Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:1542

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-07-2013
Datum publicatie
10-07-2013
Zaaknummer
05/900450-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moord; voorbedachte raad; vrijspraak van strafverzwarende omstandigheden bij diefstal en wederrechtelijke vrijheidsberoving; vrijwillige terugtred

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/900450-12

Data zittingen : 28 augustus 2012, 20 november 2012, 22 januari 2013, 16 april 2013 en

25 juni 2013

Datum uitspraak : 9 juli 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [adres 1]

thans gedetineerd in PI Overijssel, PIV Zwolle.

raadsman : mr. M.L.E. Storm van 's Gravesande, advocaat te Ede.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 20 maart 2012

in de gemeente Rheden en/of te Oosterbeek, althans in de gemeente Renkum,

en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer]

van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

althans al dan niet na een (kort) tevoren genomen besluit, een of meer

vorm(en) van geweld en/of (andere) geweldshandeling(en) tegen voornoemde

[slachtoffer] heeft/hebben toegepast/uitgeoefend, te weten

  • -

    een vuurwapen heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer] en/of

  • -

    met tie-rips) die [slachtoffer] aan handen en/of voeten heeft/hebben gekneveld

en/of

- een (grote) hoeveelheid GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) aan die [slachtoffer]

heeft/hebben toegediend, althans die [slachtoffer] een (grote) hoeveelheid GHB

heeft/hebben laten drinken en/of

- ( met kracht) de keel/hals van die [slachtoffer] heeft hebben dichtgeknepen en/of

dichtgedrukt en/of (al dan niet met een riem) de keel/hals van die [slachtoffer]

heeft/hebben omsnoerd en/of

- die [slachtoffer] (gekneveld) onder water heeft/hebben gelegd,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 20 maart 2012

in de gemeente Rheden en/of te Oosterbeek, althans in de gemeente Renkum,

en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, hierin bestaande dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- op die [slachtoffer] in een woning (aan de [adres 2]) een vuurwapen,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of met een vuurwapen in de

richting van die [slachtoffer] heeft/hebben geschoten en/of

- die [slachtoffer] (met tie-rips) aan handen en/of voeten heeft/hebben gekneveld

en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben belet voornoemde woning (aan de [adres 2]

) te verlaten en/of

- die [slachtoffer] een (grote) hoeveelheid GHB (gamma-hydroxy-boterzuur)

heeft/hebben toegediend/laten drinken en/of

  • -

    die [slachtoffer] (gekneveld) in (de kofferbak van) een auto heeft/hebben getild/getrokken/geduwd/gewerkt en/of

  • -

    de keel/hals van die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben dichtgeknepen en/of

dichtgedrukt en/of (al dan niet met gebruik van een riem) heeft/hebben

omsnoerd en/of

- die [slachtoffer] (gekneveld) te water heeft/hebben gelaten,

zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

3.

hij in of omstreeks de periode van 29 februari 2012 tot en met 20 maart 2012

in de gemeente Rheden en/of te Oosterbeek, althans in de gemeente Renkum en/of

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een (grote) hoeveelheid geld (te weten ongeveer 1000 euro), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- op die [slachtoffer] in een woning (aan de [adres 2]) een vuurwapen

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of met een vuurwapen in de

richting van die [slachtoffer] heeft/hebben geschoten en/of

- die [slachtoffer] (met tie-rips) aan handen en/of voeten heeft/hebben gekneveld

en/of

- die [slachtoffer] een (grote) hoeveelheid GHB (gamma-hydroxy-boterzuur)

heeft/hebben toegediend/laten drinken;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 25 juni 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.L.E. Storm van 's Gravesande, advocaat te Ede.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [benadeelde].

De nabestaanden van wijlen [slachtoffer] zijn ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie, mr. J. Grijns, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs. Verdachte wist niet dat medeverdachte [medeverdachte] de heer [slachtoffer] zou ombrengen en zij kon dat ook niet weten. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank geen aandeel gehad bij of wetenschap van de handelingen die tot de dood van [slachtoffer] hebben geleid. De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden niet kan worden gezegd dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 februari 2012 is [slachtoffer] naar de woning van[verdachte] en [medeverdachte] (aan de [adres 2]) gegaan. Hij had daar een afspraak met[verdachte] om een conflict over een geldbedrag dat[verdachte] aan [slachtoffer] schuldig zou zijn, op te lossen. [medeverdachte] - die in de omgeving van de woning was gebleven om alles in de gaten te houden - is op enig moment de woning binnen gegaan. Hij trof daar[verdachte] en [slachtoffer] op de bank aan.2 Het conflict tussen[verdachte] en [slachtoffer] was nog niet opgelost.

