Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:1799

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-07-2013
Datum publicatie
22-07-2013
Zaaknummer
05/901161-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft vandaag een 28-jarige man uit Arnhem veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor een veelheid aan vermogensdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/901161-11

Data zittingen : 3 juli 2012, 25 september 2012, 4 december 2012, 6 december 2012

18 december 2012, 26 februari 2013, 21 mei 2013, 31 mei 2013,

14 juni 2013 en 8 juli 2013

Datum uitspraak : 22 juli 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op :[geboortedag],

adres : [adres].

raadsvrouw : mr. S.R. van Laar, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Arnhem,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen

goederen en/of geld van zijn, verdachtes, gading, geheel of ten dele

toebehorende aan[benadeelde1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e)

goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaaksdossier 18, aangifte [benadeelde1], P 99)

2.

hij op of omstreeks 11 juli 2011 te Westervoort, ter uitvoering van het

voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg

te nemen (uit een woning gelegen aan de [adres] één of meer

siera(a)d(en) en/of één of meer bril(len) en/of geld en/of goederen, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die siera(a)d(en) en/of

bril(len) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde2],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/haar

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, die [benadeelde2] (krachtig) één of meermalen in het gezicht en/of

tegen het hoofd heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens) opzij

heeft/hebben geduwd (waardoor deze [benadeelde2] ten val is gekomen);

(zaaksdossier 1, aangifte [benadeelde2], P1)

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 11 juli 2011 te Westervoort tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te

weten [benadeelde2]) door deze [benadeelde2] (hard en/of krachtig) in het gezicht en/of

tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of door deze [benadeelde2] (hard en/of

krachtig) te duwen (waardoor zij ten val kwam), waardoor voornoemde [benadeelde2]

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2011 tot en met 20 juli 2011 te

Duiven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (hoek)woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen één of meer tas(sen) en/of een

televisie en/of een portemonnee en/of sieradan en/of horloges en/of

zonnebrillen en/of (een hoeveelheid) geld en/of een Playstation 3, althans

een spelcomputer en/of één of meer controller(s) en/of één of meer

(Playstation 3) spel(len) en/of één of meer cosmetica-artikel(en) (parfums van

de merken Chanel, Dior, Lancome en Gucci), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan[benadeelde3], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn/haar

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door

het inslaan en/of ingooien, althans het verbreken van een ruit van

die woning en/of het forceren en/of verbreken van een rolluik van die woning);

(zaaksdossier 2, aangifte [benadeelde3], P23)

4.

hij in of omstreeks de periode van 08 augustus 2011 tot en met 09 augustus

2011 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

(hoek)woning (gelegen aan de[adres] heeft weggenomen één of meer

spaarpot(ten) en/of een hoeveelheid geld en/of een televisie en/of een laptop

en/of een sleutel (behorende bij een personenauto (merk Audi A6 avant) in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde4], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door het

forceren en/of verbreken van een kelderraam van die woning);

(zaaksdossier 7, aangifte [benadeelde4], P32)

5.

hij in of omstreeks de periode van 08 augustus 2011 tot en met 09 augustus

2011 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto, Audi A6 Avant ([kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde4], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(zaaksdossier 7, aangifte [benadeelde4], P32)

6.

hij op of omstreeks 06 november 2011 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] 29)

heeft weggenomen een portable computer (Toshiba) en/of een Apple Ipod en/of

een hoeveelheid geld en/of één of meer sleutel(s), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde5] en/of [benadeelde6], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming (door door het verbreken en/of forceren van een ruit van een

erker van die woning);

(zaaksdossier 33, aangifte [benadeelde5], P 174)

7.

hij op of omstreeks 06 november 2011 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto Audi A3 S-line

([kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan ING Car Lease, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel;

(zaaksdossier 33)

8.

hij op of omstreeks 05 december 2011 te Arnhem,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan[benadeelde7] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk deze [benadeelde7] met een geweer

en/of pistool, althans met een kolf van een geweer en/of pistool, in elk geval

met een (hard en/of ijzeren en/of metalen) voorwerp meermalen, althans eenmaal

(krachtig) op/tegen het hoofd te slaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaaksdossier 19, aangifte [benadeelde7], P104)

althans, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling leidt:

A:

hij op of omstreeks 05 december 2011 te Arnhem opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [benadeelde7]), met een geweer en/of pistool,

althans met een kolf van een geweer en/of pistool, in elk geval met een hard

voorwerp meermalen, althans eenmaal (krachtig) op/tegen het hoofd heeft

geslagen en/of deze [benadeelde7] meermalen, althans eenmaal op/tegen het hoofd heeft

gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

en/of

B:

hij op of omstreeks 05 december 2011 te Arnhem [benadeelde7] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp op die[benadeelde7]heeft gericht en/of deze [benadeelde7] met

een geweer en/of pistool, althans met een kolf van een geweer en/of pistool,

in elk geval met een (hard en/of metalen en/of ijzeren) voorwerp meermalen,

althans eenmaal (krachtig) op/tegen het hoofd heeft geslagen;

9.

hij op of omstreeks 20 december 2011 te Arnhem, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (uit een woning gelegen aan de

[adres]) een gouden halsketting, althans een sieraad, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde8], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die ketting, althans dat

sieraad onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde8],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn/haar

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte de woning van die[benadeelde8] is binnengedrongen

en/of tegen die[benadeelde8] heeft geroepen: "geld, geld!" en/of "Je pinpas, je

pinpas" en/of (krachtig) aan de halsketting van die [benadeelde8] is gaan rukken

en/of trekken en/of een vijl en/of knuppel in zijn hand heeft vastgehouden

en/of tegen die [benadeelde8] heeft gezegd en/of aangegeven en/of geroepen om te

blijven zitten omdat ze anders een klap voor haar bek zou krijgen

en/of

hij op of omstreeks 20 december 2011 te Arnhem, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld (in/uit een woning gelegen aan de [adres]) [benadeelde8] heeft

gedwongen tot de afgifte van een gouden halsketting, althans een sieraad, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde8], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die

ketting, althans dat sieraad onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde8], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte de woning van die [benadeelde8] is

binnengedrongen en/of tegen die [benadeelde8] heeft geroepen: "geld, geld!" en/of

"Je pinpas, je pinpas" en/of (krachtig) aan de halsketting van die [benadeelde8]

is gaan rukken en/of trekken en/of een vijl en/of knuppel in zijn hand heeft

vastgehouden en/of tegen die [benadeelde8] heeft gezegd en/of aangegeven en/of

geroepen om te blijven zitten omdat ze anders een klap voor haar bek zou

krijgen;

(zaakdossier 22, aangifte [benadeelde8], P 115)

10.

hij op of omstreeks 21 december 2011 te Arnhem, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres])

heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of één of meer sieraad/sieraden

en/of een telefoon (Blackberry) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door het

openen en/of (vervolgens) inklimmen van een (slaapkamer)raam van die woning);

(zaaksdossier 21, aangifte [benadeelde9], P 110)

11.

hij op of omstreeks 22 december 2011 te Duiven (op een tijdstip gelegen in de

periode van 15.15 uur en 20.30 uur), met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen een rugzak en/of een laptop (Acer Aspire One) en/of een USB-stick

en/of een (gouden) ketting en/of een horloge (merk Bruil Milane), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde10], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door het

openen en/of (vervolgens) inklimmen van een (slaapkamer)raam van die woning);

(Zaaksdossier 24, aangifte [benadeelde10], P130)

12.

hij op of omstreeks 22 december 2011 te Duiven (op een tijdstip gelegen in de

periode van 19.00 uur en 22.15 uur), met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen één of meer horloge(s) (merken Breitling en/of Breil en/of

Festina en/of Cerrutie en/of Gues) en/of één of meer (gouden)

sieraad/sieraden en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde11], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door

het inslaan en/of ingooien van een raam van die woning);

(Zaaksdossier 25, aangifte [benadeelde11], P135)

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 21 mei 2013, 31 mei 2013, 14 juni 2013 en 8 juli 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.R. van Laar, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. T. Feuth, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a. Geldigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 5 en 7 op het standpunt gesteld dat de dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard. Het is niet duidelijk waartegen verdachte (hierna: [verdachte]) zich dient te verweren, als wordt aangenomen dat [verdachte] de autosleutel van de betreffende gestolen auto’s uit de woningen heeft weggenomen (feit 4 en 6), terwijl hem in de feiten 5 en 7 wordt verweten zich de toegang tot de auto te hebben verschaft door middel van een valse sleutel. Een moderne Audi heeft een computergestuurde sleutel. Uit het dossier blijkt niet van know-how bij [verdachte], of contacten in die richting, voor het vervalsen van Audi-sleutels.

De beoordeling door de rechtbank

Artikel 90 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat onder valse sleutels wordt begrepen ‘alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen’. Deze bepaling wordt ruim uitgelegd. Volgens vaste jurisprudentie (bv. HR 20 mei 1986, NJ 1987/130) is er sprake van een "valse sleutel" indien deze wordt gebruikt door iemand die daartoe niet bevoegd is, ook al betreft het een originele en authentieke sleutel.

In dat licht is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van feit 5 en 7 - gelezen in samenhang met het ten laste gelegde onder feit 4 en 6 - een voldoende duidelijke opgave van de feiten behelst nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. De rechtbank is van oordeel dat de gehele tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering voldoet en verwerpt daarom het nietigheidsverweer van de verdediging.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Rechtmatigheid inzet peilbaken en opnameapparatuur

Het standpunt van de verdediging

a. a) De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gegevens verkregen door de inzet van het peilbaken en (in het verlengde daarvan) de opnameapparatuur dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Het peilbaken en de opnameapparatuur zijn geplaatst in een personenauto, hetgeen een besloten plaats is, terwijl hiervoor door de officier van justitie niet een uitdrukkelijk en separaat bevel is afgegeven. Dit betekent dat de inzet van het peilbaken en het opnemen van de vertrouwelijke communicatie onrechtmatig is.

b) Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat uit het BOB-dossier niet blijkt dat voor de gebruikte apparatuur een goedkeuring als bedoeld in het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering in combinatie met artikel 126ee Sv aanwezig is, zodat er ook in die zin sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.

c) Ten slotte heeft de verdediging aangevoerd dat uit het onderzoek kan worden afgeleid dat er storingen zijn geweest bij het gebruik van het peilbaken, waardoor niet uitgesloten kan worden dat de tijdsaanduiding van gesprekken is beïnvloed of gewijzigd. Ook daarom dient bewijsuitsluiting te volgen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht niet de tijden aan te houden als de werkelijke tijd van de weergegeven delen van de opgenomen OVC-gesprekken, hetgeen dient te leiden tot een integrale vrijspraak.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de plaatsing van het peilbaken wel rechtmatig is geweest, nu de personenauto niet daadwerkelijk is betreden. Het baken is aangebracht op een plaats die van buiten te benaderen was.

