Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3691

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
05/720255-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor vier geweldsdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/720255-13

Datum zitting : 24 september 2013

Datum uitspraak : 8 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in PI[adres]

Raadsman : mr. M.W.J. Rosendaal, advocaat te Nijmegen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet: - meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp (een) stekende beweging(en) naar/in de richting van (het bovenlichaam

van) die [slachtoffer] heeft gemaakt, althans (meermalen) op die [slachtoffer] heeft

ingestoken en/of - meermalen, althans eenmaal (met (zeer) veel kracht) die [slachtoffer] in/op/tegen

het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of - (gedurende lange(re) tijd) de keel van die [slachtoffer] heeft

dichtgedrukt/dichtgeknepen (gehouden), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet: - meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig

voorwerp (een) stekende beweging(en) naar/in de richting van (het bovenlichaam

van) die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of - meermalen, althans eenmaal (met (zeer) veel kracht) die [slachtoffer] in/op/tegen

het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of - (gedurende lange(re) tijd) de keel van die [slachtoffer] heeft

dichtgedrukt/dichtgeknepen (gehouden), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een

persoon, [slachtoffer], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk naar de woning van die [slachtoffer] is gegaan en/of (vervolgens) (in de woning van die [slachtoffer]): - meermalen, althans eenmaal (met (zeer) veel kracht) die [slachtoffer] in/op/tegen

het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of - (gedurende lange(re) tijd) de keel van die [slachtoffer] heeft

dichtgedrukt/dichtgeknepen (gehouden), tengevolge waarvan die [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp (een) stekende beweging(en) naar/in de richting van (het bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt, althans feitelijkhe(i)d(en) van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk en wederrechtelijk een (voordeur)ruit (van een woning gelegen aan

de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Woningbouwvereniging [naam woningbouwvereniging], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die (voordeur)ruit in te

slaan/te stompen;

3.

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk en wederrechtelijk een (auto)ruit van een politie (dienst)voertuig

(Volkswagen Touran), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Politie Oost Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die (auto)ruit door/in te

trappen;

4.

primair

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een agent

van/werkzaam bij politie Gelderland-Zuid, genaamd [verbalisant 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met (zeer) veel kracht) meermalen, althans eenmaal die

[verbalisant 1] (onverhoeds) (met geschoeide voet(en)) in/tegen diens rug en/of

tegen diens borstbeen, althans (elders) tegen het lichaam heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk mishandelend een agent van/werkzaam bij politie Gelderland-Zuid,

genaamd [verbalisant 1], (met (zeer) veel kracht) meermalen, althans eenmaal

(onverhoeds) (met geschoeide voet(en)) in/tegen diens rug en/of tegen diens

borstbeen, althans (elders) tegen het lichaam heeft getrapt, waardoor die [verbalisant 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 24 september 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.W.J. Rosendaal, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie, mr. M.E.B. Rasing, heeft gerekwireerd.

Vorderingen BP ([BP namens de politie] namens de politie verschenen)

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Vanwege de samenhang zal de rechtbank eerst de feiten 1 en 2 tegelijk bespreken en daarna de feiten 3 en 4.

Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het dossier niet dat verdachte op (essentiële delen van) het lichaam van aangever heeft ingestoken of proberen in te steken. Verdachte zal van deze feiten worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde feiten

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 15 juni 2013 ging verdachte met vijf anderen naar de woning van [slachtoffer] aan de [adres] in Nijmegen. Bij de woning aangekomen klopte verdachte zo hard op voordeurruit dat deze brak. Verdachte heeft de voordeur geopend door met zijn hand door de gebroken ruit te gaan en het slot te openen. Hierna is verdachte de woning van [slachtoffer] binnengelopen, gevolgd door [getuige 2]. In de woning heeft verdachte [slachtoffer] meermalen geslagen. Op een gegeven moment heeft verdachte een mes gepakt dat in de keuken van de woning lag.2 [slachtoffer] heeft bij het incident een neusfractuur met zwelling opgelopen.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meer subsidiair tenlastegelegde, met dien verstande dat hij voorbedachte rade niet bewezen acht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betoogt ten aanzien van feit 1 meer subsidiair dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangever heeft geschopt, diens keel heeft dichtgedrukt en hem met het mes heeft bedreigd. Verdachte heeft bekend aangever te hebben geslagen.

