Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3192

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
20-09-2013
Zaaknummer
C-06-135663 - HA ZA 13-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg verzekeringsovereenkomst. Neosporabesmetting calamiteit in de zin van de polis. Welke schade is gedekt? Beroep op het toestemmingsvereiste is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als aan alle overige vereisten voor dekking is voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/06/135663 / HA ZA 13-22

Vonnis van 4 september 2013

in de zaak van

1 [eiser sub 1],

2. [eiseres sub 2],

3. [eiser sub 3],

4. [eiseres sub 4],

allen wonende te [plaats], [gemeente],

eisers,

advocaat mr. G.D. te Biesebeek te Zwolle,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Esseling te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eisers] en Achmea worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 april 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 mei 2013

  • -

    de akte uitlating producties van Achmea

  • -

    de brief van 28 juni 2013 van [eisers]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Onder de rechtsvorm van een stille maatschap exploiteert [eisers] een melkveehouderij, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder [nummer].

2.2.

[eisers] heeft ten behoeve van zijn bedrijf een verzekering afgesloten bij Interpolis, thans een merk/label van Achmea. Volgens het polisblad (productie 1 bij conclusie van antwoord) zijn bij een calamiteit onder meer schade aan het rundvee en gevolgschade gedekt. Het verzekerde rundvee betreft 125 stuks melkvee met een gemiddelde waarde van € 1.087,00 en 80 stuks jongvee met een gemiddelde waarde van € 761,00, zodat het verzekerd bedrag totaal € 196.755,00 bedraagt. Het eigen risico bedraagt per calamiteit € 5.903,00. Van toepassing zijn de “Verzekeringsvoorwaarden Bedrijven Compact Polis Agrarisch” (productie 3 bij dagvaarding), in het bijzonder de paragrafen 5 en 6 van “Hoofdstuk 2: Bedrijfsmiddelen”, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“Paragraaf 5

Calamiteiten

rundvee

(…)

Omvang van de verzekering

In geval van een calamiteit vergoeden wij de schade die daardoor aan het verzekerde rundvee is ontstaan als gevolg van:

  • -

    de dood, het noodzakelijk afmaken of afvoeren door ongeval of ziekte. Daarbij geldt dat de dood, het noodzakelijk afmaken of afvoeren van de dieren tengevolge van één calamiteit dient plaats te vinden binnen 12 maanden na de eerste schadedatum;

  • -

    verlies door diefstal, vermissing of verduistering.

In geval van een calamiteit vergoeden wij ook:

  • -

    de directe kosten van het noodzakelijk afmaken of afvoeren;

  • -

    de veterinaire kosten die in overleg met ons zijn gemaakt ter beperking van de gedekte schade.

(…)

Paragraaf 6

Gevolgschade calamiteiten

rundvee

(…)

Omvang van de verzekering

Als er op grond van de voorwaarden ‘Calamiteiten’ recht op uitkering bestaat na overschrijding van het eigen risico, dan vergoeden wij aanvullend 15% van de verzekerde waarde van het aantal dieren waarvoor dat recht op uitkering bestaat.

(…)”

2.3.

Volgens de van de verzekeringsvoorwaarden deel uitmakende begrippenlijst (productie 4 bij dagvaarding) wordt bij rundvee onder ‘Calamiteit’ verstaan:

“Een voorval waarbij meerdere dieren door één en dezelfde oorzaak direct en op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip zijn betrokken met een direct verband tussen de geconstateerde verschijnselen.”

Bij rundvee wordt onder ‘Afvoeren’ verstaan:

“In de voorwaarden ‘Calamiteiten’ is dit het daadwerkelijk afvoeren, na toestemming van de maatschappij, van een dier behorende tot de groep melkvee, zoogkoeien, jongvee of fokstieren:

  • -

    in verband met overschrijding van de tussenkalftijd van het dier met 50% of meer van de laatst geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd op het bedrijf van verzekerde; of

  • -

    in verband met een blijvende gebruikswaardevermindering van het dier van ten minste 30%.”

Bij rundvee wordt onder ‘Blijvende gebruikswaardevermindering’ verstaan:

“Waardevermindering van een dier doordat het blijvend minder geschikt is geworden voor het gebruik waarvoor het bestemd is. Is de waardevermindering een gevolg van een ziekte, dan wordt deze pas als blijvende gebruikswaardevermindering in de zin van deze polisvoorwaarden aangemerkt als het dier de voor die ziekte kenmerkende klinische verschijnselen vertoont.”

2.4.

