Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:2987

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
18-09-2013
Zaaknummer
05/700515-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 75-jarige man veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De man is veroordeeld wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, te weten zijn neef . Ook is hij veroordeeld vanwege het maken van kinderporno door die ontuchtige handelingen te fotograferen. De feiten speelden zich af in 2004 toen verdachte zijn destijds 16-jarige neefje had meegenomen op vakantie naar Amerika. De rechtbank rekent het verdachte zeer aan dat hij op deze wijze ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht. Hij heeft grovelijk miskend wat de gevolgen kunnen zijn van zijn handelen voor een minderjarige. Bij de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het gegeven dat de feiten inmiddels oud zijn en dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor dit soort feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/700515-12

Datum zitting : 30 augustus 2013

Datum uitspraak : 13 september 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1937] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 op en/of nabij Lake Mead, gelegen op de grens van de deelstaten Nevada en Arizona in de Verenigde Staten van Amerika,

meermalen, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum],

bestaande die ontucht hierin dat verdachte die [slachtoffer] heeft gepijpt en/of de penis van die [slachtoffer] heeft betast en/of zich door die [slachtoffer] heeft laten pijpen, althans zich door die [slachtoffer] aan zijn, verdachtes, penis heeft laten betasten,

terwijl die [slachtoffer] toen minderjarig was en aan de zorg en/of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd;

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 op en/of nabij Lake Mead, gelegen op de grens van de deelstaten Nevada en Arizona in de Verenigde Staten van Amerika,

door giften en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht,

een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], wiens minderjarigheid verdachte kende,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem, verdachte, te dulden,

immers heeft verdachte die [slachtoffer] gepijpt en/of de penis van die [slachtoffer] betast en/of zich door die [slachtoffer] laten pijpen, althans zich door die [slachtoffer] aan zijn, verdachtes, penis laten betasten,

terwijl die ontuchtige handelingen plaatsgevonden op een afgelegen locatie op en/of rond lake Mead, tijdens een vakantie naar Arizona (VS) die (geheel) door verdachte voor die [slachtoffer] was betaald, terwijl verdachte de oom is van die [slachtoffer] en er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil;

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot en met 30 augustus 2005 in

de Verenigde Staten van Amerika en/of te Voorthuizen en/of elders in Nederland,

7, althans een aantal afbeeldingen/multimediafiles (foto's),

danwel één of meerdere gegevensdragers (te weten één of meerdere geheugenkaartjes van een fotocamera en/of harde schijven van een computer en/of cd-roms) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles,

van een seksuele gedraging waarbij een persoon is betrokken die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum],

in zijn bezit heeft gehad en/of

één of meerdere van die afbeeldingen/multimediafiles heeft vervaardigd en/of verspreid en/of verworven en/of aangeboden en/of ingevoerd,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit die geheel of gedeeltelijk ontklede [slachtoffer] die

- op een dusdanige wijze poseert dat zijn geslachtsde(e)l(en) nadrukkelijk in beeld wordt/worden gebracht, met het kennelijke doel om seksuele prikkeling op te wekken en/of

- door de penis van verdachte in zijn mond wordt gepenetreerd althans ontuchtig de penis van verdachte betast

- door verdachte wordt gepijpt en/of door verdachte aan zijn, [slachtoffer], penis wordt betast,

en welke afgebeelde gedragingen als volgt staan beschreven op pag. 122 - 123 van het dossier -zakelijk weergegeven- :

1. een foto waarop die [slachtoffer] staat afgebeeld terwijl hij naakt op het achterdek van een boot staat en zijn eigen erecte penis vasthoudt;

2. een foto waarop verdachte en die [slachtoffer] naakt naast elkaar staan; hun beider penissen komen tegen elkaar aan en worden door verdachte met zijn linkerhand vastgehouden;

3. een foto waarop die [slachtoffer] naakt op het achterdek van een boot staat en zijn eigen erecte penis vasthoudt;

4. een foto waarop die [slachtoffer] door verdachte wordt gepijpt terwijl beiden zich in een bergachtige omgeving bevinden en naakt zijn;

5. een foto waarop verdachte door die [slachtoffer] wordt gepijpt terwijl beiden zich in een bergachtige omgeving bevinden en naakt zijn;

6. een foto waarop die [slachtoffer] en verdachte zich naakt op het achterdek van een boot bevinden waarbij hun beider penissen elkaar raken en verdachte schrijlings over het been van de liggende [slachtoffer] zit;

7. een foto waarop die [slachtoffer] staat afgebeeld terwijl hij naakt op een steenachtige ondergrond staat en zijn erecte penis vasthoudt.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 30 augustus 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere.