Ten aanzien van feit 2 stelt de verdediging dat er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet omdat er al een barst in de deur zat.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1 meer subsidiair:

Aangever heeft verklaard dat hij met zijn vriendin [getuige 1] op de bank zat toen hij een harde knal en glasgerinkel hoorde. Hij zag verdachte en een andere man in het trappenhuis. De mannen liepen naar boven en vielen hem aan. De mannen pakten hem bij de keel, eerst de andere man en daarna verdachte. Hij belandde met de mannen in de woonkamer en werd op de bank geduwd of gegooid. De andere man en verdachte sloegen hem meerdere malen in het gezicht. Verdachte liep naar de keuken en kwam terug met een keukenmes, waarmee hij steekbewegingen maakte naar het lichaam van aangever.4 Getuige [getuige 1] heeft bevestigd dat aangever door twee mannen is aangevallen, dat zijn keel is dichtgeknepen en dat hij is geslagen door verdachte. Terwijl de andere man aangever in bedwang hield kon verdachte zijn gang gaan. Verdachte liep daarna naar de keuken en kwam terug met een mes in zijn hand, waarmee hij stekende bewegingen maakte in de richting van aangever.5

Voorts heeft getuige [getuige 2], dit is de persoon die samen met de verdachte de woning van de aangever is binnengedrongen, verklaard dat de verdachte aangever met zijn vuisten sloeg en dat de verdachte met een mes uit de keuken kwam.6

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij eerst een lepel in handen had om te laten zien dat er cocaïne was gebruikt en daarna het mes liet zien om te laten zien wat er op het mes zat. Aangever zou hebben gezegd dat het champignonsoep was. De rechtbank acht die verklaring niet geloofwaardig. Geen van de getuigen bevestigt de lezing dat verdachte eerst een lepel liet zien en daarna witte sporen op het mes, en dat aangever over champignonsoep sprak, ook verdachtes vriend [getuige 2] niet. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat verdachte het mes heeft gepakt om aangever te bedreigen.

De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van aangever, [getuige 1] en [getuige 2], temeer daar [getuige 1] bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat haar tweede verklaring, waarin zij nogmaals zegt dat verdachte stekende bewegingen met het mes maakte7, goed op papier is gezet.

De rechtbank acht feit 1 meer subsidiair dan ook bewezen ten aanzien van het slaan/stompen en keel dichtknijpen van aangever en het bedreigen van aangever door het maken van stekende bewegingen met het mes. Eveneens acht de rechtbank op grond van de hiervoor aangehaalde aangifte en de verklaring van [getuige 1] bewezen dat [getuige 2] aan het handgemeen heeft deelgenomen.

De rechtbank ziet onvoldoende bewijs in het dossier dat verdachte aangever heeft geschopt en dat er sprake is geweest van voorbedachte rade zodat verdachte zal worden vrijgesproken van die onderdelen van de tenlastelegging.

Feit 2:

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, was gericht op het vernielen van de deur.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte met zijn vuist de ruit van de voordeur insloeg.8 Uit de foto die de politie van de deur heeft gemaakt blijkt dat de voordeurruit volledig is vernield. Zelfs al zou er een barst in de ruit hebben gezeten voordat verdachte bij de deur was, dan nog heeft verdachte dusdanig hard geslagen dat het breken van de ruit onvermijdelijk was. De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

meer subsidiair

hij op 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk mishandelend, [slachtoffer] meermalen, met kracht in/op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen en/of gestompt en de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt/dichtgeknepen (gehouden), tengevolge waarvan die [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en

pijn heeft ondervonden; en hij op 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk dreigend meermalen, met een mes, stekende beweging(en) naar/in de richting van (het bovenlichaam van) die [slachtoffer] gemaakt;

2.

hij op 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk en wederrechtelijk een (voordeur)ruit van een woning gelegen aan de [adres], toebehorende aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die (voordeur)ruit in te

slaan/te stompen;

Ten aanzien van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten

Feit 3:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], p. 101;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 september 2013.

