Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3587

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
02-10-2013
Zaaknummer
05/840135-13, 05/840488-13, 05/840489-13 en 05/840599-13 (ttz gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 20-jarige man uit Apeldoorn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor onder meer poging tot doodslag. Ook is hem een ontzegging van de bevoegdheid om motorvoertuigen te besturen opgelegd voor de duur van drie jaar.

De man, die niet in het bezit was van een geldig rijbewijs, is op 23 januari 2013 in Loenen met hoge snelheid en zonder te remmen een voorrangsweg opgereden. Hij is in aanrijding gekomen met een op die voorrangsweg rijdende auto. Deze auto is ten gevolge van het ongeval op de kop in het kanaal naast de voorangsweg beland. Het slachtoffer is uit de auto bevrijd door politie die in de buurt was.

Het rijgedrag van verdachte was naar het oordeel van de rechtbank evident onverantwoordelijk en kon als roekeloos worden geduid.De rechtbank heeft geconcludeerd dat sprake is geweest van een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans op ongelukken waarbij één of meer dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen. Verdachte is zich ook bewust geweest van die kans op ongelukken en heeft die kans bewust aanvaard. Hij was gewaarschuwd dat hij geen auto mocht rijden, maar is toch een auto gaan besturen. Toen verdachte een politieauto zag, verhoogde hij zijn snelheid en is met hoge snelheid de voorrangsweg op gereden, zonder voor de haaientanden te stoppen.

De rechtbank acht naast de poging tot doodslag ook verduistering, twee diefstallen en verboden wapenbezit bewezen. Van de diefstal dan wel verduistering van een bromscooter op 18 juni 2012 in Apeldoorn is verdachte vrijgesproken. Er is geen bewijs dat de diefstal dan wel verduistering heeft plaatsgevonden in (de plaats) Apeldoorn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummers: 05/840135-13, 05/840488-13, 05/840489-13 en 05/840599-13 (ttz gevoegd)

Uitspraak d.d.: 2 oktober 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

wonende te [woonplaats 1],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Raadsvrouw: mr. W.E. van Veldhuizen, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 mei 2013, 28 mei 2013, 6 augustus 2013 en 18 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/840135-13

1.

hij op of omstreeks 23 januari 2013,

te Loenen, in de gemeente Apeldoorn,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk een persoon

genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk,

met een door hem, verdachte bestuurd motorvoertuig (personenauto)

- terwijl hij niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorvoertuig geldig rijbewijs - daarmee rijdende over de Voorsterweg in

de richting van de kruising of splitsing van die Voorsterweg met de als

voorrangsweg aangeduide weg Kanaal Zuid, met (zeer) hoge snelheid, althans met

onverminderde snelheid, althans met enige snelheid de kruising of splitsing

van die Voorsterweg met het Kanaal Zuid is opgereden of gegaan en (vervolgens)

is aangereden of gebotst tegen een op het Kanaal Zuid rijdende auto bestuurd

door die [slachtoffer], waardoor de auto bestuurd door die [slachtoffer] op het dak in het

naastgelegen kanaal is terechtgekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 23 januari 2013,

te Loenen, in de gemeente Apeldoorn,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan een persoon genaamd

[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk

met een door hem, verdachte bestuurd motorvoertuig (personenauto)

- terwijl hij niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorvoertuig geldig rijbewijs - daarmee rijdende over de Voorsterweg in

de richting van de kruising of splitsing van die Voorsterweg met de als

voorrangsweg aangeduide weg Kanaal Zuid, met (zeer) hoge snelheid, althans met

onverminderde snelheid, althans met enige snelheid de kruising of splitsing

van die Voorsterweg met het Kanaal Zuid is opgereden of gegaan en (vervolgens)

is aangereden of gebotst tegen een op het Kanaal Zuid rijdende auto bestuurd

door die [slachtoffer], waardoor de auto bestuurd door die [slachtoffer] op het dak in het

naastgelegen kanaal is terechtgekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 23 januari 2013,

te Loenen, in de gemeente Apeldoorn,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), -terwijl hij, verdachte, niet

