Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:1485

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
05-07-2013
Zaaknummer
: 06/850783-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:9416, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zwendel met telefoonabonnementen leidt niet tot veroordelingen wegens mensenhandel, maar in sommige gevallen wel tot veroordelingen wegens oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/850783-12

Uitspraak d.d. 4 juni 2013

Tegenspraak ex artikel 279 Sv.

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortedag],

wonende te[adres]

Raadsvrouw: mr. L. Thomson, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

22 mei 2013 en 29 mei 2013.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [slachtoffer1]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer1]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [slachtoffer1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

  • -

    terwijl die [slachtoffer1] drugsverslaafd is geweest en/of

  • -

    terwijl die [slachtoffer1] recent in een afkickkliniek had gezeten en/of

  • -

    terwijl de verstandelijke vermogens van die [slachtoffer1] beneden gemiddeld zijn

en/of

- terwijl die [slachtoffer1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

- tegen die [slachtoffer1] gezegd dat hij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen

en/of

- terwijl die [slachtoffer1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders komen er

problemen", en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd dat het/de abonnement(en) en/of contract(en) uit

het archief gehaald zou gaan worden en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

  • -

    die [slachtoffer1] (meerdere malen) in de auto vervoerd en/of

  • -

    met die [slachtoffer1] naar de Belcompany en/of Hi-winkel en/of T-Mobile en/of

Telfort, althans een of meer telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- ( telkens) nadat die [slachtoffer1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[slachtoffer1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer1] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [slachtoffer1] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 1)

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn,

in geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer1] heeft

gedwongen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [slachtoffer1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

tegen die [slachtoffer1] heeft/hebben gezegd dat hij meerdere, althans één

telefoonabonnement(en) moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen

en/of

- terwijl die [slachtoffer1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [slachtoffer1] heeft/hebben gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders

komen er problemen", althans woorden van gelijke dreigende strekking en/of

aard;

(zaaksdossier 1)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 17 februari 2010 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer1] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s), in elk geval van

enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- terwijl die [slachtoffer1] in de auto zit bij verdachte en/of diens mededader(s),

tegen die [slachtoffer1] gezegd dat hij meerdere, althans één telefoonabonnement(en)

moest afsluiten, omdat hij anders problemen zou krijgen en/of

- terwijl die [slachtoffer1] bang was dat hij in elkaar geslagen zou worden en/of dat

zijn familie bedreigd zou worden en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd 'Mondje dicht en geen politie, anders komen er

problemen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd dat het contract uit het archief gehaald zou gaan

worden en/of

- tegen die [slachtoffer1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- ( telkens) nadat die [slachtoffer1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[slachtoffer1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- waardoor die [slachtoffer1] werd bewogen tot afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [slachtoffer1] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot

en met 18 maart 2010 te Deventer en/of te Apeldoorn, in elke geval (telkens)

in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [slachtoffer2]

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer2]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [slachtoffer2] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- terwijl die [slachtoffer2] een verstandelijke beperking heeft

  • -

    met die [slachtoffer2] besproken dat zij geld nodig had en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen

zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en/of

- aan die [slachtoffer2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

  • -

    die [slachtoffer2] vervoerd met de auto en/of

  • -

    met die [slachtoffer2] naar KPN en/of Belcompany, althans een of meer

telefoonwinkel(s) is gegaan en/of

- ( telkens) nadat die [slachtoffer2] een telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer2] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [slachtoffer2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte

en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [slachtoffer2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 2)

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot

en met 18 maart 2010 te Deventer en/of te Apeldoorn, in elke geval (telkens)

in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer2] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans één mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [slachtoffer2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen

zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en/of

- aan die [slachtoffer2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s),

- waardoor die [slachtoffer2] werd bewogen tot afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en),

- terwijl die [slachtoffer2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte

en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [slachtoffer2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 2)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [slachtoffer3],

(lid 1, onder 1°)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer3],

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [slachtoffer3] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

  • -

    aan die [slachtoffer3] gevraagd of zij geld wilde verdienen en/of

  • -

    met die [slachtoffer3] afgesproken en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer3] gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd welk adres zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die de gegevens uit het systeem zou halen en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken en/of

- die [slachtoffer3] uitgescholden en/of gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet

deed wat hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar

wat aan zouden doen en/of

  • -

    die [slachtoffer3] (meerdere malen) in de auto vervoerd en/of

  • -

    met die [slachtoffer3] naar de KPN en/of de Belcompany, althans een of meer

telefoonwinkel(s) gegaan en/of

- ( telkens) nadat die [slachtoffer3] een telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of de mobiele telefoon(s) ingenomen en/of

- door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer3] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden en/of

- terwijl die [slachtoffer3] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 3)

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer3] heeft gedwongen

tot de afgifte van meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of diens mededader(s)

- tegen die [slachtoffer3] heeft/hebben gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [slachtoffer3] heeft/hebben gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte,

en/of diens mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken

en/of

- die [slachtoffer3] heeft/hebben uitgescholden en/of tegen die [slachtoffer3] heeft/hebben

gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet deed wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar wat aan zouden doen;

(zaaksdossier 3);

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere tijdstippen of omstreeks 18 maart 2010 te Deventer en/of te

Apeldoorn, althans in elk geval (telkens) Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer3] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

  • -

    aan die [slachtoffer3] gevraagd of zij geld wilde verdienen en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer3] gezegd dat zij meerdere, althans één,

telefoonabonnement(en) af moest sluiten op haar naam en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd welk adres zij moest opgeven bij de

telefoonwinkel(s) en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader(s) iemand

kende(n) die de gegevens uit het systeem zou halen en/of

- tegen die [slachtoffer3] gezegd dat ze moest doen wat hij, verdachte, en/of diens

mededader(s) zei(den), want anders zouden ze haar huis opzoeken en/of

- die [slachtoffer3] uitgescholden en/of gezegd dat ze de lul zou zijn als ze niet

deed wat hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wilde(n) en/of dat ze haar

wat aan zouden doen,

- waardoor die [slachtoffer3] werd bewogen tot de afgifte van meerdere, althans één,

mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van meerdere,

althans één, telefoonabonnement(en) en/of

- terwijl die [slachtoffer3] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 3)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 27 januari 2011 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten,[slachtoffer4]