In oktober 2011 heeft [eisers] geconstateerd dat zijn veestapel is besmet met de parasiet Neospora Caninum (hierna: Neospora). Deze besmetting is vastgesteld door laboratoriumonderzoek dat is verricht naar aanleiding van een groot aantal abortussen onder de melkkoeien. [eisers] heeft via zijn tussenpersoon bij Achmea een schademelding gedaan in verband met Neospora en heeft een beroep gedaan op de calamiteitendekking. Achmea heeft de schademelding op 21 oktober 2011 ontvangen.

2.5.

Achmea heeft ing. A. Mouw re (hierna: Mouw) opdracht gegeven onderzoek te verrichten naar de oorzaak en omvang van de schade. Mouw heeft op 25 oktober 2011 en op 7 maart 2012 een bezoek gebracht aan de melkveehouderij van [eisers] Het eindrapport d.d. 6 april 2012 (productie 4 bij conclusie van antwoord) vermeldt onder meer het volgende:

“Toedracht en oorzaak van de schade

Verklaring verzekerde

Na de zomer kregen verschillende dieren last van verwerpen en niet drachtig worden. Aansluitend onderzoek toonde aan dat er sprake is van een recente besmetting met neospora. Verschillende koeien zijn inmiddels afgevoerd.

Eigen bevindingen

Ik kreeg de GD [Gezondheidsdient, rechtbank] onderzoeken te zien. Deze tonen aan dat er inderdaad een recente besmetting is met neospora. In totaal zijn ongeveer 55 melkkoeien positief getest.

(…)

Schade

De schade is vooralsnog vastgesteld op € 5.840,11 excl. btw. (…) Het schadebedrag is nog beneden het eigen risico.

Akkoord verzekerde

Verzekerde is niet akkoord met de wijze van schade vaststellen. Hij vindt dat elk dier met neospora een gebruikswaardevermindering van meer dan 30% heeft en daardoor in aanmerking komt voor polisdekking. Verzekerde wenst daarom alle positieve dieren op korte termijn af te voeren.

(…).”

3 De vordering

3.1.

[eisers] vordert – kort samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Achmea veroordeelt om aan [eisers] een bedrag van

€ 82.653,00 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Achmea in de proceskosten.

3.2.

[eisers] legt aan zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag. Uit onderzoek blijkt dat 88 dieren van zijn veestapel zijn besmet met Neospora. Neosporabesmetting leidt tot verminderde vruchtbaarheid, aborteren en een verminderde melkproductie. Voorts is er 80% kans dat het kalf van een besmette koe na de geboorte zelf ook is besmet. Zodoende is [eisers] genoodzaakt om alle besmette koeien af te voeren, zodat de bedrijfseconomische waarde van een besmette koe is teruggebracht tot de slachtwaarde. Op grond van de verzekeringsovereenkomst is Achmea gehouden om de hieruit voortvloeiende schade te vergoeden. Neosporabesmetting is een calamiteit en het afvoeren van de besmette koeien is het gevolg van het feit dat sprake is van overschrijding van de tussenkalftijd dan wel van een blijvende gebruikswaardevermindering van de besmette dieren van ten minste 30%, als bedoeld in de definitie van het begrip ‘afvoeren’. Primair geldt daarbij dat, omdat ‘blijvende gebruikswaardevermindering’ in de definitiebepaling van ‘afvoeren’ niet is onderstreept, de definitie van ‘blijvende gebruikswaardevermindering’ in de begrippenlijst niet van toepassing is. Dit betekent dat een redelijke uitleg van dit begrip moet worden gegeven. Een redelijke uitleg brengt mee dat aanspraak bestaat op schadevergoeding als de gebruikswaardevermindering blijvend van aard is en meer dan 30% bedraagt. Daarvan is sprake nu de bedrijfseconomische waarde van een besmette koe is teruggebracht tot de slachtwaarde. Voor het geval de definitiebepaling wel moet worden gevolgd, geldt dat Achmea ten onrechte uitkering weigert vanwege het ontbreken van klinische verschijnselen bij de besmette koeien. Neospora veroorzaakt bij koeien namelijk geen klinische verschijnselen. Het standpunt van Achmea zou erop neer komen dat er bij besmetting met Neospora nooit sprake kan zijn van ‘blijvende gebruikswaardevermindering’. Dit kan niet juist zijn. Ook is het onterecht dat Achmea uitkering weigert vanwege de

12 maandentermijn. Als schadedatum geldt de datum van melding van de besmetting bij Achmea. Binnen 12 maanden na deze schadedatum staat nog niet vast dat de besmette koeien voldoen aan de voorwaarden voor afvoeren, zodat deze 12 maandentermijn bij besmetting met Neospora ertoe leidt dat er nooit recht bestaat op schadevergoeding. Ook dit kan niet juist zijn. Voorts is het standpunt van Achmea dat de afvoer van de besmette koeien niet is verzekerd onverenigbaar met haar standpunt dat [eisers], uit het oogpunt van een goede bedrijfsvoering, wel (alle nakomelingen van) deze koeien dient af te voeren.

