Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:3069

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-09-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
05/800663-13, 06/940252-12 (gev. ttz.), 06/850845-12 (gev. ttz.), 06/850064-12 (gev. ttz.), 06/940410-12 (gev. ttz.) en 06/940447-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, een veelpleger, heeft zich wederom schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal (winkel)diefstallen en aan vernieling van een ruit.

Veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met verplicht reclasseringscontact en opname in een forenisische kliniek voor een behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 05/800663-13, 06/940252-12 (gev. ttz.), 06/850845-12 (gev. ttz.), 06/850064-12 (gev. ttz.), 06/940410-12 (gev. ttz.) en 06/940447-11 (tul)

Uitspraak d.d.: 17 september 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1973],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 september 2013, na verwijzing door de politierechter d.d. 12 juli 2013.

De tenlastelegging

Aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Parketnummer: 05/800663-13:

1.

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer cosmetica

artikelen en/of snoepgoed en/of hondenvoer, in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe, in elk geval in

Nederland, een of meer cosmetica artikelen en/of snoepgoed en/of hondenvoer

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die cosmetica

artikelen en/of dat snoepgoed en/of hondenvoer wist dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van weder-

rechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer flesjes parfum, in elk

geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe, in elk geval in

Nederland, een of meer flesjes parfum heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die flesjes parfum wist dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van weder-

rechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer flesjes en/of flacons

douche gel- en/of gezichtscreme en/of after shave en/of bodyspray, in elk

geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe, in elk geval in

Nederland, een of meer flesjes en/of flacons douche gel en/of gezichtscreme

en/of after shave en/of bodyspray heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die flesjes en/of flacons douche gel- en/of

gezichtscreme en/of after shave en/of bodyspray wist dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van weder-

rechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer kledingstukken

(ondergoed), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe, in elk geval in

Nederland, een of meer kledingstukken (ondergoed) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die kledingstukken wist dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van weder-

rechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer kledingstukken, in elk

geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 5], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 28 maart 2013 in de gemeente Epe, in elk geval in

Nederland, een of meer kledingstukken heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die kledingstukken wist dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 06/940252-12:

1.

zij op of omstreeks 15 juni 2012 te Epe,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (diverse)

kleding(stukken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 6] en/of [benadeelde 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 17 maart 2012 te Epe opzettelijk en wederrechtelijk een

ruit van een woonwagen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, met een steen heeft stukgegooid en/of stukgeslagen, in elk geval

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 06/850845-12:

zij op of omstreeks 04 augustus 2012 te Epe met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje bier, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 9]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 06/850064-12:

1.

zij op of omstreeks 06 april 2011

in de gemeente Epe

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets

(Gazelle Davos), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 09 september 2011

in de gemeente Epe

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(dames)fiets (Gazelle Orange), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 20 juni 2011

in de gemeente Epe

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2, althans een of

meer kledingstukken (shirts), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 12], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer: 06/940401-12:

zij op of omstreeks 08 oktober 2012,

te Vaassen, gemeente Epe,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kledingwinkel

heeft weggenomen 2, althans een (of meer) overhemd(en) (merk Scotland blue),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 13]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van feit 1 van parketnummer: 06/850064-12, de diefstal van de (Gazelle Davos) fiets en tot bewezenverklaring van de overige ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het medeplegen van de feiten 1 tot en met 5 van parketnummer 05/800663-13. Ter zitting heeft hij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / verdediging

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer: 06/850064-12, de diefstal van de (Gazelle Davos) fiets, heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Het medeplegen van de feiten 1 tot en met 5 van parketnummer 05/800663-13 kan niet bewezen worden volgens de raadsvrouw.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd onder parketnummer: 06/850845-12, de diefstal van het blikje bier, op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit eveneens dient te worden vrijgesproken aangezien verdachte op het moment dat zij het blikje bier in haar tas stopte, niet het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had; zij was vergeten het blikje af te rekenen.

De raadsvrouw heeft zich voor de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling van de rechtbank

Parketnummer: 06/850064-12 1 :

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het onder 1 ten laste gelegde feit, de diefstal van de (Gazelle Davos) fiets, en dat verdachte hiervan behoort te worden vrijgesproken. De bevindingen naar aanleiding van de camerabeelden zijn daartoe onvoldoende concreet en specifiek, terwijl ook overigens geen voldoende wettig en overtuigend bewijs van verdachtes’ betrokkenheid bij het plegen van dit feit voorhanden is.

