Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3114

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
18-09-2013
Zaaknummer
05-720142-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Harderwijkse verdachte wordt vrijgesproken van twee pogingen tot doodslag danwel zware mishandeling.

Van wat er in de woning is voorgevallen staan de gedane aangiftes op zichzelf en is onvoldoende steunbewijs voorhanden. Eén van de aangevers heeft letsel bij zijn oog opgelopen in de schermutseling die in de woning heeft plaatsgevonden, maar niet is uit te maken wie hiervoor verantwoordelijk is geweest. Het kan evengoed zijn dat de verwonde aangever onbedoeld door de andere aangever is geraakt, nu uit meerdere verklaringen blijkt dat deze laatste aangever met een mes om zich heen zwaaide.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

parketnummer: 05-720142-13

uitspraak d.d.: 18 september 2013

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1989],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Raadsman: mr. U. Yildirim advocaat te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

4 september 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een schroevendraaier, althans een daarom gelijkend scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht (nabij het linkeroog/tussen neus en linkeroog) heeft/hebben geprikt/gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met een schroevendraaier, althans een daarom gelijkend scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht (nabij het linkeroog/tussen neus en linkeroog) heeft/hebben geprikt/gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer 2] (met kracht) bij zijn keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) (krachtig) bij de keel/hals vast is blijven houden en/of (aldus) de keel/hals van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer 2] (met kracht) bij zijn keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens)

(krachtig) bij de keel/hals vast is blijven houden en/of (aldus) de keel/hals van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2] (met kracht) bij zijn keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) (krachtig) bij de keel/hals vast is blijven houden en/of (aldus) de keel/hals van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt

en/of dichtgedrukt gehouden en/of daarbij/vervolgens die [slachtoffer 2] een schroevendraaier, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig voorwerp op/tegen de keel heeft gedrukt en/of gedrukt heeft gehouden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, worden deze in de eventuele bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding van het onderzoek

Op 6 maart 2013 kreeg de noodhulpeenheid van politie te Harderwijk opdracht om naar de woning aan het [adres 2] te Harderwijk te gaan. Daar zou een vechtpartij gaande zijn, die na een inbraak zou zijn ontstaan. Ter plaatse zijn twee mannen in de woning aangetroffen die het gezicht onder het bloed hadden zitten. Ook buiten de woning zijn twee personen aangetroffen. Dit betroffen verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte]) en zijn medeverdachte [medeverdachte], die beiden met een mes gestoken leken te zijn. Alle personen zijn aangehouden en er is een opsporingsonderzoek ingesteld.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Ten aanzien van het onder 1, primair, ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie aangevoerd dat naar haar mening niet bewezen kan worden dat aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) met enig voorwerp is gestoken. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is er geen wettig en overtuigend bewijs, nu uit de voorhanden bewijsmiddelen niet onomstotelijk naar voren komt dat verdachte en/of zijn mededader een scherp voorwerp hebben gebruikt.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Er is geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte en/of zijn mededader [medeverdachte] op enig moment hebben getracht [slachtoffer 1] om het leven te brengen of hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het enige bewijs hiervan is te vinden in de verklaring van [slachtoffer 1] zelf, die echter op belangrijke aspecten zijn verklaring telkens heeft gewijzigd. Om die reden bestaat gerede twijfel of [slachtoffer 1] de waarheid heeft gesproken over wat in de woning is voorgevallen.

Uit het dossier kan ook niet het wettig en overtuigend bewijs volgen dat verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte] op enig moment getracht hebben aangever [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) van het leven te beroven of hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Evenmin kan worden aangenomen dat [slachtoffer 2] op enig moment is bedreigd. Het enig bewijs in dezen betreft de verklaring van [slachtoffer 2] zelf. Dit voldoet niet aan het wettelijk bewijsminimum. Bovendien heeft ook [slachtoffer 2] zijn verklaring telkens veranderd, onder meer waar het gaat over wie hem zou hebben gegrepen en wie hem zou hebben bedreigd.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan2. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij in de nacht van 5 maart 2013 op 6 maart 2013 te Harderwijk wakker is geworden van lawaai in de woning. Hij is naar beneden gegaan en zag twee hem bekende personen. Die vielen hem aan. Er ontstond een chaotische vechtpartij. Hij kreeg een klap met een schroevendraaier op de linkerzijkant van zijn gezicht, bij zijn oog. Hij kreeg die klap kort nadat hij met een schroevendraaier was gestoken.

