Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3335

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-09-2013
Datum publicatie
27-09-2013
Zaaknummer
05/900942-12 (gesplitst van de zaak met parketnummer 05/730947-12)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag in het verkeer (3 maal bewezen, 1 maal vrijspraak). Bedreiging door op verbalisant in te rijden. Diefstal/heling auto. Vrijspraak voor treffen van voorbereidingshandelingen van 312 Sr feiten. Vuurwapengebruik politie rechtmatig. Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/900942-12 (gesplitst van de zaak met parketnummer 05/730947-12)

Data zittingen : 15 februari 2013, 12 april 2013, 24 mei 2013, 9 augustus 2013,

13 september 2013

Datum uitspraak : 27 september 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [1983] te [geboorteplaats],

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [woonplaats].

raadsman : mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 14 augustus 2012 te Arnhem en/of Zaltbommel en/of IJmuiden en/of elders in Nederland om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) ter voorbereiding van het misdrijf/de misdrijven

-diefstal met geweld, en/of

-afpersing, en/of

-diefstal in vereniging, in de voor nachtrust bestemde tijd uit een woning of vanaf een erf waarop een woning staat, met braak, verbreking en/of inklimming, opzettelijk (telkens)

-(een) vuurwapen(s), en/of

-voertuigbaken(s), en/of

-(mini)camera('s), en/of

-verstoringsapparatuur/jammer(s) (om GSM en GPS verkeer te kunnen verstoren), en/of

-laptop(s) en/of -telefoon(s) en/of

-auto('s), en/of

-kleding

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

2. hij op of omstreeks 19 oktober 2012 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of zijn dochter van het leven te beroven, opzettelijk met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 1] en/of zijn dochter is ingereden,

immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u), althans een voor de situatie ter plaatse (veel)te hoge snelheid en/of

- het fietspad opgereden en/of over het fietspad is blijven rijden, althans heeft gereden, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of zijn dochter,

zonder uit te wijken en/of vaart te minderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 oktober 2012 te Arnhem [slachtoffer 1] en/of zijn dochter heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 1] en/of zijn dochter in te rijden, althans opzettelijk dreigend te naderen, immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u), althans een voor de situatie ter plaatse (veel)te hoge snelheid en/of

- het fietspad opgereden en/of over het fietspad is blijven rijden, althans heeft gereden, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of zijn dochter, zonder uit te wijken en/of vaart te minderen;

3. hij op of omstreeks 19 oktober 2012 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, opzettelijk met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 2] is ingereden, immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u), althans een voor de situatie ter plaatse (veel)te hoge snelheid en/of

- het fietspad opgereden en/of over het fietspad is blijven rijden, althans heeft gereden, in de richting van die [slachtoffer 2], zonder uit te wijken en/of vaart te minderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 oktober 2012 te Arnhem [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 2] in te rijden, althans opzettelijk dreigend te naderen, immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u), althans een voor de situatie ter plaatse (veel)te hoge snelheid en/of

- het fietspad opgereden en/of over het fietspad is blijven rijden, althans heeft gereden, in de richting van die [slachtoffer 2], zonder uit te wijken en/of vaart te minderen;

4. hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2012 tot en met 19 oktober 2012 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 1], merk: Seat Leon) heeft/hebben weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (loper en/of een nagemaakte sleutel);

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2012 tot en met 19 oktober 2012 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 1], merk: Seat Leon), terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

5. hij op of omstreeks 13 november 2012 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk een lid van het arrestatieteam Midden-Nederland, onder nummer [verbalisant 1] bekend in de administratie van voornoemd team, van het leven te beroven, opzettelijk met een personenauto (vol gas en/of op hoge snelheid) op die [verbalisant 1] is ingereden, immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een of meerdere als zodanig herkenbare politieagent(en) en/of lid/leden van het arrestatieteam (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- terwijl hem door die [verbalisant 1] met getrokken vuurwapen te kennen werd gegeven "Politie handen omhoog" (nadat die [verbalisant 1] een klap op het raam van het rechtervoorportier van eerder genoemde personenauto had gegeven om de aandacht van verdachte en/of zijn passagier te trekken) en/of

- vol gas en/of met een hoge snelheid, in de richting van die [verbalisant 1] gereden en/of blijven rijden zonder uit te wijken en/of vaart te minderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 13 november 2012 te Nijmegen een lid van het arrestatieteam Midden-Nederland, onder nummer [verbalisant 1] bekend in de administratie van voornoemd team, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend op die [verbalisant 1] in te rijden, althans opzettelijk dreigend te naderen, immers heeft/is verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en/of

- terwijl hem door een of meerdere als zodanig herkenbare politieagent(en) en/of lid/leden van het arrestatieteam (een) stopteken(s) was/waren gegeven, en/of

- terwijl hem door die [verbalisant 1] met getrokken vuurwapen te kennen werd gegeven "Politie handen omhoog"(nadat die [verbalisant 1] een klap op het raam van het rechtervoorportier van eerder genoemde personenauto had gegeven om de aandacht van verdachte en/of zijn passagier te trekken) en/of

- vol gas en/of met een hoge snelheid, in de richting van die [verbalisant 1] gereden en/of blijven rijden zonder uit te wijken en/of vaart te minderen.

