Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:2805

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
05-09-2013
Zaaknummer
06/950420-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens opzettelijk uit de opbrengst van enig door middel van misdrijf verkregen goed voordeel trekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950420-11

Uitspraak d.d.: 3 september 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1964] te [geboorteplaats],

adres: [adres] te [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. J.L. van Schoonhoven, advocaat te Heerde.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

20 augustus 2013, na verwijzing door de politierechter d.d. 7 november 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter zitting - ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2000 tot en met 29 juni 2011 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, (telkens) in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten bij of krachtens artikel 65 van de Algemene Bijstandswet (ABW) en/of artikel 17 van de Wet werk en bijstand (WWB),

opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten verdachtes

bijstandsuitkering van de gemeente Apeldoorn, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk nagelaten tijdig en/of onverwijld uit eigen beweging aan de Dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn te melden dat zij een gezamenllijke huishouding heeft gevoerd met [ex-echtgenoot] op het adres [adres] te Apeldoorn, en/of dat zij een financiëel werd ondersteund door die [ex-echtgenoot].

art 227b Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Naar aanleiding van een op 27 november 2009 bij het Team RISC van de Dienst Samenleving bij de gemeente Apeldoorn ontvangen anonieme tip, waarin aangegeven werd dat [verdachte] en [ex-echtgenoot] slechts op papier gescheiden zijn, maar nooit daadwerkelijk uit elkaar zijn geweest, is er door de sociale recherche een onderzoek ingesteld.

Uit het ingestelde onderzoek is het vermoeden gerezen dat [verdachte] een gezamenlijke huishouding voert met verdachte [ex-echtgenoot] op het adres [adres] te Apeldoorn, en dit door haar, in strijd met de op haar rustende inlichtingenplicht ex artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand niet is gemeld aan de Dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn. [verdachte] zou derhalve ten onrechte een sociale uitkering ontvangen en [ex-echtgenoot] zou uit deze situatie voordeel trekken.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat zij – kort gezegd – vóór maart 2006 geen gezamenlijke huishouding met [ex-echtgenoot] heeft gevoerd en overigens geen opzet heeft gehad op het nalaten van het verstrekken van de benodigde gegevens voor de vaststelling van (de hoogte van) haar bijstandsuitkering, één en ander zoals verwoord in de door de raadsvrouw overgelegde pleitnota.

Beoordeling door de rechtbank

Op 19 februari 1997 is door [verdachte] bij de gemeente Apeldoorn een aanvraag gedaan ingevolge de bepalingen van de Algemene Bijstandswet. Bij de aanvraag van de bijstandsuitkering heeft zij opgegeven dat haar relatie met [ex-echtgenoot] op 1 februari 1997 is verbroken en zij op 25 februari 1997 is gescheiden. De bijstandsuitkering moest dienen voor de kosten van levensonderhoud.2


Door de gemeente Apeldoorn is besloten om [verdachte] met ingang van 1 februari 1997 een uitkering toe te kennen naar de norm voor een alleenstaande ouder. Bij deze beslissing is een bijlage gevoegd die de aan de bijstand verbonden verplichtingen weergeeft, waaronder de op grond van artikel 65 Abw geldende verplichting om veranderingen in de financiële of maatschappelijke situatie direct te melden.3

In het onderzoek naar een mogelijke gezamenlijke huishouding tussen [verdachte] en [ex-echtgenoot] op het adres [adres] te Apeldoorn is een doorzoeking uitgevoerd in de woning, zijnde een woonwagen. In de kast van de slaapkamer zijn onder andere een mandje met herenondergoed en herensokken, herenoverhemden, herenspijkerbroeken en stropdassen aangetroffen.4

Bij de stukken bevinden zich bescheiden die [ex-echtgenoot] in verband (blijven) brengen met [verdachte] en het adres [adres] vanaf de periode nadat zij zijn gescheiden in 1997. Dit wekt bevreemding nu [ex-echtgenoot] naar eigen zeggen ten overstaan van de rechercheurs daar niet meer woonachtig was.

Enkele van die bescheiden zijn hieronder, niet uitputtend, vermeld.