De beoordeling door de rechtbank

Ad a) In de Memorie van Toelichting (hierna: MvT) behorende bij het ‘Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van enige bijzondere bevoegdheden tot opsporing en wijziging van enige andere bepalingen (bijzondere opsporingsbevoegdheden)’ (TK 1996-1997, 25403, nr. 3) is ten aanzien van het begrip ‘besloten plaats’ het volgende opgenomen:

“Een besloten plaats, niet zijnde een woning, is een niet openbare en niet voor een ieder toegankelijke plaats, zoals een erf of een loods. Ook fabrieks- of bedrijfsruimten die niet vallen onder het begrip woning, kunnen hieronder vallen.”

In deze MvT staat verder ter toelichting op artikel 126l, eerste lid, nog het volgende:

“Beperkingen aan de communicatie die mag worden opgenomen, worden ook aangebracht doordat, ingevolge het derde lid, onder c, in het bevel moet worden vermeld één van de personen die aan de communicatie deelneemt, dan wel, indien de communicatie plaatsvindt op een besloten plaats of in een vervoermiddel, een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van die plaats of dat vervoermiddel.”

Uit vorenstaande leidt de rechtbank af dat de wetgever een vervoermiddel niet heeft willen aanmerken als een besloten plaats. De omschrijving van een besloten plaats ziet op bouwwerken en niet op voorwerpen en zowel in de tekst van artikel 126l lid 3 onder c Sv als in de toelichting daarop wordt expliciet gesproken over ‘besloten plaats of een vervoermiddel’ derhalve nevengeschikt aan elkaar. Indien een voertuig zou moeten worden aangemerkt als 'besloten plaats' zou deze nevenschikking zinloos zijn.

De rechtbank acht de plaatsing van het peilbaken en de opnameapparatuur rechtmatig en zal de gegevens die hieruit verkregen zijn (de OVC-gesprekken) bezigen tot het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer.

Bovendien geldt nog het volgende.

In het bevel observatie ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering d.d. 29 september 2011 (p. 77-78 van het dossier) van medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) heeft de officier van justitie bepaald dat er ter uitvoering van het bevel navolgend technisch hulpmiddel wordt aangewend:

“Plaatsbepalingsapparatuur te bevestigen op een personenauto merk Opel, type Corsa, voorzien van kenteken [kenteken].”

In het bevel observatie ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering d.d. 29 september 2011 (p. 77-78 van het dossier) van [verdachte] heeft de officier van justitie bepaald dat er ter uitvoering van het bevel navolgend technisch hulpmiddel wordt aangewend:

“Plaatsbepalingsapparatuur te bevestigen op, in of aan een personenauto merk Opel, type Corsa, voorzien van kenteken [kenteken].”

Gelet op vorenstaande heeft de rechtbank geen redenen om aan te nemen dat het peilbaken, in afwijking van wat normaal gesproken gebruikelijk is, in de personenauto is geplaatst in plaats van erop, eraan of eronder, nu de officier van justitie ter zitting heeft aangegeven dat het peilbaken aan de buitenkant is geplaatst en het voertuig op geen enkele wijze is betreden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat dit niet het geval is en verwerpt derhalve het verweer op dit punt.

Ten aanzien van de opnameapparatuur overweegt de rechtbank dat het verweer dat er geen afzonderlijk bevel van de officier van justitie ten grondslag ligt aan de plaatsing van de apparatuur in de auto kan worden gepasseerd gelet op de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie ex artikel 126l van het Wetboek van Strafvordering d.d. 14 november 2011 afgegeven door de rechter-commissaris, waarin de rechter-commissaris machtiging geeft voor het betreden van de personenauto Opel Corsa met kenteken [kenteken] ter uitvoering van dit bevel. Dat het dossier niet een apart bevel van de officier van justitie als bedoeld in artikel 126k Sv bevat, is in deze omstandigheden een verzuim van ondergeschikt belang.

Ad b) De rechtbank verwerpt dit verweer. De vigerende wettelijke regeling betreffende het opnemen van vertrouwelijke communicatie verbiedt het afluisteren van gesprekken zonder dat deze gesprekken worden opgenomen. Slechts apparatuur die het afluisteren van gesprekken combineert met het vastleggen daarvan mag worden gebruikt. Dat in de onderhavige zaak aan die technische eis is voldaan, moge duidelijk zijn nu het dossier (de weergave van) talloze OVC-gesprekken bevat. De verdediging heeft niet concreet gesteld aan welke eisen de gebruikte apparatuur niet zou voldoen en in welk opzicht de wettelijke regeling zou zijn geschonden. Reeds om die reden wordt het verweer gepasseerd.

Ad c) De rechtbank verwerpt dit verweer. Gesteld noch gebleken is dat de vermeende storingen die zich hebben voorgedaan bij het gebruik van het peilbaken van invloed zijn geweest op de tijdsaanduiding. Het verweer van de verdediging komt ook niet verder dan een veronderstelling of gissing, zonder dat er concrete voorbeelden worden gegeven. In enkele gevallen is de juistheid van de tijdsregistratie van het peilbaken ondersteund door observaties of tapgesprekken waarbij eveneens de tijd wordt geregistreerd. Daarbij is niet gebleken van discrepanties in de tijdregistratie. De rechtbank ziet derhalve geen reden om over te gaan tot bewijsuitsluiting van de OVC-gesprekken of de vastgelegde tijdsaanduidingen buiten beschouwing te laten.

Artikel 6 EVRM

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit geschaad te zijn in haar belang door het afwijzen van het verzoek tot het horen van de getuige [medeverdachte]. Het bewijs dat [verdachte] bij de ten laste gelegde feiten betrokken zou zijn geweest is hoofdzakelijk gebaseerd op de OVC-gesprekken waaraan [medeverdachte] (al dan niet samen met verdachte) zou hebben deelgenomen. De verdediging had [medeverdachte] hierover willen bevragen. Nu de verdediging hiertoe niet in de gelegenheid is gesteld en er onvoldoende compenserende factoren zijn waardoor het proces toch als eerlijk kan worden beschouwd is het ondervragingsrecht van de verdediging geschonden en dient een groot aantal OVC-gesprekken te worden uitgesloten van het bewijs.

De beoordeling door de rechtbank

De verdediging beroept zich op een uitspraak van de Hoge Raad van 29 januari 2013 (LJN: BX5539) waarin de Hoge Raad de rechtspraak omtrent het gebruik van bij de politie afgelegde verklaringen van getuigen die ter zitting weigeren te verklaren heeft aangepast naar aanleiding van EHRM 10 juli 2012, NJ 2012/649 ([naam] tegen Nederland).

In deze uitspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in het geval een op verzoek van de verdediging opgeroepen en verschenen getuige heeft geweigerd om antwoord te geven op de hem gestelde vragen, de verdediging niet het bij artikel 6 lid 3 onder d EVRM voorziene recht heeft kunnen uitoefenen die getuige te (doen) horen omtrent diens niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. De verdediging heeft dan niet in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen.

De verdediging ziet eraan voorbij dat het bij het door haar gedane verzoek niet gaat om door [medeverdachte]bij de politie afgelegde verklaringen die belastend zijn voor verdachte, maar om in de auto afgeluisterde gesprekken waaraan onder meer [medeverdachte]en verdachte hebben deelgenomen. Nu in de uitspraak van de Hoge Raad expliciet wordt gesproken over ‘door getuigen afgelegde belastende verklaringen’ is de rechtbank van oordeel dat deze uitspraak niet van toepassing is in deze zaak, nu [medeverdachte] nauwelijks enige voor verdachte belastende verklaring heeft afgelegd ([medeverdachte] heeft zich immers (grotendeels) beroepen op zijn zwijgrecht). Voorts heeft de verdediging ook niet onderbouwd waarom de inhoud van de OVC-gesprekken niet juist zou zijn. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer en zal de inhoud van de OVC-gesprekken bezigen tot het bewijs.

Geheimhoudersgesprekken

De verdediging heeft omstandig aangevoerd dat er onregelmatigheden zijn bij de vernietiging van enkele geheimhoudersgesprekken (deze zouden niet binnen de vereiste termijn zijn vernietigd, het proces-verbaal van vernietiging zou niet altijd op tijd zijn opgemaakt etc.), zodat deze gesprekken zouden moeten worden uitgesloten van bewijs.

De rechtbank overweegt als volgt. Ten eerste: geheimhoudersgesprekken zijn per definitie niet bruikbaar voor bewijs. Ten tweede: de geheimhoudersgesprekken maken geen onderdeel uit van het dossier. Ten derde: de geheimhoudersgesprekken zijn vernietigd. Kortom, het is de rechtbank niet duidelijk welk doel dit verweer dient. Het wordt in ieder geval verworpen.

Start van het onderzoek

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er aanwijzingen zijn dat er mogelijk voorafgaand aan de start van het Corsa-onderzoek reeds is begonnen met stelselmatig informatie inwinnen en dat er zonder redelijke verdenking is gestart met het dossier. De verdediging verwijst hierbij naar de verklaringen van de getuigen [getuige1] en [getuige2]. De verdediging heeft derhalve het (voorwaardelijke) verzoek gedaan om wijkagent[wijkagent] als getuige te horen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij de aanvang van het onderzoek niets onoirbaars is gebeurd en heeft hierbij verwezen naar de diverse aanvullende processen-verbaal die hieromtrent zijn opgemaakt en de door de getuige [brigadier] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring.