6. hij in of omstreeks 07 november 2012 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van een bedrijventerrein (gelegen aan de [adres 2]) een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 2], merk: Mercedes-Benz) heeft/hebben weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (door de eerder gestolen sleutels van die [benadeelde 2] te gebruiken);

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 07 november 2012 tot en met 13 november 2012 te Nijmegen en/of Schijndel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 2], merk: Mercedes-Benz), terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 13 september 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

  • -

    [benadeelde 1] (feit 4) en

  • -

    [benadeelde 3] (feit 6);

[benadeelde 1] was ter terechtzitting d.d. 13 september 2013 aanwezig.

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat, samengevat, verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van (het medeplegen van) diefstal met geweld door het verwerven en voorhanden hebben van een vuurwapen en een auto.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van dit feit bepleit. Verdachte heeft aangegeven dat hij van plan was om overdag samen met een medeverdachte hennep uit een loods, behorend bij een woning, te stelen. Hij was niet van plan daarbij iemand te overvallen, en evenmin om geweld te gebruiken.

Waar in tapgesprekken wordt gesproken over het meenemen van een ‘dinges’ heeft verdachte gedoeld op verstoringsapparatuur (een zgn. ‘jammer’) om de beveiliging van de loods te verstoren, aldus verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft bekend dat hij samen met anderen (opgekweekte en gedroogde) hennep van een derde wilde stelen. De hennep zou in een loods op honderd meter afstand van een woonhuis in IJmuiden liggen. Deze diefstal zou overdag plaatsvinden op het moment dat alleen een vrouw met een gebroken been in het huis aanwezig zou zijn, zo heeft verdachte ter terechtzitting van 13 september 2013 uiteengezet.
Verdachte heeft ontkend dat voor die diefstal een vuurwapen geregeld was, of dat hij rekening hield of hoefde te houden met geweldpleging of bedreiging met geweld door de personen met wie hij de hennepdiefstal zou gaan plegen.

De bewijsmiddelen in het dossier zijn niet in tegenspraak met de hiervoor weergegeven verklaringen van verdachte. Niet blijkt op welke locatie in IJmuiden hennep gestolen zou worden, waarmee dus niet kan worden uitgesloten dat de hennep zich in een loods op ruime afstand van een woning bevond. De rechtbank kan bovendien niet uitsluiten dat verdachte met het dragen van een ‘dinges’ – in de context van het telefoongesprek op 24 mei 2012 met de persoon/personen met wie hij de diefstal zou gaan plegen – op het dragen van een vuurwapen doelt. Echter, de bewijsmiddelen in dit dossier bieden geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verdachte een vuurwapen heeft geregeld. Dat een van die personen een vuurwapen voorhanden heeft gehad, zoals door de officier van justitie is aangevoerd, kan niet met voldoende mate van zekerheid uit enig bewijsmiddel in dit strafdossier worden afgeleid. De verklaring van verdachte dat hij verstoringsapparatuur heeft geregeld en geen vuurwapen, kan dan ook niet worden uitgesloten.

Gelet op het vorenstaande kan weliswaar worden vastgesteld dat verdachte in vereniging een strafbaar feit heeft voorbereid, maar kan – nu niet vaststaat dat sprake is geweest van de aanwezigheid van een vuurwapen – niet worden bewezen dat die voorbereiding zag op het plegen van de ten laste gelegde diefstal met geweld, afpersing of een diefstal in vereniging in de voor nachtrust bestemde tijd, uit een woning/vanaf een erf waarop de woning staat.

Derhalve zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het hem onder feit 1 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 18 oktober 2012 om 17.00 uur tot 19 oktober 2012 om 8.00 uur is in Arnhem de auto van [benadeelde 1], een Seat Leon met kenteken [kenteken 1] (hierna: de Seat), door een derde zonder toestemming weggenomen.2

Op 19 oktober 2012 reed een bestuurder van deze Seat in Arnhem een verbalisant tegemoet. Deze verbalisant is achter de Seat aangereden, waarop de Seat op enig moment stopte. Vervolgens heeft de verbalisant de bestuurder aangegeven dat hij de auto op een parkeerplaats moest parkeren.