De officier van justitie, mr. C.P. Dronkers, heeft gerekwireerd.

De raadsvrouw van verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Onherstelbare vormverzuimen:

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat er in de aangifte van [slachtoffer] sprake is van hervonden herinneringen, waarbij conform de voornoemde aanwijzing de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) ingeschakeld had behoren te worden. Dit is echter niet gebeurd.

Voorts dient conform de aanwijzing binnen 60 dagen door de officier van justitie te worden beslist over de verdere vervolging, hetgeen eveneens niet is geschied. Voorts zijn niet alle verklaringen conform de aanwijzing auditief vastgelegd. De verdediging is daarmee van mening dat de aanwijzing meermalen is overtreden en sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Dit vormverzuim dient naar de mening van de verdediging te worden verdisconteerd in de straf.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat door de aangifte en het verhoor van verdachte auditief vast te leggen voldoende in de geest van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026) is gehandeld. Voorts wordt de termijn van de beslissing over de verdere vervolging van zestig dagen als een richtlijn gehanteerd, die door onvoldoende capaciteit niet worden gehaald. Dit levert naar de mening van de officier van justitie geen overtreding van de voornoemde aanwijzing op. Voorts stelt de officier van justitie dat er geen sprake is van hervonden herinneringen, aangezien de verdenking niet voortkomt uit een hervonden herinnering. Naar de mening van de officier van justitie is de genoemde aanwijzing niet overtreden en is er dan ook geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering.

Beoordeling door de rechtbank

Volgens de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026) dient de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) te worden ingeschakeld in geval van hervonden herinneringen. Van hervonden herinneringen is conform de aanwijzing sprake als “iemand aangeeft dat hij in het verleden een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt met een belangrijke persoonlijke betekenis, dat hij zich dit enkele jaren geheel niet heeft kunnen herinneren, maar dat de herinnering daarna geheel of gedeeltelijk toegankelijk is worden en (nu) door hem als authentiek en betrouwbaar wordt ervaren”.

Aangever heeft slechts verklaard dat hij zich na zijn behandeling bij de psychiater en het gebruik van bepaalde medicatie meer kan herinneren dan vroeger.2 Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van hervonden herinneringen in de zin van de Aanwijzing en is door de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken niet in te schakelen, de voornoemde Aanwijzing niet geschonden.

Voorts wordt in de aanwijzing vermeld dat de officier van justitie binnen zestig dagen na binnenkomst van een proces-verbaal over de verdere vervolging beslist. Het proces-verbaal is op 28 maart 2012 bij het Openbaar Ministerie ingekomen, terwijl de dagvaarding op 23 juli 2013 aan verdachte is betekend. Aangezien het voorschrift een inspanningsverplichting voor de officier van justitie inhoudt is bij deze overschrijding van de termijn van zestig dagen geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

Ten slotte dienen conform de aanwijzing zowel het informatieve gesprek, de aangifte als alle overige verhoren tenminste auditief te worden vastgelegd. De rechtbank constateert dat verhoren van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en [getuige 3] niet auditief zijn vastgelegd. Hierdoor is niet aan de voornoemde aanwijzing voldaan.

