Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3698

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
05/820640-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeersweg veroordeelt tot een werkstraf van 40 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 9 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/820640-13

Uitspraak d.d.: 8 oktober 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1946],

wonende te [woonplaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 23 oktober 2012,

in de gemeente Apeldoorn,

als verkeersdeelneemster, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Heemradenlaan,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

immers is verdachte zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of

onoplettend, ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg met de Laan

van Maten en de Laan van Kuipershof, op welke kruising of splitsing toen en

daar het verkeer middels verkeerslichten werd geregeld,

- met (nagenoeg) onverminderde snelheid die kruising of spitsing opgereden

(richting Laan van Maten) terwijl een voor verdachte bestemd verkeerslicht

toen in haar richting rood licht uitstraalde, en/of

- is verdachte niet (tijdig) gestopt voor een op de Heemradenlaan geplaatst

en/of voor verdachte bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht en/of

- heeft verdachte dat door haar bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder

controle gehad, en/of

- is verdachte niet voortdurend in staat geweest de handelingen te verrichten

die van verdachte werden vereist, en/of

- heeft verdachte niet voortdurend de nodige oplettendheid en voorzichtigheid

betracht, en/of

- is verdachte (vervolgens) op genoemde kruising of splitsing aangereden of

gebotst tegen een voor verdachte van rechts vanaf het naast die

Heemradenlaan gelegen fietspad komende overstekende bromfietser en/of diens

bromfiets, voor welke bromfietser toen en daar een voor die bromfietser

bestemd verkeerslicht groen licht uitstraalde,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten twee

gebroken sleutelbenen en/of een hersenschudding, althans zodanig lichamelijk

letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

(parketnummer 05-820640-13)

art 6 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 23 oktober 2012,

in de gemeente Apeldoorn,

als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de

weg, de Heemradenlaan,

ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg met de Laan van Maten en

de Laan van Kuipershof, op welke kruising of splitsing toen en daar het

verkeer middels verkeerslichten werd geregeld,

- met (nagenoeg) onverminderde snelheid die kruising of spitsing is opgereden

(richting Laan van Maten) terwijl een voor verdachte bestemd verkeerslicht

toen in haar richting rood licht uitstraalde, en/of

- is verdachte niet (tijdig) gestopt voor een op de Heemradenlaan geplaatst

en/of voor verdachte bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht en/of

- heeft verdachte dat door haar bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder

controle gehad, en/of

- is verdachte niet voortdurend in staat geweest de handelingen te verrichten

die van verdachte werden vereist, en/of

- heeft verdachte niet voortdurend de nodige oplettendheid en voorzichtigheid

betracht, en/of

- is verdachte (vervolgens) op genoemde kruising of splitsing aangereden of

gebotst tegen een voor verdachte van rechts vanaf het naast die

Heemradenlaan gelegen fietspad komende overstekende bromfietser

en/of diens bromfiets, voor welke bromfietser toen en daar een voor die

bromfietser bestemd verkeerslicht groen licht uitstraalde,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op de weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

(parketnummer 05-820640-13)

De in deze telastelegging gebruikte termen en

uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Naar het oordeel van de officier van justitie heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zeer onvoorzichtig rijgedrag ten gevolge waarvan een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdediging

Door verdachte is geen verweer gevoerd met betrekking tot het bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig én overtuigend bewijs aanwezig is voor het primair tenlastegelegde feit.

De rechtbank acht voor haar bewijsoordelen de volgende bewijsmiddelen redengevend.

Door het slachtoffer [slachtoffer] is op 26 oktober 2012, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 23 oktober 2012, omstreeks 13.40 uur met zijn scooter betrokken is geweest bij een aanrijding met een auto op de kruising Heemradenlaan/ Laan van Kuipershof / Laan van Maten te Apeldoorn. Hij reed vanaf de Heemradenlaan in de richting van de Laan van Maten en wachtte voor het rode verkeerslicht bij de kruising met de Laan van Kuipershof. Het slachtoffer zag het verkeerslicht op groen springen en trok op om de weg over te steken. Vanaf dat moment weet hij niets meer. Hij kwam bij en lag op de weg. Agenten zeiden dat hij een ongeluk had gehad2.