Hierop reed de bestuurder van de Seat met hoge snelheid weg, waarbij hij het fietspad voor tegemoetkomend (fiets)verkeer van de Huissensestraat opreed. Op dat fietspad waren mensen aan het lopen en aan het fietsen.3

Op dat fietspad fietste [slachtoffer 1] (met zijn dochter achterop) en de auto kwam hem met hoge snelheid tegemoet. [slachtoffer 1] kon de auto ternauwernood ontwijken door de stoep op te springen. De bestuurder van de auto heeft niet geremd of uitgeweken.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primaire feiten 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij deze feiten ontkend en heeft verklaard dat hij niet in Arnhem was ten tijde van de hem verweten gedragingen.

Voorts heeft hij verklaard dat hij nooit in de Seat heeft gezeten. De verdediging heeft aangevoerd dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te bewijzen dat verdachte op 18 of 19 oktober 2012 te Arnhem in de Seat heeft gereden.

Tevens heeft de verdediging aangevoerd dat de snelheid waarmee de Seat reed niet met zekerheid vastgesteld kan worden. Omdat de bestuurder van de Seat op het fietspad tegen het verkeer in reed, konden de tegemoetkomende fietsers hem goed zien en konden zij op zijn aanwezigheid reageren. Daarom kan niet gesproken worden van een poging tot doodslag, zoals ten laste gelegd onder feit 2.

De verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] zijn onvoldoende specifiek om vast te stellen dat dezelfde Seat haar tegemoet is gereden op het fietspad. Nu overige bewijsmiddelen ontbreken, moet verdachte ook voor feit 3 worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

Was verdachte de bestuurder van de Seat?

Verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat hij verdachte, die hij ambtshalve kende, op 19 oktober 2012 om omstreeks 19.00 uur te Arnhem heeft herkend als de bestuurder van de Seat.

De verbalisant was daarvóór door middel van een ‘briefing’ ervan op de hoogte gebracht dat verdachte werd gezocht. De verbalisant heeft verdachte, terwijl zij beiden stilstonden, recht in de ogen aangekeken, tevens hebben zij met elkaar gesproken5.

Mede gelet op deze bijzonderheden ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Evenmin bestaat aanleiding aan zijn (ambtsedig opgemaakte) proces-verbaal een andere dan in artikel 344 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde bewijswaarde toe te kennen, zoals de verdediging heeft aangevoerd.

Daar komt, in de tweede plaats, nog het volgende bij. Verdachte heeft verklaard dat hij “nooit” in de Seat heeft gezeten.6 Bij sporenonderzoek op 21 oktober 2012 aan de Seat is evenwel op de binnenspiegel van de auto een vingerafdruk aangetroffen.7 Deze vingerafdruk is geïdentificeerd op een afdruk voorkomend op het vingerafdrukkenblad ten name van verdachte8 met andere woorden, de vingerafdruk van verdachte is aangetroffen op de binnenspiegel van de Seat. Daarmee kan zijn verklaring dat hij nooit in de auto is geweest, niet kloppen.

De ontkennende verklaring van verdachte waardeert de rechtbank, in het kader van de bewijslevering, als een ‘kennelijk leugenachtige verklaring’ nu uit ander, technisch bewijsmateriaal, volgt dat verdachte in ieder geval op enig moment, in de Seat is geweest. Deze verklaring ondersteunt daarmee het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2].

De rechtbank is, gezien het vorenstaande, van oordeel dat verdachte op 19 oktober 2012 (ten minste) vanaf 19.00 uur te Arnhem de bestuurder van de Seat was.

Gereden rijroute en rijgedrag

Verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat verdachte op 19 oktober 2012 vanaf 19.00 uur vanaf de Melkweg op het fietspad voor tegemoetkomend verkeer van de Huissensestraat in de richting van de Pleijweg reed met een hoge snelheid. Op de Huissensestraat reed de verbalisant tussen 100 en 120 km/u, maar kwam niet dichter bij verdachte. De remlichten van de Seat lichtten daarbij niet op. Op dat fietspad liepen en fietsten mensen.9

Vervolgens nam verdachte de rotonde van de Stadswaardenlaan tegen het verkeer in, waarna de Huissensestraat weer richting de Pleijweg werd vervolgd.