(lid 1, onder 1°),

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing

en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer4]

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden

en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie

die [slachtoffer4] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot

het verrichten van arbeid en/of diensten

en/of

de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of

geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met

geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie, enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s), wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [slachtoffer4] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of diens mededader(s)

- via msn aan die [slachtoffer4] gevraagd of hij gemakkelijk geld wilde verdienen

en/of

  • -

    met die [slachtoffer4] afgesproken en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij 500 euro kon verdienen door zes, althans

meerdere, telefoonabonnement(en) af te sluiten en/of vervolgens het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) aan hem, verdachte, en/of diens

mededader(s) af te geven en/of

- tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s)

ervoor zou(den) zorgen dat [slachtoffer4] naam uit het systeem zou worden

verwijderd zodat hij geen rekeningen zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij een ander adres moest opgeven dan zijn

eigen adres, bij de telefoonwinkel(s) en/of

  • -

    met die [slachtoffer4] naar een of meer telefoonwinkel(s) gegaan en/of

  • -

    telkens) nadat die [slachtoffer4] het telefoonabonnement had afgesloten het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) ingenomen en/of van die [slachtoffer4]

gekregen en/of

- terwijl die [slachtoffer4] een bedrag van 280 euro heeft ontvangen van verdachte

en/of diens mededader(s) en/of

- terwijl die [slachtoffer4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 9)

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerder tijdstippen op of omstreeks 27 januari 2011 te Apeldoorn, in

elk geval (telkens) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of diens mededader(s) en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer4] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere, althans een mobiele telefoon(s) en/of

contract(en), in elk geval van enig goed,

en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte en/of diens mededader(s) (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid

- via msn gevraagd aan die [slachtoffer4] gevraagd of hij gemakkelijk geld wilde

verdienen en/of

  • -

    met die [slachtoffer4] afgesproken en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij 500 euro kon verdienen door zes, althans

meerdere, telefoonabonnementen af te sluiten en/of vervolgens het/de

contract(en) en/of mobiele telefoon(s) aan hem, verdachte en/of diens

mededader(s) af te geven en/of

- tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s)

ervoor zou(den) zorgen dat [slachtoffer4] naam uit het systeem zou worden

verwijderd zodat hij geen rekeningen zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij een ander adres moest opgeven dan zijn

eigen adres, bij de telefoonwinkel(s),

  • -

    waardoor die [slachtoffer4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of

  • -

    terwijl die [slachtoffer4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft

ontvangen;

(zaaksdossier 9)

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding tot het onderzoek

Naar aanleiding van diverse meldingen van frauduleuze praktijken rondom het afsluiten van telefoonabonnementen in onder meer Apeldoorn werd door de recherche Apeldoorn in oktober 2011 een onderzoek gestart.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 t/m 4 telkens primair tenlastegelegde (mensenhandel). Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van haar schriftelijk requisitoir.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van alle feiten integrale vrijspraak dient te volgen. Ter zitting heeft zij het standpunt van de verdediging nader uiteengezet. Door de raadsvrouw is onder meer – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte ontkent op enigerlei wijze dwang en/of geweld of dreiging daarmee te hebben uitgeoefend en dat daarvoor ook geen steun is te vinden in andere bewijsmiddelen. Dit geldt eveneens voor het gestelde feitelijk overwicht dan wel afpersing of oplichting. Verdachte heeft evenmin weet gehad van enige misleiding, te minder nu hij zelf op een vergelijkbare wijze in het verleden telefoonabonnementen heeft afgesloten. Er is geen sprake geweest van uitbuiting.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak mensenhandel (telkens primair, feiten 1-4)

Door de officier van justitie is er voor gekozen om de feiten (het doen afsluiten van telefoonabonnementen ter verkrijging van telefoontoestellen) primair ten laste te leggen als (een vorm van) mensenhandel.

Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 9 december 2004, waarbij artikel 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (later vernummerd tot 273f) is ingevoerd, is bij mensenhandel steeds sprake van een vorm van uitbuiting. ‘Mensenhandel is (gericht op) uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op deze integriteit en vrijheid’. Daarbij past ook dat de strafbaarstelling van mensenhandel is geplaatst in titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. De delictsomschrijving in het eerste lid, aanhef en onder 4, van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarop de tenlastelegging (steeds) is toegesneden, heeft haar oorsprong in de Wet van 9 december 1993 waarbij artikel 250ter (oud) Sr werd gewijzigd. Uit de Memorie van Toelichting en de Memorie van Antwoord bij dat wetsvoorstel blijkt ook dat volgens de wetgever sprake moet zijn van een ‘uitbuitingssituatie’.

De vraag of en zo ja wanneer sprake is van uitbuiting is volgens de Hoge Raad niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat door de tewerksteller wordt behaald (HR 27 oktober 2009, LJN: BI7099). Verder dient het oogmerk van de dader om het slachtoffer in een uitbuitingssituatie te brengen of te houden, in te houden dat het slachtoffer in een situatie wordt gebracht of gehouden waarin het redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan zich te laten exploiteren.