Uit de over [slachtoffer 1] opgemaakte letselrapportage3 blijkt dat bij hem letsel is geconstateerd, onder meer een puntvormige steekverwonding vlak bij de ooghoek.

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan4. Hij heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat op 6 maart 2013 om ongeveer 01.30 uur twee personen in zijn huis zijn binnengedrongen. Deze personen hebben vernielingen aangericht en hem bedreigd en mishandeld. Hij werd in zijn schuur van achteren bij zijn keel vastgegrepen. Deze werd dichtgedrukt en er werd een schroevendraaier tegen zijn keel geduwd. Op een gegeven moment kon hij los komen, heeft een mes gepakt, is zijn aanvaller achterna de woning ingegaan en heeft hem twee keer gestoken, waarna hij aan [slachtoffer 1] heeft gevraagd de betreffende man vast te houden. De andere man die al in de woning aanwezig was vluchtte vervolgens de woning uit. Ook die persoon is hij achterna gegaan. Omdat hij meerdere mannen buiten zag staan, is hij weer naar binnen gegaan, waar [slachtoffer 1] op een stoel zat met een man tussen zijn benen.

Uit de over [slachtoffer 2] opgemaakte letselrapportage5 blijkt dat bij hem een snijwond aan zijn bovenlip en een snijwond aan de linker wijsvinger is geconstateerd.

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard6 dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] naar de woning is gegaan, dat hij pissed-off was en hij [slachtoffer 1] wilde slaan. Zodra zij elkaar zagen, zijn hij en [slachtoffer 1] elkaar gelijk in de haren gevlogen en hebben zij met elkaar gevochten. Op een gegeven moment is hij door [slachtoffer 1] vastgegrepen en heeft de andere man hem geslagen en met een mes gestoken.

Uit het dossier volgt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 5 op 6 maart 2013 naar de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn gegaan met (ten minste deels) weinig vredelievende bedoelingen, waarna het inderdaad tot een gewelddadige confrontatie tussen de verdachten en de aangevers is gekomen.

Ten aanzien van wat er echter meer precies in de woning is voorgevallen staat elke aangifte min of meer op zichzelf en is onvoldoende steunbewijs voor afzonderlijke in de aangiftes verwerkte scenario’s voorhanden. Zo is er, naast de aangifte van [slachtoffer 1], geen concreet bewijs dat verdachte en/of zijn medeverdachte enig wapen in handen heeft gehad of dat één van hen dit tegenover aangever [slachtoffer 1] zou hebben gebruikt. Het DNA-onderzoek aan bemonsteringen van een op de plaats delict in beslag genomen kruiskopschroevendraaier is niet belastend voor verdachte en zijn medeverdachte. Aannemelijk is dat [slachtoffer 1] het letsel bij zijn oog heeft opgelopen in de schermutseling die in zijn woning heeft plaatsgevonden, maar niet is uit te maken wie hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden. Het door de raadsman geopperde scenario dat het evengoed [slachtoffer 2] kan zijn geweest die [slachtoffer 1] onbedoeld heeft geraakt, is, nu uit meerdere verklaringen naar voren komt dat [slachtoffer 2] met een mes om zich heen zwaaide, niet zo onaannemelijk dat het op voorhand moet worden uitgesloten.

De verdachte zal derhalve van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Omdat - zoals hiervoor reeds is overwogen - ook (voldoende) steunbewijs ontbreekt ten aanzien van de aangifte van [slachtoffer 2], behoort verdachte eveneens van het onder 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair, ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.870,-- ingediend ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De benadeelde partij zal in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van dit feit.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidair en 2 meer subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering met veroordeling van deze benadeelde partij in de proceskosten door verdachte gemaakt, tot op deze uitspraak begroot op nihil;

 heft op het – geschorste – bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. Welbergen en
mr. Brinkhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 september 2013.

Mr. Brinkhoff is buiten staat mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610 2013037384,
politie-eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost- Gelderland, Team Recherche Noord-West-Veluwe, gesloten en ondertekend op 3 mei 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], pag. 284-287

3 Letselrapportage d.d. 6 maart 2013, opgemaakt door GGD IJsselland, pag. 141-142

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], pag. 199-204

5 Letselrapportage d.d. 8 maart 2013, opgemaakt door GGD IJsselland, pag. 137-138

6 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte], pag. 235-239