Vrijspraak feit 4 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte aangever zo hard heeft getrapt dat er een aanzienlijke kans was op zwaar lichamelijk letsel.

Feit 4 subsidiair

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 15 juni 2013 bevond verdachte zich als arrestant in Nijmegen achterin een politieauto. Naast hem zat [verbalisant 1], agent van politie Gelderland-Zuid.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak en voert daartoe aan dat de verklaring van verbalisant [verbalisant 1] niet door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund.

Beoordeling door de rechtbank

Verbalisant [verbalisant 1] heeft op ambtsbelofte verklaard dat verdachte hem meerdere malen met kracht tegen de rug en tegen het borstbeen heeft getrapt. Ter terechtzitting heeft getuige [getuige 3] verklaard dat hij achter de politieauto stond en verdachte niet heeft zien trappen naar de verbalisant. De rechtbank hecht geen waarde aan die verklaring. De getuige heeft immers ook verklaard dat verdachte aan de bestuurderskant zat en de verbalisant aan de bijrijderskant, en dat de bestuurder van de politieauto om de auto heen moest lopen om de deur voor [verbalisant 1] te openen. Zowel uit het relaas van [verbalisant 1] als uit het relaas van verbalisant [verbalisant 2] blijkt dat [verbalisant 1] juist achter de bestuurdersplaats zat en verdachte achter de bijrijdersplaats. Verdachte heeft dit ter zitting zelf ook bevestigd. De rechtbank heeft dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [verbalisant 1]. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

3.

hij op 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk en wederrechtelijk een (auto)ruit van een politie (dienst)voertuig

(Volkswagen Touran), toebehorende aan Politie Oost Nederland, heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk die (auto)ruit in te trappen;

4.

Subsidiair

hij op 15 juni 2013, in de gemeente Nijmegen, opzettelijk mishandelend een agent van politie Gelderland-Zuid, genaamd [verbalisant 1], met kracht meermalen, onverhoeds) met geschoeide voet(en tegen diens rug en tegen diens borstbeen, waardoor die [verbalisant 1] pijn heeft ondervonden;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair:

medeplegen van mishandeling

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feiten 2 en 3 telkens:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

Ten aanzien van feit 4:

mishandeling

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 meer subsidiair, 2, 3 en 4 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht met de voorwaarden zoals verwoord in de reclasseringsrapportage.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het inbeslaggenomen mes zal worden teruggegeven aan de rechthebbende [slachtoffer].

De verdediging heeft verzocht in geval van strafoplegging geen langere straf aan verdachte op te leggen dan de duur van het voorarrest. Voorts verzoekt de verdediging het advies van de Reclassering te volgen.

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 de justitiële documentatie van verdachte, gedateerd 26 augustus 2013;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 19 augustus 2013, betreffende verdachte;

 een pro justitia rapportage van drs. [psycholoog], GZ- psycholoog, gedateerd 6 augustus 2013.

De rechtbank heeft tevens rekening gehouden met de conclusie in de laatstgenoemde rapportage dat het tenlastegelegde verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte is in 2008, 2010 en 2011 veroordeeld ter zake van geweldsdelicten. Nu heeft hij zich opnieuw schuldig gemaakt aan een viertal geweldsdelicten. Hij is in de woning van een van de slachtoffers binnengedrongen, waarna hij het slachtoffer heeft mishandeld en bedreigd en hij heeft grof geweld gebruikt tegen de politie en vernielingen gepleegd. Dit zijn ernstige feiten. Kennelijk heeft verdachte niet geleerd van zijn eerdere straffen en gaat hij door met oplossingen te zoeken in geweld.