in het bezit was van een voor het besturen van dat motorvoertuig geldig

rijbewijs- daarmee rijdende op de weg, de Voorsterweg, in de richting van de

kruising of splitsing van die Voorsterweg met de als voorrangsweg aangeduide

weg Kanaal Zuid, met een voor een veilige verkeersafwikkeling terplaatse

(zeer) hoge snelheid, althans met onverminderde snelheid, althans met enige

snelheid die kruising of splitsing is genaderd en/of (vervolgens) die kruising

of splitsing is opgereden of gegaan en/of (vervolgens) is aangereden of

gebotst tegen een op het Kanaal Zuid rijdende auto, bestuurde door [slachtoffer],

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 23 januari 2013,

te Loenen, in de gemeente Apeldoorn,

een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een vuurwapen

(pistool), dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde

met een pistool van het merk COLT, model 1908, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

Parketnummer 05/840488-13

1.

hij op of omstreeks 16 mei 2012 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk een

bromfiets (merk Yamaha, kenteken [kenteken 1]), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten

te weten door een proefrit, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks 13 april 2012 tot en met 18 mei 2012 in de gemeente

Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een kentekenplaat ([kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 05/840489-13

hij op of omstreeks 17 april 2012 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen brandstof (V-power benzine, voor

in totaal 42,94 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 17 april 2012 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk een

hoeveelheid benzine voor een bedrag van 42,94 euro, in elk geval een

hoeveelheid benzine, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en

welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte

benzinepompinstallatie, had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen

en welke benzine verdachte aldus anders dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 05/840599-13

hij op of omstreeks 18 juni 2012 te Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromscooter (merk Yamaha),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 18 juni 2012 te Apeldoorn opzettelijk een bromscooter

(merk Yamaha), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk

goed verdachte voor het maken van een proefrit en (aldus) anders dan door

misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/840135-13

Aanleiding van het onderzoek 1

Op 23 januari 2013 reden verbalisanten op de Boterweg te Loenen. Op die weg zagen ze voor een autobedrijf een zwarte Opel Corsa staan. De auto reed vervolgens in hun richting. Toen de auto ter hoogte van hun dienstvoertuig was, zagen de verbalisanten het kenteken van auto. De auto werd bestuurd door hen ambtshalve bekende [verdachte] (verdachte). Volgens de briefing van het team Apeldoorn Zuid diende de auto in beslag te worden genomen als deze met verdachte als bestuurder werd aangetroffen. Verbalisanten hebben hun dienstvoertuig gekeerd. Toen zij de Voorsterweg te Loenen op reden zagen ze dat de zwarte Opel Corsa stil stond en dat de voorzijde zwaar was beschadigd. Verbalisanten zijn uitgestapt en hoorden van omstanders dat er een ongeluk was gebeurd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde bepleit. Zij heeft in dit verband betwist dat haar cliënt op de vlucht was voor de politie. Dat hij de kruising is opgereden met een hoge snelheid, dan wel met onverminderde snelheid, dan wel met enige snelheid kan niet worden bewezen, aldus de raadsvrouw. Volgens de raadsvrouw is de verklaring van getuige [getuige] niet voor het bewijs bruikbaar nu hij de botsing niet kan hebben gezien. De raadsvrouw meent dat de verklaring van [betrokkene] niet betrouwbaar en evident onjuist is. Anders dan [betrokkene] heeft haar cliënt verklaard dat hij voor de kruising is gestopt en dat, toen hij iets naar voren wilde rijden om een beter overzicht op de weg te hebben, zijn voet van de koppeling is geschoten. De raadsvrouw heeft verder naar voren gebracht dat de schade aan de auto’s en het strooiveld de verklaring van haar cliënt bevestigen. Volgens de raadsvrouw is geen sprake van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin.