De beoordeling door de rechtbank

Op 5 maart 2013 is de getuige[brigadier], brigadier van politie, bij de rechter-commissaris gehoord. [brigadier] was betrokken bij de start van het onderzoek ‘Corsa’. [brigadier] heeft verklaard dat het onderzoek is gestart naar aanleiding van een overval op een oude vrouw in Westervoort in april/mei 2011 (rechtbank: gezien het proces-verbaal van bevindingen van 8 september 2011, blz. 86 map 1 bevindingen, duidt [brigadier] hier kennelijk op de overval op aangeefster [benadeelde2] gepleegd op 11 juli 2011). Er was sprake van een opsporingsindicatie in deze zaak die betrekking had op de auto die was weggereden (een groen/blauw autootje) en de signalementen van de verdachten. Naar aanleiding hiervan, alsmede een aantal getuigenverklaringen, werd het onderzoek groter en kwamen er twee verdachten in beeld, [medeverdachte] en [verdachte]. Van deze verdachten zijn de telefoons afgeluisterd. Via deze taplijnen kwamen nog meer verdachten in beeld en op enig moment heeft ook het regionale overvallenteam zich bij het onderzoek aangesloten.

In de periode van 4 tot 10 augustus 2011 is er contact geweest tussen [getuige2], de ex-vriendin van [verdachte], en wijkagent [wijkagent], om te bemiddelen in de stukgelopen relatie tussen [verdachte] en [getuige2] die met enig huiselijk geweld gepaard ging. [getuige2] heeft hierbij aan [wijkagent] verteld dat [verdachte] dagelijks omging met iemand waarvan ze de naam niet wist, maar waarvan ze vermoedde dat hij van Turkse afkomst was en in een groene Opel Corsa reed (rechtbank: de vader van [medeverdachte] is Turks en [medeverdachte]reed in een groene Opel Corsa). Op 5 september 2011 heeft [getuige2] vervolgens aan [wijkagent] verteld dat [verdachte] en [medeverdachte] samen woninginbraken pleegden.

Getuige [getuige1], eveneens een ex-vriendin van [verdachte], heeft op 28 september 2011 gesproken met de politie in verband met een vermeende mishandeling gepleegd door [verdachte]. Tijdens dit gesprek heeft [getuige1] verklaard over hetgeen zij wist over een gestolen Audi personenauto.

De rechtbank leidt uit vorenstaande af dat op het moment dat het eerste contact plaatsvond tussen [getuige2] en [wijkagent] en [getuige1] en de politie, het opsporingsonderzoek waarin [verdachte] en [medeverdachte] beiden als verdachte waren aangemerkt reeds was aangevangen. Er is derhalve geen sprake van het inwinnen van informatie of het anderszins verrichten van opsporingshandelingen zonder redelijke verdenking voorafgaand aan de start van het onderzoek ‘Corsa’. De rechtbank acht het derhalve ook niet noodzakelijk om [wijkagent] als getuige te horen en wijst dit (voorwaardelijke) verzoek af.

Identificatie en stemherkenning

Ten aanzien van [medeverdachte]

De stem van [medeverdachte] is aan de hand van onder andere de navolgende feiten en omstandigheden geïdentificeerd en herkend:

- telefoonnummer [nr] (lijn 001):

 Op 6 oktober 2011 om 12.50 uur is er een gesprek vastgesteld, waarbij de gebruiker van lijn 001 door een NN-man is gebeld. Op de vraag van de NN-man wie hij aan de lijn had, zei de gebruiker van lijn 001 dat de NN-man met ‘[medeverdachte]’ sprak.2

 Op 31 oktober 2011 om 14.56 uur is er een gesprek vastgesteld tussen de gebruiker van lijn 001 en [betrokkene5]. In dit gesprek zegt [betrokkene5] tegen de gebruiker van lijn 001: ‘versta je mij? Want je stoort een beetje. Ga eens naar buiten.’ Op dat moment stelt het observatieteam vast dat [medeverdachte] vanuit De Schatkamer naar buiten loopt en met zijn mobiele telefoon aan het bellen is. [betrokkene5] heeft verklaard dit gesprek wel te herkennen. Zij had [medeverdachte] gebeld.3

- OVC-gesprekken in de Opel Corsa met kenteken [kenteken]:

 Op 7 januari 2012 tussen 21.16 uur en 22.09 uur vindt er een gesprek plaats (13722). Op het moment dat het portier wordt geopend, zegt de NN-man die instapt: ‘ha[medeverdachte] alles goed’. In het gesprek wordt vervolgens gesproken over goud dat de NN-man bij zich heeft en wat [medeverdachte] ervan vindt. In dit gesprek noemt [medeverdachte] ook het telefoonnummer [nr].4

 Als verbalisanten aan [betrokkene5] het OVC-gesprek met nr. 14298 laten beluisteren, verklaart [betrokkene5] dat ze in dit gesprek haarzelf en [medeverdachte] hoort praten.5

 Als verbalisanten aan [verbalisant] de OVC-gesprekken met de nrs. 12027 en 15226 laten beluisteren, verklaart Wilson in beide gesprekken [medeverdachte] als spreker te herkennen.6

Ten aanzien van [verdachte]

De stem van [verdachte] is aan de hand van onder andere de navolgende feiten en omstandigheden geïdentificeerd en herkend:

- telefoonnummer [nr] (lijn 005):

 Op 17 oktober 2011 om 1915 uur is er een gesprek vastgesteld, waarbij de gebruiker van lijn 005 zijn naam spelt ‘[verdachte]’ en zijn e-mailadres geeft ‘[verdachte]_[e-mail]’.7

 Op 25 oktober 2011 om 18.07 uur is er een gesprek vastgesteld, waarbij de gebruiker van lijn 005 naar een NN-man belt. Op dat moment constateert het observatieteam dat [verdachte] zijn gsm tegen zijn oor houdt.8

- OVC-gesprekken in de Opel Corsa met kenteken [kenteken]:

 Op 20 december 2011 vanaf 21.23 uur vindt er een gesprek plaats (12508). Als aan de getuige [getuige2] vorenstaand OVC-gesprek wordt voorgehouden verklaart zij de stemmen van [medeverdachte] en [verdachte] te horen.9

 Op 22 december 2011 vanaf 21.13 uur vindt er een gesprek plaats (nr. 12680). Als aan de getuige [getuige2] vorenstaand OVC-gesprek wordt voorgehouden verklaart zij de stemmen van [medeverdachte] en [verdachte] te horen.10

 Op 2 januari 2012 vindt er een gesprek plaats (13479), waaraan [medeverdachte], een meisje en nog een persoon deelnemen. [medeverdachte] vraagt aan de persoon om zijn nummer, waarop deze persoon zegt dat [medeverdachte] die al heeft, want hij heeft hem pas nog gebeld en het nummer gewoon in zijn contacten staan. De persoon geeft vervolgens het nummer[nr].11 Behoudens het cijfer 3 komt dit nummer overeen met het nummer van taplijn 017, betreffende een prepaidnummer van [verdachte].12

Ten aanzien van [betrokkene1]

De stem van [betrokkene1] is aan de hand van onder andere de navolgende feiten en omstandigheden geïdentificeerd en herkend:

- telefoonnummer [nr]:

 Op 23 oktober om 15.46 uur belt lijn 001 (nummer van [medeverdachte]) naar het telefoonnummer [nr] op naam van[betrokkene1], wonende aan de [adres]. De telefoon wordt opgenomen door een kind. [medeverdachte] vraagt wie zijn/haar broer is, waarop het kind zegt ‘[betrokkene1].13

 Op 23 oktober 2011 om 15.52 uur belt [medeverdachte] met een onbekende vrouw en vraagt of[betrokkene1] er is. [betrokkene1] komt aan de telefoon en zegt dat hij wiet aan het knippen is.14

 Op 26 maart 2012 vindt er een doorzoeking plaats in een woning aan de [adres]. Op de salontafel in de woning is een mobiele telefoon aangetroffen, waarop foto’s zijn stonden van onder andere [betrokkene1] in een hennepkwekerij.15

-[adres]:

 Tijdens een verhoor van 17 juli 2011 heeft [betrokkene1] verklaard op het adres [adres] te wonen.16

 Op 26 maart 2011 is [betrokkene1] aangehouden op het adres [adres].17

- OVC-gesprekken in de Opel Corsa met kenteken [kenteken]:

 Op 30 januari 2012 om 19.35 uur stapt [medeverdachte] met nog twee andere personen in de auto. Op een gegeven moment vraagt een van de personen aan [medeverdachte] of hij even wil stoppen bij zijn huis, zodat hij even zijn jas kan pakken. Volgens het peilbaken dat was geplaatst in de Opel Corsa heeft deze auto zich op 30 januari 2012 om 19.36 uur op het adres [adres] bevonden.18

 Naar aanleiding van informatie over een mogelijke overval in een woning aan de [adres] zijn op 2 februari 2012 [betrokkene4] en de moeders van [medeverdachte] en [betrokkene1] benaderd door de politie met de mededeling dat de politie wist van de criminele plannen.

Op dezelfde dag vindt er om 21.31 uur een gesprek plaats tussen [betrokkene4] en [medeverdachte], waarin [betrokkene4] van [medeverdachte] wil weten of ‘[betrokkene1] wel te vertrouwen is. Het gaat dan over het feit dat de politie bij hen is geweest over de overval op de [adres]

Op 3 februari 2012 vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte] en een ander persoon, waarin [medeverdachte] en deze persoon het hebben over het feit dat de politie de dag ervoor bij hen en [betrokkene4] is geweest. Deze persoon zegt dan tegen [medeverdachte] dat de politie ook bij hem is geweest.19

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam is vastgesteld dat de deelnemers aan de OVC- en tapgesprekken die zich bevinden in het dossier kunnen worden geïdentificeerd als zijnde [medeverdachte], [betrokkene1] en [verdachte]. De rechtbank heeft ook geen reden om deze herkenning en identificatie te twijfelen en zal deze dan ook gebruiken voor het bewijs.