De rechtbank stelt vast dat aan één aspect van de aanwijzing niet is voldaan en is van oordeel dat daarmee sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Aangezien niet is gesteld of gebleken dat de verhoren niet deskundig zijn afgenomen of een onbetrouwbaar resultaat hebben opgeleverd, is de rechtbank van oordeel dat daarmee onvoldoende omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat verdachte door het vormverzuim feitelijk in zijn belangen is geschaad. De rechtbank stelt wel vast dat er sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering, maar zal daaraan geen rechtsgevolgen verbinden nu verdachte niet in zijn belang is getroffen.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte is met zijn neef [slachtoffer] van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 naar de Verenigde Staten van Amerika geweest.3

[slachtoffer] is geboren op [geboortedatum].4 De geboortedatum van verdachte is [1937].5 Ten tijde van deze vakantie hebben verdachte en [slachtoffer] in Lake Mead (Arizona) een boot gehuurd. Verdachte heeft de gehele vakantie betaald.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft zich niet gerealiseerd dat zijn handelen strafbaar was, te meer nu de handelingen niet onder dwang hebben plaatsgevonden. Het was niet meer dan baldadigheid.

Voorts heeft de verdediging de omschrijving van de foto’s 4 en 5 (p. 122 en p. 123) in het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) betwist in die zin dat geen sprake zou zijn van ‘pijpen’ nu verdachte de penis van zijn neef niet in de mond heeft gehad noch omgekeerd.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij gedurende de vakantie door verdachte is gestreeld bij zijn geslachtsdeel. Vervolgens moest [slachtoffer] verdachte pijpen. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat hij een dag later – tijdens een boottocht op een meer - opnieuw verdachte moest pijpen. Verdachte heeft foto’s gemaakt van deze seksuele handelingen. Voorts heeft [slachtoffer] verklaard dat hij tijdens de vakantie in de Verenigde Staten een zonnesteek heeft voorgewend, waardoor ze eerder zijn teruggekeerd naar Nederland.7 Deze verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door de verklaring van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], die hebben verklaard dat verdachte en [slachtoffer] tot 19 of 20 juli 2004 naar Amerika zijn geweest maar dat [slachtoffer] reeds op 15 juli 2004 naar de huisarts in Nederland is geweest.8

Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de vakantie met aangever in de Verenigde Staten naaktfoto’s heeft gemaakt.9 Deze foto’s zijn onderzocht door de zedenpolitie en zeven van de foto’s zijn aangemerkt als kinderpornografisch. Een beschrijving van deze zeven foto’s is aan het dossier toegevoegd.10 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de seksuele handelingen op de naaktfoto’s in scène zijn gezet.11

De rechtbank heeft ter terechtzitting waargenomen dat op foto 4 van de fotomap “USA [slachtoffer] en Frans nudes” de penis van [slachtoffer] zich in de mond van verdachte bevindt. Ten aanzien van foto 5 heeft de rechtbank waargenomen dat [slachtoffer] het uiteinde van de penis van verdachte in zijn mond heeft.12 Op grond van deze waarnemingen die overeenkomen met de beschrijvingen in het proces-verbaal van bevindingen constateert de rechtbank dat verdachte en [slachtoffer] elkaar hebben gepijpt.

Gelet op:

  • -

    de handelingen die worden beschreven op de zeven foto’s die als kinderporno zijn aangemerkt,

  • -

    de voorgaande waarnemingen van de rechtbank met betrekking tot foto 4 en 5,

- de aangifte en de verklaring van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2],

is de rechtbank van oordeel dat de handelingen die verdachte heeft gepleegd en die verdachte heeft laten plegen door [slachtoffer], in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. De bedoeling en de gevoelens van verdachte doen daaraan in dit geval niet af. De wettelijke bepaling strekt er namelijk toe dat de lichamelijke en geestelijke integriteit van de minderjarige wordt beschermd. Verdachte had zich moeten realiseren dat zijn handelen die integriteit zou schaden.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde ontuchtige handelingen heeft gepleegd en heeft laten plegen.