Bij de uitleg van de polisvoorwaarden is van belang dat Interpolis de verzekering aanprees als “glashelder”. Voorts is van belang dat in een gesprek op 10 maart 2009 door een medewerker van Interpolis is toegezegd dat Neospora “goed gedekt” is en dat [eisers] zich hierover “geen zorgen” behoefde te maken.

De schade als gevolg van het afvoeren bedraagt € 81.053,00 minus het eigen risico van € 5.903,00, zodat aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van € 75.151,00. Bij wijze van schatting wordt de schade aan de nog niet onderzochte jongste dieren gesteld op € 1.700,00. De veterinaire kosten in verband met beperking van de schade wordt begroot op € 5.000,00.

4 Het verweer

4.1.

Achmea concludeert – kort samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eisers] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans deze vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten en de nakosten, beide te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het eindvonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

4.2.

Achmea voert de navolgende verweren aan. Van afvoeren in de zin van de polisvoorwaarden is slechts sprake als het gaat om afvoeren na toestemming van Achmea. Voorts moet er ofwel sprake zijn van een overschrijding van de tussenkalftijd van het dier met 50% of meer van de laatst geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd op het bedrijf van [eisers], ofwel van een blijvende gebruikswaardevermindering van minimaal 30%. [eisers] heeft niet per dier met bewijsstukken onderbouwd dat daadwerkelijk sprake is van een overschrijding van de tussenkalftijd. De betekenis van het begrip ‘blijvende gebruikswaardevermindering’ blijkt uit de definitiebepaling zoals deze is opgenomen in de begrippenlijst. Dat dit begrip niet is onderstreept, doet hieraan niet af. Volgens deze definitiebepaling dient allereerst sprake te zijn van blijvende mindere geschiktheid voor het bestemde doel. Dat hiervan sprake is, is niet gesteld. De enkele besmetting met Neospora leidt ook niet zonder meer tot mindere geschiktheid. Een melkkoe moet geschikt zijn voor de melkproductie en besmetting met Neospora is niet in alle gevallen van invloed op de melkproductie. Voorts is volgens de definitiebepaling vereist dat de besmette dieren de voor Neospora kenmerkende klinische verschijnselen vertonen. Neospora heeft bij koeien geen klinische verschijnselen, zodat aan deze voorwaarde niet is voldaan. Deze beperking is niet onredelijk, omdat vergoeding ook kan worden gebaseerd op de verlengde tussenkalftijd. In ieder geval is van “afvoeren” in de zin van de polisvoorwaarden geen sprake, zodat de opgevoerde schade niet is gedekt.

Naast het voorgaande geldt dat alleen besmette koeien die binnen 12 maanden na de eerste schadedatum zijn afgevoerd onder de dekking vallen. Als eerste schadedatum heeft niet te gelden de datum waarop de calamiteit is ontdekt, maar de datum dat de verzekerde voor het eerst schade lijdt. De datum van eerste afvoer is 12 maart 2012. Dit betekent dat alle na

12 maart 2013 afgevoerde koeien in ieder geval buiten de dekking vallen. Dit is geen onredelijke bepaling en het is ook onjuist dat niet binnen deze 12 maandentermijn kan worden vastgesteld dat een besmette koe voldoet aan de voorwaarden voor afvoeren.

Bij de uitleg van de polisvoorwaarden moet gekeken worden naar de redelijkheid en billijkheid, niet naar de vraag of de bepaling “glashelder” is. Volgens deskundigen hoeven niet meteen alle positieve dieren te worden geruimd, maar dient een selectief inseminatiebeleid te worden gevoerd. Waardevolle, positieve fokdieren kunnen worden gespoeld en de embryo’s kunnen worden overgeplant in seronegatieve dieren. Met deze aanpak is een zwaar besmet bedrijf binnen drie tot zes jaar van de Neospora positieve dieren af. Gelet hierop mocht [eisers] ook niet verwachten dat hij bij een besmetting met Neospora alle besmette dieren op kosten van Achmea mocht afvoeren. Hierbij is ook van belang dat [eisers] werd bijgestaan door een zelfstandige assurantietussenpersoon, te weten Rabobank Graafschap-Zuid (hierna: de Rabobank). Achmea mocht erop vertrouwen dat de Rabobank de omvang van de dekking met [eisers] heeft besproken. Wetenschap van de Rabobank dient dan ook aan [eisers] te worden toegerekend.