Ten aanzien van het meer subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank de primair ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard2 dat zij op 23 januari 2013 vanuit Klarenbeek in de richting van Eerbeek reed. Toen zij de kruising Kanaal Zuid met de Voorsterweg naderde zag ze plotseling vanuit haar ooghoek een voertuig van rechts komen vanaf de Voorsterweg, in haar richting rijdend. Het voertuig reed met hoge snelheid op de kruising af en minderde geen snelheid. Aangeefster had zelf geen mogelijkheid meer om af te remmen. Vervolgens kwam ze in aanrijding met het van rechts komende voertuig waarbij het voertuig haar in de rechterflank raakte. Haar auto draaide aan aantal keren volledig om zijn as, sloeg over de kop en kwam op zijn kop in het kanaal terecht.

[getuige] heeft over het ongeval verklaard3 dat hij op 23 januari 2013 met zijn bedrijfswagen op de parkeerplaats gelegen aan de Voorsterweg stond. Hij wilde de Voorsterweg opdraaien en zag een zwarte Open Corsa de bocht om komen. Hij zag dat de Opel Corsa met enorm hoge snelheid vanaf de Boterweg richting Kanaal Zuid reed. De personenauto ging met piepende banden de bocht om. Vervolgens zag [getuige] dat de Opel Corsa met onverminderde snelheid de voorrangsweg naar Kanaal Zuid naderde, hij schat met een snelheid van ongeveer 70 km per uur. [getuige] zag toen de Opel Corsa de kruising naderde geen remlichten en hoorde het geluid van de motor niet zachter gaan. De snelheid bleef gelijk. Op het moment dat de Opel Corsa bij de voorrangsweg aankwam en gedeeltelijk overstak zag [getuige] een personenauto vanuit de richting Loenen naar Apeldoorn komen aanrijden. Hij zag dat deze auto in de flank werd geraakt door de Opel Corsa.

[betrokkene] heeft verklaard4 dat hij en verdachte halverwege de Boterweg zijn gestopt bij een garage. [betrokkene] zag op een gegeven moment een politieauto. Hij zei dit tegen verdachte, waarna verdachte rustig is weggereden. Verdachte verhoogde zijn snelheid toen hij zag dat de politieauto keerde. Hij sloeg met hoge snelheid linksaf de Voorsterweg op. Op de Voorsterweg richting Kanaal Zuid reed verdachte nog steeds met hoge snelheid. Op de kruising Voorsterweg met Kanaal Zuid botste verdachte op een op Kanaal Zuid rijdende auto. Toen [betrokkene] uit de auto was, zag hij dat de auto waar verdachte tegenaan was gebotst op de kop in het kanaal lag. [betrokkene] heeft verder verklaard dat hij niet heeft gemerkt dat verdachte zou hebben geremd.

Verdachte heeft verklaard5 dat hij een AM-rijbewijs heeft. Op 23 januari 2013 is hij samen met [betrokkene] naar Autoplaza aan de Boterweg in Loenen gereden. [betrokkene] heeft naar Loenen gereden. Toen ze daar weggingen is verdachte achter het stuur gestapt. Verdachte heeft in dit verband verklaard dat het zijn auto is, dat hij er benzine in doet en dat hij niet de hele tijd een ander in zijn auto laat rijden. Op de Boterweg kwam hem een politieauto tegemoet. Volgens verdachte gaat het gas erop als hij de politie ziet.

Ter terechtzitting van 3 mei 2013 heeft verdachte verklaard6 dat hij op 23 januari 2013 in Loenen, gemeente Apeldoorn, een auto heeft bestuurd en over de Voorsterweg heeft gereden. Bij de kruising of splitsing van die weg met Kanaal Zuid is hij Kanaal Zuid opgegaan en heeft hij een aanrijding gehad met een op Kanaal Zuid rijdende auto, waardoor die auto in het naastgelegen kanaal is terechtgekomen. Volgens verdachte was hij niet in het bezit van een geldig rijbewijs en was hij gewaarschuwd dat hij niet meer mocht rijden. Hij wist dat Kanaal Zuid een voorrangsweg is.

Verbalisanten hebben gerelateerd7 dat hun ambtshalve bekend is dat verdachte niet in het bezit is van een geldig rijbewijs van de categorie B. Verbalisant [verbalisant 1] zag in zijn buitenspiegel dat de auto van verdachte zijn snelheid verhoogde.

