Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3146

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-09-2013
Datum publicatie
20-09-2013
Zaaknummer
06/880088-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het door zijn schuld veroorzaken van lichamelijk letsel van zijn bijrijdster (een verbrijzelde voet). De rechtbank heeft de man veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880088-12

Uitspraak d.d.: 20 september 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsvrouw: mr. J.L. van Schoonhoven advocaat te Heerde.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

6 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2012, te Epe, althans in Nederland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Heerderweg en/of, de Dellenweg,

roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of

onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte

terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs, en/of (derhalve) niet

beschikte over de vereiste vaardigheden om genoemd motorvoertuig te besturen,

en/of

terwijl aan weerszijden van die Dellenweg een bord van het model model A1 (30 km) van

de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was

geplaatst met daarboven ZONE, en/of

terwijl aan het weggedeelte gelegen tussen de kruising met de

Belvedéreweg/Klokbekerweg en de kruising met de Nieuwe Zuidweg te Haarde, een

bord overeenkomstig aan model A1 (60 km) van de bijlage 1van genoemd Reglement was

geplaatst met daarboven ZONE, en/of

terwijl het zicht van verdachte op voornoemde Dellenweg werd

beperkt/belemmerd door een of meer op de Dellenweg geparkeerde auto's,

op voornoemde weg(en) telkens met hogere snelheid heeft gereden dan de maximum

snelheid die voor hem op die weg(en) was toegestaan, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 3 van genoemd Reglement een bocht naar links

en/of rechts heeft genomen en/of daarbij terecht is gekomen op het

weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, zonder dat er enige te

rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het

tegemoetkomend verkeer) te (gaan) rijden, waardoor een tweetal personenauto's

moesten remmen om een aanrijding te voorkomen, en/of

(daarbij) meermalen, althans eenmaal met hoge snelheid over een

verkeersdrempel is gereden, en/of (daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend

onder controle heeft gehad,

(daarbij) een tweetal personenauto's en/of een vrachtwagen heeft ingehaald,

en/of

(vervolgens) gezien de omstandigheden ter plaatse, met een (veel) te hoge

snelheid door een (flauwe) bocht naar rechts en/of een (flauwe) bocht naar

links is gereden, en/of

en/of (daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad

en/of (vervolgens) in een slip is geraakt

en/of vervolgens is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een in

die berm staande boom,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan, werd toegebracht;

zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij,

verdachte gevaarlijk heeft ingehaald, en/of

zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij,

verdachte een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate

heeft overschreden,

artikel 175 lid 3 Wegenverkeerswet

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 15 juni 2012, te Epe, althans in Nederland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer

openstaande weg(en), de heerderweg en/of, de dellenweg,

terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs, en/of (derhalve) niet

beschikte over de vereiste vaardigheden om genoemd motorvoertuig te besturen,

en/of

terwijl aan weerszijden van die Dellenweg een bord van het model model A1 van

de bijlage 1 van het Reglement van verkeersregels en verkeerstekens 1990 was

geplaatst met daarboven ZONE,

terwijl aan het weggedeelte gelegen tussen de kruising met de

Belvedéreweg/Klokbekerweg en de kruising met de Nieuwe Zuidweg te Haarde, een

bord overeenkomstig aan model A1 van de bijlage 1van genoemd Reglement was

geplaatst met daarboven ZONE,

terwijl het zicht van verdachte op voornoemde Dellenweg werd beperkt/belemmerd

door een of meer op de Dellenweg geparkeerde auto's,

op voornoemde weg(en) telkens met hogere snelheid heeft gereden dan de maximum

snelheid die voor hem op die weg(en) was toegestaan, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 3 van genoemd Reglement een bocht naar links

en/of rechts heeft genomen en/of daarbij terecht is gekomen op het

weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, zonder dat er enige te

rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het

tegemoetkomend verkeer) te (gaan) rijden, waardoor een tweetal personenauto's

moesten remmen om een aanrijding te voorkomen, en/of

(vervolgens) meermalen, althans eenmaal met hoge snelheid over een

verkeersdrempel is gereden, en/of (daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend

onder controle heeft gehad,

(daarbij) een tweetal personenauto's en/of een vrachtwagen heeft ingehaald,

en/of

(vervolgens) gezien de omstandigheden ter plaatse, met een (veel) te hoge

snelheid door een (flauwe) bocht naar rechts en/of links is gereden, en/of

en/of (daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad

en/of (vervolgens) in een slip is geraakt

en/of vervolgens is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een in

die berm staande boom,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het primair ten laste gelegde. Naar het oordeel van de officier van justitie heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan roekeloos rijgedrag ten gevolge waarvan een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (zijn bijrijdster)

zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven welke bewijsmiddelen daartoe naar zijn mening voorhanden zijn.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsvrouw is allereerst aangevoerd dat geen opzet/schuld aanwezig is voor het rijden zonder geldig rijbewijs, nu verdachte niet wist dat zijn rijbewijs ongeldig was.

Daarnaast is aangevoerd dat een aantal in de tenlastelegging genoemde omstandigheden niet bewezen kunnen worden verklaard.
Allereerst is het onjuist dat het zicht van verdachte belemmerd dan wel beperkt zou zijn door op de Dellenweg geparkeerd staande auto’s, nu auto’s op deze weg op een brede strook naast de weg zijn geparkeerd. Het betreft een rechte overzichtelijke weg.

Ten tweede kan niet bewezen worden verklaard dat verdachte met zeer hoge snelheid de bocht vanaf de Heerderweg de Dellenweg in reed, waardoor zijn auto over de wegas gekomen zou zijn en tegemoetkomend verkeer moest remmen om een ongeval te voorkomen. Hierover wordt door verdachte en getuigen niet verklaard.

Ten derde verklaren de getuigen niets over gevaarlijk inhalen door verdachte.

Ten vierde staat de exacte snelheid die door verdachte vlak voor het ongeval is gereden niet vast. Voor een excessieve snelheidsovertreding, zijnde een strafverzwarende omstandigheid, althans dat deze het ongeval heeft veroorzaakt, is dan ook onvoldoende bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

Door verbalisant [verbalisant] is, zakelijk weergegeven, waargenomen dat verdachte op 15 juni 2012 met te hoge snelheid over de Dellenweg te Epe reed. Verbalisant is het zicht op de auto van verdachte verloren. De weg ging hier over van de gemeente Epe naar de gemeente Heerde. Nadat verbalisant een flauwe bocht naar rechts en vervolgens een flauwe bocht naar links had gereden zag hij het voertuig van verdachte over de middenas van de weg staan. De auto was zwaar beschadigd en in de rechterberm was ook een boom beschadigd2.

Verdachte heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 15 juni 2012 met [slachtoffer] in de auto zat3. Op de Dellenweg in Epe is verdachte harder gaan rijden dan toegestaan. Opeens kwam verdachte bij een bocht. Hij heeft toch maar wat gas bijgegeven om niet frontaal op een boom te klappen. Doordat hij wat gas bij had gegeven zag en voelde verdachte dat zij met de zijkant van de auto tegen een boom opklapten4. Verdachte verklaart zich schuldig te voelen aan deze aanrijding. Hij heeft letsel aangebracht bij zijn vriendin en heeft niet veilig gereden5.

Getuige [slachtoffer] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard over de aanrijding op de Dellenweg op 15 juni 2012, dat zij met verdachte in de auto zat. Verdachte reed. Voorafgaand aan de aanrijding reed verdachte hard. Getuige zei nog dat hij rustig moest rijden. Getuige zag en voelde dat de auto begon te slippen en zag dat verdachte bijstuurde om niet vol op de boom te botsen. Getuige zag de boom op haar afkomen. Zij hoorde kort daarop een harde klap6.

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [slachtoffer] (de bijrijdster) meerdere fracturen had in haar rechtervoet7.