In deze strafzaak zijn diverse aangevers voor de gek gehouden door het verhaal van verdachte(n) dat, nadat zij op hun (aangevers’) naam telefoonabonnementen met gratis toestellen hadden afgesloten, hun (aangevers’) namen later uit de systemen zouden worden verwijderd. Deze handelwijze kan nog niet tot een bewezenverklaring van een op mensenhandel toegesneden tenlastelegging leiden. Weliswaar beschermt artikel 237f van het Wetboek van Strafrecht mensen tegen uitbuiting, die onder meer de in dit geval voor verdachte verrichte diensten kan omvatten, maar naar het oordeel van de rechtbank moet ook zulk handelen beoordeeld worden in de context van de door de wetgever met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht nagestreefde bescherming van de geestelijke en lichamelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid. Die te beschermen belangen zijn hier naar het oordeel van de rechtbank niet in het geding, zodat ook niet kan worden gezegd dat een uitbuitingssituatie, zoals de wetgever die heeft bedoeld en voor ogen heeft gestaan, zich hier voordoet. Daarbij speelt een rol dat bij het vervolgde handelen tussen de aangevers enerzijds en verdachte en/of zijn medeverdachte(n) anderzijds steeds sprake is geweest van relatief kortdurende contacten. Bovendien kan niet bewezen worden dat de aangevers door alleen het gebruik van misleiding als dwangmiddel een reële vrije keuze om de telefoonabonnementen al dan niet af te sluiten, is onthouden.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de hem (telkens primair) ten laste gelegde (varianten van) mensenhandel. De rechtbank zal derhalve in het kader van het steeds primair ten laste gelegde niet tot een nadere bespreking van de afzonderlijke dwangmiddelen komen. Bij beoordeling van de (meer) subsidiair ten laste gelegde feiten zal daarop waar nodig, wel worden ingegaan.

Vrijspraak afpersing feit 1 subsidiair, feit 3 subsidiair

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de hem onder 1 subsidiair en onder 3 subsidiair ten laste gelegde afpersing, nu zij deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen acht. Daartoe wordt het volgende overwogen:

[slachtoffer1] feit 1 subsidiair

Tegenover de verbale bedreigingen waarover [slachtoffer1] in zijn aangifte verklaart, staan de in zoverre ontkennende verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte. De rechtbank heeft mede daarom niet de overtuiging gekregen dat [slachtoffer1] door (bedreiging met) geweld is bewogen tot de afgifte van mobiele telefoons aan verdachte en zijn medeverdachte.

[slachtoffer3] feit 3 subsidiair

Dat het afsluiten door [slachtoffer3] van telefoonabonnementen onder dwang of bedreiging zou hebben plaatsgevonden, zoals zij zegt, vindt volgens de officier van justitie steun in het relaas van de politie over het aanspreken van [slachtoffer3] op 8 maart 2010 bij een winkel van T‑Mobile (waarbij werd waargenomen dat haar handen en benen trilden en zij aangaf te zijn geschrokken van (de komst van) de politie). Dit relaas overtuigt de rechtbank echter niet. Het gedrag van aangeefster kan ook zijn ingegeven doordat zij besefte dat er iets mis was met het aldus afsluiten van een telefoonabonnement, terwijl zij zowel in/bij de winkel als op het politiebureau tegen de politie heeft gezegd dat er niets aan de hand was.

Vrijspraak oplichting feit 3 meer subsidiair

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen de oplichting die verdachte onder 3 meer subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt:

Tegen [slachtoffer3] (feit 3 meer subsidiair) is gezegd dat verdachte dan wel zijn medeverdachte iemand kende die de gegevens uit het systeem zou halen, waarna aangeefster naar eigen zeggen echter te kennen heeft gegeven daar niet in te trappen. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat oplichting niet bewezen kan worden, nu niet bewezen kan worden verklaard dat [slachtoffer3] door enig oplichtingsmiddel is bewogen tot het aangaan van één of meer telefoonabonnementen.

Bewezenverklaring oplichting feit 1 meer subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 4 subsidiair

Vast is komen te staan dat verdachte en zijn medeverdachte derden hebben bewogen om op hun naam telefoonabonnementen af te sluiten en de daarbij verkregen (gratis) telefoons aan de verdachte of de medeverdachte af te staan in ruil voor een geldelijke beloning. De rechtbank heeft (dus) niet met voldoende zekerheid kunnen vaststellen dat daarbij enige vorm van dwang is toegepast.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de hier aan de orde zijnde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden:

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair

Op 9 maart 2010 werd door [slachtoffer1] aangifte2 gedaan tegen [verdachte] en diens neef. Hij werd op 17 februari 2010 gebeld op zijn mobiele telefoon door [verdachte]. Hij kende [verdachte] alleen van gezicht – [verdachte] had verkering gehad met zijn buurmeisje – en had vóór 17 februari 2010 nooit persoonlijk met hem gesproken. [verdachte] belde hem om te vragen hoe het met hem ging en vroeg of hij even langs mocht komen. Heel snel daarop stond [verdachte] al bij hem voor de deur ([adres]), terwijl hij [verdachte] zijn adres niet had gegeven. [verdachte] was met een licht blauwe Ford Ka en stelde voor om in de auto te gaan zitten praten. Hij is toen bij [verdachte] achterin de auto gestapt en zag toen dat er iemand anders achter het stuur zat, waarvan [verdachte] zei dat het zijn neef was.

Meteen nadat hij was ingestapt reden ze weg en toen hij vroeg waarom ze wegreden hoorde hij [verdachte] zeggen dat hij telefooncontracten ging afsluiten.

Ze zijn daarop naar een woning aan de [adres] gereden. De neef stapte uit en kwam terug met een papiertje met daarop twee adressen. De neef zei dat hij het bovenste adres, [adres], moest opgeven bij de telefoonwinkels als zijn adres. Ze zijn daarop naar de Belcompany aan de Europaweg gereden. [verdachte] zei hem dat hij een contract moest afsluiten en dat hij een zwarte HTC 2 moest vragen. [verdachte] is met hem de winkel ingelopen en is de hele tijd naast hem blijven staan, terwijl de neef in de winkel rondliep. Hij heeft bij de Belcompany een contract afgesloten en toen hij weer buiten de winkel was heeft hij de tas met daarin de telefoon en daarin het contract aan [verdachte] afgegeven.