Achmea betwist de omvang van de vorderingen van [eisers] Ten aanzien van de gevorderde veterinaire kosten geldt dat artikel 6:96, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) alleen van toepassing is op wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding en niet op contractuele verplichtingen hiertoe. Volgens de polisvoorwaarden komen alleen de veterinaire kosten die in overleg met Achmea zijn gemaakt ter beperking van gedekte schade voor vergoeding in aanmerking. Er is geen overleg met Achmea geweest over de gevorderde kosten. Ook voor deze kosten geldt overigens de 12 maandentermijn.

5 De beoordeling

5.1.

Bij brief van 28 juni 2013 heeft [eisers] gereageerd op de akte uitlating producties van Achmea. [eisers] heeft bezwaar gemaakt tegen bepaalde delen van deze akte. De rechtbank begrijpt het bezwaar van [eisers] aldus dat volgens [eisers] Achmea in haar akte niet alleen feitelijk heeft gereageerd op de overgelegde producties, maar ook de juridische relevantie van deze producties heeft besproken, in welk kader Achmea haar juridische standpunten nader heeft toegelicht. Dit bezwaar wordt verworpen. Doordat [eisers] kort voor de comparitie nog producties in het geding heeft gebracht, konden deze niet meer op de comparitie worden besproken en moest hiervoor een akte worden genomen. Omdat Achmea door deze gang van zaken niet in haar belang mag worden geschaad, kan aan deze akte niet de beperking worden gesteld dat hierin niet tevens de juridische relevantie van de overgelegde producties mag worden besproken. Dit zou immers ook zijn toegestaan indien de producties wel op de comparitie zouden zijn besproken. Voorts geldt dat [eisers] door het toelaten van de akte van Achmea ook niet in enig belang is geschaad, nu Achmea in deze akte geen nieuwe zelfstandige verweren heeft gevoerd en [eisers] voorts bij brief van 28 juni 2013 inhoudelijk op de door hem gewraakte onderdelen van deze akte heeft gereageerd. Weliswaar heeft [eisers] aangegeven dat zijn brief niet moet worden gezien als een volledige inhoudelijke reactie, maar [eisers] heeft op de door hem gewraakte onderdelen van de akte wel uitgebreid inhoudelijk gereageerd en hij heeft daarbij niet aangegeven op welke onderdelen van de akte hij nog nader zou willen reageren. De akte van Achmea zal dan ook worden toegelaten.

5.2.

Vast staat dat in oktober 2011 op het melkveebedrijf van [eisers] een grootschalige Neosporabesmetting is geconstateerd. [eisers] betoogt dat hij als gevolg hiervan genoodzaakt is om alle besmette runderen af te voeren. Ten aanzien van de hieruit voortvloeiende schade doet [eisers] een beroep op de verzekeringsovereenkomst. Partijen zijn het niet eens over de omvang van de dekking van deze verzekeringsovereenkomst en twisten op verschillende punten over de uitleg van de polisvoorwaarden. Dit betekent dat deze polisvoorwaarden moeten worden uitgelegd. In dit kader komt het niet aan op een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst, maar op de betekenis die partijen over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen hebben mogen geven en op hetgeen partijen over en weer redelijkerwijs hebben mogen verwachten. Hierbij speelt de omstandigheid dat Interpolis haar verzekeringen als “glashelder” aanprees, geen rol. Dit betreft immers slechts een algemene aanprijzing waaraan voor de uitleg van de polisvoorwaarden geen betekenis toekomt. In dezelfde zin komt ook geen betekenis toe aan hetgeen een medewerker van Interpolis volgens [eisers] zou hebben gezegd in een onderhandelingsgesprek van

10 maart 2009. Volgens [eisers] is in dit gesprek de toezegging gedaan dat Neospora “goed gedekt” is en dat [eisers] zich “geen zorgen hoeft te maken”. Deze opmerkingen, wat daar ook verder van zij, betreffen slechts algemene aanprijzingen van de in de polisvoorwaarden opgenomen dekking bij besmetting met Neospora en zijn onvoldoende concreet om een rol te kunnen spelen bij de uitleg van de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst.

Calamiteit

5.3.

