik heb die smsjes een behoorlijke tijd geleden gestuurd naar mijn familie8.

Door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij bezorgd zijn over verdachte. Verdachte is paranoia en is alle realiteit kwijt en stuurt sms’jes. Wanneer verdachte niet wordt geholpen gaat het fout9.

Door [agent] is, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij verdachte kent van vroeger uit de buurt. Na het voorhouden van de teksten die door verdachte per sms aan [slachtoffer 3] zijn gestuurd: ‘die kindje moet invalide(…)’ en ‘ik ga ervoor zitten.’ en ‘Kindje van [agent]. Dan gaat haar moeder kapot. die moeten we pakken. Hun verdienen dat’ heeft getuige aangegeven zich erg bedreigd te voelen, omdat ze haar kinderen wil beschermen10.

Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt, zakelijk weergegeven, dat naar aanleiding van de op 9 september 2012 door verdachte verzonden sms-berichten met de inhoud ‘Of 2 agenten, dat is wereld nieuws en ze verdienen het. het is gerechtigheid voor ons. elke rechter zal het daarmee eens zijn. de wereld zal achter ons staan als ik agent knal ze zijn er om ons tebeschermen niet om ons te stalken. 15 kogels door hun kop. is ons recht. 2agenten zou de.mooiste voorbeeld zijn’, een breefingsbericht is gemaakt, waarin de bedreigingen door verdachte aan de politie zijn vermeld. Dit bericht is verspreid onder de verbalisanten van het politiedistrict IJsselstreek. Hen is op het hart gedrukt vooral op de hoede te zijn bij contacten met verdachte11.



Beoordeling van de verweren van de raadsman

Door de raadsman is aangevoerd dat het niet de bedoeling van verdachte was dat zijn uitlatingen [agent] en/of de politie zouden bereiken en dat derhalve geen sprake is van opzet.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat verdachte gelet op de inhoud van zijn uitlatingen redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat zijn broers naar de politie zouden gaan en de bedreigingen [agent] en de politie-agenten/functionarissen zouden bereiken. Verdachte heeft dan ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn uitlatingen [agent] en de politie-agenten/functionarissen zouden bereiken, zodat sprake is van opzet in de voorwaardelijke zin.

De raadsman heeft aangevoerd dat in de zin ‘kindje van [agent], dan gaat haar moeder kapot. hun verdienen dat’, ‘haar moeder’ niet op [agent] zelf slaat, waardoor de bedreiging niet tot [agent] is gericht. Daarnaast is aangevoerd dat ‘dan gaat haar moeder kapot’ geen bedreiging met lichamelijk letsel of de dood, maar ‘slechts’ bedreiging met geestelijk letsel inhoudt.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De woorden ‘haar moeder’ in de zin ‘kindje van [agent], dan gaat haar moeder kapot’, kunnen verwijzen naar [agent], de moeder van het kind. Voor zover hier twijfel over zou kunnen bestaan, komen mogelijke onduidelijkheden voor rekening en risico van verdachte.

Het verweer van de raadsman dat het woord ‘kapot’ enkel op geestelijk letsel slaat en niet (ook) lichamelijk letsel, dient te worden beoordeeld in de context van de uitlatingen die door verdachte zijn gedaan. Gelet op de inhoud van de overige uitlatingen van verdachte (‘we gaan ze pakken’ en ‘ik ga ervoor zitten’) is de rechtbank van oordeel dat de woorden ‘dan gaat haar moeder kapot’ een bedreiging in de juridische zin opleveren.

Door de raadsman is verder aangevoerd dat, zowel ten aanzien van [agent] als ten aanzien van de politieagenten/functionarissen, sprake is van voorwaardelijke bedreigingen.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de bedreigingen door verdachte voorwaardelijk waren bedoeld. Dit doet daarnaast niet af aan de aard en ernst van de geuite bedreigingen door verdachte.