Gelet op deze geneeskundige verklaring en de verklaring van [slachtoffer] dat haar voet van 15 juni 2012 tot 27 juli 2012 in het gips heeft gezeten en dat zij er als het goed is niets aan overhoudt8, is de rechtbank van oordeel dat aldus, anders dan de officier van justitie heeft bepleit, geen sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht, maar wel van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

In het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse wordt geconcludeerd dat de oorzaak van de aanrijding moet worden gezocht in de factor mens, nu niet is gebleken dat de aanrijding het gevolg was van de infrastructuur, de weersgesteldheid of een technisch gebrek aan het voertuig, waarschijnlijk is de bestuurder met te hoge snelheid de bocht in gereden en heeft daardoor de controle over zijn voertuig verloren9.

Uit een proces-verbaal van bevindingen10, met als bijlage een aangetekende brief van het Team EMA gericht aan verdachte d.d. 21 juli 200911, blijkt dat het rijbewijs van verdachte met ingang van 28 juli 2009 ongeldig is verklaard en dat verdachte hiervan per aangetekende brief op de hoogte is gesteld op 21 juli 2009.

Bij de beoordeling van een feit als het onderhavige moeten de gedragingen van verdachte, de ernst daarvan en de andere omstandigheden van het verkeersongeval uitwijzen of er sprake is van (verkeers)schuld. Daarbij gaat het niet om de vraag of er een of twee verkeersovertredingen ten laste zijn gelegd, maar of er één of meer gevaarveroorzakende gedragingen zijn aan te wijzen in de totaliteit van de toedracht.

Op de in het dossier aanwezige foto’s12 is te zien dat langs de Dellenweg veel bomen staan. Voorafgaand aan de plaats van de aanrijding maakt de weg een flauwe bocht naar links en vervolgens naar rechts. Verdachte is met te hoge snelheid over deze weg gereden en heeft gas bijgegeven toen hij plotseling bij een bocht kwam. Vervolgens is hij tegen een in de berm staande boom gebotst. Het te hard rijden en het in aanrijding komen met de boom beschouwt de rechtbank als aan verdachte te verwijten gedragingen. De rechtbank is verder van oordeel dat er sprake is van voldoende causaal verband tussen de aan verdachte verweten gedragingen en de gevolgen voor [slachtoffer] en dat verdachte onder die omstandigheden zeer verwijtbaar heeft gehandeld.

Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat, ondanks het zeer onvoorzichtige en onoplettende gedrag van verdachte, geen sprake is van roekeloos verkeersgedrag, zodat hij hiervan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel, dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. Gelet op de eerdergenoemde verkeersfouten, het geheel van gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich hiermee in een situatie heeft gebracht waar een ongeval, zoals dat heeft plaatsgevonden, voorzienbaar was.

Het gedrag van verdachte is ook verwijtbaar, omdat de verkeersfouten vermijdbaar waren. Het ongeval en het letsel van [slachtoffer] ten gevolge daarvan zijn daarom niet alleen door het handelen van verdachte veroorzaakt, maar ook aan zijn schuld te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot bewezenverklaring van het primair aan verdachte ten laste gelegde feit.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat geen opzet/schuld aanwezig is voor het rijden zonder geldig rijbewijs, nu verdachte niet wist dat zijn rijbewijs ongeldig was.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat, gelet op de inhoud van het dossier, vaststaat dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit niet over een geldig rijbewijs beschikte en dat alleen al daarom die omstandigheid uit de tenlastelegging bewezenverklaard kan worden. Of verdachte daar al dan niet wetenschap van had, doet daar niet aan af.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van een aantal in de tenlastelegging opgenomen omstandigheden, omdat die in een te ver verwijderd verband staan tot de veroorzaking van het verkeersongeval waardoor [slachtoffer] lichamelijk letsel heeft opgelopen. Weliswaar is juist dat verdachte zich vanaf het moment dat hij weggereden is bij een politiecontrole tot aan het moment dat hij tegen een boom reed onderweg schuldig heeft gemaakt aan een aantal verkeersovertredingen, die zonder meer als gevaarzettend rijgedrag kunnen worden aangemerkt, maar aangezien die overtredingen plaatsvonden enige tijd voordat en op behoorlijke afstand van de plaats waar verdachte de bocht is gevlogen gaat het voor de rechtbank te ver om vast te stellen dat die eerdere verkeersovertredingen geleid hebben tot het bewezenverklaarde verkeersongeval.