Gelet op de onder 2.2 weergegeven relevante bepalingen van de polisvoorwaarden is in dit geval voor dekking allereerst vereist dat sprake is van een calamiteit zoals bedoeld in de polisvoorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat de Neosporabesmetting moet worden gezien als een dergelijke calamiteit, zodat dit vaststaat.

Afvoeren

5.4.

Vervolgens is voor dekking in dit geval vereist dat de door de besmetting veroorzaakte schade aan het verzekerde rundvee is ontstaan als gevolg van het ‘afvoeren door ziekte’. Gelet op hetgeen onder 2.3 is weergegeven, is voor ‘afvoeren’ in de zin van de polisvoorwaarden minimaal vereist dat de runderen daadwerkelijk zijn afgevoerd en dat dit is geschied na toestemming van Achmea. Voorts is vereist dat de runderen zijn afgevoerd in verband met ofwel overschrijding van de tussenkalftijd van het dier met 50% of meer van de laatst geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd op het bedrijf van [eisers], ofwel een blijvende gebruikswaardevermindering van het dier van ten minste 30%.

Afvoeren – daadwerkelijk afvoeren

5.4.1.

Uit het overzicht dat [eisers] als productie 3 bij zijn brief van 21 mei 2013 heeft overgelegd, leidt de rechtbank af dat tot 15 april 2013 in totaal twintig runderen daadwerkelijk zijn afgevoerd. Achmea heeft dit niet betwist, zodat dit vaststaat. Dat er meer dan deze twintig runderen daadwerkelijk zijn afgevoerd, is door [eisers] niet gesteld. Nu in de polisvoorwaarden de dekking is beperkt tot daadwerkelijk afgevoerde runderen, kan [eisers] niet op basis van de verzekeringsovereenkomst van Achmea vergoeding vorderen van schade aan besmette runderen die niet daadwerkelijk zijn afgevoerd. Dit betekent dat het geschil zich dient te beperken tot de genoemde twintig runderen. Voor zover de vordering van [eisers] is gebaseerd op niet daadwerkelijk afgevoerde runderen, zal deze moeten worden afgewezen.

Afvoeren – na toestemming van Achmea

5.4.2.

In de hiervoor genoemde lijst met twintig runderen is per dier het kenmerkende brand- en oornummer vermeld. Uit vergelijking van deze nummers met de nummers vermeld in het onder 2.5 genoemde rapport van Mouw, blijkt dat de zeven runderen die met toestemming van Achmea zijn afgevoerd, deel uitmaken van de genoemde twintig runderen. Voor zeven van deze twintig runderen staat hiermee vast dat Achmea toestemming heeft verleend voor het afvoeren hiervan. Ten aanzien van de resterende dertien runderen is door [eisers] niet gesteld dat hij voor het afvoeren van deze dieren toestemming heeft verkregen van Achmea. Door Achmea is zelfs onweersproken het tegendeel gesteld. Gelet op de formulering van de polisvoorwaarden betekent dit in beginsel dat de – zonder voorafgaande toestemming van Achmea geschiede – verkoop van deze dieren niet valt onder het begrip “afvoeren”, zodat de uit deze verkoop voortgevloeide schade niet is gedekt onder de verzekering. Dit is alleen anders indien zou komen vast te staan dat Achmea toestemming voor het afvoeren zou hebben verleend, indien [eisers] hierom zou hebben verzocht. In dat geval geldt immers dat Achmea, mede tegen de achtergrond van het feit dat zij goed op de hoogte was van de Neosporabesmetting op het bedrijf van [eisers], door het ontbreken van voorafgaande toestemming niet in enig belang is geschaad, zodat een beroep op het ontbreken van deze toestemming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bij de vraag of Achmea desverzocht toestemming voor het afvoeren zou hebben verleend, hanteert de rechtbank het uitgangspunt dat Achmea deze toestemming alleen zou hebben verleend indien verder aan alle voor dekking vereiste voorwaarden was voldaan. In zoverre levert in dit geval de voorwaarde van voorafgaande toestemming geen zelfstandige grond voor afwijzing op, maar is deze voorwaarde gekoppeld aan de overige voor dekking vereiste voorwaarden.

Afvoeren – overschrijding van de tussenkalftijd

5.4.3.

