Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:2969

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
19-09-2013
Zaaknummer
06/950222-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met anderen in een schuur in Warnsveld een in werking zijnde hennepkwekerij heeft gehad. De kwekerij is begonnen met ongeveer 200 planten en is gaandeweg uitgebreid tot ruim 1400 planten. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte in zijn woning in Enschede een hennepkwekerij heeft gehad, waarbij illegaal stroom is afgetapt van het elektriciteitsnet. De rechtbank acht mede gelet op het tijdsverloop een werkstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950222-11

Uitspraak d.d.: 13 september 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Raadsman: mr. J. van Beest, advocaat te ’s Gravenhage.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 augustus 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op een of meer tijdstip)pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot

en met 17 augustus 2010

te Warnsveld, gemeente Zutphen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/schuur op/aan de

[adres 2]) ongeveer 5216, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van

een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde

lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 april 2010 tot

en met 18 augustus 2010

in de gemeente Enschede

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres 3]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 9813 gram

hennep, in ieder geval ongeveer 348, althans een groot aantal hennepplanten

en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

(incident 2, pag. 257)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

3.

hij

een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 april 2010 tot en

met 18 augustus 2010

in de gemeente Enschede

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(in totaal) 15.967 kWh, althans een grote hoeveelheid electriciteit / stroom,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of

verbreking;

(incident 2, pag. 257)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding van het onderzoek

Bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid is in juni 2010 de informatie ontvangen dat in een schuur op het erf van de boerderij [adres 2] te Warnsveld een grote hennepkwekerij zou zitten2. In het achterste gedeelte van een schuur zouden duizenden hennepplanten staan. De informatie kon als betrouwbaar worden aangemerkt.

Op 1 augustus 2010 is een warmtemeting gedaan, waaruit naar voren kwam dat een deel van een van de schuren extreem veel warmte uitstraalde3. Op 2 augustus 2010 is een onderzoek ingesteld naar de schuren op het erf van de [adres 2] te Warnsveld4. Naar aanleiding van die bevindingen vermoedden de verbalisanten dat zich in een van de schuren een in werking zijnde hennepkwekerij bevond. Op 17 augustus 2010 is de betreffende schuur betreden en is een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen5. Verdachte is op 17 augustus 2010 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij die hennepkwekerij. Bij betreding van de woning van verdachte aan de [adres 3] te Enschede troffen verbalisanten een deels ontmantelde hennepkwekerij aan6.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen per feit opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat zijn cliënt meent dat sprake is geweest van medeplichtigheid. Hij heeft slechts de plantjes water gegeven en op verzoek geld aangenomen en doorgegeven aan anderen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat sprake is geweest van medeplegen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Op 17 augustus 2010 is een schuur op het adres [adres 2] te Warnsveld betreden en is een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen7. Er waren vier kweekruimtes. In de eerste stonden 448 planten, in de tweede 373 planten, in de derde 230 planten en in de vierde 365 planten. Daarnaast werd restafval aangetroffen, bestaande uit hennepafval, oud aardeafval en gebruikte lege potten8.

Ten aanzien van de hennep is van planten uit elke ruimte een MMC narcotest uitgevoerd9. Bij de kleur-reactietest reageerden de stoffen positief op de aanwezigheid van hennep.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat een Turkse man genaamd [verdachte] (verdachte) hem benaderde10. Hij wist mensen die voor € 500,- per maand een stal van [medeverdachte 1] wilden huren. De mannen met wie hij contact had waren verdachte, [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en een man met een Europees uiterlijk en een Duits accent. Het zou kunnen dat [betrokkene 4] en [betrokkene 1] dezelfde persoon zijn. [medeverdachte 1] plaatste samen met verdachte en [betrokkene 1] een scheidingswand tussen het voorste en het achterste deel van de schuur11. Begin maart 2009 zag [medeverdachte 1] dat in de schuur een hoek was afgezet en dat er 150 à 250 potten met potgrond stonden. De lampen in de kwekerij zijn geplaatst door [betrokkene 1], [betrokkene 2] en verdachte12. De hennepkwekerij begon in maart 2009 en in mei 2009 moet de eerste oogst zijn geweest. Nadat ze voor de eerste keer hadden geoogst werd de kwekerij groter. In juli is de ruimte vergroot en in december 2009 is de ruimte opnieuw vergroot en ontstonden twee kamers. Begin 2010 kwam er weer een kamer bij. In juli 2010 is de vierde kamer gemaakt. Verdachte kwam wekelijks, soms twee of drie keer per week13.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard14 dat verdachte in maart 2010 naar hem toekwam en hem vroeg of hij kon helpen met water geven in een hennepkwekerij. Hij kreeg daar soms € 50,- of € 60,- voor van verdachte. Ze gingen naar de kwekerij in de auto van verdachte.