Hierna zijn ze weer in de auto gestapt en zijn ze naar de stad gereden, waar ze naar de Hi‑winkel aan de Hoofdstraat zijn gegaan. In de Hi-winkel moest hij een abonnement afsluiten voor een HTC 2 en een abonnement voor een Nokia. [verdachte] en die neef waren meegelopen in de winkel en stonden om de beurt naast hem bij het afsluiten. Na het afsluiten van de contracten pakte een van beiden de door het personeel klaargelegde tas met telefoon aan. Ze zijn vervolgens naar de winkel van T-Mobile aan de Hoofdstraat hoek Deventerstraat gelopen. Voor de winkel van T-Mobile werd hem door de neef verteld dat hij een contract moest afsluiten voor een iPhone 16 gig. Hij is daarop de winkel binnengegaan en heeft het contract afgesloten, terwijl [verdachte] naast hem bleef staan en de neef in en uit liep. Buiten de winkel heeft hij de tas aan [verdachte] afgegeven.

Van die neef moest hij vervolgens nog bij Telfort aan de Hoofdstraat nog een abonnement voor een HTC 2 afsluiten.

Ook hier zijn beiden mee de winkel ingelopen. Hij heeft in de winkel het contract afgesloten en toen ze weer buiten de winkel waren werd de tas met de telefoon van hem afgepakt. Ze zijn vervolgens naar de auto gelopen en naar het huis aan de [adres] gereden, waar hij vervolgens mocht uitstappen. Hij zag dat de neef met alle tassen met de telefoons het huis aan de [adres] binnenliep en vervolgens zonder tassen terugkwam. Van de neef kreeg hij ook te horen dat hij (de neef) de contracten uit het archief zou halen en dat er dan niet bekend zou zijn dat hij die contracten had afgesloten. Op 7 maart 2010 werd hij gebeld door de neef van [verdachte]. De neef vertelde hem dat hij hem (aangever) uit het systeem had gehaald, waarop hij tegen de neef heeft gezegd dat dat niet waar was en dat hij nu met een enorme schuld zat opgescheept.

Hij heeft geen rekeningen gekregen van de telefoonmaatschappijen, omdat hij het adres [adres] te Apeldoorn had opgegeven, maar hij kreeg wel de afschrijvingen van zijn bankrekening. Hij heeft toen zijn ouders ingelicht. Hij heeft helemaal niets voor het afsluiten van de telefooncontracten gekregen.

In het dossier is opgenomen een aantal contracten ten name van [slachtoffer1] op het adres [adres] te Apeldoorn (met):

- KPN: aanvraag mobiele telefoonsluiting [nr], abonnement Hi betreffende een HTC HD2, ingangsdatum 17 februari 2010, contracttermijn 2 jaar3;

- KPN: aanvraag mobiele telefoonsluiting [nr], abonnement Hi betreffende een Nokia x6 32GB, ingangsdatum 17 februari 2010, contracttermijn 2 jaar4;

- aanvraagformulier particuliere klant T-Mobile [nr], abonnement Apple iPhone 16 GB BK 3 GS, gedateerd 17 februari 20105 contracttermijn 2 jaar;

- overeenkomst Particuliere contractant Telfort[nr], abonnement Telfort Belbundel 2008, contracttermijn 24 maanden, gedateerd 17 februari 20106.

Door de politie is een aanvullend proces-verbaal7 opgemaakt, onder meer over de twee contracten bij KPN, waar onder aan als datum op de documenten is vermeld 8 maart 2010. Navraag bij de functioneel manager van de Hi-winkel leerde dat de datum van 8 maart 2010 de datum is waarop de contracten zijn uitgeprint. Vermoedelijk is aangever later terug gekomen om de contracten op te vragen en dat zal op 8 maart 2010 zijn geweest.

[verdachte] heeft verklaard8dat hij [slachtoffer1] vanaf 2010 kent van het [naam ROC]. Hij kent [slachtoffer1]niet erg goed, hij zag hem enkel af en toe op school. Toen dat met die telefoons van [slachtoffer1]gebeurde, had [betrokkene5] die lichtblauwe Ford Ka bij zich. [betrokkene5] is met [slachtoffer1]gaan praten. [betrokkene5] zei vervolgens dat hij met [slachtoffer1]geld ging maken. [betrokkene5] heeft hem – [verdachte] – daarop gevraagd [slachtoffer1]te bellen, wat hij ook heeft gedaan. [betrokkene5] heeft [slachtoffer1]uitgelegd hoe en wat, dat hij geld kon verdienen maar dan zijn bankpas en legitimatie moest meenemen. Er is toen een afspraak gemaakt voor de volgende dag. [betrokkene5] heeft hem gevraagd of hij ([verdachte]) ook meeging en dat hij dan ook geld kreeg. Ze hebben met de auto [slachtoffer1]opgehaald voor zijn huis. [betrokkene5] heeft tegen [slachtoffer1]gezegd dat hij iemand kende die alles voor [slachtoffer1]ging regelen, dat [slachtoffer1]telefoons zou krijgen en geen problemen.

Zij zijn met de auto naar de stad gereden en zijn gedrieën de Telfort‑winkel binnengegaan. [betrokkene5] had al een telefoon uitgekozen en heeft tegen [slachtoffer1]gezegd welk abonnement hij moest nemen. [slachtoffer1]heeft vervolgens dat abonnement afgesloten. [betrokkene5] heeft [slachtoffer1]gevraagd of hij nog een abonnement kon afsluiten, dan zou hij die telefoon ook van [slachtoffer1]kopen. Hij ([verdachte]) is zelf weer in de auto gaan zitten. [betrokkene5] is daarna nog met [slachtoffer1]naar een andere telefoonwinkel geweest. [slachtoffer1]kwam met drie telefoons terug. De toestellen heeft [slachtoffer1]verkocht aan [betrokkene5]. Dat was een Blackberry voor € 150,- en twee andere telefoons voor € 250,- per stuk. [verdachte] ontkent dat [slachtoffer1]is gedwongen of bedreigd voor het afsluiten van de telefoonabonnementen. [slachtoffer1]heeft er geld voor gekregen en is niet onder druk gezet.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld. Beoordeeld moet worden of er sprake is van oplichting zoals onder feit 1 meer subsidiair is ten laste gelegd.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer1] door hem valselijk, listiglijk danwel bedrieglijk en in strijd met de waarheid te vertellen dat het (telefoon)contract uit het archief zou worden gehaald en te zeggen welk adres hij moest opgeven bij de telefoonwinkels.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair

Op 25 februari 2010 verscheen er op het politiebureau te Apeldoorn een persoon die aangifte wilde doen. Zij heeft toen aangegeven dat zij die dag samen met ene [betrokkene1] een drietal telefoonabonnementen had afgesloten en dat [betrokkene1] haar voor de telefoons € 100,- had betaald en vervolgens was verdwenen. Aangeefster werd op dat moment door de politie teruggestuurd naar de zorginstelling waar zij verbleef aangezien het een civiele kwestie betrof. De persoon in kwestie betrof [betrokkene1]9.