Uit de stukken komt verder naar voren dat Kanaal Zuid een voorrangsweg is, hetgeen wordt aangeduid met het bord B018. De kruising Voorsterweg met Kanaal Zuid is voorzien van haaientanden en het verkeersbord B06.

Voor een bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag is nodig dat verdachte (tenminste in voorwaardelijke zin) het opzet had om zijn medeweggebruiker van het leven te beroven. De vraag die daarbij voorligt is of verdachte zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat zijn rijgedrag de dood van een medeweggebruiker tot gevolg kon hebben en of hij deze aanmerkelijke kans willens en wetens heeft aanvaard.

Daartoe dient in de eerste plaats te worden beoordeeld of naar algemene ervaringsregels sprake is van een aanmerkelijke kans dat verdachte door zijn rijgedrag andere weggebruikers had kunnen doden, waarbij de omstandigheden van het voorliggende geval moeten worden beoordeeld en voorts moet worden gekeken naar de verweten gedragingen, en niet naar het - al dan niet - ingetreden gevolg.

In het zogenoemde Porsche-arrest9 is overwogen dat, omdat de verdachte in die zaak door zijn rijgedrag ook zelf de aanmerkelijke kans liep om te komen overlijden, het niet waarschijnlijk was dat hij deze kans bewust had aanvaard. In enkele arresten van latere datum heeft de Hoge Raad evenwel overwogen dat verkeersgedrag dat aanzienlijk gevaar voor de bestuurder zelf oplevert, niet aan het voorwaardelijk opzet op de dood van medeweggebruikers in de weg staat10.

Voor de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans op ongelukken waarbij een dodelijk slachtoffer had kunnen vallen, is het volgende van belang.

Uit de genoemde bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte niet in het bezit is van een geldig rijbewijs - categorie B - om een auto te mogen besturen. Verder komt uit de bewijsmiddelen naar voren dat verdachte met hoge snelheid met de door hem bestuurde auto de bocht van de Boterweg naar de Voorsterweg heeft genomen en zonder snelheid te minderen de kruising Voorsterweg – Kanaal Zuid is opgereden. Hij is niet gestopt voor de haaientanden, terwijl hij wist dat Kanaal Zuid een voorrangsweg is.

Verdachte heeft met zijn rijgedrag op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij andere verkeersdeelnemers op zijn route zou tegenkomen.

Door het evident onverantwoordelijke rijgedrag van verdachte, dat naar het oordeel van de rechtbank als roekeloos kan worden geduid, bestond een grote kans dat verdachte een fout zou maken, met eveneens een grote kans op fatale gevolgen.

Onder deze omstandigheden is sprake geweest van een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans op ongelukken waarbij één of meer dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen.

Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zou intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard.
Daartoe wordt overwogen dat verdachte bewust achter het stuur van zijn auto is gaan zitten en is gaan autorijden, terwijl hij was gewaarschuwd dat hij niet mocht rijden. Toen verdachte een politieauto zag, verhoogde hij, zo hebben diverse getuigen waaronder een inzittende van de auto verklaard, zijn snelheid en reed hij zonder vaart te minderen en zonder te stoppen voor de haaientanden de kruising met een voorrangsweg op. Deze omstandigheden brengen de rechtbank tot de overtuiging dat verdachte zich niets gelegen heeft laten liggen aan andere weggebruikers, dat hij zich bewust is geweest van de kans op een ongeluk met mogelijk fatale gevolgen en die kans ook bewust heeft aanvaard. De rechtbank wordt in deze overtuiging nog gesterkt door de verklaring van verdachte dat het gas erop gaat als hij de politie ziet. De rechtbank concludeert gelet op het voorgaande dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.

Gelet op het voorgaande, waarbij de genoemde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang zijn bezien, worden de verweren van de raadsvrouw gepasseerd. Verdachtes verklaring dat hij wel voor de haaientanden is gestopt en dat zijn voet van de koppeling is geschoten, vindt geen ondersteuning in enig ander bewijsmiddel en is ook anderszins niet aannemelijk geworden.