Door verdachte is op 23 oktober 2012, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij op 23 oktober 2012 in haar personenauto uit de richting Laan van Maten/Heemradenlaan kwam. Zij wilde in de richting van de Matenpoort verder rijden. Zij kende de weg daar niet goed. Zij stak een kruising over en botste tegen een scooter aan. Hierna verloor zij de macht over het stuur en reed zij de middenberm op en raakte een lantaarnpaal.

De aanrijding heeft plaatsgevonden op de kruising Laan van Maten met de Laan van Kuipershof. Zij vermoedt dat de snorfietser van rechts kwam. Verdachte denkt 50 kilometer per uur te hebben gereden. Zij weet niet welke kleur het verkeerslicht uitstraalde toen zij overstak. Zij was ergens mee bezig, maar weet niet waarmee3.

Ter terechtzitting is door verdachte, zakelijk weergegeven, aanvullend verklaard dat zij, toen zij het bewuste kruispunt naderde, op het laatste moment besloot om niet linksaf (richting de snelweg naar Deventer), maar rechtdoor te rijden. Zij is, zonder vaart te minderen, doorgereden en heeft hierbij het verkeerslicht voor rechtdoor rijdend verkeer in het geheel niet opgemerkt.

Door getuige [getuige] is, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 23 oktober 2012, omstreeks 14 uur bij de Laan naar Maten, Heemradenlaan op het fietspad bij de kruising naar Laan van Kuipershof reed. Het verkeerslicht voor het verkeer in de richting van de Laan naar Kuipershof stond op rood. Getuige zag een scooter naast hem komen staan. Toen het verkeerslicht op groen sprong, zag hij dat de scooterrijder weg reed. Toen de scooterrijder iets over de helft van de rijbaan was, zag getuige dat een personenauto de scooter raakte. De personenauto kwam uit de richting Heemradenlaan en ging in de richting Laan van Maten. De personenauto schoot na de aanrijding door en kwam tot stilstand in de middenberm. De scooterrijder viel op de grond4.

Er is een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (VOA) opgemaakt naar aanleiding van het verkeersongeval tussen de personenauto van verdachte en de bromfiets van het slachtoffer in Apeldoorn, Heemradenlaan/Laan van Maten/Laan van Kuipershof d.d. 23 oktober 2012. Hierin wordt, zakelijk weergegeven, aangegeven dat het verkeer op het betreffende kruispunt op het moment van het ongeval door middel van een verkeersregelinstallatie werd geregeld5. Geconcludeerd wordt dat het ongeval niet te wijten is aan een technisch gebrek, maar moet worden gezocht in een rij- c.q. beoordelingsfout van de bestuurder van de personenauto. De meest waarschijnlijke oorzaak van het ongeval is dat de bestuurder van de personenauto door rood licht is gereden6.

Uit de geneeskundige verklaring d.d. 30 oktober 2012 met betrekking tot [slachtoffer] (onderzocht op 23 oktober 2012) blijkt dat bij het slachtoffer een pijnlijke schouder met zwelling, aan beide zijden een gebroken sleutelbeen en storingen in het bewustzijn zijn geconstateerd. De geschatte genezingsduur is twee tot drie maanden7.

Om tot een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te komen, dient de rechtbank vast te stellen dat verdachte schuld heeft in de zin van die bepaling, derhalve dat zij zich ten minste in aanmerkelijke mate verwijtbaar onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is niet in zijn algemeenheid aan te geven dat één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, maar komt het daarbij aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat er sprake is van schuld in vorenbedoelde zin (HR 1 juni 2004, NJ 2005, 252, LJN AO5822).

Vast staat dat verdachte door rood licht is gereden en dat zij voorrang had moeten verlenen aan [slachtoffer]. Verdachte heeft derhalve een verkeersovertreding begaan ten gevolge waarvan de aanrijding is veroorzaakt.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte heeft verklaard niet bekend te zijn met het betreffende kruispunt. Zij aarzelde over de richting die zij uit wilde toen zij het kruispunt naderde en is op het laatste moment ook van rijrichting veranderd. Desondanks heeft zij het kruispunt met onverminderde snelheid genaderd, terwijl bij een kruispunt juist de nodige voorzichtigheid in acht moet worden genomen. Verdachte had haar snelheid aan moeten passen bij het naderen van het kruispunt. Verdachte was in de veronderstelling dat zij groen licht had en heeft het voor haar geldende verkeerslicht, dat op rood stond, totaal gemist. Ook heeft zij onvoldoende op het overige verkeer gelet, want zij heeft de overige verkeersdeelnemers, in ieder geval de getroffen bromfiets, niet opgemerkt.