Deze waarnemingen van de verbalisant worden bevestigd door de verklaring van aangever [slachtoffer 1]. Hij was op 19 oktober 2012 tussen 18.30 en 19.00 uur net die rotonde met de Stadswaardenlaan gepasseerd en vervolgde zijn weg op de Huissensestraat. Hij reed nog een beetje in een bocht, toen hij ineens een “veel voorkomende middenklas auto” zag welke hem “met een rotgang” tegemoet kwam. Die auto reed op het fietspad in tegenovergestelde richting. Toen aangever [slachtoffer 1] de auto voor het eerst zag was die ongeveer vijf a tien meter van [slachtoffer 1] vandaan. [slachtoffer 1] kon zien dat de bestuurder een getinte man was. [slachtoffer 1] kon de auto ternauwernood ontwijken door de stoep op te springen. De auto nam de rotonde linksom en vervolgde de Huissensestraat. De auto werd achtervolgd door twee politiemotoren en een burgerauto van de politie.10

Verdachte reed vervolgens onder de viaduct met de Pleijweg door richting de Hofsingel. Bij de Hofsingel keerde verdachte en reed hij terug richting de Pleijweg. Verbalisant [verbalisant 2] verloor hierop verdachte uit het oog, maar kreeg te horen dat hij mogelijk linksaf was geslagen op het fietspad die langs de Pleijweg loopt in de richting van Kronenburg.11

Op dat fietspad reed aangeefster [slachtoffer 2] op 19 oktober 2012 tussen 18.50 en 19.15 uur komende vanuit de richting Kronenburg op haar scooter. Het was op dat moment schemerig. Plotseling zag zij vanuit tegemoetkomende richting twee grote lampen. De lichten verblindden haar een beetje. Vervolgens zag zij dat de lichten de koplampen van een auto betroffen, welke haar met zeer hoge snelheid naderde. Vanuit een reflex heeft zij haar scooter in de berm getrokken, waardoor zij in de struiken terecht kwam. Zij voelde dat de auto rakelings langs haar heen kwam; ze voelde de wind van de voorbij razende auto. Dat fietspad was erg smal.12

Gezien de door de aangevers en de verbalisant aangegeven tijden en plaatsen is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte was die in de Seat zowel aangever [slachtoffer 1] als aangeefster [slachtoffer 2] tegemoet is komen rijden. Daarbij betrekt de rechtbank dat het zeer onwaarschijnlijk is dat op exact die tijdstippen en plaatsen een andere auto met hoge snelheid op het fietspad voor tegemoetkomend verkeer zou hebben gereden.

Poging tot doodslag

De verdediging heeft betwist dat sprake is van dusdanig onverantwoord rijgedrag dat van een poging tot doodslag kan worden gesproken.

Uit al hetgeen hiervoor is overwogen leidt de rechtbank af dat verdachte:

  • -

    heeft willen ontkomen aan een staande houding door de politie;

  • -

    met een personenauto op het (smalle) fietspad in tegengestelde richting is gaan rijden en is blijven rijden;

  • -

    terwijl op die fietspaden voetgangers en (brom)fietsers aanwezig waren;

  • -

    daarbij met (zeer) hoge snelheid (oplopend tot circa 100-120 km/u) heeft gereden;

  • -

    daarbij niet heeft geremd of is uitgeweken voor tegemoetkomend verkeer;

  • -

    rakelings langs aangevers is gereden, terwijl

aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van de weg moesten geraken om een aanrijding met de door verdachte bestuurde auto te voorkomen.

De kans op het veroorzaken van een dodelijk ongeval onder deze omstandigheden kan ten minste als ‘aanmerkelijk’ worden beschouwd.

Daaraan doet geenszins af dat verdachte tegen het verkeer inreed. Immers, (brom)fietsers behoeven geen rekening te houden met enig tegemoetkomend autoverkeer op het fietspad, en zij hadden als gevolg van de door verdachte gereden hoge snelheid bovendien slechts een zeer beperkte reactietijd om een aanrijding te voorkomen. Het betoog van de raadsman van verdachte dat verdachte ‘zorgvuldiger’ heeft gehandeld juist door tegen het verkeer in te rijden, volgt de rechtbank dan ook niet.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte in zijn poging te ontkomen aan de politie willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat (ten minste) aangevers [slachtoffer 1] (en zijn dochter) en [slachtoffer 2] dodelijk gewond zouden raken. Immers, de hiervoor omschreven gedragingen van verdachte kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvormen worden aangemerkt als zo zeer gericht op het dodelijk verwonden van (brom)fietsverkeer dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Daarom kan hetgeen onder de feiten 2 en 3 primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend worden bewezen.

Diefstal/heling van de Seat

Zoals hiervoor is overwogen, heeft verdachte op 19 oktober 2012 in elk geval vanaf 19.00 uur in de Seat gereden. De Seat is tussen 18 oktober 2012 om 17.00 uur en 19 oktober 2012 om 08.00 uur gestolen.