Feit 2

De rechtbank acht dit feit bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie11, welke hij heeft herhaald ter terechtzitting van 3 mei 2013, en de bevindingen van de politie12.

Parketnummer 05/840488-13

Aanleiding van het onderzoek 13

Op 18 mei 2012 trok een jongen op de Lange Amerikaweg te Apeldoorn ter hoogte van het Shell-tankstation de aandacht van verbalisanten14. De jongen vertelde dat hij van zijn scooter was getrapt door een jongen die nog op de parkeerplaats stond. Verbalisanten zagen op de parkeerplaats twee groepen jongeren staan. De jongen (verdachte) liep naar zijn scooter, ging hierop zitten en deed de sleutel in het contact. Toen verbalisant [verbalisant 2] het kenteken natrok, bleek dat deze als gestolen stond gesignaleerd. Verdachte is daarop aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde verduistering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor de diefstal, ten laste gelegd onder 2, heeft zij vrijspraak bepleit nu verdachte de kentekenplaat zou hebben gevonden.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht dit feit bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie15, welke hij heeft herhaald ter terechtzitting van 3 mei 2013, en de aangifte van [benadeelde 1]16.

Feit 2

De rechtbank overweegt dat aangever heeft verklaard dat hij de bromfiets waarvan [benadeelde 2] eigenaar is, op 12 april 2012 om 23:00 uur heeft geplaatst in de tuin van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats 3]. Op 13 april 2012 om 6:30 uur zag aangever dat de bromfiets uit de achtertuin weg was. Uit de bijlage bij de aangifte blijkt dat het gaat om een scooter van het merk Beta, type Bsf4 02 met het kenteken [kenteken 2].

Op 18 mei 2012 sprak een jongen op de Lange Amerikaweg te Apeldoorn ter hoogte van het Shell-tankstation verbalisanten aan17. Naar aanleiding daarvan heeft verbalisant [verbalisant 2] het kenteken [kenteken 2] van een de parkeerplaats staande scooter nagetrokken. Deze bleek als gestolen gesignaleerd te staan.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij van een bromfiets een kentekenplaat heeft afgehaald18. Dat was in de Maten vlakbij het Edison College. Hij had deze kentekenplaat nodig voor de scooter die hij had gestolen. Ter terechtzitting van 3 mei 2013 heeft verdachte verklaard dat hij ergens in de periode tussen 13 april 2012 en 18 mei 2012 in de gemeente Apeldoorn een kentekenplaat heeft gestolen19. Voor zover de raadsvrouw ter terechtzitting naar voren heeft gebracht dat dit foutief in het proces-verbaal is opgenomen, omdat verdachte de kentekenplaat zou hebben gevonden overweegt de rechtbank, dat het proces-verbaal door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend, zodat de rechtbank in beginsel uitgaat van de juistheid van dat proces-verbaal. Bovendien is gelet op de verklaring van verdachte bij de politie niet aannemelijk geworden dat verdachte het kenteken zou hebben gevonden.

Parketnummer 05/840489-13

Aanleiding van het onderzoek 20

Op 19 april 2012 was verbalisant bij het [benadeelde 3] te Apeldoorn om videobeelden in ontvangst te nemen waarop te zien was dat een man met een scooter benzine tankte zonder te betalen21.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak voor het primair ten laste gelegde bepleit. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever heeft verklaard dat op 17 april 2012 omstreeks 11:51 uur bij het [benadeelde 3] te Apeldoorn een man op een scooter heeft getankt zonder te betalen. Het betrof een bedrag van € 42,94 aan V-Power benzine.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 17 april 2012 bij het [benadeelde 3] in Apeldoorn heeft getankt zonder te betalen22. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij de tank heeft volgegooid en dat hij is weggereden.

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde diefstal bewezen.