De rechtbank is verder van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de overigens onder voormelde parketnummers ten laste gelegde feiten, zoals hierna nader overwogen. De rechtbank acht voor haar bewijsoordelen de volgende bewijsmiddelen redengevend. Tenzij anders aangegeven, is telkens volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, nu verdachte het overgrote deel van de feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Parketnummer: 05/800663-13 2 :

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 1] namens [benadeelde 1]3;

- de (bekennende) verklaring van verdachte4;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 2] namens [benadeelde 2]5;

- de (bekennende) verklaring van verdachte6;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 3] namens [benadeelde 3]7;

- de (bekennende) verklaring van verdachte8;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [benadeelde 4]9;

- de (bekennende) verklaring van verdachte10;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 5 primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 4] namens [benadeelde 5]11;

- de (bekennende) verklaring van verdachte12;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat het medeplegen van deze vijf feiten, zoals onder voormeld parketnummer ten laste gelegd, (steeds) niet kan worden bewezenverklaard. In zoverre dient vrijspraak te volgen. De rol van haar medeverdachte is immers zodanig klein geweest dat niet van medeplegen gesproken kan worden.

Parketnummer: 06/940252-12 13 :

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [benadeelde 7] namens [benadeelde 6]14;

- de (bekennende) verklaring van verdachte15;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [benadeelde 8]16;

- de (bekennende) verklaring van verdachte17;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

Parketnummer: 06/850845-12 18 :

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen.

In de aangifte van [medewerker 5] namens [benadeelde 9]19, wordt onder meer verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij zag dat verdachte op 4 augustus 2012 in de [benadeelde 9] in Epe liep, dat ze verdachte extra in de gaten hield, dat verdachte een blikje bier in haar tas stopte en dat verdachte bij de kassa alleen andere goederen afrekende en niet het blikje bier. Toen aangeefster haar daarop aansprak, is verdachte weer snel de winkel in gelopen en zag zij dat verdachte dit blikje bier uit haar tas pakte en bij de dierenvoeding in de schappen gooide.

Volgens getuige [getuige]20, die op 4 augustus 2012 werkzaam was in de [benadeelde 9] in Epe, hield hij verdachte extra in de gaten omdat ze eerder had gestolen. Getuige stond bij de uitgang van de winkel. Toen verdachte na de kassa was, en hij getuige en aangeefster op zich af zag komen, zag hij dat verdachte de winkel weer in rende en dat zij een blikje bier, welke ze uit haar tas had gehaald, terugzette in het schap.

De rechtbank is, anders dan de raadsvrouw, op grond van bovengenoemde verklaringen van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van het blikje bier. Immers, aldus is vast komen staan dat verdachte dit blikje bier in haar tas heeft gestopt en vervolgens bij de kassa wél andere goederen maar niet dit blikje heeft afgerekend. De stelling van de verdediging dat verdachte vergeten is dit blikje bier af te rekenen en er daarom geen sprake is van het zich opzettelijk wederrechtelijk toe-eigenen van dit blikje bier, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden te minder nu verdachte na het aanspreken bij de kassa door winkelpersoneel op een draf de winkel weer is ingegaan en zich gauw van het betreffende blikje heeft ontdaan.

Parketnummer: 06/850064-12 21 :

Voor het onder 1 ten laste gelegde feit zal verdachte worden vrijgesproken zoals hiervoor overwogen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [naam] namens [benadeelde 11]22;

- de (bekennende) verklaring van verdachte23;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 6] namens [benadeelde 12]24;

- de (bekennende) verklaring van verdachte25;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

Parketnummer: 06/940401-12 26 :

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte van [medewerker 7] namens [benadeelde 13]27;

- de (bekennende) verklaring van verdachte28;

- de vrijwel eensluidende (bekennende) verklaring van verdachte ter zitting.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer: 05/800663-13:

1.

primair

zij op 28 maart 2013 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen cosmetica artikelen en hondenvoer, toebehorende aan de [benadeelde 1].

2.

primair

zij op 28 maart 2013 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen flesjes parfum, toebehorende aan de [benadeelde 2].

3.

primair

zij op 28 maart 2013 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen flesjes en/of flacons douche gel- en gezichtscreme en after shave en bodyspray, toebehorende aan de [benadeelde 3].

4.

primair

zij op 28 maart 2013 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken (ondergoed), toebehorende aan [benadeelde 4].