Ten tijde van de vakantie had [slachtoffer] de leeftijd van zestien jaar en verdachte de leeftijd van 67 jaar.13 Voorts heeft verdachte verklaard dat hij wist van de minderjarigheid van [slachtoffer].14 Zoals voornoemd onder vaststaande feiten, heeft verdachte de gehele vakantie betaald. Daarbij regelde verdachte in overleg met de ouders van [slachtoffer] dat belangrijke reispapieren werden meegenomen en heeft verdachte verzekeringen afgesloten voor [slachtoffer]. Verdachte heeft verklaard dat hij de relatie met [slachtoffer] heeft beschouwd als een verstandhouding tussen leraar en leerling.15 Voorts heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] een bijzonder kind betrof met dyslexie, dyscalculie en ADHD.16 De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat [slachtoffer] een simpele jongen is die niet veel impulsen aan kan. Hij is volgens de getuigen nog erg naïef.17 Gelet op het aanzienlijke leeftijdsverschil, de familiaire relatie en de voorgaande verklaringen is de rechtbank van oordeel dat de zorg of waakzaamheid van zijn neef aan verdachte was toevertrouwd.

Gelet op deze omstandigheden en de kwetsbaarheid van [slachtoffer], acht de rechtbank bewezen dat verdachte zijn neef door misbruik uit feitelijke verhoudingen heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen op en nabij Lake Mead, zijnde een afgelegen locatie in de Verenigde Staten. Daarbij overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat Lake Mead op de grens ligt van de deelstaten Nevada en Arizona.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 op en nabij Lake Mead, gelegen op de grens van de deelstaten Nevada en Arizona in de Verenigde Staten van Amerika,

meermalen, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum],

bestaande die ontucht hierin dat verdachte die [slachtoffer] heeft gepijpt en de penis van die [slachtoffer] heeft betast en zich door die [slachtoffer] heeft laten pijpen,

terwijl die [slachtoffer] toen minderjarig was en aan de zorg of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd;

2.

hij in de periode van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 op en nabij Lake Mead, gelegen op de grens van de deelstaten Nevada en Arizona in de Verenigde Staten van Amerika,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht,

een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], wiens minderjarigheid verdachte kende,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem, verdachte, te dulden,

immers heeft verdachte die [slachtoffer] gepijpt en de penis van die [slachtoffer] betast en zich door die [slachtoffer] laten pijpen,

terwijl die ontuchtige handelingen plaatsgevonden op een afgelegen locatie op en rond Lake Mead, tijdens een vakantie naar Arizona (VS) die geheel door verdachte voor die [slachtoffer] was betaald, terwijl verdachte de oom is van die [slachtoffer] en er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil.

Ten aanzien van feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte woonde ten tijde van het tenlastegelegde in Voorthuizen.18 Verdachte is met zijn neef [slachtoffer] van 30 juni 2004 tot en met 15 juli 2004 naar de Verenigde Staten van Amerika geweest.19 [slachtoffer] is geboren op [geboortedatum].20 Verdachte heeft hij gedurende de vakantie met aangever in de Verenigde Staten naaktfoto’s gemaakt. Een jaar later heeft verdachte de foto’s, staande op een geheugenkaart, op een cd gebrand en aan [slachtoffer] gegeven.21 De vriendin van aangever, [getuige 3], heeft de DVD’s met daarop de naaktfoto’s in hun gezamenlijke woning gevonden.22 De tweede DVD bevat het opschrift “Private fun in the USA 2004”. Deze DVD bevat de map “USA [slachtoffer] en Frans nudes”. In deze map staan onder meer de volgende foto’s:

  • -

    Foto 1: [slachtoffer] staat op het achterdek van een boot. Hij is geheel naakt en heeft zijn stijve penis vast;

  • -

    Foto 2: Verdachte en [slachtoffer] staan naast elkaar, licht naar elkaar toegedraaid. Ze zijn beiden geheel naakt. Ze hebben hun penissen tegen elkaar en verdachte houdt ze beiden vast;

  • -

    Foto 3: [slachtoffer] staat op het achterdek van een boot. Hij is geheel naakt en houdt zijn erecte penis vast;

  • -

    Foto 6: [slachtoffer] en verdachte liggen naakt op het achterdek van een boot. Verdachte zit op zijn knieën, schrijlings over het linkerbeen van [slachtoffer] heen, zodat hun penissen elkaar raken;

  • -

    Foto 7: [slachtoffer] staat geheel naakt afgebeeld op een steenachtige ondergrond. Hij heeft zijn stijve penis vast met zijn linkerhand.23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 3 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De foto’s hebben naar de mening van de verdediging niet het doel om seksuele prikkeling op te wekken. Voorts heeft de verdediging de omschrijving van de foto’s 4 en 5 van het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) betwist.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bespreking van de feiten 1 en 2 al overwogen dat zij van oordeel is dat op de foto’s 4 en 5 wel degelijk sprake is van ‘pijpen’. Daarmee komt de beschrijving van die beelden in het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) wel degelijk overeen met foto 4 en 5.