[medeverdachte] heeft een vuurwapen, dat hij bij zich droeg, te voorschijn gehaald en dit op [slachtoffer] gericht.3 Ook heeft [medeverdachte] met het vuurwapen in de vloer geschoten.4 Daarna heeft [medeverdachte][verdachte] gevraagd om [slachtoffer] met tie-wraps vast te binden.[verdachte] heeft daarop de armen van [slachtoffer] op zijn rug vastgebonden. [medeverdachte] heeft daarna ook de benen van [slachtoffer] aan elkaar gebonden met tie-wraps.5 [medeverdachte] heeft [slachtoffer] GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) laten drinken.6 Vervolgens hebben [medeverdachte] en[verdachte] [slachtoffer], toen deze sliep, naar de bovenverdieping gebracht en daar in een kamer gelegd.7

De volgende ochtend, op 1 maart 2012, hebben [medeverdachte] en[verdachte] die [slachtoffer], die nog steeds aan handen en voeten gebonden was, naar beneden gedragen en in de kofferbak van een auto getild.8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde. Verdachte is niet betrokken geweest bij de dood van [slachtoffer], zodat zij dient te worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad. Ten aanzien van de wederrechtelijke vrijheidsberoving is het de vraag of de beperkte betrokkenheid van verdachte voldoende is om het haar toe te rekenen.

Beoordeling door de rechtbank

De verklaringen van [medeverdachte] en[verdachte] over hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld worden ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. Zo wordt de verklaring van[verdachte] dat [medeverdachte] met het vuurwapen in de vloer heeft geschoten, ondersteund door het aantreffen van een beschadiging in de vloer onder de bank in de woning, die grote gelijkenissen vertoonde met een schotbeschadiging.9 Ten aanzien van het vastbinden van [slachtoffer] met tie-wraps worden de verklaringen ondersteund door het aantreffen van tie-wraps op de door [medeverdachte] en[verdachte] beschreven locaties - armen en benen - op het lichaam van [slachtoffer]10. Ook is er is bij [slachtoffer] een hoge concentratie GHB gemeten van 199 mg/l11, hetgeen de verklaringen eveneens ondersteunt. De rechtbank heeft in het dossier geen aanwijzingen gevonden die erop duiden dat er in de woning iets anders gebeurd is. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van deze verklaringen wat betreft hetgeen zich in de woning heeft afgespeeld.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte [slachtoffer] met tie-wraps heeft gebonden, waardoor deze fysiek werd beperkt in zijn bewegingsvrijheid. Tevens werd het hierdoor mogelijk voor [medeverdachte] om later de GHB aan [slachtoffer] toe te dienen. Verder heeft verdachte meegeholpen om [slachtoffer] de trap op naar boven te tillen en de volgende ochtend weer naar beneden te tillen. Ook heeft ze meegeholpen om hem in de auto te tillen, maar omdat ze niet sterk genoeg was heeft ze dat verder gestaakt. Daarmee heeft verdachte zelf een significante bijdrage geleverd aan het feit door zelf een aantal uitvoeringshandelingen te verrichten.

Verdachte heeft verder verklaard dat ze € 1.000,- en een foto van haar zoon [naam zoon verdachte] uit de portemonnee van [slachtoffer] heeft gehaald en dat ze sms’jes in zijn telefoon heeft gewist. Ze heeft ook sms’jes uit haar eigen telefoon gewist. Voorts heeft ze met haar eigen telefoon nog sms’jes gestuurd aan [slachtoffer] op de late avond van 29 februari 2013 en in de ochtend van 1 maart 2013.12

Verdachte heeft verklaard dat ze deze handelingen heeft verricht omdat zij bang was voor [medeverdachte] en zich door hem bedreigd voelde. Echter, in haar verklaring geeft zij nergens aan dat zij door woorden of anderszins [medeverdachte] heeft laten weten dat zij het niet met hem eens was. Evenmin blijkt uit die verklaringen dat [medeverdachte] haar door woorden of daden heeft moeten aanzetten tot het verrichten van de door haar gepleegde handelingen.