Zo is aangetroffen een brief van Interpolis van 23 augustus 1999, die betrekking heeft op een afgesloten Alles in één Polis, verzekeringnemer [ex-echtgenoot], [adres] te Apeldoorn, dekking gezin.5 Soortgelijke brieven zijn verstuurd in 2000, 2001, 2002, 2003 en 2005.6

Ook bevinden zich in het dossier twee brieven van de Faculteit der diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht gericht aan [ex-echtgenoot], wonende [adres] te Apeldoorn. De eerste brief is van 30 januari 2001 en de tweede brief is gedateerd 21 januari 2003.7

Uit een factuur van 3 december 2003, geadresseerd aan de heer [ex-echtgenoot], wonende aan [adres] te Apeldoorn, blijkt dat er een aanhangwagen is geleverd ten bedrage van

€ 2.227,-.8

Uit een afschrift van de gezamenlijke rekening van [verdachte] en [ex-echtgenoot] blijkt dat er op

18 november 2005 een storting eigen rekening is gedaan van € 530,-.9

Voorts heeft het onderzoek uitgewezen dat [verdachte] een tweetal bankrekeningen, te weten Rabobank rekening [rekeningnummer 1] en Postbank / ING rekening [rekeningnummer 2], nimmer heeft gemeld bij de Dienst Samenleving van de Gemeente Apeldoorn. Beide rekeningen stonden op naam van zowel [verdachte] als [ex-echtgenoot].10

[verdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat zij wist dat de door haar ingevulde rechtmatigheidsformulieren van belang waren voor het maandelijks ontvangen van de bijstanduitkering en dat zij denkt dat zij die formulieren onjuist heeft ingevuld. Ook heeft zij verklaard dat [ex-echtgenoot] wist dat zij een uitkering ontving.11

[verdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat het sinds de scheiding nooit anders is geweest dan dat [ex-echtgenoot] dingen voor haar heeft betaald. [ex-echtgenoot] kwam wekelijks bij haar en bleef dan ook slapen. Zij denkt dat de buurt niet anders weet dan dat zij samenwonen. Sinds de scheiding heeft [ex-echtgenoot] zijn hoofdverblijf in haar woning gehad.12

In het dossier bevinden zich een groot aantal ingevulde en door [verdachte] ondertekende rechtmatigheidsonderzoeksformulieren, waarbij op de vraag ‘woont/wonen er op uw adres een of meerdere andere personen’ met nee is beantwoord.1314

De verdachte is op 29 juni 2011 aangehouden op het adres [adres] te Apeldoorn. 15

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [ex-echtgenoot] vanaf 2006 bij haar woonde op het adres [adres] in Apeldoorn. In de periode na de scheiding kwam [ex-echtgenoot] bij haar, soms bleef hij twee weken en ging vervolgens weer weg. Als er rekeningen waren dan werden die door [ex-echtgenoot] betaald. Zij heeft dit niet aan de gemeente doorgegeven. [ex-echtgenoot] heeft de in de woning aangetroffen meubels en goederen ter waarde van zo’n € 24.000,- betaald. 16

Conclusie

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het haar tenlastegelegde feit.

Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte zich in de periode van 1 juli 2000 tot en met 29 juni 2011 schuldig heeft gemaakt aan het haar tenlastegelegde feit. Dat wil niet zeggen dat de rechtbank daarmee ook bewezen acht dat verdachten die gehele periode bij elkaar samen hebben gewoond, zonder dit te hebben gemeld aan de Sociale dienst. De rechtbank acht het aannemelijk dat er in deze elf jaar perioden zijn geweest waarbij van (feitelijke) samenwoning geen sprake was. Dit zal door de rechtbank ook worden meegewogen, in strafmitigerende zin, bij de strafoplegging.