Vooralsnog heeft [eisers] niet gesteld dat de dertien nog in geschil zijnde runderen zijn afgevoerd in verband met overschrijding van de tussenkalftijd met 50% of meer van de laatst geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd op zijn bedrijf. Zoals hierna zal worden overwogen, zal [eisers] in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte nader uit te laten over de vraag in welk – voor de dekking onder de verzekering relevant – verband de runderen zijn afgevoerd. In dit kader kan de uitleg van deze voorwaarde van belang zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is, mede gelet op de voor [eisers] gunstige ruime uitleg die Achmea aan deze voorwaarde geeft, aan deze voorwaarde voldaan indien ofwel de geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd daadwerkelijk met 50% of meer is overschreden, ofwel indien een dergelijke overschrijding onontkoombaar is. Van dit laatste is sprake indien het, gelet op de draagtijd, feitelijk onmogelijk is dat een niet drachtige koe werpt binnen deze periode van 1,5 keer de geregistreerde gemiddelde tussenkalftijd.

Afvoeren – blijvende gebruikswaardevermindering

5.4.4.

Ten aanzien van de voorwaarde dat sprake moet zijn van minimaal 30% blijvende gebruikswaardevermindering heeft [eisers] allereerst betoogd dat geen waarde moet worden gehecht aan de definitie van dit begrip in de begrippenlijst, omdat ‘blijvende gebruikswaardevermindering’ niet is onderstreept in de definitiebepaling van het begrip ‘afvoeren’. Dit betoog slaagt niet. Na integrale lezing van de begrippenlijst kan het de lezer niet anders dan duidelijk zijn dat de betekenis van het begrip ‘blijvende gebruikswaardevermindering’ nader is bepaald. Hieraan kan niet afdoen dat het begrip in de definitiebepaling van het begrip “afvoeren”, al dan niet terecht, niet is onderstreept. Voor de vraag of in het onderhavige geval sprake is van het afvoeren van runderen in verband met een blijvende gebruikswaardevermindering van 30%, acht de rechtbank dan ook bepalend de hiervan in de begrippenlijst opgenomen en onder 2.3 weergegeven definitiebepaling.

Afvoeren – blijvende gebruikswaardevermindering – verminderde geschiktheid

5.4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat de runderen als gevolg van de besmetting minder waard zijn. Voor blijvende gebruikswaardevermindering is gelet op de definitiebepaling echter voorts vereist dat deze waardevermindering het gevolg is van het feit dat het dier blijvend minder geschikt is geworden voor het gebruik waarvoor het is bestemd. Achmea heeft niet (voldoende gemotiveerd) betwist dat een besmetting met Neospora ongeneeslijk is, zodat ervan moet worden uitgegaan dat een eventuele mindere geschiktheid als gevolg van de besmetting blijvend is. Wel heeft Achmea gemotiveerd betwist dat besmetting met Neospora in alle gevallen leidt tot verminderde melkproductie, terwijl Achmea ervan uit gaat dat alle besmette runderen van [eisers] enkel geschikt dienen te zijn voor de melkproductie. Het is de rechtbank onduidelijk of de door [eisers] gestelde gevolgen van een Neosporabesmetting zich bij elk besmet rund voordoen, of slechts in bepaalde gevallen. Het is de rechtbank voorts onduidelijk voor welk doel de twintig daadwerkelijk afgevoerde runderen waren bestemd. [eisers] heeft dit in ieder geval niet per daadwerkelijk afgevoerd rund gesteld. Evenmin heeft [eisers] per daadwerkelijk afgevoerd rund gesteld dat en waarom dit rund door de Neosporabesmetting blijvend minder geschikt is voor dit bestemde gebruik. Op deze punten is het partijdebat nog onvoldoende gevoerd. Gelet hierop zal [eisers] in de gelegenheid worden gesteld om bij akte nader te concretiseren waarom ten aanzien van de daadwerkelijk afgevoerde runderen sprake is van blijvende mindere geschiktheid voor het bestemde gebruik.

5.4.6.

Als [eisers] bij zijn standpunt blijft dat de enkele besmetting met Neospora per definitie leidt tot blijvend mindere geschiktheid van het besmette dier, dan zal [eisers] dit standpunt nader dienen te onderbouwen. Hierbij kan gedacht worden aan een uitdraai van een medische encyclopedie over Neospora of aan een verklaring van een deskundige. Achmea zal hierop bij akte mogen reageren. De rechtbank houdt partijen in dit kader alvast voor dat als partijen hun stelling en betwisting op dit punt gemotiveerd en onderbouwd handhaven, zij voornemens is om een deskundige te benoemen. Gelet op de proceseconomie zullen partijen bij de komende aktewisseling in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over dit (voorwaardelijke) voornemen, in welk kader in ieder geval aan de orde moet komen welke deskundige eventueel zou moeten worden benoemd, alsmede de te stellen vragen.

Afvoeren – blijvende gebruikswaardevermindering – kenmerkende klinische verschijnselen

5.4.7.