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 3 juni 2011 is er een woning gelegen aan de [adres] te Arnhem betreden. De woning is vermoedelijk betreden door het openbreken van het bovenlicht in het raam van de badkamer. Tevens is het kastje van het alarmsysteem dat in de gang achter de voordeur hangt, van de muur getrokken. Uit de woning zijn geen goederen weggenomen.20

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Primair omdat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening niet kan worden bewezen. Subsidiair omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

[getuige3], wonende aan de [adres], heeft verklaard dat zij op 3 juni 2011 rond 22.15 uur zag dat de oranje lamp aan de gevel van de woning van haar overbuurman op nummer 24 knipperde. Ze weet dat dit een stil alarm is dat aan de alarminstallatie is gekoppeld. Ze is gaan kijken en zag dat er in de woning een lamp uitging. Bij de achterzijde van de woning zag ze twee personen van de woning wegrennen. Deze personen zijn over de glazen schutting in de tuin geklommen en in de richting van de [adres]weggereden. Zij is toen de woning binnen gegaan en zag dat de alarmkast kapot was en dat er een stoel stond.21 De personen waren in het donker gekleed en ze zag hen op het voetbalveld achter de woning linksaf gaan. Haar man is in de auto gestapt en gaan zoeken naar de personen en zij is over de [adres]gaan zoeken, maar kon niemand vinden. Toen ze was omgedraaid, zag ze dat er een klein zwart autootje, vermoedelijk een donkere Opel Corsa, met daarin twee personen met verhoogde snelheid haar richting op kwam.22

Getuige[getuige4], de man van [getuige3], verklaart dat hij en zijn vrouw op een gegeven moment twee personen hard rennend tussen twee woningen uit zagen komen. Hij is in zijn auto gestapt en is over de [adres]gaan rijden. Toen hij terug reed, kwam een klein zwart autootje zijn richting uit. Hij is toen gekeerd en daar achteraan gereden. Bij de wijk Presikhaaf is hij de auto kwijtgeraakt.23

De rechtbank overweegt dat in het donker een donkergroene auto makkelijk voor een zwarte auto kan worden aangezien.

Getuige [getuige5] heeft verklaard dat zijn vrouw zag dat de oranje zwaailamp van het inbraakalarm van de overbuurman van nummer 24 brandde. Hij heeft de huissleutel van die woning. Hij dacht dat het loos alarm was en liep naar de woning toe. Toen hij net het bovenste slot van de voordeur had ontgrendeld, hoorde hij een hoop lawaai. Hij zag toen dat er iemand snel van de trap af kwam rennen.

Op 30 november 2011 om 19.52 uur vindt er een OVC-gesprek plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte], [verdachte] en een NNman, waarin het volgende wordt gezegd:

[medeverdachte]: ik was een tijdje geleden met[verdachte] daar ergens achter.

NNman: met wie?

[medeverdachte]: met hem. Er zat dik alarm in die huis weet je wel. Dus ik ging alvast naar binnen en had ik die alarm van de muur afgetrokken, had ik die alarm kapot gemaakt. Maar hij ging heel even af en die buren had dat ding ook gehoord.

[medeverdachte]: Ik ging naar binnen, ik zag die alarm zitten. Ik sprong, maar kon er niet bij. Rende ik naar de woonkamer om een stoel te pakken en ging erop staan.

[verdachte]: het leek heel dom van binnenuit.

[medeverdachte]: kijk een van deze huizen was dat, zon dikke oso. Kijk die auto.

[verdachte]: wacht ik weet welk huis het is, met het hek naast het huis aan deze kant.

[medeverdachte]: dikke alarm zat erop, ik trok het van de muur jongen.

[verdachte]: was het niet deze?

[medeverdachte]: ja volgens mij deze.

[verdachte]: nee er was een hek daarzo.

[medeverdachte]: Ik kom binnen door die raam kerel. Opeens was ik daar binnen, kwamen die buren daar aan de deur. Wij wegrennen visa de achterkant toch gingen wij snel naar de auto die aan de achterkant hadden geparkeerd. Opeens komt die man ons met auto achterna kerel. Ik met deze auto lampen uit hij kwam achter ons aan rijden gek. Ikke blazen.24

Naar het oordeel van de rechtbank komen de verklaringen van de verschillende buren op meerdere punten overeen met hetgeen in het OVC-gesprek door [medeverdachte] en [verdachte] wordt gezegd: de buren kwamen aan de deur toen de inbrekers in de woning waren en de buurman heeft de inbrekers met de auto achtervolgd, waarbij de inbrekers zijn ontkomen. Het OVC-gesprek komt voorts overeen met de aangifte op het punt dat het alarmsysteem van de muur is getrokken en dat er een stoel is gebruikt om bij het alarm te kunnen. Dat het wel eens vaker voorkomt dat bij een inbraak een alarmsysteem van de muur wordt getrokken neemt de rechtbank zonder meer aan, maar gelet op de diverse andere genoemde punten van overeenkomst is de rechtbank van oordeel dat het voormelde OVC gesprek betrekking had op deze inbraak. Gelet op vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] zich op 3 juni 2011 hebben schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met braak en inklimming in de woning van [benadeelde1] in Arnhem.

Het verweer dat niet kan worden bewezen dat er sprake was van een oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wordt door de rechtbank verworpen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan het niet anders zijn dan dat [medeverdachte] en [verdachte] de woning hebben betreden met de bedoeling spullen te stelen. Verdachte heeft ook geen andere verklaring gegeven voor het betreden van de woning. De enige reden dat het bij een poging is gebleven, is omdat de buren het alarm hadden gehoord en polshoogte zijn gaan nemen.

De rechtbank verwerpt tevens het verweer dat [verdachte] niet in de woning zou zijn geweest en er derhalve geen sprake is van medeplegen, nu uit zowel de diverse getuigenverklaringen als het OVC-gesprek kan worden afgeleid dat [verdachte] en [medeverdachte] samen naar de woning zijn gegaan en over de schutting zijn geklommen. Het feit dat [verdachte] mogelijk niet zelf ook in de woning is geweest doet niet af aan de nauwe en bewuste samenwerking.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is ten aanzien van dit feit integrale vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen [verdachte] onder feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe dat vast staat dat aangeefster in de deuropening van haar woning is geslagen en geduwd door inbrekers die op dat moment in haar woning waren. Echter, de informatie in het OVC-gesprek waarvan de officier van justitie stelt dat het op deze zaak betrekking heeft, komt niet helemaal overeen met de aangifte. Zo heeft aangeefster verklaard dat één jongen vanuit de woonkamer kwam rennen en de andere jongen vanuit de douche op de begane grond kwam, terwijl [verdachte] in het OVC gesprek zegt dat hij van boven (eerste verdieping) kwam. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] hierbij betrokken zijn geweest.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is ten aanzien van dit feit integrale vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs. De aangifte kan volgens de raadsvrouw niet voor het bewijs worden gebruikt, omdat deze onjuist is voor wat betreft de datum waarop aangeefster bij de politie verscheen en voor wat betreft de persoon die sleutelhouder was en de inbraak ontdekte.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [benadeelde3] heeft verklaard dat er tussen 19 juli 2011 en 20 juli 2011 in haar woning aan de [adres] te Duiven is ingebroken. Ze was toen op vakantie naar Vietnam en werd gebeld door een vriendin genaamd [vriendin] die haar vertelde dat er was ingebroken en dat haar hele woning overhoop was gehaald en overal glas lag.25 De volgende goederen zijn weggenomen: een damestas van het merk Burberry, een damestas van het merk Louis Vuitton, een televisie, een portemonnee, een ketting, een ring, een horloge, een bril en een zonnebril, geld, een Playstation 3, in ieder geval één controller, spellen behorende bij de Playstation 3 en parfums van de merken Chanel, Dior, Lancome en Gucci.26

Op 22 juli 2011 is door de politie onderzoek verricht in de woning aan de [adres] te Duiven. Het betreft een hoekwoning. Men heeft aan de achterzijde van de woning op de eerste etage een rolluik opengebroken/verbroken en de ruit van het raam daarachter vernield. Vervolgens is men de woning ingeklommen.27

De rechtbank acht het proces-verbaal van aangifte wel bruikbaar voor het bewijs en overweegt daartoe het navolgende. In het proces-verbaal van aangifte is opgenomen dat aangeefster op 20 juli 2011 voor de verbalisant verscheen. Deze datum kan niet juist zijn, aangezien aangeefster in diezelfde aangifte verklaart dat zij op 8 juli op vakantie is gegaan en pas op 7 augustus is teruggekeerd. Op 20 juli had zij nog niet kunnen verklaren dat zij op 7 augustus was teruggekeerd. Daar komt bij dat het proces-verbaal van aangifte pas op 25 augustus 2011 (ruim een maand na 20 juli) is gesloten. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het hier evident om een verschrijving. Deze verschrijving maakt echter niet dat het proces-verbaal niet voor het bewijs kan worden gebezigd.

De rechtbank gaat er wel vanuit dat er een inbraak heeft plaatsgevonden. Te meer nu door de politie op 22 juli 2011 is geconstateerd dat er sprake is van braakschade. Dat er onduidelijkheid is over wie de sleutelhouder was en wie de inbraak heeft geconstateerd en/of gemeld, laat onverlet dat er wel sprake was van een inbraak.