Ten aanzien van het verweer dat de verdachte geen opzet heeft gehad op het nalaten van tijdig de nodige gegevens verstrekken, merkt de rechtbank op dat de verdachte heeft verklaard dat zij degene is geweest die de rechtmatigheidsformulieren onjuist heeft ingevuld en dat zij wist dat die van invloed waren op de verstrekking van haar uitkering. Dit verweer wordt dan ook verworpen. De stelling dat de verdachte haar verklaringen bij de politie onder enorme druk heeft afgelegd en de juridische consequenties van bepaalde vragen niet heeft kunnen overzien, wordt eveneens verworpen. Immers, van een ongeoorloofde druk is niets gebleken. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat ze de gesprekken met de politie als ‘wel goed’ heeft ervaren en heeft zij aangegeven het prettig te vinden om haar verhaal te kunnen doen. Voor wat betreft de laaggeletterdheid merkt de rechtbank op dat de verklaringen van de verdachte haar zijn voorgelezen alvorens zij daarbij volhardde en deze door haar zijn ondertekend. Dat zij de vragen van de politie niet of niet juist heeft begrepen vindt op geen enkele wijze onderbouwing in het dossier.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij in de periode van 1 juli 2000 tot en met 29 juni 2011 te Apeldoorn, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten bij of krachtens artikel 65 van de Algemene Bijstandswet (ABW) en/of artikel 17 van de Wet werk en bijstand (WWB), opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten verdachtes bijstandsuitkering van de gemeente Apeldoorn, immers heeft verdachte opzettelijk nagelaten tijdig en onverwijld uit eigen beweging aan de Dienst Samenleving van de gemeente Apeldoorn te melden dat zij een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met [ex-echtgenoot] op het adres [adres] te Apeldoorn, en dat zij financieel werd ondersteund door die [ex-echtgenoot].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moest vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsvrouw heeft verzocht om aan de verdachte een werkstraf op te leggen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, die een uitkering ontving naar de norm van alleenstaande ouder aanvankelijk op grond van de Algemene bijstandswet en later op grond van de Wet werk en bijstand, heeft gedurende meerdere jaren opzettelijk nagelaten aan de sociale dienst van de gemeente Apeldoorn te melden dat zij samenwoonde met haar ex-echtgenoot en dat zij financieel in aanzienlijke mate door hem werd ondersteund. De rechtbank rekent het de verdachte en haar medeverdachte zwaar aan dat zij gedurende een lange periode op brutale wijze misbruik hebben gemaakt van het sociale zekerheidsstelsel. Zij profiteerden van een uitkering, waarop zij geen recht hadden en hebben de uitkeringsinstantie en daarmee de samenleving voor ruim tweehonderdduizend euro benadeeld.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 4 september 2012 niet eerder wegens het plegen van strafbare feiten is veroordeeld.

Tevens houdt de rechtbank bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortgelijk aan het bewezenverklaarde feit, alsmede met de relatieve ouderdom van het feit.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf voor de maximale duur, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is om verdachte het ongeoorloofde van haar handelen te doen inzien. Een straf als door de officier van justitie geëist komt de rechtbank op zichzelf passend voor, maar door oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zou thans onvoldoende rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij is immers thans, overigens mede door haar eigen toedoen, in aanzienlijke financiële problemen geraakt.

Vordering van de benadeelde partij

De gemeente Apeldoorn heeft zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend wegens geleden schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade van in totaal € 130.000,-.

De vordering van de benadeelde partij is door de raadsvrouw betwist, in die zin dat zij heeft aangevoerd dat er reeds een bestuursrechtelijke procedure loopt waarin hetzelfde bedrag is gevorderd en waarvan het beroep thans aanhangig is gemaakt bij de Centrale Raad voor Beroep, zodat de vordering dient te worden afgewezen.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Door de gemeente Apeldoorn is over dezelfde vordering als de onderhavige een bestuursrechtelijke procedure tegen de verdachte gestart, waarbij de gemeente Apeldoorn op 17 juni 2013 door de bestuursrechter in deze rechtbank grotendeels in het gelijk is gesteld en waarvan het hoger beroep thans aanhangig is gemaakt bij de Centrale Raad van Beroep.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering in deze strafrechtelijke procedure. Eenzelfde vordering kan niet bij twee rechters aanhangig worden gemaakt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 227b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moest vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende tweehonderdveertig (240) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van honderdtwintig (120) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht twee (2) uren in mindering wordt gebracht;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden;

 bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 verklaart de benadeelde partij Gemeente Apeldoorn niet-ontvankelijk in haar vordering;

Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Kleinrensink en Van Santen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 september 2013.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Stamproces-verbaal, p. 11 e.v.

2 Tabblad 2 van het dossier

3 Tabblad 3

4 Tabblad 25

5 Tabblad 50

6 Tabbladen 67, 51, 52, 106 en 54

7 Tabbladen 150 en 149

8 Tabblad 104

9 Tabblad 87

10 Pagina 47

11 Tabblad 174

12 Tabblad 171

13 Tabblad 182

14 Tabblad 185

15 Tabblad 156

16 Proces-verbaal van de terechtzitting van 20 augustus 2013