5.

primair

zij op 28 maart 2013 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken, toebehorende aan de [benadeelde 5].

Parketnummer: 06/940252-12:

1.

zij op 15 juni 2012 te Epe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen diverse kledingstukken, toebehorende aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7].

2.

zij op 17 maart 2012 te Epe opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woonwagen,

toebehorende aan [benadeelde 8], met een steen heeft stukgegooid, in elk geval

heeft vernield.

Parketnummer: 06/850845-12:

zij op 04 augustus 2012 te Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje bier, toebehorende aan [benadeelde 9].

Parketnummer: 06/850064-12:

2.

zij op 09 september 2011 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets (Gazelle Orange), toebehorende aan [benadeelde 11].

3.

zij op 20 juni 2011 in de gemeente Epe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 kledingstukken (shirts), toebehorende aan [benadeelde 12].

Parketnummer: 06/940401-12:

zij op 08 oktober 2012, te Vaassen, gemeente Epe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kledingwinkel heeft weggenomen 2 overhemden (merk Scotland blue),

toebehorende aan [benadeelde 13].

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Parketnummer: 05/800663-13: Feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en

5

primair:

Parketnummer: 06/940252-12: Feit 1:

Parketnummer: 06/850845-12:

Parketnummer: 06/850064-12: Feiten 2 en 3:

Parketnummer: 06/940401-12:

Telkens: diefstal

en

Parketnummer: 06/940401-12: Feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

De rechtbank heeft daarbij gelet op het rapport van drs. [psycholoog], psycholoog, hetwelk naar aanleiding van een van de betreffende verdenkingen is opgemaakt. Door de psycholoog is onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht:

Bij betrokkene is sprake van een afhankelijkheid van verschillende middelen en een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken. In de afgelopen vijftien jaar is er sprake geweest van een afhankelijkheid van diverse middelen en persoonlijkheidsproblematiek, welke elkaar onderling hebben versterkt en hebben geleid tot het verder afglijden van betrokkene. Hoewel zij enkele adequate copingsvaardigheden heeft, komt zij onder invloed van haar afhankelijkheid en persoonlijkheidsproblematiek tot grensoverschrijdend gedrag, vooral wanneer zij het direct bevredigen van haar behoeften en het dempen van negatieve gevoelens door het gebruik van middelen verkiest boven meer structurele en adequate oplossingen voor haar problemen, welke een meer intensieve inspanning vereisen. Betrokkene is verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog over en merkt verdachte derhalve aan als verminderd toerekeningsvatbaar.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bij de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de officier van justitie de bijzondere voorwaarden gevorderd van reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt een klinische opname in [verblijfplaats] of een soortgelijke instelling, gedurende tien maanden of zoveel korter als de reclassering dat nodig acht.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat opgemerkt dat zij zich kan vinden in het afdoeningsvoorstel van de officier van justitie.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal winkeldiefstallen en aan een vernieling van een ruit. Met haar handelen heeft de verdachte weinig respect getoond voor andermans eigendommen en de benadeelden en de samenleving overlast, ergernis en financiële schade bezorgd.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van de zich in het dossier bevindende rapporten, waaronder het psychologische Pro Justitia rapport van 20 juni 2013, opgemaakt door drs. [psycholoog], GZ-psycholoog en het meest recente rapport, te weten dat van Tactus verslavingszorg van 20 september 2013.

Uit laatstgenoemd rapport van Tactus komt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren:

Betrokkene is een 39-jarige vrouw die een patroon van vermogensdelicten laat zien. Zij staat geregistreerd als veelpleger. Er is bij betrokkene sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Er is sprake van verslavingsproblematiek op vrijwel ieder levensgebied. Er is sprake van een ernstige verslavingsproblematiek. Echter, gedurende haar detentie is zij abstintent. Ook haar financiële situatie is momenteel zeer onstabiel en zij heeft na haar detentie geen zicht op stabiele huisvesting. Daarnaast heeft zij in de afgelopen jaren een zeer destructieve partnerrelatie gehad en heeft zij veelal contact met personen uit het criminele- en drugscircuit.

Gezien de aanwezige problematiek is een klinische behandeling met een duidelijke forensische insteek geïndiceerd. Indien verdachte schuldig wordt bevonden, wordt geadviseerd een voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van het volgen van de aanwijzingen van de reclassering en dat betrokkene wordt verplicht zich op te laten nemen in de forensische psychiatrische kliniek [verblijfplaats] of een soortgelijke intramurale instelling.