Getuige [getuige2] heeft verklaard dat ze in de tijd van de Nijmeegse Vierdaagse met [verdachte] en [medeverdachte] naar Duiven was gereden. [verdachte] en [medeverdachte] wezen haar in Duiven een hoekwoning aan en [verdachte] zei dat dit het huis was waar ze gisteren of eergisteren hadden ingebroken. Hij zei dat ze er nog een keer heen moesten, omdat er veel geld lag. Ze hoorde ook van [verdachte] dat het Chinezen of Vietnamezen waren. [getuige2] wijst op een overzicht van Google maps de hoekwoning aan als de door [medeverdachte] en [verdachte] aangewezen woning. Ze had van [verdachte] gehoord dat hij een tip had gekregen van [nr] met als bijnaam [x] (fonetisch), die in Duiven woont met zijn vriendin [vriendin betrokkene3]. [verdachte] kwam na de inbraak thuis met goederen: een Playstation 3 met twee controllers, drie of vier schietspelletjes voor die Playstation en geurtjes van Chanel, Calvin Klein, Noa, Dolce en Gabbana en Gucci. [verdachte] had de Playstation 3 in de woonkamer en de geurtjes op zijn slaapkamer bewaard en daarna verkocht. Vanuit Duiven zijn ze eerst naar Nijmegen gereden om daar drugs te verkopen.28

Deze verklaring van [getuige2] wordt ondersteund door een aantal objectieve gegevens en bevindingen. De Nijmeegse Vierdaagse is gehouden van 19 tot en met 22 juli 2011. Van de telefoon met telefoonnummer [nr], die in gebruik is bij [medeverdachte], zijn op 20 juli 2011 telefooncontacten geregistreerd in de nabijheid van het centrum van Nijmegen. In een ander onderzoek door de politie is door [vriendin betrokkene3] ([vriendin betrokkene3]) verklaard dat zij samen was met [nr], bijnaam [x], en dat hij de vader is van hun kind. Het ouderlijk adres van deze [vriendin betrokkene3] is [adres]. Bij de Gemeentelijke Basisadministratie is bekend dat [vriendin betrokkene3] de moeder is van [kind betrokkene3 en vriendin], wiens vader [nr] is. Het telefoonnummer [nr], in gebruik bij [verdachte], werd op 24 november 2011 gebeld door telefoonnummer [nr] op naam van [vriendin betrokkene3]., wonende aan de [adres], waarbij [verdachte] onder meer zegt: “hoe gaat het pikkie, lelijke spleetoog”.29

De rechtbank overweegt dat de verklaring van [getuige2] naadloos overeenkomt met het proces-verbaal van aangifte. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] en [verdachte] samen deze inbraak hebben gepleegd.

Ten aanzien van feit 4 en 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tussen maandag 8 augustus 2011 en dinsdag 9 augustus 2011 is in de woning van [benadeelde4] aan de [adres] in Arnhem een inbraak gepleegd, terwijl de bewoners van die woning op vakantie waren. Daarbij is weggenomen een laptop (waarvan de letter “l” weg is), een televisie, een hoeveelheid geld uit twee spaarpotten en een personenauto, Audi A6 Avant met kenteken [kenteken].30

De woning betreft een hoekwoning. Er was geen braakschade aan de buitenzijde van het kunststof raam, maar aan de binnenzijde waren alle sloten afgebroken. In de woning stonden diverse kasten open en de ouderslaapkamer was een ravage. Vermoedelijk heeft men de woning aan de voorzijde via het keldergat benaderd en het raam open geduwd en is men zo de woning ingeklommen.31

Op zaterdag 10 september 2011 stond de Audi A6 Avant op de openbare weg in Arnhem.32 De auto was voorzien van een andere band (waarschijnlijk een reserveband) aan het rechterachterwiel.33 De originele achterband lag achter in de auto.34

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van deze feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

Beoordeling door de rechtbank

[getuige1] (ex-vriendin van [verdachte]) heeft verklaard dat [verdachte] (rechtbank: [verdachte]) haar heeft verteld dat in Klarendal een hele tijd een gestolen Audi station heeft gestaan. [verdachte] had ook de sleutels van deze auto. Nu hebben [verdachte] en [medeverdachte] (rechtbank: [medeverdachte]), wiens ouders pandjeshuis ‘de schatkamer’ in Arnhem hebben, ruzie omdat de Audi plotseling weg was. [medeverdachte] denkt dat [verdachte] de auto heeft verkocht om zo aan geld te komen.35

Op 11 februari 2012 om 21.09 uur vindt er een OVC-gesprek plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte] en een NNman, waarin het volgende wordt gezegd:

NNman: ik wil ook wel wat doen maar ik doe alleen maar kleine dingen

[medeverdachte]: snelle inbraken enzo

[medeverdachte]: Hier ben ik geweest! Waar we de auto erbij gejat. Die station die daar voor de deur staat? Waar wij hebben ingebroken, die auto hebben wij gejat daar vriend. Net een nieuwe auto jongen. Een dikke Audi vriend.

NNman: Heb je er gewoon mee gereden?

[medeverdachte]: Zeker vriend, en hoe! Wij gingen naar Klarendal, [verdachte] reed de hele tijd.

[medeverdachte] schept op over dat hij vol gas gaf, tegen een stoeprandje, band lek. NNman vraagt of hij hem heeft laten staan. [medeverdachte] had de volgende dag de sleutel meegenomen om de band te verwisselen want er lag een reservewiel achterin.36

Het baken in de Opel Corsa maakte op 11 februari 2012 om 21.08 uur een beweging op de Kwartelstraat en de daaropvolgende registratie is die dag om 21.13 uur in de Johan de Wittlaan. De Kwartelstraat bevindt zich vlak in de buurt van de [adres], alwaar de inbraak is gepleegd.37

Gelet op het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] en [verdachte] bij deze woning hebben ingebroken en dat zij met gebruikmaking van de autosleutel die ze bij die inbraak hebben meegenomen, ook de auto hebben gestolen.

Ten aanzien van feit 5 is door de verdediging vrijspraak bepleit, nu niet aannemelijk is dat voor het wegnemen van de auto gebruik is gemaakt van een valse sleutel als de echte sleutel voorhanden was. De rechtbank verwerpt dit verweer verwijst daartoe naar hetgeen hiervoor is overwogen onder de geldigheid van de dagvaarding.

Ten aanzien van feit 6 en 7

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 november 2011 tussen 15.00 uur en 23.00 uur is er ingebroken in een hoekwoning gelegen aan de [adres]. De woning is betreden door aan de voorzijde van de woning de linkerruit van de erker open te breken. Uit de woning zijn een portable computer (Toshiba), een Apple Ipod en een hoeveelheid geld, toebehorende aan aangeefster [benadeelde5], weggenomen.38

Op 7 november 2011 is gebleken dat uit een sporttas, die in de woning lag, een sleutelbos met autosleutels en huissleutels weggenomen, toebehorende aan [benadeelde12], alsmede de buiten de woning geparkeerd staande donkergrijze personenauto Audi A3, met kenteken [kenteken], met benzinemotor, toebehorende aan ING Car Lease.39

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van deze feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

Een tapgesprek van 6 november 2011 om 19.31 uur (nr. [nr]) gevoerd tussen [verdachte] en een onbekend gebleven persoon (NN-man):

  • -

    [verdachte]: Yo

  • -

    NN-man: Yo, welke kleur

  • -

    [verdachte]: grijs, donkergrijs

  • -

    NN-man: benzine of diesel

  • -

    [verdachte]: benzine

  • -

    NN-man: wat zeg je

  • -

    [verdachte]: Benzine

  • -

    NN-man: 6

  • -

    [verdachte]: sorry

  • -

    NN-man: 6 of 4 cilinder

  • -

    [verdachte]: volgens mij 6

  • -

    NN-man: ok, ik bel je in 5 minuten

  • -

    [verdachte]: sms, doe beter een sms man

  • -

    NN-man: ok40

Blijkens de registratie van het peilbaken in de Opel Corsa, bevond deze zich op 6 november 2011 om 20.08 uur op de Johan de Wittlaan te Arnhem. De [adres], waar is ingebroken, is een zijstraat daarvan.41

Een tapgesprek van 7 november 2011 om 10.47 uur (nr. 280265490) tussen [verdachte] en [medeverdachte]:

  • -

    [verdachte]: Oh ik heb dat ding vol opengetrokken he op de snelweg

  • -

    [medeverdachte]: Meen je niet?

  • -

    [verdachte]: Ja haha [medeverdachte] echt wel

  • -

    [medeverdachte]: Jaaa

  • -

    [verdachte]: Dikke 220 230

  • -

    [medeverdachte]: Meen je niet42

Op 2 januari 2012, vindt een OVC-gesprek (13.479) plaats tussen [medeverdachte]en [verdachte]:

Ze hebben het over Johan de Wittlaan, daar bij dat kerkje ergens, bij die chinees. [verdachte] zegt: daar waar ik die Audi heb gepakt.43

Gelet op het korte tijdsverloop tussen het moment waarop de inbraak heeft plaatsgevonden (op 6 november 2011 tussen 15.00 uur en 23.00 uur) en de tapgesprekken tussen [verdachte] en een NN-man (op 6 november 2011 om 21.31 uur) en [verdachte] en [medeverdachte] (op 7 november 2011 om 10.47 uur), is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van prima facie bewijs dat een veroordeling kan dragen en moet het ervoor worden gehouden dat [verdachte] betrokken is geweest bij zowel de inbraak in de woning aan de [adres], waarbij onder andere autosleutels zijn weggenomen (feit 6), als de diefstal van de personenauto Audi A3 (feit 7). Er wordt in de gesprekken gesproken over een auto, die [verdachte] op dat moment in zijn bezit heeft, die meerdere overeenkomsten vertoont met de gestolen auto. Deze geconstateerde belastende omstandigheden vragen om een uitleg van [verdachte], hetgeen hij heeft nagelaten door zich te beroepen op zijn zwijgrecht. De rechtbank acht derhalve ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] de onder 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De rechtbank verwerpt het verweer.

Ten aanzien van feit 8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van dit feit. Afgezien van een tweetal OVC-gesprekken tussen [medeverdachte] en een NN-man en [medeverdachte] en [verbalisant], waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [verdachte] dit feit heeft gepleegd, bevat het dossier geen aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te komen. Dit klemt temeer nu uit het dossier niet blijkt wat de redenen van wetenschap waren van [medeverdachte] en Wilson en aangever [benadeelde7] een daderomschrijving geeft die geheel niet overeenkomt met het signalement van [verdachte].