Parketnummer 05/840599-13

Aanleiding van het onderzoek 23

Op 26 juni 2012 kreeg de politie de melding dat [benadeelde 4], die een week eerder aangifte had gedaan van verduistering van zijn scooter, zijn scooter had zien staan in de tuin van de [adres 2] te [woonplaats 3]. [benadeelde 4] zou de dag daarvoor zijn gebeld door een onbekende man die hem vertelde dat zijn gestolen scooter op genoemd adres zou staan. Ter plaatse zagen verbalisanten in de achtertuin drie scooters staan die gedeeltelijk uit elkaar lagen. Ze zagen dat de hen bekende [verdachte] (verdachte) bezig was met het overplaatsen van onderdelen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak voor het primair ten laste gelegde bepleit. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen nu er geen bewijs is dat de diefstal dan wel verduistering heeft plaatsgevonden in Apeldoorn, zoals is ten laste gelegd. Aangever woonde immers in [woonplaats 2] en heeft verdachte bij hem thuis ontvangen. Verdachte woonde in [woonplaats 3]. Beide plaatsen liggen dan wel in de gemeente Apeldoorn, maar ten laste is gelegd dat het feit is gepleegd in de plaats Apeldoorn. Dit leidt ertoe dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde van parketnummer 05/840135-13, het onder 1 en 2 ten laste gelegde van parketnummer 05/840488-13 en het primair ten laste gelegde van parketnummer 05/840489-13 heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/840135-13

1.

hij op 23 januari 2013 te Loenen, in de gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk, met een door hem, verdachte bestuurd motorvoertuig (personenauto) - terwijl hij niet in het bezit was van een voor het besturen van dat motorvoertuig geldig rijbewijs - daarmee rijdende over de Voorsterweg in de richting van de kruising of splitsing van die Voorsterweg met de als voorrangsweg aangeduide weg Kanaal Zuid, met (zeer) hoge snelheid, en met onverminderde snelheid, de kruising of splitsing van die Voorsterweg met het Kanaal Zuid is opgereden of gegaan en vervolgens is aangereden of gebotst tegen een op het Kanaal Zuid rijdende auto bestuurd door die [slachtoffer], waardoor de auto bestuurd door die [slachtoffer] op het dak in het naastgelegen kanaal is terechtgekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 23 januari 2013 te Loenen, in de gemeente Apeldoorn, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een vuurwapen (pistool), dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een pistool van het merk COLT, model 1908, voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 05/840488-13

1.

hij op 16 mei 2012 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk een bromfiets (merk Yamaha, kenteken [kenteken 1]) toebehorende aan [benadeelde 1], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door een proefrit, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij in de periode van 13 april 2012 tot en met 18 mei 2012 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat ([kenteken 2]) toebehorende aan [benadeelde 2];

Parketnummer 05/840489-13

hij op 17 april 2012 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen brandstof (V-power benzine, voor in totaal 42,94 euro) toebehorende aan [benadeelde 3].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Parketnummer 05/840135-13

Feit 1 primair: poging tot doodslag;

Feit 2 : handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en
munitie;

Parketnummer 05/840488-13

Feit 1: verduistering;

Feit 2 : diefstal;

Parketnummer 05/480489-13

Primair: diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is op 24 april 2013 een Pro Justitia rapport uitgebracht, opgemaakt door
[psycholoog], GZ-psycholoog. Met de conclusie van dit rapport dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar kan worden aangemerkt, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen voor de duur van de proeftijd te weten een periode van drie jaar.