De rechtbank acht het tijdsverloop tussen het (mogelijke) moment van de diefstal en het moment waarop verdachte in die auto is aangetroffen dusdanig groot dat niet zonder meer aangenomen kan worden dat verdachte de auto moet hebben gestolen. Daarbij betrekt de rechtbank dat het niet ongebruikelijk is dat auto’s na een diefstal snel van de hand worden gedaan.

Nu het rechtbankdossier overigens onvoldoende bewijsmiddelen bevat op grond waarvan kan worden geoordeeld dat verdachte de Seat heeft gestolen, dient verdachte van het onder feit 4 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen. Zoals hiervoor is weergegeven, is verdachte door verbalisant [verbalisant 2] gesignaleerd als bestuurder in de Seat, die daarvoor gestolen was. Verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in de auto, sterker, zoals hiervoor is overwogen heeft hij – gelet op zijn vingerafdruk op de binnenspiegel van de Seat – in strijd met de waarheid verklaard dat hij überhaupt nooit in de Seat heeft gereden.,
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hiervoor weergegeven feiten en bij gebreke van enige verklaring van verdachte terwijl die feiten als het ware ‘schreeuwen’ om uitleg, het niet anders kan zijn dan dat hij ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto heeft geweten dat deze van diefstal afkomstig was.

Conclusie ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair onder de feiten 2 en 3 en het subsidiair onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2. hij op 19 oktober 2012 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of zijn dochter van het leven te beroven, opzettelijk met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 1] en zijn dochter is ingereden,

immers heeft verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent een stopteken was gegeven, en

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u),

en

- het fietspad opgereden en over het fietspad is blijven rijden, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of zijn dochter,

zonder uit te wijken of vaart te minderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. hij op 19 oktober 2012 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, opzettelijk met een personenauto (op (zeer) hoge snelheid) op die [slachtoffer 2] is ingereden, immers heeft verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare motoragent een stopteken(s) was gegeven, en

- met een (zeer) hoge snelheid (ca 100-120 km/u), en

- het fietspad opgereden en over het fietspad is blijven rijden, in de richting van die [slachtoffer 2], zonder uit te wijken of vaart te minderen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. hij in de periode van 18 oktober 2012 tot en met 19 oktober 2012 te Arnhem, alleen, heeft verworven en voorhanden heeft gehad een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 1], merk: Seat Leon), terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van voormeld goed wist, dat dit door diefstal in elk geval door enig misdrijf was verkregen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 november 2013 reed verdachte als bestuurder van een personenauto nabij de Waalkade te Nijmegen. Nadat verdachte aldaar was gestopt, zijn politieagenten, leden van het arrestatieteam, voor en achter verdachte gestopt. Vervolgens hebben meerdere agenten, waaronder verbalisant (aangeduid als) [verbalisant 1], hun vuurwapens getrokken. Verbalisant [verbalisant 1] heeft een klap op het raam van de rechter voorportier van die auto gegeven en heeft zich rechts van de auto van verdachte gepositioneerd.13 Hierbij heeft verbalisant [verbalisant 1] “politie, handen omhoog” geroepen. Vervolgens is verdachte weggereden.14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op verbalisant [verbalisant 1]. Verdachte is immers met hoge snelheid in de richting van de verbalisant gereden (om aan een aanhouding te ontkomen). Subsidiair zijn de gedragingen van verdachte aan te merken als een bedreiging.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het ten laste gelegde betwist. De verbalisant [verbalisant 1] zou aan de rechterzijde op een armlengte van de auto hebben gestaan. Het is niet mogelijk dat verdachte, door in die situatie weg te rijden, de verbalisant zou hebben kunnen overrijden. Op de camerabeelden is niet te zien dat verdachte met hoge snelheid weg is gereden. Daarom dient verdachte te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Voorts is er geen sprake van een bedreiging, zodat verdachte ook van het subsidiaire ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte wist dat hij werd gezocht door de politie. Toen hij richting de Waalkade reed, zag hij een aantal dure auto’s met hoge snelheid op zich afkomen. Verdachte vertrouwde deze auto’s niet en is daarom op (een specifiek door hem gekozen deel van) de weg stil gaan staan.15 Vervolgens stopte een van die auto’s schuin voor de auto van verdachte en een andere auto stopte achter verdachte.16

Verbalisant [verbalisant 1] is uitgestapt en heeft de auto van verdachte benaderd. Hierbij heeft hij een klap op de auto gegeven om de aandacht van verdachte (en zijn passagier) te trekken, waarbij hij zich kenbaar maakte als politie. Hierop keek verdachte hem aan, schrok, keek vervolgens naar links en weer naar de verbalisant en reed weg. Verbalisant [verbalisant 1] droeg een politiejack met aan voorzijde in reflecterende hoofdletters het woord POLITIE en een blauwe baret met daarop het korpsbrevet van de politie Utrecht.17

Gelet hierop moet het voor verdachte kenbaar zijn geweest dat hij werd aangehouden door politieagent(en). De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte, door op dat moment weg te rijden, trachtte te ontkomen aan de politie.

Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte hierbij (voorwaardelijk) opzet op de dood van die verbalisant heeft gehad.

Vast staat dat verdachte in zijn auto stil stond op het moment dat het arrestatieteam de doorgaande weg blokkeerde en op het moment dat verbalisant [verbalisant 1] met getrokken vuurwapen aan de rechterkant van de auto stond. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij aan de rechterzijde van de auto stond op een armlengte afstand van die auto.18 Onvoldoende duidelijk is geworden waar de blokkerende auto’s van het arrestatieteam stonden en waar aan de rechterzijde van de auto van verdachte de verbalisant precies stond.

Verdachte heeft (vol gas) naar rechts ingestuurd en is vervolgens rechtdoor gereden richting het voetpad van de Waalkade.19 Eveneens is onvoldoende duidelijk geworden in welke mate verdachte naar rechts (en dus richting de verbalisant) moest insturen om op het voetpad te geraken.

De rechtbank acht niet uitgesloten dat verdachte, door te rijden zoals hij heeft gedaan, de verbalisant had kunnen raken en daarbij mogelijk (zwaar) zou hebben kunnen verwonden. Echter, de kans dat verdachte met voormelde handelingen verbalisant [verbalisant 1] met dodelijk gevolg zou aanrijden, kan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen in dit dossier, niet als aanmerkelijke worden aangemerkt. Weliswaar bestuurde verdachte een auto (van aanzienlijk gewicht) maar het is, mede gelet op voormelde onduidelijkheden, onvoldoende aannemelijk geworden dat hij door naar rechts in te sturen vanuit stilstaande positie voldoende snelheid heeft kunnen genereren om een persoon staande op een armlengte rechts naast de auto dodelijk te kunnen verwonden.

Derhalve dient verdachte vrijgesproken te worden van het primair ten laste gelegde.

De hiervoor bedoelde (rij)gedragingen van verdachte zijn echter wel van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied dat bij de verbalisant – op dat moment – de redelijke vrees heeft kunnen ontstaan dat verdachte hem dodelijk zou raken. Verdachte heeft immers op geringe afstand van de verbalisant met luid brommende motor ‘vol gas’20 gegeven om zich te onttrekken aan een aanhouding, dit terwijl bij de verbalisant (onder meer) bekend was dat verdachte vluchtgevaarlijk was en zich eerder aan een aanhouding heeft onttrokken waarbij hij op een man op een fiets is ingereden (feit 2).21

Het subsidiair ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.

Conclusie ten aanzien van feit 5

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 13 november 2012 te Nijmegen een lid van het arrestatieteam Midden-Nederland, onder nummer [verbalisant 1] bekend in de administratie van voornoemd team, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door opzettelijk dreigend op die [verbalisant 1] in te rijden, immers heeft verdachte toen en daar:

- terwijl hij als bestuurder optrad van een personenauto, en

- terwijl hem door een als zodanig herkenbare politieagent en lid van het arrestatieteam een stopteken was gegeven, en

- terwijl hem door die [verbalisant 1] met getrokken vuurwapen te kennen werd gegeven "Politie handen omhoog" (nadat die [verbalisant 1] een klap op het raam van het rechtervoorportier van eerder genoemde personenauto had gegeven om de aandacht van verdachte en/of zijn passagier te trekken) en

- vol gas en/of met een hoge snelheid, in de richting van die [verbalisant 1] gereden zonder uit te wijken.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 november 2012 om 14.00 uur zijn in Schijndel een personenauto (kenteken: [kenteken 2], type Mercedes-Benz) en de bijbehorende sleutels, van [benadeelde 3], zonder toestemming, weggenomen.22

Op 13 november 2012 heeft verdachte in die Mercedes gereden.23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van die Mercedes. Van het primair ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat hij de Mercedes bij een kamp heeft gehuurd. Daarbij heeft hij het risico genomen dat de Mercedes mogelijk gestolen was. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte wegens onvoldoende bewijs dient te worden vrijgesproken van het onder dit feit ten laste gelegde.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat, indien de politie zijn telefoon had uitgelezen, zij konden weten waar hij was geweest.24

Na zijn aanhouding is de telefoon van verdachte uitgelezen. Uit dat onderzoek komt (onder andere) naar voren dat die telefoon éénmaal een telefoonmast in Schijndel aan heeft gestraald en wel op 7 november 2012 om 14.00 uur.25

De verklaringen van verdachte dat hij de auto op een kamp heeft gehuurd, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Immers, verdachte heeft hieromtrent slechts vage verklaringen afgelegd en geen verifieerbare gegevens overgelegd.