In het kader van het door de politie ingezette onderzoek werd een werknemer van de KPN‑winkel in Deventer gehoord. Deze werknemer ([betrokkene2]) kon zich herinneren dat er op 25 februari 2010 een negroïde meisje, [slachtoffer2], in de winkel was gekomen om telefoonabonnementen op te zeggen om dat zij deze abonnementen onder dwang had afgesloten. Naar aanleiding hiervan is door de politie contact gezocht met [slachtoffer2].

Door [betrokkene1] is op 5 september 2012 aangifte gedaan. Zij heeft verklaard10 dat zij op 25 februari 2010 aangifte had willen doen. In die tijd was zij via een vriendin, [betrokkene3], in contact gekomen met twee jongens, ene [verdachte] en een Joegoslavische jongen uit Apeldoorn Zuid waarvan zij de naam niet weet. Zij had geld nodig en [betrokkene3] wist een manier hoe zij aan geld kon komen. Die beide jongen konden haar daar bij helpen. Met de beide jongens had zij de dag ervoor een ontmoeting op het marktplein in Apeldoorn. Allebei de jongens hebben haar uitgelegd wat zij moest doen en hoe het zou werken. De Joegoslavische jongen was degene die overal het initiatief in nam. Die jongen zei tegen haar dat als zij tenminste tien abonnementen zou afsluiten zij daarvoor geld zou krijgen. Hij kende een vriend bij een telefoonzaak. Die vriend zou de abonnementen uit het systeem halen, zodat zij geen abonnementen op haar naam zou krijgen. Aangeefster dacht dat het wel goed zou zijn, want hoe hij het uitlegde, kwam voor haar overtuigend over.

De volgende dag werd zij door de Joegoslavische jongen en [verdachte] opgehaald met een auto en samen zijn zij naar Deventer gegaan naar de KPN‑winkel. Zij is samen met [verdachte] de KPN‑winkel ingegaan. [verdachte] had haar kort daarvoor uitgelegd wat zij moest doen en gaf haar een papiertje met een adres dat zij moest opgeven bij het afsluiten van het telefooncontract. Zij moest het adres[adres] opgeven omdat zij later uit het systeem gehaald moest worden. Dit vertelde zowel [verdachte] als de Joegoslavische jongen. In de winkel heeft zij een telefoonabonnement afgesloten. Het winkelpersoneel keek nog wel raar om dat zij zelf eigenlijk niet veel zei en [verdachte] haar elke keer influisterde wat zij moest doen. Toen zij het abonnement had afgesloten en naar buiten ging moest zij de telefoon en het contract aan [verdachte] afgeven.

Daarna is zij nog in een aantal andere telefoonwinkels in Deventer geweest om abonnementen af te sluiten, maar dat is mislukt, de ene keer omdat het personeel zag dat zij al een abonnement had afgesloten en de andere keer omdat het personeel vermoedelijk de beide jongens had herkend. Vanuit Deventer zijn ze vervolgens naar Apeldoorn gegaan. Zij dacht toen dat er iets niet klopte. In Apeldoorn zij twee abonnementen afgesloten, één voor een Iphone bij de Belcompany richting Ugchelen en één bij de Belcompany in de stad voor een HTC. In totaal heeft zij drie telefoonabonnementen afgesloten en heeft daarvoor € 150,- gekregen.

Uit een schuldenoverzicht11 van bewindvoerderskantoor Kroezen blijkt dat aangeefster [slachtoffer2] een schuld heeft bij T-Mobile van € 1524,32 en aan KPN van € 2.490,63.

In het dossier is voorhanden een contract12 ten name van aangeefster [slachtoffer2] op het adres [adres] te Apeldoorn, ziende op een Aanvraag mobiele telefoonaansluiting KPN betreffende het nummer [nr], gedateerd 25 februari 2010.

Door de medeweker van de KPN‑winkel in Deventer is verklaard13 dat hij op 18 maart 2010 een man en een vrouw de KPN‑winkel aan de Lange Bisschopstraat te Deventer zal binnen komen. Hij herkende de man als de man die ook al op 25 februari 2010 samen met een negroïde meisje [slachtoffer2] een abonnement in de winkel had afgesloten. Zijn collega[collega]vertrouwde het meteen al niet. [slachtoffer2] is de dag daarop terug gekomen omdat zij onder dwang het abonnement had afgesloten. Nu – 18 maart 2010 – kwam deze man met een ander meisje de winkel ingelopen. [collega] herkende de man ook. Het meisje ging mee in alles wat de man zei. Getuige hoorde dat de man zei dat het meisje op zoek was naar een ander abonnement. Als [collega] iets vroeg aan het meisje, keek het meisje eerst naar die man, die vervolgens antwoordde. Omdat [collega] het niet vertrouwde zei ze dat het telefoontoestel wat ze wilden hebben niet op voorraad was en dat de zou bellen als het weer op voorraad was. De man en de vrouw verlieten daarop de winkel.

