Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3553

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
01-10-2013
Zaaknummer
05/820665-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Zwolse verdachte die ontuchtige handelingen heeft gepleegd met het dochtertje van zijn toenmalige vriendin is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Deze straf is conform de eis van de officier van justitie.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en dat hij het strafwaardige van zijn handelen al snel heeft ingezien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/820665-13

Uitspraak d.d.: 1 oktober 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1948],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsvrouw: mr. Schaapherder, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 juni 2010 te Vaassen, in ieder geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], door

- één of meer van zijn vingers in haar vagina te brengen, althans haar vagina

te betasten, en/of

- haar borsten te betasten;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

De politie kreeg in januari 2013 een melding van de stiefvader van de op dat moment 14-jarige [slachtoffer] dat [slachtoffer] een aantal jaren geleden betast zou zijn door de toenmalige vriend van haar moeder. Er is een onderzoek opgestart, hetgeen ertoe heeft geleid dat verdachte eind maart 2013 is aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, opgesomd en toegelicht. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zijn vinger in de vagina heeft gebracht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde feit, met uitzondering van het in de vagina brengen van één of meer vingers, bewezen verklaard kan worden nu verdachte daarover ter terechtzitting een bekennende verklaring heeft afgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 juni 2010 te Vaassen één keer ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde [slachtoffer], geboren op [geboortedatum]. Die handelingen hebben bestaan uit het betasten van haar vagina en het betasten van haar borsten. Hij heeft bij het betasten de vagina ook haar clitoris aangeraakt, maar heeft ontkend dat hij met één of meer vingers in de vagina is geweest.

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Zij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard2 dat verdachte haar heeft betast toen haar moeder naar een cursus was. Zij lag bij verdachte in bed en voelde dat hij met zijn vingers over haar vagina heen en weer wreef en over haar borsten wreef. Toen zij de vingers bij de vagina voelde heeft zij zich omgedraaid en hield zij haar benen bij elkaar. Verdachte ging toen wel door met wrijven.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met uitzondering van het een of meer vingers in de vagina brengen. Verdachte heeft dit deel van het ten laste gelegde ontkend en aangeefster heeft verklaard dat zij, toen zij vingers bij haar vagina voelde, zich heeft omgedraaid en haar benen bij elkaar heeft gehouden, waardoor verdachte alleen nog over haar vagina kon wrijven.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 1 juni 2010 te Vaassen ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], door

- haar vagina te betasten, en

- haar borsten te betasten.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft daaraan geen bijzondere voorwaarden verbonden, nu de reclassering dit niet geïndiceerd acht.

De raadsvrouw heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. Indien de rechtbank daartoe mocht besluiten heeft zij verzocht de verdachte in de gelegenheid te stellen een werkstraf te verrichten of de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk te stellen aan het ondergane voorarrest.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft ontuchtige handelingen verricht met een jong meisje dat op dat moment aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd. Het slachtoffer bevond zich in een zeer kwetsbare fase van haar (seksuele) ontwikkeling. Verdachte heeft de grenzen die hij als volwassene naar een jeugdige in acht behoort in te nemen overschreden en daarmee de lichamelijke en emotionele integriteit van het slachtoffer geschonden. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van dergelijke handelingen bij jonge kinderen ernstig en langdurig kunnen zijn.

Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met politie en justitie in aanraking is geweest en in zijn voordeel is meegewogen dat verdachte het strafwaardige van zijn handelen al snel heeft ingezien.



Alles overwegende zal de rechtbank de eis van de officier van justitie overnemen en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige.

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in verzekering is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van die straf in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Welbergen, voorzitter, E.G. de Jong en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

1 oktober 2013.

Mr. Welbergen is buiten staat mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610 2013009737-13, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team recherche Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 1 april 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 20-29