Verdachte heeft verklaard dat de naaktfoto’s in scène zijn gezet en uit baldadigheid zijn gemaakt.24 De rechtbank is op grond van de beschrijving van de foto’s in het proces-verbaal van bevindingen (multimedia), van oordeel dat deze foto’s in zijn algemeenheid het kennelijke doel hebben om seksuele prikkeling op te wekken. De intentie van verdachte bij het maken van de foto’s, wat daarvan ook moge zijn, doet daaraan niet af.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij omstreeks de periode van 30 juni 2004 tot en met 30 augustus 2005 in de Verenigde Staten van Amerika en te Voorthuizen,

7 afbeeldingen/multimediafiles (foto's),

danwel één of meerdere gegevensdragers (te weten één of meerdere geheugenkaartjes van een fotocamera en harde schijven van een computer en cd-roms) bevattende die multimediafiles,

van een seksuele gedraging waarbij een persoon is betrokken die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer], geboortedatum [geboortedatum],

in zijn bezit heeft gehad en

één of meerdere van die multimediafiles heeft vervaardigd en verspreid,

welke afgebeelde seksuele gedragingen in algemene zin telkens bestaan uit die geheel of gedeeltelijk ontklede [slachtoffer] die

- op een dusdanige wijze poseert dat zijn geslachtsdeel nadrukkelijk in beeld wordt gebracht, met het kennelijke doel om seksuele prikkeling op te wekken en

- ontuchtig de penis van verdachte betast

- door verdachte wordt gepijpt en door verdachte aan zijn, [slachtoffer], penis wordt betast,

en welke afgebeelde gedragingen als volgt staan beschreven op pag. 122 - 123 van het dossier -zakelijk weergegeven- :

1. een foto waarop die [slachtoffer] staat afgebeeld terwijl hij naakt op het achterdek van een boot staat en zijn eigen erecte penis vasthoudt;

2. een foto waarop verdachte en die [slachtoffer] naakt naast elkaar staan; hun beider penissen komen tegen elkaar aan en worden door verdachte met zijn linkerhand vastgehouden;

3. een foto waarop die [slachtoffer] naakt op het achterdek van een boot staat en zijn eigen erecte penis vasthoudt;

4. een foto waarop die [slachtoffer] door verdachte wordt gepijpt terwijl beiden zich in een bergachtige omgeving bevinden en naakt zijn;

5. een foto waarop verdachte door die [slachtoffer] wordt gepijpt terwijl beiden zich in een bergachtige omgeving bevinden en naakt zijn;

6. een foto waarop die [slachtoffer] en verdachte zich naakt op het achterdek van een boot bevinden waarbij hun beider penissen elkaar raken en verdachte schrijlings over het been van de liggende [slachtoffer] zit;

7. een foto waarop die [slachtoffer] staat afgebeeld terwijl hij naakt op een steenachtige ondergrond staat en zijn erecte penis vasthoudt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van feit 2:

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden.

Ten aanzien van feit 3:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in zijn bezit hebben, vervaardigen en verspreiden, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, het tijdsverloop, de leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging zich in het kader van de strafmaat op het standpunt gesteld dat verdachte schuldig dient te worden verklaard zonder oplegging van straf en/of maatregel. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat een geheel voorwaardelijke geldboete dient te worden opgelegd, waarbij meer subsidiair een onvoorwaardelijke geldboete is bepleit.