Een bijkomende voorwaarde voor blijvende gebruikswaardevermindering als gevolg van ziekte is dat het dier de voor die ziekte kenmerkende klinische verschijnselen moet vertonen. Tussen partijen is niet in geschil dat een besmetting met Neospora bij een rund geen klinische verschijnselen veroorzaakt. Volgens Achmea betekent dit dat per definitie niet kan zijn voldaan aan deze voorwaarde. Hierin volgt de rechtbank Achmea niet. Met deze voorwaarde is kennelijk bedoeld dat een dier eerst zichtbaar ziek moet zijn, voordat het wegens deze ziekte mag worden afgevoerd. Het ligt niet voor de hand dat deze regel ook is geschreven voor ziektes die in het geheel geen kenmerkende klinische verschijnselen kennen. Gelet hierop leidt een redelijke uitleg van deze voorwaarde ertoe dat zij bij dergelijke ziektes toepassing mist. Bij besmetting met Neospora kan derhalve niet op grond van deze voorwaarde dekking worden geweigerd.

Binnen 12 maanden na de eerste schadedatum

5.5.

Voor dekking is voorts vereist dat het afvoeren tengevolge van één calamiteit plaats vindt binnen 12 maanden na de eerste schadedatum. Tussen partijen is niet in geschil dat de grootschalige uitbraak van Neospora op het bedrijf van [eisers] moet worden beschouwd als één calamiteit, zodat ook de rechtbank hiervan uitgaat. Dit betekent dat de schade die het gevolg is van het afvoeren van dieren na 12 maanden na de eerste schadedatum, niet is gedekt.

5.5.1.

Partijen twisten over de schadedatum. Volgens [eisers] moet uitgegaan worden van de datum waarop hij de besmetting heeft gemeld bij Achmea. Volgens Achmea moet uitgegaan worden van de later in de tijd gelegen datum waarop, als gevolg van de besmetting, het eerste rund is afgevoerd. Dit laatste is juist. Voor invulling van het begrip schadedatum moet aansluiting worden gezocht bij het moment waarop volgens de polisvoorwaarden voor vergoeding in aanmerking komende schade ontstaat. Volgens de polisvoorwaarden is hiervan pas sprake indien een besmet dier daadwerkelijk wordt afgevoerd. Dit betekent dat de datum waarop het eerste rund is afgevoerd, geldt als schadedatum. Aangezien deze datum later in de tijd is gelegen dan de melding van de besmetting aan Achmea, geldt overigens voorts dat deze uitleg van het begrip schadedatum gunstiger is voor [eisers]

5.5.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat het eerste rund is afgevoerd op 12 maart 2012. Dit betekent dat alle runderen die na 12 maart 2013 zijn afgevoerd, buiten de dekking vallen. Concreet betekent dit dat van de onder 5.3.1 genoemde twintig daadwerkelijk afgevoerde runderen, de twee runderen die zijn afgevoerd op 15 april 2013 buiten de dekking vallen. Derhalve zijn er achttien runderen uiterlijk op 12 maart 2013 daadwerkelijk afgevoerd, waaronder de zeven runderen waarvan niet in geschil is dat de schade als gevolg van het afvoeren is gedekt onder de verzekering. De nog openstaande geschilpunten betreffen derhalve nog slechts elf afgevoerde runderen.

5.5.3.

[eisers] heeft nog betoogd dat deze beperkende periode van 12 maanden een uitkering wegens besmetting met Neospora illusoir maakt, omdat binnen deze periode volgens [eisers] nooit aangetoond kan worden dat het besmette dier voldoet aan de voor afvoeren vereiste voorwaarden. Dit betoog faalt. Een met Neospora besmet rund kan voldoen aan de vereiste blijvende gebruikswaardevermindering, aangezien – zoals hiervoor onder 5.4.7 is overwogen – dit rund geen klinische verschijnselen hoeft te vertonen. Zodoende valt zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet in te zien waarom de beperkende periode van 12 maanden een beletsel vormt voor het voldoen aan het vereiste van een blijvende gebruikswaardevermindering. Reeds hierom kan het betoog van [eisers] niet slagen. Voorts geldt dat, gelet op hetgeen hiervoor onder 5.4.3 is overwogen, aan de vereiste overschrijding van de tussenkalftijd kan zijn voldaan zonder dat behoeft te worden gewacht tot het moment dat de gemiddelde tussenkalftijd daadwerkelijk met 50% is overschreden. In het licht hiervan valt zonder nadere onderbouwing, die ook hier ontbreekt, niet in te zien waarom aan deze vereiste overschrijding van de tussenkalftijd niet kan zijn voldaan binnen de beperkende periode van 12 maanden.