Ten aanzien van feit 9

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 20 december 2011 rond 19.00 uur is aangeefster [benadeelde8] in haar woning gelegen aan de

[adres] in Arnhem overvallen. Er kwam een man de woonkamer binnengelopen, die riep ‘geld, geld’ en ‘je pinpas, je pinpas’. Toen aangeefster op wilde staan riep de man ‘blijf zitten anders krijg je een klap voor je bek’. De man greep naar een pakje sigaretten dat op de salontafel lag en begon daarna alle laatjes van het dressoir te doorzoeken. Hij stak vijf pakjes sigaretten die in het dressoir lagen bij zich. Vervolgens draaide de man zich om naar aangeefster. De man had in zijn hand een langwerpig ding, lijkend op een knuppel of een handvijl, dat hij met zijn linkerhand in haar nek drukte. Met zijn rechterhand begon hij aan haar gouden kettinkje te trekken dat aangeefster op dat moment om haar nek droeg. Omdat het kettinkje niet wilde breken heeft aangeefster het kettinkje zelf afgedaan en afgegeven. Vervolgens is de man weggegaan.44 De dader heeft zich de toegang tot de woning verschaft door met een huishoudtrap op het balkon te klimmen en vervolgens de ruit van de badkamer in te slaan.45

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

Op 20 december om 20.02 uur komt op de telefoon van [medeverdachte] een gesprek binnen met stemherkenning op [verdachte]. [verdachte] zegt dat hij met de telefoon van iemand anders belt. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte] dat hij doekoe mee moet nemen, omdat hij spullen heeft.46

De tenaamgestelde van de telefoon (nr. 06-[nr]) waarmee verdachte naar [medeverdachte] heeft gebeld is[getuige6]. Zij heeft verklaard dat zij [verdachte] een keer haar telefoon had laten gebruiken. [getuige6] herkent hierbij [verdachte] van een aan haar getoonde foto.47

Op 20 december 2011 ziet het observatieteam rond 21.22 uur de Opel Corsa met kenteken [kenteken] geparkeerd staan op de[adres]. [verdachte] woont op het adres [adres] te Arnhem. Het obervatieteam ziet dat er een man aan komt rennen vanuit de [adres] van tussen de 20 en 30 jaar oud, met een smal postuur, een donkere jas en een witte pet, die als bijrijder in de Opel Corsa stapt.48

Op 20 december 2011 om 21.23 uur vindt er een OVC-gesprek plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte] en [verdachte], waarin het volgende wordt gezegd:

  • -

    [medeverdachte]: wat heb je gedaan homo?

  • -

    [verdachte]: een klein kankerkettinkje bij die oma.

  • -

    [medeverdachte]: oma?

  • -

    [verdachte]: ik zeg, geef hier die ketting, ik wou m zo pakken zo, zeg ze wacht, ik doe hem wel af. …die is goud zelfs op die andere staat het nog, ik zeg waar is geld, waar is je pinpas, zegt ze heb ik niet, ik kan niet meer lopen, mijn dochter doet alles voor mij.

  • -

    [medeverdachte]: boven door een raam heen of zo, had ze niet gehoord?

  • -

    [verdachte]: nee ze had de radio knetterhard aanstaan.

  • -

    [medeverdachte]: 4 punt 6..8.

  • -

    [verdachte]: maak je er toch lekker 5 van.49

Gelet op vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 20 december 2011 [benadeelde8] in haar woning in Arnhem heeft overvallen en daarbij [benadeelde8] heeft gedwongen tot de afgifte van een kettinkje.

Een uur na de overval belt [verdachte] met [medeverdachte], omdat hij spullen heeft om te verkopen. Als hij vervolgens bij [medeverdachte] in de auto stapt, vertelt hij over de overval die hij zojuist heeft gepleegd. Daarbij vertoont zijn verhaal dusdanig veel gedetailleerde (dader)informatie, dat het niet anders kan zijn dan dat [verdachte] het heeft over de overval op [benadeelde8].

Door de verdediging is aangevoerd dat het feit niet door [verdachte] kan zijn gepleegd, nu aangeefster heeft verklaard dat de dader het feit met zijn blote handen heeft gepleegd, terwijl zij niet heeft verklaard over tatoeages op de handen van de dader (die [verdachte] wel heeft) en er op de aangetroffen vijl geen DNA van [verdachte] is aangetroffen.

De rechtbank overweegt dat bij sporenonderzoek in de woning handschoensporen zijn aangetroffen op het bovenlichtje van het doucheraam,50 hetgeen er op lijkt te duiden dat de dader wel degelijk handschoenen droeg. Het feit dat aangeefster anders verklaart doet hier niet aan af. Er kunnen tal van redenen zijn (de spanning van het moment, slechte verlichting etc) waarom haar waarneming op dat punt niet correct is geweest. De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

Ten aanzien van feit 10

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 december 2011 ontdekte [benadeelde9] dat er was ingebroken in zijn woning, gelegen aan de [adres] te Arnhem. Uit de woning zijn geld ( € 5.000,-), oorringen, een mobiele telefoon Blackberry, twee ringen en een gouden ketting weggenomen.51

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Op onderdelen van het verweer wordt, voor zover nodig, hieronder ingegaan.

Beoordeling door de rechtbank

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel de eerste als de tweede uitwerking van het OVC-gesprek van 23 januari 2012 (14297) van het bewijs dienen te worden uitgesloten, nu in de nieuwe uitwerking is gebleken dat er verschillen zitten tussen de beide uitwerkingen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat het enkele gegeven dat er verschillen zijn in de uitwerkingen, niet zonder meer betekent dat de uitwerkingen niet betrouwbaar zijn en dus van het bewijs moeten worden uitgesloten. Hiervan zou eerst sprake kunnen zijn als er op essentiële en inhoudelijke punten meer dan geringe verschillen zijn te constateren, hetgeen niet het geval is.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

[benadeelde9] heeft verklaard dat hij [kenmerk] lang is en in [adres] woont. Hij draagt al meer dan 25 jaar een bril en heeft grijs haar, van achter lang tot in de nek. Hij heeft een gouden ketting bij de Schatkamer verpand om een viool te kopen, maar weet niet meer wanneer dit precies was. Toen de viool niets bleek te zijn heeft hij de gouden ketting voor € 100 weer opgehaald. Na de inbraak op 21 december 2011 is hij nog vaker in de Schatkamer geweest. Op tweede kerstdag is hij naar de rommelmarkt in Den Bosch geweest. Hij rijdt in een Mercedes.52

[benadeelde9] heeft verder verklaard dat hij het pandjeshuis “De Schatkamer” kent en dat hij daar af en toe kwam om de waarde van een gitaar of viool te bepalen, om instrumenten te kijken of om een ketting te verpanden.53

Op 23 januari 2012 om 16.06 uur vindt er een OVC-gesprek plaats tussen [medeverdachte] en [betrokkene2], waarin door [medeverdachte] het volgende wordt gezegd:

Ik had [verdachte] laatst naar eentje gestuurd, een goeie. Die man kwam bij ons in de winkel zijn gouden ketting ophalen. Ik wist waar die woonde hierachter. Ik laat [verdachte] zien en zei ga je hierheen. Is ie daarheen gegaan lag er geen goud. Kwam die man bij ons in de zaak een paar dagen later en vertelt ie het. Er is bij mij ingebroken maar die goud die ik opgehaald had, had ik bij mijn dochter liggen zegt ie. Is die man, was bij hem ingebroken, door [verdachte]. Een paar dagen later, die man voelde zich klote, had ie tegen z’n dochter gezegd ik ga naar de rommelmarkt. In Drenthe of zo. Die man is een zigeuner, een hele oude man.

Verder heeft [medeverdachte] het over [naam orkest]. Hij vertelt over de viool aan [betrokkene2].

[medeverdachte]: Door mij is hij daarheen gegaan, omdat ik bij hem heb laten inbreken.54

In datzelfde OVC-gesprek op 23 januari 2012 werd rond 16.12 uur door [medeverdachte] het volgende gezegd: “Ik wist waar die woonde, hierachter”en om 16.13 uur: “kijk, deze Mercedes is van hem”.

Op dat moment (om 16.10 uur) is de Opel Corsa op de[adres] te Arnhem. Deze straat ligt drie straten van de[adres] af, dus in de directe omgeving van de woning van [benadeelde9].55

Op 19 december 2011 om 21.22 uur vindt er een OVC-gesprek plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte] en [verdachte], waarin door [medeverdachte] het volgende wordt gezegd:

  • -

    [medeverdachte]: vandaag kwam [orkestlid] ook zijn goud ophalen, hij woont hier in [adres], een hele oude man van 74 of zo. [orkestlid] heeft een klok. Heeft klein brilletje op. Het is een oude man jongen, hij is heel klein.

  • -

    [verdachte]: enkel glas?

  • -

    [medeverdachte]: nee

  • -

    [verdachte]: die ouwe lul slaapt gek, zoveel goud.

  • -

    [medeverdachte]: tijdje geleden maakt hij muziek. Een heel ouwe grijze man, grijze haar, beetje lang, naar achter gekamd. Heeft ie een brilletje op.

  • -

    [verdachte]: Zie je? Die man, die [orkestlid]?

  • -

    [medeverdachte]: je man. [naam orkest].

  • -

    [medeverdachte]: je moet niet aanbellen. Ik ga liever naar binnen. Je gaat lachen kerel.

  • -

    [verdachte]: bewaakt?

  • -

    [medeverdachte]: nee jong! Die hele voorraad van hem is kankermakkelijk jongen.56

Op 8 januari 2012 om 18.09 uur vindt er een OVC-gesprek plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte] en [verdachte], waarin door [medeverdachte] het volgende wordt gezegd:

  • -

    [medeverdachte]: wat ik tegen jou zei daar ligt goud, met die gouden ketting van die [orkestlid], die met die Mercedes die ouwe man.

  • -

    [verdachte]: alle ramen en deuren staan open.

  • -

    [medeverdachte]: die had goud bij ons opgehaald, die hadden daar ingebroken, twee dagen later opeens op TV Gelderland, is hij naar rommelmarkt in Den Bosch, die man in Presikhaaf, je weet toch wel?

  • -

    [verdachte]: wat heeft ie gedaan?

  • -

    [medeverdachte]: Hij heeft viool gekocht, die is een ton waard. En als hij klaar is met die maken is hij twee ton waard.

  • -

    [verdachte]: Er is toch niet gesproken over de inbraak?