Ook medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij door verdachte is benaderd15. Verdachte wist dat hij geld nodig had en vroeg of hij geld wilde verdienen. Verdachte vertelde dat het om een hennepkwekerij ging en dat hij de planten moest onderhouden. Hij moest ze knippen en water geven en zou daarvoor gemiddeld € 100,- per dag krijgen. Kort daarna is hij samen met verdachte naar de kwekerij gegaan. Verdachte legde hem uit wat hij moest doen en hoeveel water hij moest geven. Hij moest één keer per week water geven. Hij ging met verdachte mee als die erom vroeg. Volgens [medeverdachte 3] kreeg hij de opdrachten voor het werk en het geld altijd van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem een jaar geleden vertelde dat hij een hennepplantage wilde beginnen omdat hij geld nodig had16. [medeverdachte 1] vroeg hem of hij hem daarbij kon helpen. Eind 2009 zijn ze begonnen met het bouwen van de kwekerij. Verdachte denkt dat er twee keer is geoogst. Het begon eerst met 200 planten, daarna kwamen er steeds meer. Volgens verdachte heeft hij voor [medeverdachte 1] gewerkt. Hij deed werkzaamheden bij de kippen en eenden en werkte op verzoek van [medeverdachte 1] ook in de kwekerij. Hij moest water geven en kreeg daarvoor soms € 80,- of € 100,- per dag.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet de exploitant van de hennepkwekerij is geweest. Hij heeft op verzoek van [medeverdachte 1] de planten water gegeven en in opdracht van [medeverdachte 1] geld aan anderen betaald. Het geld dat hij kreeg was voor tweederde deel voor het verzorgen van de eenden en voor een derde deel voor het water geven van de planten.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde bewezen. Anders dan verdachte en zijn raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van (slechts) medeplichtigheid. De verklaringen van de medeverdachten wijzen erop dat verdachte actief betrokken is geweest bij het opzetten van de hennepkwekerij en bij het onderhouden en in stand houden daarvan. Verdachte hielp bij de inrichting van de kwekerij, hij regelde mensen en instrueerde ze hoe ze de planten moesten verzorgen en/of knippen en betaalde hen uit. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij de planten water gaf. De werkzaamheden die anderen in de hennepkwekerij hebben uitgevoerd in aanmerking nemend, is er sprake geweest van medeplegen van het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 2

Op 18 augustus 2010 zijn verbalisanten naar het adres [adres 3] te Enschede gegaan17. Bij betreding van de woning ter aanhouding van verdachte zagen ze dat in de woning een hennepkwekerij aanwezig was die deels was ontmanteld. Op de eerste verdieping waren twee slaapkamers ingericht als hennepkweekruimte18. In de ene kweekruimte werden 89 bloempotten aangetroffen met daarin resten van reeds geoogste hennepplanten, in de andere kweekruimte 85 bloempotten met resten van reeds geoogste hennepplanten. In beide kweekruimtes en op de overloop werden resten aangetroffen van hennepplanten. Tevens werd een laagje onaangeroerd en vermoedelijk THC-houdende stof aangetroffen op de reflectorkappen van de assimilatielampen.

Van de resten van de hennepplanten en van het THC-houdende stof werden monsters genomen en getest met de OVD verdovende middelentest voor hasj/marihuana. De test verliep positief op de aanwezigheid van THC, zijnde de werkzame stof in marihuana.

Het aantreffen van het afval en de scharen, de vervuiling van de koolstoffilters, de THC‑houdende stof op de kappen van de assimilatielampen, de lege jerrycans waarin groeibevorderaar voor hennepplanten had gezeten en de diefstal van elektrische energie zijn indicatief voor ten minste één oogst in de kweekruimte, maar doen vermoeden dat er meerdere oogsten zijn geweest.

Verdachte heeft verklaard dat hij woont op het adres [adres 3] te Enschede19. Ongeveer 24 weken vóór zijn vakantie heeft hij daar een hennepkwekerij gebouwd samen met [medeverdachte 2]. Hij kwam geld te kort. [medeverdachte 2] had het idee om een kwekerij in zijn huis te beginnen. Hij, verdachte, vond dat goed omdat hij het geld goed kon gebruiken. Hij heeft alles voor de kwekerij tweedehands gekocht. Hij had ongeveer 150 planten per keer op twee slaapkamers. Er is twee keer geoogst.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde bewezen. Voor de stelling van de raadsman dat sprake is geweest van medeplegen is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden. Overigens is feit 2 ook niet in die variant aan verdachte ten laste gelegd.