Gelet op de aanwezigheid van verdachte op de plaats van de diefstal op of omstreeks het tijdstip van de diefstal, zijn bezit van die auto een paar dagen daarna en op het ontbreken van een redelijke verklaring voor dat bezit, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

6. hij in 07 november 2012 te Schijndel, alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een (personen)auto (voorzien van kenteken [kenteken 2], merk: Mercedes-Benz) heeft weggenomen, in geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (door de eerder gestolen sleutels van die [benadeelde 2] te gebruiken).

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Poging tot doodslag, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot doodslag

Ten aanzien van feit 4:

Opzetheling

Ten aanzien van feit 5:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feit 6:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van hetgeen primair onder de feiten 1 tot en met 5 en onder feit 6 subsidiair ten laste is gelegd zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging algehele vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdachte aangevoerd dat de gevorderde gevangenisstraf disproportioneel is. Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de politie in strijd met de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: de Ambtsinstructie) heeft gehandeld door op verdachte te schieten. Dit vormverzuim dient in de strafoplegging te worden meegenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 24 juli 2013; en

 rapporten van pro justitia psychiatrisch onderzoek van dr. [psychiater], psychiater, d.d. 18 december 2012 en 6 mei 2013;

 rapporten van pro justitia psychologisch onderzoek van drs. [psycholoog], psycholoog, d.d. 28 december 2012 en 6 mei 2013;

 een reclasseringsadvies (beknopt), opgesteld door [deskundige 1], d.d. 25 juli 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in betrekkelijk korte tijd schuldig gemaakt aan een drietal pogingen tot doodslag, bedreiging van een politie-ambtenaar met een misdrijf tegen het leven gericht, heling en diefstal. Hij heeft om te ontkomen aan de politie op willekeurige burgers en op een politie-ambtenaar/lid van een arrestatieteam ingereden, waarbij het niet aan verdachte heeft gelegen dat zij de handelingen van verdachte hebben overleefd. De slachtoffers moeten voor hun leven hebben gevreesd. Dergelijke ernstige misdrijven brengen grote gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving met zich.

Verdachte heeft laten zien dat hij zich aan niets en niemand iets gelegen laat liggen. Hij heeft geen legaal inkomen en leeft kennelijk door anderen te benadelen. Hij heeft een fors crimineel verleden en was nog maar kort vrijgelaten van zijn vorige detentie toen hij weer bezig was met het plannen van een nieuw strafbaar feit (feit 1). Deze houding van verdachte acht de rechtbank verwerpelijk. Op zitting heeft verdachte op geen enkele wijze laten merken spijt te hebben van zijn daden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. Aangezien de rechtbank tot een andere, mindere, bewezenverklaring komt dan de officier van justitie zal de rechtbank tot een lagere straf komen.

Ten aanzien van de Ambtsinstructie

De politie heeft bij de aanhouding van verdachte op 13 november 2012 te Nijmegen geschoten op de auto waarin verdachte reed.

Op 13 november 2012 werd verdachte verdacht van hetgeen hem onder de feiten 1, 2, 3 en 4 ten laste is gelegd, waaronder drie maal pogingen tot doodslag, zijnde misdrijven waarop een gevangenisstraf van meer dan vier jaar is gesteld en die een ernstige aantasting vormen voor de lichamelijke integriteit.

Zoals hiervoor onder de bespreking van de feiten 2 en 3 is overwogen, heeft verdachte zich op 19 oktober 2012 onttrokken aan zijn staande houding (of andere rechtmatige vrijheidsbeneming) door weg te rijden van verbalisant [verbalisant 2], nadat deze hem had gemaand zijn auto aan de kant te zetten.

Dit maakt dat het gebruik van een vuurwapen op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Ambtsinstructie geoorloofd was.

Op grond van artikel 7, derde lid, van de Ambtsinstructie (voor zover hier van belang) wordt geen gebruik van een vuurwapen gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.

De identiteit van verdachte was op het moment van de aanhouding op 13 november 2012 bekend. Naar het oordeel van de rechtbank konden de verbalisanten zich op dat moment op het standpunt stellen dat (verdere) uitstel van de aanhouding een onaanvaardbaar gevaar voor de rechtsorde met zich bracht. Verdachte heeft immers reeds eerder op 19 oktober 2012 (feiten 2 en 3) in een situatie waarin hij vluchtte voor de politie het leven van ten minste drie personen in gevaar gebracht door met hoge snelheid op een fietspad te gaan rijden. Bij de aanhouding op 13 november 2012 reed verdachte vol gas een voetpad op en reed daarbij (deels) in de richting van een verbalisant, waardoor deze voor zijn leven kon vrezen (feit 5). Gelet hierop bestond er naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde, te weten de voetgangers op dat voetpad dan wel het overige verkeer ter plaatse. Het vuurwapengebruik door de politie was dan ook geoorloofd, zodat geen reden bestaat hiermee rekening te houden bij de strafoplegging.