Meest subsidiair heeft de verdediging een voorwaardelijke werkstraf bepleit. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat bij de strafmaat rekening dient te worden gehouden met de vormverzuimen in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Vervolgens is er naar de mening van de verdediging sprake van een eendaadse samenloop met betrekking tot de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Het onder 3 tenlastegelegde feit betreft een voortgezette handeling ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastgelegde feiten. Voorts dient volgens de verdediging te worden meegewogen dat bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht voorheen een leeftijdsgrens van 16 jaar was gesteld, waarbij verdachte zich niet bewust is geweest van de wetswijziging. De verdediging heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat rekening dient te worden gehouden met het tijdsverloop en het belang dat [slachtoffer] zou hebben bij de civiele procedure over de lening van een geldbedrag. Ten slotte dient te worden meegewogen dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, waarbij de inverzekeringstelling reeds veel impact heeft gehad op verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 17 juli 2013 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland d.d. 9 april 2013 betreffende verdachte.

De handelingen van verdachte bestonden onder meer uit het strelen van het geslachtsdeel van [slachtoffer] en het meermalen pijpen van elkaar tijdens een vakantie op een afgelegen locatie in het buitenland. [slachtoffer] was gedurende deze vakantie aan de zorg of waakzaamheid van verdachte toevertrouwd. Verdachte heeft misbruik gemaakt van een overwicht uit feitelijke verhoudingen, zoals dat uit de familiaire relatie, het leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van [slachtoffer] voortvloeide. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer] en geen rekening gehouden met de gevolgen voor [slachtoffer]. Daarbij heeft verdachte de betreffende handelingen ook vastgelegd op foto’s, waarop [slachtoffer] als minderjarige geheel naakt in beeld is gebracht. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Het is immers algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten nog lange tijd ernstige nadelige psychische gevolgen van misbruik kunnen ondervinden. Dit volgt ook uitdrukkelijk uit de schriftelijke slachtofferverklaring zoals door [slachtoffer] opgesteld.

Op grond van het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de ernst van de tenlastegelegde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Ten aanzien van het geconstateerde vormverzuim met betrekking tot de auditieve registratie heeft de rechtbank reeds overwogen dat volstaan wordt met de enkele constatering van dit vormverzuim.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat het gaat om eendaadse samenloop van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Voorts is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een voortgezette handeling van het onder 3 tenlastegelegde, aangezien dit feit niet in zodanig verband staat met het onder 1 en 2 tenlastegelegde dat zij beschouwd moeten worden als één voortgezette handeling. Van één ongeoorloofd wilsbesluit dat ten grondslag ligt aan respectievelijk de feiten 1, 2 en het feit 3 is onvoldoende sprake. Daarnaast kunnen het maken van (kinderpornografische) foto’s en het plegen van ontuchtige handelingen evenmin als gelijksoortige handelingen worden beschouwd.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, verdachte 75 jaar is en er reeds veel tijd is verstreken tussen de melding van [slachtoffer] en de datum waarop de zaak op zitting is aangebracht. Voorts acht de rechtbank van belang dat het misbruik in duur en de hoeveelheid van de foto’s beperkt zijn gebleven. Gelet op deze omstandigheden zal de rechtbank in afwijking van de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De ernst van de feiten brengt met zich mee dat de rechtbank ook een maximale werkstraf aan verdachte zal opleggen. Daarbij overweegt de rechtbank dat conform het rapport van de reclassering geen contra-indicaties aanwezig zijn voor het uitvoeren van een werkstraf.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 55, 57, 240b, 248a en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

En voorts:

het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 2 (twee) uren, zijnde 1 (één) dag hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. A.M. van Gorp en mr. W.L.J.M. Duijst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 september 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, divisie recherche, unit opsporing, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL07AH 2010091704, gesloten op 24 maart 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 66.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] en [getuige 2], p. 83.

4 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 66.

5 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 19.

6 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28.

7 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 70 t/m 72 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 62.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuigen [getuige 1] en [getuige 2], p. 83-84.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 29.

10 Het proces-verbaal van bevindingen (multimedia), p. 122-123.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 30.

12 De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting.

13 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 66 en het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 19.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28 en p. 31.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 27.

17 Het proces-verbaal van verhoor getuigen [getuige 1] en [getuige 2], p. 85.

18 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 70.

19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] en [getuige 2], p. 83.

20 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 66.

21 Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 29.

22 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 110.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 121 t/m 123.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 29-30.