Feit 3

Op 18 augustus 2010 zijn verbalisanten naar het adres [adres 3] te Enschede gegaan20. Bij betreding van de woning zagen ze dat in de woning een hennepkwekerij aanwezig was die deels was ontmanteld. Op de eerste verdieping waren twee slaapkamers ingericht als hennepkweekruimte21. De benodigde energie voor het in stand houden van de hennepkweekruimtes was afkomstig van diefstal22.

Namens [benadeelde] heeft [naam] aangifte gedaan van diefstal van energie23. Op 18 augustus 2010 constateerde de fraude-inspecteur dat de zegels van de hoofdaansluitkast op het adres [adres 3] te Enschede waren verbroken. Nadat hij het deksel van de aansluitkast had verwijderd, zag hij dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Hij zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie was verzwaard. Hierdoor is er levensgevaar en gevaar voor goederen geweest. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Volgens [benadeelde] is vermoedelijk sprake geweest van ten minste twee oogsten. Berekend is dat minimaal 15.967 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage en eventueel huishoudelijk gebruik.

Verdachte heeft verklaard24 dat [medeverdachte 2] iets naast de meterkast heeft veranderd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 2] de meter heeft gemanipuleerd. Verdachtes verklaring ter terechtzitting dat hij niet wist dat [medeverdachte 2] de meter zou manipuleren en dat hij bij de meterkast ook niets heeft gezien is niet aannemelijk geworden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 maart 2009 tot en met 17 augustus 2010 te Warnsveld, gemeente Zutphen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand/schuur op/aan de [adres 2]) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 14 april 2010 tot en met 18 augustus 2010 in de gemeente Enschede telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand aan de [adres 3]) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij in de periode van 14 april 2010 tot en met 18 augustus 2010 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid elektriciteit/stroom, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De raadsman heeft betoogd dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat zijn cliënt bij de politie niet in aanwezigheid van een tolk is verhoord. De politie is daarin volgens de raadsman niet doortastend genoeg geweest. De raadsman heeft een werkstraf van 80 uur bepleit gelet op de geringe rol van zijn cliënt.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft samen met anderen in een schuur in Warnsveld een grote hennepkwekerij in werking gehad. De kwekerij is gaandeweg uitgebreid van ongeveer 200 planten naar ruim 1.400 planten. Anders dan verdachte wil doen geloven, heeft hij een grote rol gehad in het opzetten, onderhouden en in stand houden van de kwekerij. Hij wist huurders voor de schuur, hielp bij de inrichting van de hennepkwekerij, benaderde mensen om te helpen bij de verzorging en het knippen van de planten en gaf ook zelf de planten water.

Daarnaast heeft verdachte in zijn woning in Enschede een hennepkwekerij gehad. Daarbij is illegaal stroom afgetapt van het elektriciteitsnet.

Door zijn handelen heeft de verdachte doelbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd. Hij heeft daarmee ook bijgedragen aan de instandhouding van het illegale (soft)drugscircuit. Algemeen bekend is dat dergelijke activiteiten plegen te leiden tot nadelige maatschappelijke gevolgen en sociale overlast.

De rechtbank acht, gelet op het aandeel van verdachte in de hennepkwekerij in Warnsveld en gelet op de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten, de door de officier van justitie gevorderde werkstraf in relatie tot de in de zaken van de medeverdachten opgelegde straf en gelet op de Oriëntatiepunten van het LOVS passend en geboden. Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw een soortgelijk delict te plegen zal daarnaast, eveneens overeenkomstig de vordering van de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte worden opgelegd. De rechtbank merkt overigens op dat de officier van justitie in haar strafeis rekening heeft gehouden met het tijdsverloop vanaf de start van het strafrechtelijk onderzoek.

Voor zover de raadsman heeft gesteld dat verdachte bij de politie niet is verhoord in aanwezigheid van een tolk overweegt de rechtbank dat gesteld noch gebleken is dat verdachte hierdoor is geschaad in zijn procesbelang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen:

  • -

    10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    3 en 11 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

  • -

    Feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 3:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Gerbranda en Van Lookeren Campagne, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 september 2013.

Mrs. Gerbranda en Ouweneel zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0630 2010095480-28, Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 14 april 2011.

2 Proces-verbaal van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid, p. 59.

3 Proces-verbaal inzetten technisch hulpmiddel, p. 63.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61-62.

5 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 66.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 258.

7 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 65-81..

8 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 69.

9 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 84.

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 165-167.

11 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 170-172.

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 212-213.

13 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1], p. 218.

14 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2], p. 234-235.

15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 253-254.

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 223.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 258.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 263-265.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 226-227.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 258.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 263.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 266.

23 Aangifte door [naam], p. 279-280.

24 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 227.