De raadsvrouw heeft primair een gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Subsidiair heeft zij bepleit dat naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk zou moeten zijn aan de duur van het voorarrest, een voorwaardelijk straf zou kunnen worden opgelegd met een proeftijd van drie jaar. De raadsvrouw meent dat het advies van de reclassering om de NIFP te verzoeken een nader rapport uit te brengen over de mogelijkheid van een TBS-maatregel veel te ver gaat. Er is geen sprake geweest van roekeloosheid, er is geen dode en het slachtoffer heeft geen lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast is haar cliënt first offender, aldus de raadsvrouw. Ook een ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen gaat te ver nu volgens haar slechts sprake is van een overtreding.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag. Hij is, nadat hij een politieauto zag, er met hoge snelheid van door gegaan. Hij is zonder snelheid te minderen een kruising opgereden en heeft daarbij een ongeval veroorzaakt, waardoor de auto van het slachtoffer op de kop in het kanaal is beland. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zonder rijbewijs zijn auto heeft bestuurd, terwijl hij kennelijk al eerder was gewaarschuwd dat niet (meer) te doen. Hierdoor en door zijn roekeloze rijgedrag heeft hij geen acht geslagen op de belangen van de verkeersveiligheid in het algemeen en die van het slachtoffer in het bijzonder. Dat de gevolgen van het ongeval niet ernstiger zijn afgelopen is een omstandigheid die op geen enkele wijze door verdachte is beïnvloedt. Door adequaat optreden van de politie die in de buurt was, is het slachtoffer uit haar benarde positie bevrijd.

Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan diefstallen en verduistering. Hij heeft hierbij enkel zijn eigen wensen en belangen voor ogen gehad en zich niet druk gemaakt over de gevolgen en overlast voor de benadeelden. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het eerder genoemde rapport van [psycholoog]. Daaruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de zin van zwakbegaafdheid en een antisociale persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling. Deze gebrekkige ontwikkeling uit zich in extravert, externaliserend gedrag en bravoure. Bij krenkingen of afwijzingen reageert verdachte met onverschillig en roekeloos gedrag. Als gevolg van de gebrekkige ontwikkeling is verdachte zeer slecht in staat een zelfstandig leven te leiden. Zijn ontwikkeling naar autonomie is achtergebleven. Verdachte is volgens [psycholoog] nog aangewezen op externe sturing en ondersteuning. Geadviseerd is verdachte aansluitend aan zijn detentie te plaatsen in een instelling voor 24-uurzorg - waarbij gedacht werd aan [kliniek] - waar enerzijds begeleiding op zijn gedrag plaatsvindt en anderzijds individuele gesprekstherapie mogelijk is. Van daaruit zou verdachte via een begeleid traject toe kunnen groeien naar zelfstandig wonen en werken.

Uit de reclasseringsadviezen komt naar voren dat het IFZ een indicatieadvies heeft afgegeven voor een klinische opname binnen forensische GGZ-kliniek [kliniek] met aansluitend plaatsing in een woonvoorziening. Op 21 mei 2013 heeft een intakegesprek bij [kliniek] plaatsgevonden. Ter terechtzitting van 28 mei 2013 is beslist het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 13 juni 2013 te schorsen vanaf het moment dat verdachte bij [kliniek] zou worden binnengebracht en opgenomen. Aan de schorsing was onder meer de voorwaarde verbonden dat verdachte zich zou gedragen naar de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van [kliniek] zouden worden gegeven.

Verdachte heeft [kliniek] op 14 juni 2013 verlaten.

Uit het meest recente reclasseringsrapport van 5 september 2013 komt naar voren dat de kans op recidive als hoog wordt ingeschat, waarbij er gevaar is voor andere mensen als verdachte niet wordt behandeld. Volgens de reclassering zal een straf verdachte er niet van weerhouden opnieuw zonder rijbewijs te rijden. Hij zal opnieuw roekeloos weg rijden als hij dreigt te worden aangehouden door de politie. Om te zorgen dat verdachte zich aan de voorwaarden houdt, is een setting nodig waaruit hij niet op eigen initiatief weg kan gaan. Een streng beveiligde klinische setting is aangewezen, aldus de reclassering. Verdachte weigert echter mee te werken aan verwijzing naar een dergelijke instelling. Volgens de reclassering kan de zaak op twee mogelijkheden worden afgedaan:

  • -

    een straf opleggen zonder verdere reclasseringsbemoeienis;

  • -

    het onderzoek schorsen en een NIFP-rapport aanvragen, waarbij de mogelijkheid van een TBS-maatregel met dwangverpleging wordt overwogen.

De rechtbank ziet geen aanleiding een NIFP-rapport aan te vragen.