De rechtbank acht de ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheden niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient dan ook hiervan te worden vrijgesproken. Met betrekking tot de omstandigheid dat het feit (mede) zou zijn veroorzaakt doordat verdachte de maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, merkt de rechtbank nog op dat weliswaar bewezen kan worden verklaard dat verdachte te hard heeft gereden, maar op basis van het dossier, waaronder de VerkeersOngevalsanalyse, kan niet exact worden vastgesteld hoe veel te hard verdachte gereden heeft. Er is dan ook onvoldoende bewijs voorhanden om vast te stellen dat verdachte vlak voordat hij met zijn auto tegen een boom reed de maximumsnelheid in ernstige mate overschreed.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 15 juni 2012 in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Dellenweg,

zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte

terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs,

op voormelde weg telkens met hogere snelheid heeft gereden dan de maximum

snelheid die voor hem op die weg was toegestaan, en

vervolgens gezien de omstandigheden ter plaatse, met een te hoge snelheid door een (flauwe) bocht naar rechts en een (flauwe) bocht naar links is gereden, en

en daarbij dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad en vervolgens in een slip is geraakt

en vervolgens is gebotst tegen een in die berm staande boom,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer])

zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar.

De raadsvrouw heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals het feit dat hij een kind heeft gekregen, het zijn van mantelzorger voor zijn opa en zijn verslavingsgevoeligheid, een gevangenisstraf niet wenselijk is. Wanneer toch een gevangenisstraf wordt opgelegd wordt verzocht een zo groot mogelijk deel voorwaardelijk op te leggen. Bepleit wordt een werkstraf op te leggen. Ook bij oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt verzocht een zo groot mogelijk deel voorwaardelijk op te leggen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte is, tijdens een politiecontrole, waarin hij in discussie kwam met een politieagent, hard weggereden toen deze politieagent hem wilde aanhouden. Verdachte heeft vervolgens met grote snelheden doorgereden, waarvan hij zelf ter zitting heeft verklaard dat het niet normaal was hoe hij reed. Uiteindelijk veroorzaakte hij door zijn zeer onvoorzichtige rijgedrag een aanrijding met een boom ten gevolge waarvan de bijrijdster, zijn vriendin, letsel heeft bekomen. De rechtbank rekent verdachte aan dat hij door zijn verkeersgedrag de veiligheid van anderen in gevaar heeft gebracht, welk gevaar zich voor zijn vriendin ook heeft verwezenlijkt doordat zij een verbrijzelde voet heeft opgelopen.

De rechtbank rekent ten nadele van verdachte mee dat hij, blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister13, documentatie heeft op het gebied van verkeersdelicten. Daarbij weegt ook in het nadeel van verdachte mee dat hij ten tijde van het ongeval niet beschikte over een geldig rijbewijs. Ook al heeft verdachte verklaard dat hij dacht dat hij wel een geldig rijbewijs had, is voor de rechtbank duidelijk dat verdachte wel wist dat zijn rijbewijs in 2009 ongeldig was verklaard en dat hij daarna nooit vernomen heeft dat het weer geldig was geworden.

Gelet op het feit dat de rechtbank het roekeloos rijden en de strafverzwarende omstandigheid niet bewezen heeft verklaard, komt de rechtbank, alles overwegende, tot een lagere straf en een andere strafmodaliteit dan geëist door de officier van justitie.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 179 van de Wegenverkeersweg 1994.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van Apeldoorn en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 september 2013.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0618 2012132482, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord West Veluwe, gesloten en ondertekend op 11 december 2012.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 11-12.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 59.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 61.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 62.

6 Proces-verbaal verhoor [slachtoffer], p. 41-42.

7 Geneeskundige verklaring [slachtoffer], p. 19a.

8 Proces-verbaal verhoor [slachtoffer], p. 43.

9 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, p. 22.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48-49.

11 Kopie brief Team EMA, p. 52.

12 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, p. 23 t/m 25.

13 Uittreksel Justitieel Documentatieregister. d.d. 12 augustus 2013