Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3523

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
30-09-2013
Zaaknummer
05/800400-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer, zittingsplaats Arnhem: vrijspraak van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (primair) en niet in acht nemen van de regels en aanwijzingen van het bevoegd gezag (subsidiair) op militair oefenterrein in Duitsland.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2013/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/800400-12

Datum zitting : 16 september 2013

Datum uitspraak : 30 september 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1991] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. G.J.J. Knoops, advocaat te Amsterdam

officier van justitie : mr. S.Z. Wiarda

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de militaire kamer ter terechtzitting van 16 september 3013 toegewezen wijziging van de tenlastlegging, ten laste gelegd dat:

1. Primair

hij op of omstreeks 29 mei 2012 te Grafenwoehr te Duitsland als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een

militaire Land Rover, daarmede rijdende over een niet met name genoemde

bochtige en/of uit (zeer) (grof) gravel bestaande weg van de Grafenwoehr

Training Area, zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam met een snelheid hoger dan door het ter plaatse bevoegd gezag aangegeven/toegestane maximum snelheid van 20 en/of 30 kilometer per uur, in elk geval heeft gereden met een te hoge snelheid, gelet op de plaatselijke omstandigheden en/of na een flauwe bocht naar rechts met een of meer wielen in de berm is gekomen/gereden ten gevolge waarvan hij, verdachte, de macht over het stuur

heeft verloren en/of ten gevolge waarvan voornoemd motorrijtuig van de weg is

geraakt en/of over de kop is geslagen en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1]) werd gedood en/of [slachtoffer 2] zwaar werd gewond althans zodanig letsel heeft

opgelopen dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij als militair op of omstreeks 29 mei 2012 te Grafrenwoehr, in elk geval in

de Bondsrepubliek Duitsland, niet in acht heeft genomen de door het bevoegd gezag met betrekking tot het verkeer gegeven regels en aanwijzingen, immers heeft verdachte als bestuurder van een militaire Land Rover, daarmede gereden op een niet met name genoemde, voor het militair verkeer openstaande bochtige en/of uit (zeer) (grof) gravel bestaande weg van het Grafenwoehr Trainings Area, met een snelheid hoger dan de aangegeven/toegestane maximum snelheid van 20 en/of 30 kilometer per uur, in elk geval heeft gereden met een te hoge snelheid, gelet op de plaatselijke omstandigheden en/of na een flauwe bocht naar rechts met een of meer wielen in de berm is gekomen/gereden, ten gevolge waarvan hij, verdachte, de macht over het stuur heeft verloren en/of voornoemd voertuig over de kop is geslagen ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] werd gedood en/of [slachtoffer 2] zwaar werd gewond

althans zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke vermindering in

de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 16 september 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J.J. Knoops, advocaat te Amsterdam.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter terechtzitting verschenen: [benadeelde 1].

Mevrouw [benadeelde 1] en [benadeelde 2] waren tevens aanwezig om gebruik te maken van hun spreekrecht als nabestaanden van hun zoon, op grond van artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1 primair

De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten:

Op 29 mei 2012 heeft verdachte als bestuurder in een Landrover over een niet met name genoemde weg van het Grafenwoehr Training Area te Grafenwoerh Duitsland gereden. Nadat het brandpiket –waarvan verdachte deel uitmaakte- via de portofoon was opgeroepen een ontstane brand te blussen, reed verdachte met drie collega’s vanaf het begin van de schietrange 213, richting de kogelvanger. Terwijl verdachte en zijn collega’s onderweg waren ontvingen zij een tweede portofonisch bericht dat de brand groter werd en zij asap –zo snel als mogelijk- naar de brand moesten komen. Vervolgens is verdachte op de weg die naar rechts afboog met de rechterwielen naast de weg gekomen. Verdachte heeft dit willen corrigeren door naar links tegen te sturen met als gevolg dat de Landrover naar links is geschoten. Vervolgens heeft verdachte een tweede stuurcorrectie naar rechts uitgevoerd. Daarbij is hij de macht over het stuur verloren en is de Landrover naast de weg gekanteld. Als gevolg van dit ongeval is [slachtoffer 1] komen te overlijden en raakte [slachtoffer 2] zwaar gewond aan zijn been.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastgelegde. Hiertoe stelt de officier van justitie, op basis van de getuigenverklaringen –[slachtoffer 2], [getuige 1] en [getuige 2]-, dat verdachte na de tweede portofonische melding “asap” (wat staat voor: “as soon as possible”) met een snelheid van zeker 50 kilometer per uur heeft gereden, terwijl een maximum snelheid van 30 kilometer per uur gold. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op het opgemaakte proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse en het en aanvullend proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse. Door de hoge snelheid heeft verdachte een stuurfout gemaakt waardoor de Landrover in de berm terecht kwam en verdachte niet meer in staat was die stuurfout te corrigeren.