Naar het oordeel van de rechtbank is voor dergelijke ernstige feiten, mede gelet op de recidive, een gevangenisstraf passend en geboden, waarbij de rechtbank een gedeelte van de straf voorwaardelijk zal opleggen. Het voorwaardelijke gedeelte is bedoeld om bij verdachte in te slijpen dat hij dergelijke feiten niet meer begaat.

Voor wat betreft de hoogte van de straf acht de rechtbank de eis van de officier van justitie een juiste en zal zij die volgen, met dien verstande dat de rechtbank een iets groter gedeelte voorwaardelijk zal opleggen, gelet op hetgeen doorgaans in soortgelijke zaken wordt opgelegd.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, inclusief de door de Reclassering in haar rapport geadviseerde voorwaarden.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes aan de rechthebbende [slachtoffer] moet worden teruggegeven.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer], Politie district Gelderland-Zuid en [verbalisant 1] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder respectievelijk 1 meer subsidiair, 3 en 4 subsidiair bewezenverklaarde feiten.

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een bedrag van € 1.486,-.

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering geëist, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De verdediging voert daartoe aan dat de benadeelde partij de eerste klap zou hebben gegeven en de onderbouwing niet aansluit bij het onderhavige feit.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aan de benadeelde partij is door het onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op een bedrag van € 750,-. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering

De vordering van Politie district Gelderland-Zuid, zijnde € 357,19 is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

De benadeelde partij [verbalisant 1] vordert een bedrag van € 350,-.

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering geëist met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren omdat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De verdediging voert daartoe aan dat de benadeelde partij het recht in eigen hand zou hebben genomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aan de benadeelde partij is door het onder 4 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW), is voldaan. De stelling dat benadeelde partij het recht in eigen hand zou hebben genomen gaat, mede in het licht van de waardering door de rechtbank van de verklaring van getuige [getuige 3], niet op en wordt gepasseerd. Voor zover de verdediging met deze stelling beoogde dat met toepassing van artikel 6:101 BW de schade geheel voor rekening van benadeelde partij zou worden gelaten, bestaat daarvoor geen grond. De rechtbank acht de vordering voldoende onderbouwd en zal de vordering daarom toewijzen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank voor elke vordering de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de in het dictum te noemen wijze.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 285, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair en 4 primair tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich binnen drie werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt aan de balie van Reclassering Nederland, Stieltjesstraat 1 te Nijmegen. Hierna moet hij zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland gedurende deze periode nodig acht.

5. zich onder behandeling zal stellen voor zijn psychische gesteldheid bij (Forensische) psychiatrie Kairos Nijmegen – ambulante behandeling of soortgelijke ambulante forensische zorg – zulks ter beoordeling van de Reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven.

6. geen alcohol en/of cocaïne gebruikt zolang de Reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urinecontrole.

7. dat veroordeelde zich niet zal bevinden in de omgeving van het adres van aangever [slachtoffer] ([adres] [woonplaats]) zolang de Reclassering dit nodig acht, met een maximum van zes maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes aan de rechthebbende [slachtoffer].

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 750,- zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 750,- (zevenhonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Politie district Gelderland-Zuid.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan Politie district Gelderland-Zuid, te betalen € 357,19 (driehonderdzevenenvijftig euro en negentien cent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Politie district Gelderland-Zuid, te betalen € 357,19 (driehonderdzevenenvijftig euro en negentien cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [verbalisant 1], te betalen € 350,- (driehonderdenvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 1], te betalen € 350,- (driehonderdenvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. C.M.E. Lagarde (voorzitter), mr. W.J. Vierveijzer en mr. S. Brinkhoff, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 oktober 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Gelderland-Zuid, Flex recherche Stad Nijmegen opgemaakte proces-verbaal, OPS-dossiernummer 2023068462, gesloten op 11 juli 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 24 september 2013; Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 84-86.

3 Schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring. Niet genummerd.

4 Processen-verbaal van verhoor aangever, p. 84-85, p. 87b.

5 Processen-verbaal van verhoor [getuige 1], p. 88-93.

6 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2], p. 64-66.

7 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] p. 93

8 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2], p. 65