Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3560

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
06/950747-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, niet kan worden bewezen dat verdachte in de benoemde panden in Winterswijk hennep heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of heeft bewerkt.

De rechtbank ziet onvoldoende relatie tussen verdachte en de aangetroffen hennep en de daarmee in samenhang begane diefstal van electriciteit.

Verdachte wordt derhalve vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 06/950747-12

Uitspraak d.d.: 1 oktober 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Raadsman: mr. P.J.J. Engbertsen, advocaat te Arnhem.



Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 september 2013.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of

bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft

gehad (in een of meerdere pand(en) aan de [adres 2] en/of [adres 3]

[adres 3]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 744 hennepplanten,

althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde

hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit (78.082

kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde]

[benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking (het verbreken en/of verwijderen van een of meerdere

(ijk)zegel(s) en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting te maken buiten

de meter om);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdachte, de verdediging

De raadsman heeft bij pleidooi naar voren gebracht dat hij het eens is met het standpunt van de officier van justitie hieromtrent en dat hij de rechtbank verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, niet kan worden bewezen dat de verdachte in het pand gelegen aan de [adres 2] en/of aan de [adres 3] te Winterswijk hennep heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of heeft verwerkt. De rechtbank ziet onvoldoende relatie tussen verdachte en de aangetroffen hennep en de daarmee in samenhang begane diefstal van elektriciteit. Van enige wetenschap van of betrokkenheid bij de aanwezigheid van de hennep en van de diefstal van de elektriciteit in eerder genoemde woningen of enige vorm van deelneming aan de verweten gedragingen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Vos voorzitter, Bögemann en Steinebach, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2013.

1 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0646/2012086585 en ondertekend op 12 januari 2013 te Winterswijk