  • -

    [medeverdachte]: nee, hij kwam bij ons in de winkel, twee dagen daarna dat hij op TV Gelderland kwam, kwam die geld lenen bij ons, kwam hij die ketting verpanden. En iemand kwam ons vertellen dat er bij hem was ingebroken. Hij was al eerder bij ons geweest en toen zei die niks. Twee dagen daarna kwam die vrouw dat bij ons vertellen en één dag daarna zeiden we dat ook tegen hem. Toen vertelde ie alles. Bij zijn dochter lag toevallig die goud, al die goud van zijn vrouw hebben ze gestolen en alle goud van zijn dochter en briljanten van zijn vader zijn weg.

  • -

    [verdachte]: hij lult, hij zou allemaal gouden sieraden, hij had helemaal niets die ouwe man.

  • -

    [medeverdachte]: het enige dat die had was het goud dat hij bij zijn dochter had liggen en dat zei hij ook.57

Het is verbalisant [verbalisant] ambtshalve bekend dat er in de [adres] een persoon woont met de naam [benadeelde9], die deel heeft uitgemaakt van het zigeunerorkest ‘[naam orkest]’. [benadeelde9] woont op de [adres] in Arnhem en heeft de leeftijd van 77 jaar.58

Gelet op vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 21 december 2011 geld, sieraden en een telefoon heeft gestolen uit de woning van [benadeelde9] in Arnhem. [medeverdachte] heeft [verdachte] daarvoor inlichtingen verschaft over onder meer de woning van die [benadeelde9], dat hij een klein oud mannetje is en dat hij veel goud en sieraden in zijn bezit heeft.

Het verweer dat er sprake is van een Meer-en-Vaart-situatie, nu de bewijsmiddelen niet uitsluiten dat – gelet op de inhoud van het OVC-gesprek van 19 december 2011 – de inbraak door ‘[betrokkene1] is gepleegd, wordt dan ook door de rechtbank verworpen.

Ten aanzien van feit 11 en 12

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 december 2011 is er op een tijdstip gelegen tussen 15.15 uur en 20.30 uur ingebroken in een woning gelegen aan de [adres] te Duiven. De woning is betreden door een slaapkamerraam van de woning te openen en via dat raam naar binnen te klimmen. Uit de woning zijn een rugzak, een laptop (Acer Aspire One), een USB-stick, een gouden halsketting en een horloge (Bruil (rechtbank: Breil) Milane), toebehorende aan aangever [benadeelde10], weggenomen.59

Op 22 december 2011 is er op een tijdstip gelegen tussen 19.00 uur en 22.15 uur ingebroken in een woning gelegen aan de [adres] te Duiven. De woning is betreden door een gat in een raam op de eerste verdieping te slaan. Uit de woning zijn meerdere horloges (Breitling, Breil, Cerrutie, Guess en Festina), diverse sieraden (Rolex ring, Cartier ketting, gouden armband, zilveren armband, Buddha tot Buddha armband) en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde11], weggenomen.60

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van deze feiten op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden:

De getuige [getuige7], woonachtig aan de [adres], heeft verklaard dat hij om 20.15 uur tussen de percelen 15 en 17 een schim zag van een man die in de richting van de brandgang wegrende.61

Aangever [benadeelde10], woonachtig aan de [adres] te Duiven, constateerde op 22 december 2011 omstreeks 20.30 uur dat er was ingebroken in zijn woning.62

Op 22 december 2011 vanaf 21.13 uur vindt er een OVC-gesprek (nr. 12680) plaats in de Opel Corsa tussen [medeverdachte] en [verdachte], waarin het volgende wordt gezegd:

  • -

    [verdachte]: ik heb net twee huizen gepakt en ik was gelijk binnen kerel. 1 met rolluiken, precies als in Duiven. Ik zit die goud te bekijken in trein, komen er twee wouten langslopen. Ik heb allemaal horloges hier en daar jongen. Ik heb alleen maar gestolen spullen bij me.

  • -

    [medeverdachte]: ben je naar Duiven gegaan?

  • -

    [verdachte]: ja jongen je weet toch? Ik heb het gewoon met een baksteen gedaan

  • -

    [medeverdachte]: doe je altijd handschoenen (ntgv)

  • -

    [verdachte]: ja tuurlijk, handen in de jaszak, ze worden helemaal gek, schoenen verwissel ik altijd, helemaal nu. Wat is Breil Yes?

  • -

    [medeverdachte]: knaken.

  • -

    [verdachte]: wat die Breitling? Nog een Breil. Deze Guess horloge vond ik ook leuk. Ik neem hem mee was chickieshorloge. O ja hier Cartier. Deze was er nog bij.

  • -

    [medeverdachte]: plastic. Cartier plastic. Is geen 18 karaats man, kijk zijn allemaal neppe klokken. Kijk die Breil horloges zijn wel een beetje leuk, maar die moet ik een paar maanden weghouden die kosten maar iets van 200 euro.

  • -

    [verdachte]: maar wat krijg ik ervoor van jou dan? Ik heb er 3 of zo. Hier allemaal goud. Dat ringetje vond ik leuk. Ik dacht dit is een rolex ringetje. Doe die gewicht eens van jou. Is dat ding nog anders als je hem bovenop legt?

  • -

    [medeverdachte]: 19 punt nul.

  • -

    [verdachte]: net was het 19.7 toen ik hem recht deed.

  • -

    [medeverdachte]: ik zal eens kijken ik zal je matsen. Voor die goud geef ik je 300 euro jongen. …

  • -

    [verdachte]: [benadeelde13]? Ja was een lekker wijf jongen.

  • -

    [medeverdachte]: daar krijg je dus heel moeilijk het wachtwoord van af. Dan moet je nog externe dingen, aansluiten en via daar windows eh.

  • -

    [verdachte]: [benadeelde13] he? Klik op gebruikersnaam om te beginnen.

  • -

    [medeverdachte]: nee gek. Daar krijg je maar 30 euro voor jongen. Bij die kanker irakees.

  • -

    [verdachte]: geef me paar tientjes dan.

  • -

    [medeverdachte]: als ik hem verkoop bij mijn moeder dan geef ik jou de helft van mijn geld.

  • -

    [verdachte]: pak 1 baksteen, doe precies thv haakje, naast het haakje zeg maar, beetje kling kling dat was alles kerel.63

[medeverdachte] heeft verklaard zich dit gesprek te herinneren. Hij had [verdachte] opgehaald en voor 300 euro spullen van hem gekocht.64

Op het adres [adres] in Duiven woont [benadeelde13].65 De laptop (Acer Aspire One) die is weggenomen op dit adres is van haar en als deze laptop wordt opgestart, dan komt haar naam in beeld.66

Onderzoek in de politiesystemen heeft uitgewezen dat er op 22 december 2011 maar twee inbraken zijn gepleegd in Duiven: op de [adres] en 19 te Duiven.67

Gelet op vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 22 december 2011 heeft ingebroken in een tweetal woningen aan de [adres] in Duiven.

Binnen een uur nadat de inbraken zijn gepleegd ontmoeten [verdachte] en [medeverdachte] elkaar in de Opel Corsa (om 21.15 uur). [verdachte] vertelt over ‘de twee huizen die hij net gepakt heeft’, zegt dat hij net naar Duiven is gegaan en noemt de naam ‘[benadeelde13]’ in samenhang met het opstarten van een computer. Gezien het korte tijdsbestek tussen de inbraken en het OVC-gesprek, het feit dat er die dag slechts twee inbraken in Duiven zijn gepleegd en dat de laptop die is gestolen uit de woning aan de [adres] te Duiven toebehoorde aan [benadeelde13], kan het niet anders zijn dan dat [verdachte] deze inbraken heeft gepleegd. Het feit dat er geen technisch bewijs is aangetroffen en er geen daderherkenning heeft plaatsgevonden – zoals door de verdediging is aangevoerd – doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 11 en 12 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 03 juni 2011 te Arnhem,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen

goederen en/of geld van zijn, verdachtes, gading, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde1], en zich daarbij de

toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e)

goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak,

en inklimming,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 19 juli 2011 tot en met 20 juli 2011 te

Duiven tezamen en in vereniging met een ander met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (hoek)woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen meer tas(sen) en een

televisie en een portemonnee en sieraden en horloges en

brillen en (een hoeveelheid) geld en een Playstation 3, en één of meer controller en één (Playstation 3) spel en meer cosmetica-artikelen (parfums van

de merken Chanel, Dior, Lancome en Gucci), toebehorende aan [benadeelde3], mededader waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben

verschaft door middel van braak, en inklimming (door

het inslaan of ingooien, althans het verbreken van een ruit van

die woning en het forceren en/of verbreken van een rolluik van die woning);

4.

hij in de periode van 08 augustus 2011 tot en met 09 augustus

2011 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

(hoek)woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een televisie en een laptop

en/of een sleutel (behorende bij een personenauto (merk Audi A6 avant) toebehorende aan [benadeelde4] waarbij verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van inklimming

5.

hij in de periode van 08 augustus 2011 tot en met 09 augustus

2011 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto, Audi A6 Avant ([kenteken]), geheel of ten

dele toebehorende aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

6.

hij op 06 november 2011 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] 29)

heeft weggenomen een portable computer (Toshiba) en een Apple Ipod en

een hoeveelheid geld en meer sleutels,

geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, (door het verbreken en/of forceren van een ruit van een

erker van die woning);

7.

hij op 06 november 2011 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto Audi A3

(kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan ING Car Lease, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel;

9.

hij op 20 december 2011 te Arnhem, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met

geweld (in/uit een woning gelegen aan de [adres]) [benadeelde8] heeft

gedwongen tot de afgifte van een gouden halsketting, toebehorende aan die [benadeelde8], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, en inklimming en

welk geweld en welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte de woning van die [benadeelde8] is

binnengedrongen en tegen die [benadeelde8] heeft geroepen: "geld, geld!" en

"Je pinpas, je pinpas" en (krachtig) aan de halsketting van die [benadeelde8]

is gaan rukken en/of trekken en een vijl of knuppel in zijn hand heeft

vastgehouden en tegen die [benadeelde8] heeft geroepen om te blijven zitten omdat ze anders een klap voor haar bek zou

krijgen;

10.

hij op 21 december 2011 te Arnhem, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres])

heeft weggenomen een hoeveelheid geld en meer sieraden

en een telefoon (Blackberry) toebehorende aan [benadeelde9], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft door middel van braak, en inklimming (door het inklimmen van een (slaapkamer)raam van die woning);

11.

hij op 22 december 2011 te Duiven (op een tijdstip gelegen in de

periode van 15.15 uur en 20.30 uur), met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen een rugzak en een laptop (Acer Aspire One) en een USB-stick

en een gouden ketting en een horloge (merk Breil Milane), toebehorende aan [benadeelde10], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming (door het openen en/of (vervolgens) inklimmen van een

(slaapkamer)raam van die woning);

12.

hij op 22 december 2011 te Duiven (op een tijdstip gelegen in de

periode van 19.00 uur en 22.15 uur), met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen meer horloge(s) (merken Breitling en Breil en

Festina en Cerrutie en Guess) en meer (gouden)

sieraden en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde11], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, (door

het inslaan en/of ingooien van een raam van die woning);

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Ten aanzien van feit 5:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 6 en 12, telkens:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 7:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 9:

Afpersing.