Hij zag vervolgens in de Lange Bisschopstraat een kale man staan met gladgeschoren hoofd en een dun lijnbaardje vanaf zijn oren naar zijn mond en daar een ringbaardje omheen, ongeveer 1.70 meter lang met een fors postuur staan met een Belcompany tas in zijn hand. Naast deze man stond nog een man van ongeveer 1.83 meter lang, slank postuur, krullend middenblond haar en een bruin petje van Louis Vuiton op met de cap naar voren. Deze mannen hoorden duidelijk bij elkaar. Die kale man herkende hij van de 25 februari 2010. Toen zag hij deze kale man samen met de eerstgenoemde man en mevrouw [slachtoffer2] in hun winkel. De kale man sprak hem toen aan en hij had het idee dat de man hem af wilde leiden van de andere man en mevrouw [slachtoffer2]. De kale man had de andere man ook nog aangesproken in de winkel. De kale man was mij toen extra opgevallen, omdat hij het genoemde baardje op zijn gezicht had getekend met een soort make‑up, dit was overduidelijk te zien. Even later zag hij de eerdergenoemde man en het meisje vanuit de richting Korte Bisschopstraat komen lopen, ongeveer veertig meter af van de kale man. Volgens getuige hoort deze kale man bij de man die met het meisje in hun zaak was. Hij zag dat de man en het meisje de T-Mobile zaak inliepen. Hij is daarna teruggelopen naar de winkel om opnieuw de politie te bellen, omdat hij vermoedde dat dat meisje onder dwang abonnementen moet afsluiten.

Nu er verscheidene leugens aan aangeefster zijn verteld over de voordelen van het afsluiten van telefoonabonnementen die bovendien niet op haar naam zouden komen te staan en er sprake is geweest van het gebruik van de list van het opgeven van een vals adres komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van deze op overtreding van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht gebaseerde tenlastelegging.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair

Op 28 april 2011 werd door [slachtoffer4]aangifte14 gedaan van oplichting. Hij heeft verklaard dat hij op 27 januari 2011 via msn werd benaderd door [verdachte] – die hij persoonlijk niet kende – met de vraag of hij op een makkelijke manier geld wilde verdienen. Diezelfde dag trof hij [verdachte] op afspraak aan de [adres] (in Apeldoorn). [verdachte] vertelde hem dat hij 500 euro kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen. Hij moest dan zes abonnementen afsluiten. [verdachte] vertelde dat een vriend van hem bij een telefooncentrale werkte en dat die vriend er voor zou zorgen dat zijn naam uit het systeem zou worden verwijderd zodat hij geen rekeningen zou ontvangen. De telefoons die hij zou ontvangen moest hij aan [verdachte] afgeven. Diezelfde middag en avond is hij in eerste instantie met [verdachte] naar twee verschillende telefoonwinkels gegaan, maar daar mislukte het om een abonnement af te sluiten toen men er achter kwam wat zijn adres was. Na deze twee mislukte pogingen is [verdachte] bij hem weggegaan en kwam [broer verdachte]. Hij kende [broer verdachte] van gezicht en wist dat het broers van elkaar waren. Hij is die middag met [broer verdachte] meerdere winkels gaan bezoeken om telefoonabonnementen te krijgen met daarbij een gratis telefoon. Alle winkels waren in Apeldoorn en hij werd afwisselend vergezeld van [verdachte] en [broer verdachte]. Het lukte hem om in aanwezigheid van [broer verdachte] die steeds mee ging de winkel in, in totaal vier abonnementen af te sluiten in twee verschillende winkels.

Dit zijn de volgende abonnementen: KPN [nr] en KPN [nr], Vodafone twee abonnementen [nr] van het vierde abonnement bij Vodafone weet hij geen telefoonnummer. In de winkels heeft hij zelf de formulieren voor de contracten ingevuld met zijn naam en de adresgegevens van zijn moeder. [verdachte] had hem gevraagd om een ander adres dan zijn eigen adres op te geven omdat hij anders geen abonnement kon afsluiten. Op de een of andere manier heeft hij zijn eigen rekening nummer opgegeven

omdat hij voor elk abonnement 1 cent moest pinnen. Tijdens het bezoek in de winkels zag hij dat [broer verdachte] op een afstand bleef kijken. Hij was wel in de winkel aanwezig.

[verdachte] heeft hem tijdens de bezoeken aan de winkels verteld dat hij de telefoons aan een jongen moest overhandigen die uit een andere plaats kwam. Hij heeft in totaal vier telefoonabonnementen afgesloten en heeft vier telefoons ontvangen die hij aan [verdachte] heeft gegeven. Bij de telefoonabonnementen ontving hij de Samsung Galaxy S. Hij heeft van [verdachte] 280 euro ontvangen. Na 27 januari 2011 heeft hij [verdachte] en [broer verdachte] niet meer gezien en gesproken. Hij heeft van KPN en Vodafone rekeningen ontvangen, dus ook het verzinsel van een kennis op de telefooncentrale was niet waar.

Door aangever zijn afschriften overhandigd van rekeningen van de KPN (ziende op twee abonnementen) en van Vodafone (ziende op één abonnement)15.

Verdachte heeft verklaard16 dat hij er op 27 januari 2011 bij was toen [slachtoffer4] telefoonabonnementen heeft afgesloten. [slachtoffer4] had problemen met geld en woonde begeleid. Hij heeft [slachtoffer4] gezegd dat hij gemakkelijk geld kon verdienen. Toen [slachtoffer4] hem vroeg hoe heeft hij gezegd dat hij abonnementen kon afsluiten en de toestellen kon verkopen. [slachtoffer4] is gelijk naar de winkel gegaan en [betrokkene4] en hij zijn meegegaan. [broer verdachte] ging later mee. [slachtoffer4] vroeg hem wat hij moest doen. Hij heeft [slachtoffer4] gezegd dat hij abonnementen moest nemen waarvan het toestel gratis was. Later vroeg [slachtoffer4] aan wie hij de toestellen kon verkopen. Hij heeft toen gezegd dat als hij geld zou meekrijgen hij de toestellen aan iemand kon verkopen. [broer verdachte] is niet mee naar binnen geweest.