De gegeven omstandigheden als de voertuiginrichting, de aanwezigheid van het ringaffuit, het ontbreken van gordels achterin de Landrover, het niet dragen van helmen alsook het rijden op gravel, laten onverlet dat verdachte als bestuurder met deze omstandigheden rekening moet houden. Bovendien is verdachte opgeleid voor het besturen van de Landrover en in het bezit van het militair rijbewijs en heeft hij aangegeven ook in zijn vrije tijd te rijden.

De officier van justitie stelt dat de gereden snelheid in onderlinge samenhang bezien met de stuurfout dient te worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en levert daarmee het misdrijf op als omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet op.

Het standpunt van de verdediging

primair en subsidiair

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit stelt de raadsman primair dat er geen (aanmerkelijke) schuld aan de zijde van verdachte kan worden geconstateerd.

Voorts voert de raadsman ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit onder andere aan:

- dat er geen borden op het terrein stonden die de maximum snelheid weergaven;

- er nergens uit blijkt dat er briefings zijn gegeven dat de maximum snelheid van 20 km per uur bedroeg;

- het op basis van het dossier volstrekt onduidelijk is wie en in welke functie– het zogenaamde bevoegd gezag- de briefing heeft gegeven.

Beoordeling door de militaire kamer

primair

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

Geldende maximum snelheid:

In het aanvullend Proces-Verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (verder: aanvullend VOA) staat vermeld dat de snelheidslimieten worden vastgesteld in de Standard Operation Procedure (SOP). In de bij het aanvullend VOA gevoegde SOP staat over de snelheid – voor zover hier van belang het volgende:

“Speed Limits

(a) Unless otherwise posted, speed limits under optimum road conditions are as follows.

1. On pave portions of the main tank trail: 60kph. (36mph)

2. On gravel portions of the main tank trail: 50kph. (30mph)

3. other roads: 40 kph

4. […]

5. […]

6. […]

7. All Other: IAW posted traffic signs (i.e. vicinity Rg 213 is 30 kph)”

De militaire kamer concludeert hieruit dat volgens de SOP buiten “the main tank trail” (waarbuiten het ongeval ook plaats vond) de maximum toegestane snelheid 40 kilometer per uur is, tenzij met borden/verkeerstekens een andere maximumsnelheid is aangegeven.

Dat in de SOP onder (a) sub 7. met zoveel woorden als voorbeeld staat dat in de buurt van schietbaan “Rg 213” borden/verkeerstekens staan met een limiet van 30 kilometer per uur, betekent niet dat dergelijke borden/verkeerstekens ook geplaatst waren aan of bij de weg waarop het ongeval plaatsvond, ook al bevond deze weg zich wel in de buurt van schietbaan Rg 213. Uit geen van de bewijsmiddelen volgt dat bij die weg dergelijke borden stonden. Integendeel, in het aanvullend VOA staat juist dat er ter plaatse geen borden stonden die snelheden aangeven. De militaire kamer gaat daar dan ook van uit.

De militaire kamer volgt daarom de conclusie van verbalisanten in het aanvullend VOA niet dat op de plaats van het ongeval een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur gold tenzij in een veiligheidsbriefing door een “Range Safety Officer in Control” anders is bepaald.

Dat er door bevoegd gezag in persoon van de “Range Safety Officer in Control” een andere limiet is vastgesteld dan bepaald in de SOP is evenmin vast te stellen, nu informatie in die richting niet concreet is (er is geen concrete informatie over door welke persoon, bij welke precieze gelegenheid en op welke wijze dat zou zijn gebeurd).

De militaire kamer gaat daarom uit van een ter plaatse geldende maximumsnelheid van 40 kilometer per uur.

Verdachte heeft bij de marechaussee verklaard dat hij na de tweede “asap”-melding tijdens de rit naar de brand niet meer op de teller heeft gekeken, maar dat hij harder heeft gereden dan twintig kilometer per uur. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij na die tweede melding zijn snelheid heeft verhoogd. Voorts dat een “asap”-melding voor hem inhoudt; alles laten vallen en er zo snel mogelijk op af en dat je misschien dan de snelheid wel mag overtreden, omdat bij “asap” snelheid geboden is.