Gelet op het bovenstaande verwerpt de rechtbank de verweren van de raadsman.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 24 september 2012 te Zutphen [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik jou de volgende keer tegenkom dan steek ik je dood" en "ik rij jou en je vrouw en je kind dood" en "Ik maak je dood" en "Jij houdt mij in de gaten, als ik je weer zie dan steek ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op meer tijdstippen in de periode van 09 september 2012 tot en met 27 september 2012 te Zutphen, althans in Nederland, één of meer agent(en) en/of politiefunctionaris(sen) en/of [agent] heeft bedreigd,

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

hierin bestaande dat verdachte (telkens) [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

(beide broer van verdachte) opzettelijk dreigend de volgende (sms)berichten heeft verzonden:’(geheel of gedeeltelijk weergegeven)

- “ of 2 agenten dat is wereldnieuws en ze verdienen het is gerechtigheid voor

ons. elke rechter zal het daarmee eens zijn, de wereld zal achter ons staan

als ik agent knal ze zijn er om ons te beschermen niet om ons te stalken 15

kogels door hun kop is ons recht. 2agenten zou de. mooiste voorbeeld zijn"

en

- "2 dode agenten ik doe het.....ik schiet ik ga zitten....." en

- " kk2 agenten dood en wij worden rijk over hun doden wat wil je nu mij

verraden aan blanken....." en

- " die kindje moet invalide.....ik ga ervoor zitten" en

- " kindje van [agent] dan gaat haar moeder kapot die moeten we

pakken hun verdienen dat",

althans telkens woorden en/of berichten van gelijke dreigende aard of strekking, welke opzettelijke dreigende woorden en/of berichten van verdachte (aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en bedoeld voor voornoemde persoon/personen) door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] aan de politie en/of opsporingsinstantie werden doorgegeven (onder vermelding dat deze

dreigende woorden en/of berichten door verdachte aan hem/hun waren verzonden)

en/of waarbij die bedreigende woorden en/of berichten ook bekend zijn gemaakt

en/of geworden binnen de politie organisatie en voornoemde [agent].

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Hoewel door de psycholoog (drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, d.d. 19 november 2012) en de psychiater ([psychiater 1], psychiater, d.d. 16 november 2012), alsmede in het screeningsrapport ([psychiater 2], psychiater, d.d. 17 oktober 2012) wordt geconstateerd dat bij verdachte sprake lijkt te zijn van persoonlijkheidsproblematiek, is de rechtbank van oordeel dat verdachte, gelet op zijn weigering mee te werken aan onderzoek naar zijn persoon, volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 298 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest.

De raadsman heeft, bij bewezenverklaring van één van de feiten en ook bij bewezenverklaring van beide feiten, bepleit dat een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht, meer dan voldoende is. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat ook de context meegewogen dient te worden. Het gaat om indirecte bedreigingen. De vrees dat verdachte de bedreigingen zou nakomen heeft ook niet lang bestaan. Een voorwaardelijk strafdeel van 5 maanden gevangenisstraf heeft naar mening van de raadsman geen toegevoegde waarde, zeker niet nu verdachte zich in het buitenland bevindt en zich daar ook wil vestigen. Ook dient rekening te worden gehouden met het lange tijdsverloop.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen met de dood van meerdere personen, te weten [slachtoffer 1], [agent] en politieagenten, op meerdere tijdstippen. Bij bedreiging van [slachtoffer 1] heeft de bedreiging rechtstreeks plaatsgevonden, wat extra impact moet hebben gehad.

Het gaat hierbij om ernstige bedreigingen, zowel in aard als in omvang.

Daarnaast wordt verdachte als een instabiel persoon omschreven, waardoor van zijn uitlatingen nog extra dreiging uitgaat gelet op de onvoorspelbaarheid van verdachte.

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het feit dat uit het uittreksel uit de justitiële documentatie12 blijkt dat verdachte reeds eerder wegens een geweldsdelict is veroordeeld, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opgelegd.

Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf van 148 dagen, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 148 (honderdachtenveertig) dagen;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Vos en Gerbranda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2013.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0630 2012131793, Politie Regio Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 6 november 2012.

2 proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], p. 29-30.

3 proces-verbaal verhoor [getuige], p. 36.

4 proces-verbaal van bevindingen p. 11-12.

5 foto’s sms-berichten, p. 13.

6 foto’s van sms-berichten, p. 17.

7 foto’s van sms-berichten, p. 15.

8 proces-verbaal verhoor verdachte, p. 22.

9 proces-verbaal verhoor [agent], p. 33-35.

10 proces-verbaal verhoor [agent], p. 38-39.

11 proces-verbaal van bevindingen, p. 43.

12 Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 6 september 2013