[broer verdachte] heeft hierover verklaard17 dat hij geen [slachtoffer4]kent. Hij zag die dag zijn broer [verdachte], [betrokkene4] en een onbekende jongen bij de Apple winkel staan. Die onbekende jongen had piercings en had een gothic uiterlijk. Hij is samen met die jongens naar de stad gelopen. De onbekende jongen ging een winkel in omdat hij een telefoon wilde kopen. Die onbekende jongen vertelde dat hij wel eens drugs gebruikte. Met wat die jongen in de winkel heeft gedaan, heeft hij niets te maken.

De rechtbank komt op het grond van het vorenstaande tot een bewezenverklaring van de navolgende feiten.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen op 17 februari 2010 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer1] heeft bewogen

tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en),

en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen

hebbende verdachte en/of zijn mededader (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    tegen die [slachtoffer1] gezegd dat het contract uit het archief gehaald zou gaan worden en

  • -

    tegen die [slachtoffer1] gezegd welk adres hij moest opgeven bij de telefoonwinkels en/of

- ( telkens) nadat die [slachtoffer1] het telefoonabonnement had afgesloten tegen die

[slachtoffer1] gezegd dat hij de tas met de telefoon moest afgeven,

- waardoor die [slachtoffer1] werd bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contracten en het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen,

- terwijl die [slachtoffer1] rekeningen van de telefoonmaatschappijen heeft ontvangen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2010 tot en met 18 maart 2010 te Deventer en te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer2] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en)

en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    tegen die [slachtoffer2] gezegd dat als zij tenminste tien telefoonabonnementen zou afsluiten, zij daar geld voor zou krijgen en

  • -

    tegen die [slachtoffer2] gezegd dat hij verdachte en/of diens mededader iemand kende(n) die het/de abonnement(en) uit het systeem zou halen en

  • -

    aan die [slachtoffer2] een adres gegeven dat zij moest opgeven bij de telefoonwinkel(s),

  • -

    waardoor die [slachtoffer2] werd bewogen tot afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of contract(en) en het afsluiten van meerdere telefoonabonnement(en),

  • -

    terwijl die [slachtoffer2] een bedrag van 150 euro heeft ontvangen van verdachte en/of diens mededader en

  • -

    terwijl die [slachtoffer2] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft ontvangen;

4.

hij op tijdstippen op 27 januari 2011 te Apeldoorn

(telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer4] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere mobiele telefoons en/of

contract(en)

en

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en)

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

  • -

    via msn gevraagd aan die [slachtoffer4] gevraagd of hij gemakkelijk geld wilde verdienen en

  • -

    met die [slachtoffer4] afgesproken en

  • -

    tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij 500 euro kon verdienen door zes telefoonabonnementen af te sluiten en vervolgens het/de contract(en) en/of mobiele telefoons aan hem, verdachte af te geven en

  • -

    tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij, verdachte ervoor zou zorgen dat [slachtoffer4] naam uit het systeem zou worden verwijderd zodat hij geen rekeningen zou krijgen en

  • -

    tegen die [slachtoffer4] gezegd dat hij een ander adres moest opgeven dan zijn eigen adres bij de telefoonwinkels,

  • -

    waardoor die [slachtoffer4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en

  • -

    terwijl die [slachtoffer4] wel rekeningen van de telefoonmaatschappij heeft

ontvangen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

  1. meer subsidiair en 2 subsidiair telkens: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

  2. subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake de door haar bewezenverklaarde geachte feiten (feiten 1 t/m 4 telkens het primair tenlastegelegde) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De officier heeft daarbij met name laten wegen de ernst van de gepleegde feiten. Verdachte heeft over de ruggen van anderen veel geld verdiend, terwijl die personen daarna in een ongelofelijke ellende belandden die zich over jaren uitstrekt. In totaal zijn 15 abonnementen afgesloten, waarbij elk feit op zich qua strafmaat in de visie van het openbaar ministerie vergelijkbaar is met het oriëntatiepunt dat in het kader van het LOVS wordt gehanteerd voor woninginbraken. Het strafblad van verdachte is in deze weinig relevant. Aangezien het om een samenloop van verschillende feiten van al wat oudere feiten gaat, is een straf zoals geëist op zijn plaats.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat in geval de rechtbank tot enige bewezenverklaring mocht komen acht dient te worden geslagen op de omstandigheid dat het oude feiten betreft en de zaak onnodig lang stil heeft gelegen, hetgeen aan het openbaar ministerie kan worden toegerekend. Verdachte heeft thans zijn leven weer op de rails en heeft werk.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich al dan niet met een ander diverse keren schuldig gemaakt aan oplichting. Aangevers was voorgespiegeld dat zij makkelijk snel geld konden verdienen en niets meer van de zaak zouden horen, omdat hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald. Nadien zijn aangevers echter toch geconfronteerd met vorderingen van de telefoonmaatschappijen in verband met de door hen afgesloten abonnementen. Hoewel de aangevers wel konden vermoeden dat bepaalde zaken niet pluis waren, zijn zij door verdachte en/of zijn mededader bewogen tot het aangaan van telefoonabonnementen en hebben zij de daardoor verkregen telefoons afgegeven aan verdachte danwel zijn mededader. Dat daardoor voor hen financieel nadeel is ontstaan is evident. Verdachte en/of zijn mededader hebben zich kennelijk laten leiden door het snelle en makkelijke financiële gewin en hebben zich er niet om bekommerd dat dit voor de aangevers nog een gevoelig financieel gevolg zou kunnen hebben. Door toedoen van verdachte zijn ingevolge hetgeen door de rechtbank bewezen is geacht 12 telefoonabonnementen afgesloten ten koste van een drietal aangevers/slachtoffers.