Gelet op de over verdachte uitgebrachte rapporten en verdachtes verklaring ter terechtzitting dat hij zijn straf wil uitzitten, behoort een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde onder meer een klinische behandeling naar het oordeel van de rechtbank niet tot de mogelijkheden. Verdachte is daartoe gelet op zijn verklaring niet gemotiveerd. Dit in aanmerking nemend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden. De rechtbank komt tot een hogere strafoplegging dan door de officier van justitie is gevorderd, aangezien zij in de gevorderde straf onvoldoende de ernst van de poging tot doodslag tot uitdrukking vindt gebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, te minder nu verdachte zich calculerend opstelt en niet aan een behandeling wenst mee te werken.

Ten aanzien van het onder 1 primair van parketnummer 05/840135-13 ten laste gelegde zal de rechtbank daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen opleggen voor de duur van drie jaar.

De rechtbank heeft bij het opleggen van voormelde straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening gehouden met de veroordeling van 8 februari 2013 bij de politierechter te Arnhem.

Ad informandum gevoegde zaak

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaak, bekend onder parketnummer 05/840599-13 (diefstal van een kentekenplaat [kenteken 3]).

Verdachte heeft bekend dat feit te hebben begaan en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor dat feit geen verdere strafvervolging zal volgen.

In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven auto, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1 primair bewezen verklaarde van parketnummer 05/840135-13 is begaan. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het in beslag genomen en niet teruggegeven imitatie-vuurwapen, met betrekking waarop het onder 2 van bewezen verklaarde van parketnummer 05/840135-13 is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 374,07 vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/840489-13 ten laste gelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 05/840489-13 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 42,94, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft zich ter terechtzitting van 18 september 2013 met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 950,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/840599-13 ten laste gelegde.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu de vordering ziet op een feit waarvan verdachte wordt vrijgesproken.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen

  • -

    10, 27, 36f, 45, 57, 63, 91, 287, 310 en 321 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    13 en 55 van de Wet wapens en munitie;

  • -

    179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 05/840599-13 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde van parketnummer 05/840135-13, het onder 1 en 2 ten laste gelegde van parketnummer 05/840488-13 en het primair ten laste gelegde van parketnummer 05/840489-13 heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 05/840135-13

Feit 1 primair: poging tot doodslag;

Feit 2 : handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens
en munitie;

Parketnummer 05/840488-13

Feit 1: verduistering;

Feit 2 : diefstal;

Parketnummer 05/480489-13

Primair: diefstal;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

  • -

    beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair van parketnummer 05/840135-13 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaar;

  • -

    verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven auto;

  • -

    beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven imitatie-vuurwapen;

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde van parketnummer 05/840489-13 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3], van een bedrag van € 42,94 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2012, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3], een bedrag te betalen van € 42,94 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2012, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 1 (één) dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Aldus gewezen door mrs. C. Kleinrensink, voorzitter, M.C. van der Mei en O.E. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2013.

mrs. Van der Mei en De Jong zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2013010869, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 24 januari 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.7-8

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], p.21

4 Proces-verbaal van verhoor van [betrokkene], pagina ongenummerd

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.17-18

6 Proces-verbaal van de terechtzitting van 3 mei 2013, blad 2

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.29

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina ongenummerd

9 HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 199

10 HR 17 februari 2004, NJ 2004, 323 en HR 10 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG6631

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.19

12 Proces-verbaal van bevindingen, p.31 en proces-verbaal WWM, imitatiepistool COLT, p.43

13 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL062B 2012066818, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 21 mei 2012.

14 Proces-verbaal van aanhouding, pagina ongenummerd

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], pagina ongenummerd

16 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], pagina ongenummerd

17 Proces-verbaal van aanhouding, pagina ongenummerd

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], pagina ongenummerd

19 Proces-verbaal van de terechtzitting van 3 mei 2013, blad 3

20 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL062B 2012058943, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 22 juni 2012.

21 Proces-verbaal van bevindingen, pagina ongenummerd

22 Proces-verbaal van de terechtzitting van 3 mei 2013, blad 3

23 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL062B 2012081939, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Team Zuid, gesloten en ondertekend op 6 februari 2013.