Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2013:1370

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-06-2013
Datum publicatie
01-07-2013
Zaaknummer
243940 KG RK 13-28
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter-commissaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige wrakingskamer

Rekestnummer: 243940 KG RK 13-28

Beslissing van 17 juni 2013 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Gelderland op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking, hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. J.S.W. Lucassen,

rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter-commissaris.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Verzoeker was partijen in de zaak tegen Attero Noord B.V. te Wijster, (nr. C/05/242608 FT RK 13-579), waarin laatstgenoemde verzocht om verzoeker in staat van faillissement te verklaren. In die zaak zijn als advocaat voor Attero Noord B.V. opgetreden mr. D. Knottenbelt en mr. T. Stouten van advocatenkantoor Houthoff Buruma te Rotterdam.

1.2.

Tijdens de behandeling van de faillissementsaanvraag op 14 mei 2013 heeft de rechter-commissaris verzoeker medegedeeld dat hij de gelegenheid krijgt om de vordering van Attero Noord B.V. vóór 16 mei 2013, 13:00 uur, giraal te voldoen, waarna verzoeker de zittingszaal is uitgelopen. De rechter-commissaris heeft de behandeling vervolgens aangehouden tot 17 mei 2013. Bij e-mailbericht van 14 mei 2013, 18:18 uur heeft verzoeker de rechtbank bericht dat hij de rechter-commissaris wraakt.

1.4.

Bij e-mailbericht van 15 mei 2013, 11:33 uur, heeft mr. Stouten de rechtbank bericht dat verzoeker de vordering van Attero Noord B.V. heeft voldaan en dat Attero Noord B.V. het verzoek tot faillietverklaring daarom intrekt.

1.3.

Verzoeker heeft op 15 mei 2013, circa 14:30 uur telefonisch aan de rechtbank bericht dat hij zijn wrakingsverzoek handhaaft.

1.4.

Bij e-mailbericht van 16 mei 2013 heeft de rechter-commissaris verklaard niet te berusten in het tegen hem gerichte verzoek tot wraking.

1.5.

Verzoeker heeft de rechtbank bij e-mailbericht van 29 mei 2013 zijn wrakingsverzoek nader toegelicht en medegedeeld dat hij niet zal verschijnen bij de behandeling daarvan.

1.6.

Het verzoek tot wraking is in aanwezigheid van de rechter-commissaris behandeld ter zitting van 3 juni 2013. Van de behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.

2 Het wrakingsverzoek

Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat de rechter-commissaris binding heeft met Houthoff Buruma via het Houthoff Buruma Training Program en door binding van de overleden echtgenote van de rechter-commissaris met Houthoff Buruma. Verzoeker stelt dat hij onder de gegeven omstandigheden niet failliet had kunnen worden verklaard. Door op de zitting van 14 mei 2013 te beslissen dat Attero Noord B.V. niet hoefde te accepteren dat verzoeker ter zitting € 25.000,00 contant aan haar zou betalen maar dat hij het geld vóór 16 mei 2013, 13:00 uur, diende over te maken op de rekening van Attero Noord B.V. heeft de rechter-commissaris zich niet als rechter geprofileerd maar als loonslaaf van Houthoff Buruma, aldus verzoeker.

3 Het standpunt van de rechter-commissaris

De rechter-commissaris heeft verklaard niet te berusten in het tegen hem gerichte verzoek tot wraking. Hij heeft betwist enige binding met het kantoor van Houthoff Buruma te hebben en niet op de hoogte te zijn van het Houthoff Buruma Training Programm. De rechter-commissaris heeft ter zitting aangegeven dat hij niet weet waar verzoeker op doelt en dat het enige wat hij kan bedenken is dat zijn overleden echtgenote tot 2006 bij Houthoff Buruma heeft gewerkt. De rechter-commissaris stelt zich op het standpunt dat dat geen grond voor wraking kan zijn. Overigens vraagt de rechter-commissaris zich af of het wrakingsverzoek op tijd – te weten voor de intrekking van het faillissementsverzoek – is gedaan en of verzoeker belang heeft bij zijn wrakingsverzoek nu het faillissementsverzoek is ingetrokken.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de stukken is gebleken dat verzoeker de rechter-commissaris bij e-mailbericht van 14 mei 2013, 18:18 uur heeft gewraakt en dat mr. Stouten volgende dag, 15 mei 2013 om 11:33 uur, de rechtbank heeft de bericht dat Attero Noord B.V. het verzoek tot faillietverklaring van verzoeker intrekt. Het wrakingsverzoek is derhalve gedaan voordat het verzoek tot faillietverklaring was ingetrokken en de zaak op grond daarvan tot een einde was gekomen. Het verzoek tot wraking is aldus op tijd ingediend.

4.2.

Ingevolge artikel 36 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.3.

De rechter-commissaris is als behandelend rechter opgetreden in de procedure ex artikel 6, derde lid, van de Faillissementswet (Fw) waarin Attero Noord B.V. verzocht om verzoeker in staat van faillissement te verklaren. De procedure is met de intrekking van het verzoek door Attero Noord B.V. op 15 mei 2013 geëindigd. De rechter-commissaris is als gevolg daarvan niet meer aan te merken als rechter die belast is met de behandeling van een zaak van verzoeker. Dit brengt met zich mee dat verzoeker geen belang meer heeft bij zijn verzoek tot wraking en dat hij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.

4.4.

Overigens ziet de wrakingskamer aanleiding te overwegen dat het door vezoeker aangevoerde niet tot een gegronde wraking had kunnen leiden. Verzoeker heeft zijn stelling dat de rechter-commissaris binding heeft met Houthoff Buruma of betrokken is bij het Houthoff Buruma Training Programm niet onderbouwd. De rechter-commissaris heeft betwist dat hij binding heeft met Houthoff Buruma en verklaard dat hij het Houthoff Buruma Training Programm niet kent. Dat de rechter-commissaris binding heeft met Houthoff Buruma is dan ook niet gebleken, terwijl verzoeker niet heeft gesteld dat en waarom die vermeende binding, al dan niet in samenhang met tot 2006 verrichte werkzaamheden van de echtgenote van de rechter-commissaris voor Houthoff Buruma tot 2006, zou(den) kunnen leiden tot het oordeel dat de rechter-commissaris jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert (subjectieve partijdigheid) of dat de vrees voor partijdigheid die kennelijk bij verzoeker bestaat objectief gerechtvaardigd is (objectieve partijdigheid).

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter-commissaris.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek, voorzitter, M. Engelbert-Clarenbeek en W.M. Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Oostveen-Out, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2013.