Overig

5.6.

Naast vergoeding van de gestelde schade aan de veestapel, heeft [eisers] ook vergoeding gevorderd van een bedrag van € 5.000,00 in verband met veterinaire kosten. Volgens [eisers] heeft hij enerzijds op grond van de verzekeringsovereenkomst recht op vergoeding van de veterinaire kosten die gemaakt dienen te worden ter beperking van de schade en heeft hij anderzijds recht op vergoeding van de in redelijkheid gemaakte kosten ter vaststelling van de omvang van de schade, waaronder ook veterinaire kosten. Het is de rechtbank echter niet duidelijk welke kosten [eisers] precies heeft gemaakt en waarvoor deze kosten zijn gemaakt. In de komende aktewisseling zal [eisers] in de gelegenheid worden gesteld om zijn stellingen hieromtrent nader te concretiseren. Uit het oogpunt van proceseconomie wordt alvast het volgende overwogen.

5.6.1.

Voor vergoeding van gemaakte kosten ter beperking van de schade biedt de verzekeringsovereenkomst, gelet op de onder 2.2 weergegeven polisvoorwaarden, dekking voor zover het veterinaire kosten betreft die in overleg met Achmea zijn gemaakt ter beperking van de gedekte schade. Deze dekking is derhalve in de eerste plaats beperkt tot de diergeneeskundige kosten, zoals bijvoorbeeld de kosten van de dierenarts. Daarnaast dienen deze kosten in overleg met Achmea te zijn gemaakt. Ten slotte dienen de kosten te zijn gemaakt ter beperking van de gedekte schade. Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, beperkt de gedekte schade zich tot daadwerkelijk afgevoerde runderen. Diergeneeskundige kosten die niet zijn gemaakt ter beperking van de schade die het gevolg is van het daadwerkelijk afvoeren van besmette runderen, vallen derhalve buiten de dekking.

5.6.2.

Vergoeding van gemaakte kosten ter beperking van de schade kan voorts worden gebaseerd op artikel 7:957, eerste en tweede lid, van het BW. Op grond van het eerste lid was [eisers] vanaf het moment van de ontdekking van de Neosporabesmetting verplicht om binnen redelijke grenzen alle maatregelen te nemen die tot voorkoming of vermindering kunnen leiden van de schade die het gevolg is (of zou zijn) van onder de dekking vallende afvoer van runderen. Als [eisers] in dit kader kosten heeft gemaakt, dan dienen deze op grond van het tweede lid door Achmea te worden vergoed.

5.6.3.

In dit geval bestaat er geen zelfstandige grondslag voor vergoeding van kosten die zijn gemaakt enkel ter vaststelling van de omvang van de schade.

Samenvattend

5.7.

De dekking is in ieder geval beperkt tot de achttien runderen die vóór

12 maart 2013 daadwerkelijk zijn afgevoerd, waarbij ten aanzien van zeven van deze achttien runderen de dekking niet in geschil is. Het geschil beperkt zich derhalve tot de overige elf runderen. Ten aanzien van deze runderen zal [eisers] in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de vraag in welk – voor de polisvoorwaarden relevant – verband zij zijn afgevoerd (zie hierover 5.4.3 en 5.4.5). In dit kader zal [eisers] zich, afhankelijk van zijn stellingen, mogelijk ook uit dienen te laten over de medische gevolgen bij runderen van besmetting met Neospora (zie hierover 5.4.6). Voorts kan [eisers] zich bij deze akte nader uitlaten over zijn vordering van € 5.000,00 voor veterinaire kosten. In dit kader zal [eisers] nader moeten concretiseren welke kosten precies zijn gemaakt en waarvoor deze kosten zijn gemaakt, zodat – tegen de achtergrond van hetgeen in 5.6.1 en 5.6.2 is overwogen – kan worden beoordeeld of Achmea deze kosten dient te vergoeden.

5.8.

Achmea zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op deze akte van [eisers]

5.9.

Gelet op hetgeen in dit vonnis is overwogen en rekening houdend met de met doorprocederen gemoeide kosten, geeft de rechtbank partijen in overweging om te trachten om voor de resterende geschilpunten in onderling overleg een oplossing te vinden.

5.10.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 september 2013 voor het nemen van een akte door [eisers], overeenkomstig hetgeen in 5.7 is overwogen,

6.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester, mr. E. Boerwinkel en

mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2013.

Er/EB/St