Getuige [slachtoffer 2] heeft bij de marechaussee verklaard dat ze vlot doorreden. Ter terechtzitting heeft [slachtoffer 2] verklaard dat hij de snelheid van de Landrover moeilijk kan inschatten maar bij benadering schat op 60 kilometer per uur. Voorts verklaart hij, dat ze “asap” oftewel zo snel mogelijk die kant op moesten en dat er toen wel een lichte vorm van haast was.

Getuige [getuige 1] heeft bij de marechaussee verklaard dat ze voor zijn gevoel redelijk hard hebben gereden. Ter terechtzitting verklaart [getuige 1] dat ze na de “asap”-melding harder zijn gaan rijden, omdat ze snel ter plaatse moesten zijn. Getuige [getuige 1] verklaart tevens hij de snelheid moeilijk kan inschatten maar dat de gereden snelheid naar zijn idee 50 kilometer per uur was.

Getuige [getuige 2] verklaart dat hij op ongeveer 200 meter afstand van het ongeval stond en dat de Landrover voor zijn gevoel hard reed. Ook verklaarde hij na het ongeval verdachte te hebben horen roepen: “Ik reed te hard.”

De militaire kamer stelt vast dat de exacte snelheid van het voertuig op het moment van het ongeval niet kan worden vastgesteld, maar acht op basis van voornoemde getuigenverklaringen niet onaannemelijk dat verdachte (in ieder geval iets) harder heeft gereden dan de toegestane maximum snelheid van 40 kilometer per uur. Dit terwijl gelet op de omstandigheden aldaar – een weg met losse en grove gravel - extra voorzichtigheid geboden was. Daaraan doet de oproep om ”as soon as possible”, dus zo snel mogelijk naar de brand te gaan niet af, nu die oproep naar het oordeel van de militaire kamer geen opdracht, instructie, oproep of rechtvaardiging oplevert om de geldende verkeersregels te overtreden.

De militaire kamer acht de snelheidsoverschrijding, temeer nu de mate van overschrijding van de snelheidslimiet niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en evenmin duidelijk is welke snelheid in de gegeven omstandigheden verantwoord zou zijn geweest noch in hoeverre dat dan weer voor verdachte kenbaar moet zijn geweest, onvoldoende om te oordelen dat verdachte zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gehandeld.

De bijkomende omstandigheden dat de Landrover waarmee verdachte reed onvoldoende gordels had voor het aantal inzittenden, voorzien was van een zwaar affuit die het zwaartepunt omhoog bracht en (ook overigens) minder veiligheidsvoorzieningen had dan een doorsnee personenauto terwijl zich daarin (niet afgeschermde) scherpe onderdelen bevonden, welke omstandigheden reden zijn voor extra voorzichtigheid, maken dit oordeel niet anders.

Verdere omstandigheden die kunnen wijzen op aanmerkelijke onvoorzichtigheid zijn niet gebleken. Met name blijkt dit niet uit verdachtes verdere rijgedrag zoals omschreven door de als getuigen gehoorde passagiers.

Op grond van het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich zodanig onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden . Daarom zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

Subsidiair

Zoals hiervoor overwogen gaat de militaire kamer op basis van de stukken uit van een ter plaatse geldende snelheidslimiet van 40 kilometer per uur en acht de militaire kamer dus niet bewezen dat ter plaatse een door het bevoegd gezag gegeven maximumsnelheid gold van 20 of 30 kilometer per uur. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat er door het bevoegd gezag een regel of aanwijzing was afgegeven om niet te rijden met een “gelet op de plaatselijke omstandigheden te hoge snelheid”. De rechtbank overweegt daarbij dat deze in de tenlastelegging subsidiair weergegeven, zeer open, norm ook niet de verschijningsvorm heeft van een regel of aanwijzing nu “te hoge snelheid” niet is geconcretiseerd of gekoppeld aan een beschermd belang als veiligheid, of bijvoorbeeld beperking van verkeershinder, milieu- of geluidsoverlast.

Het vorenstaande leidt er toe dat verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken.

4. De beoordeling van de civiele vordering en de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Nu verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde is benadeelde [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.

De vordering tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel wordt afgewezen.

5 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

Verklaart benadeelde partij [benadeelde 1] niet ontvankelijk in haar vordering

Wijst af de gevorderde maatregel van schadevergoeding

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), kol mr. J. Wiersma (militair lid) en mr. J.M.J.M. Doon (rechter),

in tegenwoordigheid van mr. F. van Dijk, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 september 2013

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door H. de Weert, opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Oostgrens-Noord, proces-verbaalnummer PL 27QK/12-005156, gesloten op 26 september 2013 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.