Ten aanzien van de feit 10:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 11:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, 8 primair, 9 (afpersing), 10, 11 en 12 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen goederen het volgende gevorderd:

  • -

    Verbeurdverklaring van de Sony flatscreen tv (M5-5) en de Philips home theater set (M5-6);

  • -

    Bewaring van de autosleutel van de Renault (M2-1) voor de rechtmatige eigenaar;

  • -

    Teruggave aan verdachte van de overige goederen.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om de niet in beslag genomen Iphone van verdachte verbeurd te verklaren, waarbij deze Iphone op en waarde van 609 euro dient te worden geschat.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat de zaak al erg lang loopt. Verdachte heeft al enige tijd in detentie doorgebracht. Zijn intenties zijn goed en dit wordt ook bevestigd door de reclassering.

De verdediging heeft voorts gewezen op een aantal ‘soortgelijke’ uitspraken waarin de opgelegde straf lager lag dan de straf die thans door de officier van justitie is geëist.

Ten slotte heeft de verdediging meer subsidiair verzocht om in de strafmaat rekening te houden met de geconstateerde onrechtmatigheden in het vooronderzoek.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 22 maart 2013; en

 een tweetal Reclasseringsadviezen, d.d. 16 november 2011 en 29 maart 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich deels samen met anderen, deels alleen, schuldig gemaakt aan zes woninginbraken, een poging daartoe en twee autodiefstallen. Door deze brutale, ergerlijke feiten is grote financiële en emotionele schade ontstaan voor de gedupeerden. Verdachte en zijn mededaders pleegden dit feit kennelijk enkel uit financieel gewin. Feiten als deze zorgen voor onrust in de maatschappij en tasten het gevoel van veiligheid en privacy van de slachtoffers aan op de plaats waar zij zich het meest geborgen behoren te kunnen voelen, namelijk in hun eigen woning. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte een overval gepleegd op een woning, waarbij hij een hoogbejaarde vrouw heeft bedreigd met geweld. Verdachte is de woning van de vrouw binnengedrongen en het feit dat de vrouw thuis was heeft hem er - gedreven door zijn zucht naar geld - niet van weerhouden de overval onverdroten door te zetten. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan. Slachtoffers van een dergelijke overval hebben vaak nog lange tijd last van de psychische gevolgen ervan.

Uit de aangehaalde justitiële documentatie blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

In de laatste fase van het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat bij verdachte het Hodgkin-syndroom is vastgesteld in een vergevorderd stadium (IV). Blijkens de in het meest recente reclasseringsrapport neergelegde medische informatie is deze ziekte in haar algemeenheid goed behandelbaar. Medische behandeling is inmiddels ingezet, waartoe de voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst, vooralsnog voor de duur van drie maanden, met elektronisch toezicht.

Gezien het onvoorspelbare verloop van de ziekte en de mogelijk lange duur van de behandeling, heeft de rechtbank, na eerder uitstel van de uitspraakdatum, ter zitting het verzoek afgewezen om de behandeling van de zaak nog verder aan te houden. Gezien een en ander ziet de rechtbank er van af om bij de bepaling van de straf in ernstige mate rekening te houden met de medische situatie, hoewel voorstelbaar is dat deze situatie haar effect zal hebben op hetzij de executie van de straf, hetzij de executie van de voorlopige hechtenis tijdens een eventueel hoger beroep.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven Sony flatscreen tv (M5-5) en de Philips home theater set (M5-6) betreffen voorwerpen die aan verdachte toebehoren en uit de baten van de strafbare feiten zijn verkregen. De rechtbank zal deze voorwerpen verbeurd verklaren.

Ten aanzien van de in beslag genomen nog niet teruggegeven autosleutel van de Renault (M2-1) overweegt de rechtbank dat zij niet in staat is een persoon als rechthebbende van die goederen aan te merken en daarom zal zij de bewaring van die voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende bevelen.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen is de rechtbank van oordeel dat deze voorwerpen toebehoren aan de verdachte en aan verdachte zullen moeten worden teruggegeven.

Iphone

Ten slotte zal de rechtbank de niet in beslag genomen Iphone, die toebehoort aan verdachte en uit de baten van de strafbare feiten is verkregen, verbeurd verklaren en daarbij de waarde van de Iphone schatten op een bedrag van 609 euro. Verdachte dient deze Iphone uit te leveren of de geschatte waarde te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 24b, 24c, 27, 33, 33a, 34, 57, 63, 310, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 2 primair en subsidiair en 8 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven Sony flatscreen tv (M5-5) en Philips home theater set (M5-6).

Verklaart verbeurd de niet in beslag genomen Iphone en schat daarbij de waarde op een bedrag van 609 euro.

Veroordeelde dient deze Iphone uit te leveren of de geschatte waarde te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Gelast de bewaring van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven autosleutel van de Renault (M2-1), ten behoeve van de rechthebbende.

Beveelt de teruggave van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de veroordeelde.

Aldus gewezen door:

mr. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C. van Linschoten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juli 2013, zijnde mrs. Doll, Hovens en Van den Bosch buiten staat deze beslissing te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, Regionaal Inbraken Team, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07RIT11006 “Corsa”, gesloten op 31 augustus 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [medeverdachte] , p. S 1-2.

3 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [medeverdachte] , p. S 1-3.

4 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [medeverdachte] , p. S 3-4.

5 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [medeverdachte] , p. S 16.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [verbalisant], p. S 155-160.

7 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [verdachte], p. S 172.

8 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [verdachte], p. S 172.

9 Proces-verbaal van verhoor van [getuige2], p. S 256.

10 Proces-verbaal van verhoor van [getuige2], p. S 256.

11 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [verdachte], p. S 178.

12 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [verdachte], p. S 187.

13 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning[betrokkene1], p. S 296.

14 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 296.

15 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 296.

16 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 298.

17 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 298.

18 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 300.

19 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning [betrokkene1], p. S 305-306.

20 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde1], p. A 99 tot en met 101.

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige3], p. G 78 en 79.

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige4](rechtbank begrijpt: [getuige3]), p. G 74 en 75.

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige4], p. G 76 en 77.

24 Een schriftelijk bescheid in de vorm van een uitgewerkt OVC-gesprek, p. Z 23 en 34.

25 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde3], p. A 23 en 24.

26 Een schriftelijk bescheid in de vorm van een goederenbijlage bij de aangifte van [benadeelde3], p. A 27 tot en met 30 en proces-verbaal van verhoor van [benadeelde3], p. A 31.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 103 en 104.

28 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige2], p. G 21 en 22.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 99.

30 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde4], p. A 32 en 33 en goederenbijlage bij aangifte, p. A 36.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 118 en 119.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 122.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 122.

34 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige8], p. G 25.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 120.

36 Een schriftelijk bescheid in de vorm van een uitgewerkt OVC-gesprek, p. Z 23 en 34.

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 131 en 132.

38 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde5], p. A 175.

39 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde5], p. A 181; een schriftelijk bescheid in de vorm van een bijlage goederen behorende bij het proces-verbaal van aangifte, p. A 179-180.

40 Stamproces-verbaal (zaakdossier), p. Z 152-153.

41 Proces-verbaal van bevindingen B33.1, p. B 420.

42 Stamproces-verbaal (zaakdossier), p. Z 153.

43 Proces-verbaal van bevindingen B33.1, p. B 420.

44 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde8], p. A 115-116; proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde8], p. A 118.

45 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [benadeelde8], p. A 118; proces-verbaal van sporenonderzoek, p. B 341.

46 Proces-verbaal van bevindingen OVC stemherkenning [verdachte], p. S 174 en 186.

47 Proces-verbaal van bevindingen OVC stemherkenning [verdachte], p. S 175, proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige6], p. G 124.

48 Proces-verbaal van observatie, p. OT 52-53.

49 Een schriftelijk bescheid in de vorm van een uitgewerkt OVC-gesprek, p. Z 87 en B 386.

50 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 341.

51 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde9] met goederenbijlage, p. A 110 tot en met 113.

52 Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde9], p. Aanvullend-1 57 en 58.

53 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 339.

54 Een schriftelijk bescheid in de vorm van een uitgewerkt OVC-gesprek, p. B 326.

55 Proces-verbaal van bevindingen, p. Aanvullend-2 61 en 62.

56 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 327 tot en met 329.

57 Proces-verbaal van bevindingen, p. Aanvullend-2 48.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 328.

59 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde10], p. A 130-131.

60 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde11], p. A 135-136; een schriftelijk bescheid in de vorm van een bijlage weggenomen goederen, p. A 138-139.

61 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige7], p. G 130.

62 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde10], p. A 130.

63 Stamproces-verbaal (zaakdossier), p. Z 99-103.

64 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte], p. V 337.

65 Proces-verbaal van bevindingen, p. B 373.

66 Eerste aanvullend proces-verbaal van bevindingen, p. 60.

67 Eerste aanvullend proces-verbaal van bevindingen, p. 60.