De rechtbank is van oordeel, dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. Gelet op de eerdergenoemde verkeersfouten, het geheel van gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich hiermee in een situatie heeft gebracht waar een ongeval, zoals dat heeft plaatsgevonden, voorzienbaar was.

Het gedrag van verdachte is ook verwijtbaar, omdat de verkeersfouten vermijdbaar waren. Het ongeval en het letsel van [slachtoffer] ten gevolge daarvan zijn daarom niet alleen door het handelen van verdachte veroorzaakt, maar ook aan haar schuld te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Met betrekking tot het letsel overweegt de rechtbank dat onvoldoende informatie in het dossier aanwezig is om te kunnen vaststellen dat sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Wel heeft het opgelopen letsel, een gebroken sleutelbeen aan beide zijden, in ieder geval aanzienlijke hinder en ongemak met zich gebracht, aangezien het slachtoffer hierdoor geruime tijd beide armen niet heeft kunnen gebruiken. Er kan dan ook zeker gesproken worden van zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 23 oktober 2012 in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelneemster, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Heemradenlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers is verdachte zeer onvoorzichtig en/of onoplettend, ter hoogte van de kruising of splitsing van die weg met de Laan van Maten en de Laan van Kuipershof, op welke kruising of splitsing toen en daar het verkeer middels verkeerslichten werd geregeld,

- met (nagenoeg) onverminderde snelheid die kruising of splitsing opgereden

(richting Laan van Maten) terwijl een voor verdachte bestemd verkeerslicht

toen in haar richting rood licht uitstraalde, en

- is verdachte niet (tijdig) gestopt voor een op de Heemradenlaan geplaatst

en/of voor verdachte bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht en

- is verdachte niet voortdurend in staat geweest de handelingen te verrichten

die van verdachte werden vereist, en

- heeft verdachte niet voortdurend de nodige oplettendheid en voorzichtigheid

betracht, en

- is verdachte (vervolgens) op genoemde kruising of splitsing aangereden of

gebotst tegen een voor verdachte van rechts vanaf het naast die Heemradenlaan gelegen fietspad komende overstekende bromfietser en/of diens

bromfiets, voor welke bromfietser toen en daar een voor die bromfietser

bestemd verkeerslicht groen licht uitstraalde,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zodanig lichamelijk

letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de

uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft met betrekking tot de strafoplegging aangevoerd dat een ontzegging van de rijbevoegdheid geen toegevoegde waarde zou hebben en ook problemen zou opleveren aangezien zij voor verschillende mensen moet rijden.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een aanrijding veroorzaakt met een bromfietser. De rechtbank rekent verdachte aan dat zij door haar verkeersgedrag de veiligheid van anderen in gevaar heeft gebracht, welk gevaar zich voor het slachtoffer ook heeft verwezenlijkt, doordat hij twee gebroken sleutelbenen heeft opgelopen. Ook is het slachtoffer korte tijd buiten bewustzijn geweest.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat zij, blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister8, niet eerder is veroordeeld.

Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Gelet op het tijdsverloop en gelet op het feit dat niet is gebleken van nieuwe strafbare feiten, ook niet op het gebied van de Wegenverkeerswet, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen.

De rechtbank zal wel een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, om verdachte ervan te doordringen zich niet opnieuw aan onvoorzichtig rijgedrag schuldig te maken. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 40 (veertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden;

 bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Vos en Gerbranda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2013.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL062B2012144624, politie Regio Noord- en Oost Gelderland, District Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 14 januari 2013.

2 proces-verbaal verklaring [slachtoffer], p. 3-4.

3 proces-verbaal verhoor verdachte, p. 6-7.

4 proces-verbaal verhoor getuige [getuige], p. 12.

5 proces-verbaal VOA, p. 27.

6 proces-verbaal VOA, p. 24.

7 geneeskundige verklaring, p. 5.

8 uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 6 september 2013.