Verdachte heeft verklaard dat zij op een gegeven moment, nadat ze [slachtoffer] naar boven hadden gebracht, nog de hond heeft uitgelaten. Ze is toen niet naar de politie gegaan.13 Evenmin heeft zij in de ochtend van 1 maart 2012, toen zij zich op haar werk bevond en haar zoon op school was, hulp van de politie ingeroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze feiten en omstandigheden niet dat verdachte ook maar enige poging heeft ondernomen om zich tegen [medeverdachte] te verzetten. Veeleer blijkt hieruit dat ze heeft ingestemd met hetgeen gebeurde. Dat verdachte wel in staat was om weerwoord te bieden tegen [medeverdachte], blijkt uit een nadien gevolgd incident op 29 april 2012 waarbij[verdachte] [medeverdachte] heeft geschopt vanwege een ruzie om geld en haar eigen verklaring ter zitting dat ze wel vaker ruzie hadden. Met name moet haar worden aangerekend dat zij geen hulp heeft gezocht op momenten dat ze daar wel gelegenheid toe had, bijvoorbeeld toen ze buiten aan het wandelen was met de hond, toen ze die nacht alleen was met haar telefoon en toen ze de volgende ochtend op haar werk was.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte zo nauw en bewust met zijn medeverdachte heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de onder 2 ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheid “terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad”. Immers, zoals reeds onder 1 is overwogen, is [slachtoffer] overleden door de toediening van de GHB en verstikking en aldus door een andere oorzaak dan door de vrijheidsberoving. Derhalve kan niet worden vastgesteld of het overlijden van [slachtoffer] rechtstreeks het gevolg is van de vrijheidsberoving.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 februari 2012 in Rheden zag[verdachte] € 1.000,- in de portemonnee van [slachtoffer]. Ze zei dit tegen [medeverdachte], waarop deze zei dat ze het eruit moest pakken. Vervolgens heeft[verdachte] het geld uit de portemonnee van [slachtoffer] gehaald.14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat hooguit de diefstal op zich kan worden bewezen, maar in ieder geval niet het geweld.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen dat het in de tenlastelegging opgenomen geweld is gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, dan wel om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Er is weliswaar geweld gebruikt tegen [slachtoffer], maar niet met het hiervoor genoemde oogmerk. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan diefstal.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

zij in de periode van 29 februari 2012 tot en met 20 maart 2012

in de gemeente, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, hierin bestaande dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- op die [slachtoffer] in een woning (aan de [adres 2]) een vuurwapen,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of met een vuurwapen in de

richting van die [slachtoffer] heeft/hebben geschoten en

- die [slachtoffer] (met tie-rips) aan handen en/of voeten heeft/hebben gekneveld

en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben belet voornoemde woning (aan de [adres 2]

) te verlaten en

- die [slachtoffer] een (grote) hoeveelheid GHB (gamma-hydroxy-boterzuur)

heeft/hebben toegediend/laten drinken en

- die [slachtoffer] (gekneveld) in (de kofferbak van) een auto heeft/hebben getild/getrokken/geduwd/gewerkt

3.

zij in de periode van 29 februari 2012 tot en met 20 maart 2012

in de gemeente Rheden tezamen en in vereniging met een met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een (grote) hoeveelheid geld (te weten ongeveer 1000 euro),

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Ten aanzien van feit 3:

Medeplegen van diefstal.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt ambulante behandeling bij een forensische kliniek.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening dient te worden gehouden met het zeer beperkte aandeel van verdachte in de feiten, met de conclusie van de deskundigen dat zij verminderd toerekeningsvatbaar is en met haar blanco strafblad. De verdediging vraagt de rechtbank te overwegen om een straf op te leggen die aansluit bij de door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd en bij de adviezen van de deskundigen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 28 mei 2013; en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 16 november 2012, betreffende verdachte; en

 een multidisciplinair rapport van drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, gedateerd 9 november 2012, en van dr.[psychiater], psychiater, gedateerd 22 oktober 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in vereniging met een ander gedurende een avond en nacht schuldig gemaakt aan opzettelijke vrijheidsberoving van een man met wie ze een conflict had. De man werd daarbij onder schot gehouden, gekneveld en kreeg GHB toegediend. Terwijl het slachtoffer van zijn vrijheid was beroofd door verdachte en de medeverdachte, hebben ze nog geld gestolen uit de portemonnee van het slachtoffer. De volgende ochtend heeft verdachte meegeholpen de man achterin de auto van haar mededader te leggen, waarbij ongewis was wat er verder met de man zou gebeuren.