Ten aanzien van het beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een telefoontoestel, merk Nokia 1280, zwart;

  • -

    een balpen, rood/goud;

  • -

    een identiteitsbewijs;

  • -

    een zonnebril, merk Giorgia Armani en

  • -

    een jas, merk Moncler, zwart

toebehoren aan de verdachte en aan hem zullen moeten worden teruggegeven.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto, Mercedes Benz, ML 350, kenteken [kenteken 2], toebehoort aan Boxtel Automotive B.V. en aan die vennootschap moet worden teruggegeven.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Benadeelde [benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer: 05/900942-12, feit 4 bewezenverklaarde feit. De heer [benadeelde 1] heeft ter terechtzitting zijn vordering in die zin aangepast dat thans gevorderd wordt een bedrag van € 325,57, zijnde de resterende kosten nadat de overige kosten zijn vergoed door de verzekeraar, en een bedrag van € 2.722,50 voor kosten van rechtsbijstand.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde € 325,57 voor vergoeding in aanmerking kan komen, te verhogen met de wettelijke rente. Daarbij dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd. Voor het overige dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu een nadere beoordeling van dat deel een onevenredige belasting van het strafproces zal vormen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de civiele vordering van [benadeelde 1] tot een bedrag van € 325,57 aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering, omdat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 19 oktober 2012.

Benadeelde [benadeelde 3] (parketnummer: 05/900942-12, feit 6);

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer: 05/900942-12, feit 6 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.500,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] een onevenredige belasting is voor het strafgeding, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij heeft zich op het standpunt gesteld schade te hebben geleden door het gemis van haar auto. De rechtbank overweegt dat een deel van deze schade tevens haar oorzaak kan vinden in het voortduren van het beslag op die auto.

Naar het oordeel van de rechtbank vergt behandeling van deze civiele vordering een nader onderzoek naar de grondslag daarvan en het daartegen ingebrachte verweer. Een dergelijke behandeling betekent echter een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij [benadeelde 3] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 24c, 36f, 45, 57, 285, 287, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 en het primaire onder de feiten 4 en 5 ten laste gelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van het beslag

Beveelt de teruggave aan veroordeelde van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een telefoontoestel, merk Nokia 1280, zwart;

  • -

    een balpen, rood/goud;

  • -

    een identiteitsbewijs;

  • -

    een zonnebril, merk Giorgia Armani en

  • -

    een jas, merk Moncler, zwart.

Beveelt de teruggave aan [benadeelde 3] van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven personenauto, Mercedes Benz, ML 350, kenteken [kenteken 2].

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde 1], te betalen € 325,57 (driehonderd vijfentwintig euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], te betalen € 325,57 (driehonderd vijfentwintig euro en zevenenvijftig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 (zeven) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. A.M. van Gorp (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en mr. E. de Boer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 september 2013

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, sectie Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, met proces-verbaalnummer 29043236, gesloten op 18 december 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 62 en 63.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 78 en 79.

4 Op ambtsbelofte opgesteld proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], proces-verbaalnummer PL0780 2012118663-1, gesloten op 24 oktober 2012 en proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 90.

5 Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 2], d.d. 20 oktober 2012, p. 78

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013.

7 Proces-verbaal van sporenonderzoek, proces-verbaalnummer PL084T 2012105074-4, bladen 1 en 2

8 Rapport van dactyloscopisch sporenonderzoek, met HAVANK-nummer: 080811120002001, opgesteld door [deskundige 2].

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 78 en 79.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], proces-verbaalnummer: PL0780 2012118663-1, bladen 1 en 2 en proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 90 en 91.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 79.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], p. 96 en 97.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 190 en verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 191

15 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013.

16 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013 en proces-verbaal van bevindingen, p. 190.

17 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant bekend als [verbalisant 1], p. 193 en 194 en proces-verbaal van bevindingen, p. 191.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [verbalisant 1] afgelegd tegenover de rechter-commissaris d.d. 2 mei 2013, p. 2.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 191.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 191.

21 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant bekend als [verbalisant 1], p. 193.

22 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], p. 105 en 106.

23 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013.

24 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 september 2013.

25 Proces-verbaal van bevindingen analyse verkeersgegevens, p. 187 en 188.