De rechtbank heeft gelet op voormeld rapport van drs. [psycholoog], psycholoog. Daarin komt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren:

Gelet op haar voorwaardelijk steunend netwerk, in samenhang met haar gebrekkige draagkracht en verslavingsproblematiek, zal de kans op een terugval in middelengebruik en daarmee ook de kans op crimineel gedrag in sterke mate vergroot zijn.

Geadviseerd wordt tot een klinische behandeling in een forensisch psychiatrische setting, waar zowel aandacht is voor haar verslavings- als persoonlijkheidsproblematiek. De behandeling zou bij voorkeur in een juridisch kader moeten plaatsvinden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat ten nadele van verdachte meegewogen dat uit het strafblad van verdachte 29 blijkt dat zij al meermalen met politie en justitie in aanraking is gekomen voor (soortgelijke) strafbare feiten en zelfs – laatstelijk - door de politierechter te Zutphen op 7 maart 2012 is veroordeeld. Van deze recente veroordeling liep zij nog in een proeftijd, wat haar er blijkbaar niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ten slotte heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortgelijk aan de bewezenverklaarde feiten.

Alles in aanmerking nemend kan de rechtbank zich vinden in de eis van de officier van justitie en komt zij tot oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden na te noemen bijzondere voorwaarden gekoppeld.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 481,59, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde van parketnummer: 06/850064-12.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat zij zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2011. De verdachte is voor de schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 15 november 2012 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 7 maart 2012 (parketnummer: 06/940447-11) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden van oordeel, dat - nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt - de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten voor een gedeelte van 1 (een) maand.

Echter op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal de rechtbank deze maand gevangenisstraf omzetten naar een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 63, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart, zoals hiervoor overwogen, niet bewezen dat verdachte het onder

1

1 ten laste gelegde van parketnummer: 06/850064-12 heeft begaan en spreekt

verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte heeft begaan:

- de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair van parketnummer: 05/800663-13;

- de feiten 1 en 2 van parketnummer: 06/940252-12,

- het ten laste gelegde onder parketnummer 06/850845-12,

- de feiten 2 en 3 van parketnummer: 06/850064-12 en

- het ten laste gelegde onder parketnummer: 06/940401-12;

 verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als bovenvermeld;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal

worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat

veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren de navolgende

algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel

1

van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die

veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, voor

zover en zolang als dat door de Reclassering noodzakelijk wordt geacht;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd een (klinische en/of een aansluitende ambulante) behandeling

bij de forensische psychiatrische kliniek [verblijfplaats] of een

soortgelijke kliniek ondergaat, waarvan het klinische traject maximaal tien maanden

mag duren;

 geeft de Reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en

de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de

onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 11], van een bedrag van € 481,59, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2011;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer C.Triantafillidis-Scholten, een bedrag te betalen van € 481,59, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast, zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 7 maart 2012:

een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

heft op het reeds -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Van der Mei, voorzitter, mrs. Ouweneel en Van Santen, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2013.

1 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0615/2011129373-4, gesloten en ondertekend op 9 november 2011 te Epe

2 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0618/2013040134-6, gesloten en ondertekend op 28 maart 2013 te Epe

3 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 1] namens [benadeelde 1], pag. 25-26

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34-35

5 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 2] namens [benadeelde 2], pag. 22-23

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34-35

7 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 3] namens [benadeelde 3], pag. 28-29

8 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34-35

9 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4], pag. 14-15

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34-35

11 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 4] namens [benadeelde 5], pag. 11-12

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34-35

13 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0615/2012085847, gesloten en ondertekend op 3 augustus 2012

14 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 7] namens [benadeelde 6], pag. 25-27

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 42-43

16 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8], pag. 45-46

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 51-53

18 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0615/2012108050 en ondertekend op 15 augustus 2012 te Epe

19 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8], pag. 7-8

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], pag. 9

21 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0615/2011129373-4, gesloten en ondertekend op 9 november 2011 te Epe

22 Proces-verbaal van aangifte door [naam], namens [benadeelde 11], pag. 24-25

23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 40-41

24 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 6], namens 2Freshwear, pag. 63-65

25 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 76-77

26 Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0618/2012137863, gesloten en ondertekend op 22 oktober 2012 te Epe

27 Proces-verbaal van aangifte door [medewerker 7], namens [benadeelde 13], pag. 5-6

28 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 13-14

29 Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 maart 2013