Verdachte en haar mededader hebben met deze handelingen een ernstige inbreuk gemaakt op de vrijheid van [slachtoffer]. Zij hebben hem daarbij doodsangst aangejaagd en niet geschroomd hem door het maken van compromitterende foto’s en het toedienen van verdovende middelen te vernederen. Noch uit het handelen van verdachte, noch uit haar verklaringen is gebleken dat zij ook maar heeft overwogen een einde te maken aan de vrijheidsberoving. De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat zij, toen zij enkele dagen later hoorde dat het slachtoffer nooit is thuis gekomen, haar mond heeft gehouden over het gebeurde en aldus de ondragelijke onzekerheid waarin de familie verkeerde, nodeloos heeft verlengd.

Dat hun handelen was ingegeven doordat [slachtoffer] in toenemende mate een steeds ernstiger inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van verdachte kan daaraan niet afdoen. Het feit dat verdachte en haar mededader hebben gemeend in deze voor eigen rechter te kunnen spelen is een ernstige aantasting van de rechtsorde.

Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte blijkt dat zij nog niet eerder door een strafrechter is veroordeeld.

Omtrent verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, en dr.[psychiater], psychiater, respectievelijk gedateerd 9 november 2012 en 22 oktober 2012, waarin zij concluderen dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten sprake was van zwakbegaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven met ontwijkende, afhankelijke en borderline trekken. De combinatie van zwakbegaafdheid en de persoonlijkheidsstoornis hebben het verdachte moeilijk gemaakt om ten tijde van het tenlastegelegde tegen de wensen van haar partner in te gaan. Haar gedrag kan echter niet alleen vanuit haar stoornis worden verklaard en verdachte had gedurende de nacht wel andere keuzes kunnen maken. Alles overwegend moet verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, passend en geboden is. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat mocht inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij polikliniek Kairos of soortgelijke ambulante forensische zorg en het accepteren van ambulante woonbegeleiding.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 112.303,69.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 1.000,-, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat enkel het gestolen geldbedrag van € 1.000,- voor toewijzing in aanmerking komt. Voor het geval de rechtbank verdachte schuldig acht aan betrokkenheid bij het overlijden van de heer [slachtoffer], dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat met name de post van € 98.708,- zodanig veel vragen oproept en complex is dat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van [benadeelde] tot een bedrag van € 1,000,- is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering omdat dit deel van de vordering niet rechtstreeks is toegebracht door enig bewezenverklaard feit.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 maart 2012.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 47, 57, 282 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 1 (één) jaar niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich op uitnodiging van de reclassering zal melden bij de Reclassering Nederland, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  2. zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij de ambulante polikliniek Kairos of soortgelijke ambulante forensische zorg op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor de persoonlijkheidsstoornis NAO met ontwijkende, afhankelijke borderline trekken;

  3. ambulante woonbegeleiding accepteert.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de medeverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde], te betalen € 1.000,- (duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], te betalen € 1.000,- (duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

  • -

    Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. C. van Linschoten (voorzitter), mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. F.J.H. Hovens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, Team Grootschalige Opsporing Vijver, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07TGO12004 Vijver, gesloten op 5 december 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1057 en 1058.

3 Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1058 en 1062.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1058 en 1074.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1058, 1063 en 1064.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1058.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1059.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1059 en 1060.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4282.

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige[benadeelde], p. 309 en proces-verbaal van bevindingen, p. 4080 en 4081.

11 Een rapport van het NFI, p. 4332 en een rapport van het NFI, p. 4348.

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013.

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2013.

14 Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris op 6 mei 2013 en proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1098.