Verdachte heeft een beperkt strafblad. De rechtbank houdt bij de strafoplegging op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordelingen die blijkens zijn strafblad (door de kantonrechter) aan verdachte zijn opgelegd nadat de onderhavige feiten zijn gepleegd.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat zij anders dan de officier van justitie tot een andersoortige bewezenverklaring komt van bovendien een beperkter aantal feiten. De rechtbank hanteert in beginsel als globale maatstaf voor oplichting met betrekking tot één abonnement een gevangenisstraf van vijf weken. De rechtbank acht het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf – te weten een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk – op zijn plaats. Het voorwaardelijk deel dient er toe om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw inlaat met dit soort praktijken.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 7.929,48 (materieel € 6.929,48 – rekeningen KPN, T-Mobile en Hi –, immaterieel € 1.000,00), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

[slachtoffer2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5.136,42 (materieel € 4.636,42 – rekeningen KPN, T-Mobile en Vodafoon –, immaterieel € 500,00),

te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.970,82 (materieel € 1.970,82 – abonnement Vodafoon –, immaterieel € 1.000,00),

te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen integraal kunnen worden toegewezen. De vorderingen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] zijn wat het materiële gedeelte betreft voldoende onderbouwd. De vordering van [slachtoffer3] kan wat de materiële schade betreft door de rechtbank ambtshalve worden beoordeeld op grond van de stukken die in het proces-verbaal zijn opgenomen (p. 178 tot en met p. 183). De telkens door de benadeelden gevorderde immateriële schade is in de visie van de officier van justitie eveneens voor toewijzing vatbaar, gelet op de impact die de onderhavige feiten op de betrokkenen heeft gehad. Daarnaast heeft de officier gevorderd de hoofdelijkheidsclausule toe te passen, voor zover van toepassing, en de gevorderde wettelijke rente toe te wijzen, alsmede de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen, gelet op de door haar bepleite vrijspraken, dienen te worden afgewezen althans de benadeelden niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering. De vordering van [slachtoffer3] met betrekking tot de materiële schade is niet onderbouwd, zodat ook om die reden de vordering dient te worden afgewezen danwel de benadeelde niet ontvankelijk moet worden verklaard. Voor zover de rechtbank tot een ander oordeel mocht komen heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de door [slachtoffer1] en [slachtoffer2] gevorderde immateriële schade erg hoog is, temeer er in alle gevallen geen sprake is geweest van enige vorm van dwang.

De wettelijke rente dient niet te worden toegewezen, aangezien het aan het openbaar ministerie te wijten is geweest dat het zo lang heeft geduurd alvorens de zaak op de terechtzitting is aangebracht.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer3] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij verdachte vrij zal spreken van het onder 3 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank is ten aanzien van de overige vorderingen van oordeel dat uit het dossier genoegzaam blijkt dat de gevorderde abonnementskosten rechtstreeks voortvloeien uit de verschillende bewezen verklaarde feiten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit strafproces echter niet eenvoudig vast te stellen in welke mate de schade mede het gevolg is van omstandigheden die aan de respectieve benadeelde partijen – ieder voor zich – kunnen worden toegerekend en dus op grond van artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek voor rekening van de benadeelde partij dient te blijven. Daarom zal de rechtbank de schade vaststellen op 25% van de gevorderde abonnementskosten, te weten: € 1.732,37 inzake [slachtoffer1] en € 1.284,10 inzake [slachtoffer2]. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte in ieder geval tot die bedragen aansprakelijk worden geacht. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Het meerdere kan de desbetreffende benadeelde partij via een procedure bij de burgerlijke rechter op verdachte en/of zijn mededader(s) trachten te verhalen. Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld tot vergoeding van de gevorderde wettelijke rente en in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat de genoemde benadeelde partijen immateriële schade hebben geleden ten gevolge van de bewezenverklaarde feiten die voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde partijen zullen ten aanzien van de gevorderde immateriële schade niet‑ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair, 3 primair, subsidiair en meer subsidiair en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

  1. meer subsidiair en 2 subsidiair telkens: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

  2. 4 subsidiair: oplichting, meermalen gepleegd;

en verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum en met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

Benadeelde partij Bedrag

1 [slachtoffer1]€ 1.732,37

(wettelijke rente vanaf 17 februari 2010)

2. [slachtoffer2] € 1.284,10

(wettelijke rente vanaf 18 maart 2010);

verklaart opgemelde benadeelde partijen voor het overige niet ontvankelijk in hun vorderingen;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen de hierna genoemde bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf na te melden datum, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Slachtoffer Bedrag Hechtenis

1 [slachtoffer1] € 1.732,37 13 dagen

(wettelijke rente vanaf 17 februari 2010)

2. [slachtoffer2] € 1.284,10 11 dagen

(wettelijke rente vanaf 18 maart 2010);

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 bepaalt dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag of een gedeelte daarvan is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn bevrijd;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer3] niet-ontvankelijk (feit 3) in haar vordering;

 veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer3] in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Prisse en Van der Mei, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

12 juni 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Noord- en Oost‑Gelderland, District Apeldoorn, gedateerd 24 oktober 2012, opgemaakt door hoofdagent [hoofdagent] (voor zover niet anders is vermeld).

2 Aangifte [slachtoffer1], doorgenummerde dossierpag. 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.

3 Doorgenummerde dossierpag. 23.

4 Doorgenummerde dossierpag. 24.

5 Doorgenummerde dossierpag. 65.

6 Doorgenummerde dossierpag. 73 en 74.

7 Aanvullend proces-verbaal nummer PL0620/2012143013, gedateerd 12 februari 2013 en opgemaakt door verbalisant hoofdagent [hoofdagent].

8 Verklaring [verdachte], doorgenummerde dossierpag. 96, 98, 101, 102.

9 Zaaksproces-verbaal, relaas verbalisant [hoofdagent], doorgenummerde dossierpag. 127 en 128.

10 Aangifte [slachtoffer2], doorgenummerde dossierpag. 130, 131, 132.

11 Schuldenoverzicht doorgenummerde dossierpag. 140.

12 Contract, doorgenummerde dossierpag. 142.

13 Verklaring getuige [betrokkene2], doorgenummerde dossierpag. 143, 144.

14 Verklaring [slachtoffer4], doorgenummerde dossierpag. 511, 512.

15 Doorgenummerde dossierpag. 514 en 515.

16 Verklaring [verdachte], doorgenummerde dossierpag. 527, 529 .

17 Verklaring [broer verdachte], doorgenummerde dossierpag. 536.